Het gaat om die oorlog en die bevrijding

Wie alles herdenkt, herdenkt uiteindelijk niets, schreef Elma Drayer deze week in haar column. Veel lezers bleken het met haar eens: het herdenken van de doden en het vieren van de bevrijding worden zo opgerekt, dat die dagen hun betekenis dreigen te verliezen.

Dat oprekken is niet van gisteren. Het is, volgens Elma, zo’n vijftien jaar geleden begonnen. Zo staat het mij ook bij. Een kleine halve eeuw na de bevrijding kwam er een discussie op gang over dodenherdenking en bevrijdingsdag, ondermeer in het Comité 4 en 5 mei.

Die discussie werd gevoed door een angst dat met het verstrijken van de tijd de belangstelling voor de meidagen zou wegzakken. En door een typische behoefte uit die tijd om alles te vertalen naar het heden, om met een actueel verhaal ook jongeren te bereiken. Nationaalsocialisme, oorlog, bezetting en jodenvervolging werden een waarschuwing tegen extremisme en discriminatie, en een aanbeveling voor democratie en naastenliefde.

Iemand die zich daarover mateloos kon opwinden, was de politicoloog Koen Koch, oud-columnist van deze krant. Koch gruwde van een begrip ‘vrijheid’ dat uit zijn historische context werd gepeuterd en als een vaag verschijnsel boven het volk werd gehangen. Je moet in die meidagen maar één ding doen, zei Koch: vertellen wat er in ‘40-‘45 is gebeurd, hoe de mensen toen leefden, hoe ze hebben gehandeld.

Ik moet bekennen dat die stelling me niet direct overtuigde. Ik kon me levendig voorstellen dat 4 en 5 mei zouden wegzakken al er niet snel een actuele invulling aan gegeven zou worden. Met de komende millenniumwisseling zou de herinnering aan Tweede Wereldoorlog spoedig vervagen. En daarmee de belangstelling voor de verhalen over de mensen die toen leefden.

Die veronderstelling is flauwekul gebleken. En Koch had gelijk. Er moeten nog heel veel verhalen over toen worden verteld. Niet over de grote geschiedenis, maar over al die kleine geschiedenissen, van de joodse onderduiker die de oorlog doorkwam tot de Westlandse boer die over zijn bloemkolen piste voor de Duitsers die kwamen ophalen.

Dat er nog zoveel verhalen verteld moeten worden, heeft te maken met de Nederlandse volksaard, denk ik. We hebben niet de neiging meteen te verhalen. Zeker direct na de bevrijding niet. Er werd vooruitgekeken. Wederopbouw, was het sleutelwoord van de jaren vijftig. En daarna volgde het merkwaardige besluit tot een officiële geschiedschrijving van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Over de periode van oorlog en bezetting kwam een deken te liggen van absolute waarheden en taboes, van dingen die iedereen móest weten en van dingen die niet gezegd mochten worden.

Daar komt nog een tweede deken overheen, als het Derde Rijk model komt te staan voor alle vormen van extremisme, als de jodenvervolging een van de vele genociden en vervolgingen wordt, als de Tweede Wereldoorlog er een wordt in een eindeloze rij van conflicten.

Onder die dekens verstikt een geschiedenis die bepalend is geweest voor de Nederlandse samenleving. Die dekens moeten eraf. En de media kunnen daarbij een handje helpen, zeker een krant als Trouw die in het verzet werd geboren en waarvoor mensen hun leven hebben gelaten. We merken, zeker bij de lezers van deze krant, de behoefte om te lezen en te leren over de gebeurtenissen in ‘40-‘45. Tegen oorlogsgeweld en voor vrijheid zijn we allemaal. Maar het gaat dezer dagen om die oorlog en die bevrijding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden