Het gaat eigenlijk best goed met de veiligheid in Nederland

Tijdens het dancefeest Sensation stonden vorig jaar zwaarbewapende agenten bij de Amsterdam Arena. Beeld ANP
Tijdens het dancefeest Sensation stonden vorig jaar zwaarbewapende agenten bij de Amsterdam Arena.Beeld ANP

Nederlanders voelen zich over het algemeen veiliger dan een aantal jaar geleden. Ook nam de veelvoorkomende criminaliteit iets af, terwijl de tevredenheid over de politie juist steeg. Al zijn mensen met een niet-westerse achtergrond duidelijk minder te spreken over hun contact met de politie dan Nederlanders dat zijn.

Als je de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) mag geloven, gaat het eigenlijk best wel goed met de veiligheid in Nederland. Voor het jaarlijkse onderzoek dat vandaag gepresenteerd is, ondervroeg het CBS 81.000 Nederlanders.

Een overzicht van de belangrijkste conclusies.

Vertrouwen in de politie

In 2016 had 23 procent van de mensen contact met de politie. Over het algemeen waren die mensen best tevreden over dat contact - al hangt dat wel af van de reden. Ging het bijvoorbeeld om het doen van aangifte, dan vond zestig procent dat goed verlopen, ten opzichte van 19 procent die ontevreden was. Worden Nederlanders door de politie op de vingers getikt, dan zijn ze duidelijk minder blij. 49 procent zegt dan tevreden te zijn, en 23 procent ontevreden.

Vergelijk je de tevredenheidscijfers met die van voorgaande jaren dan gaat het de goede kant op met de relatie tussen politie en burger. Kijk je naar de nog langere termijn - dus vanaf 2005 - dan steeg de tevredenheid volgens het CBS met 15 procent. Opvallend in de cijfers is wel dat mensen met een niet-westerse achtergrond duidelijk minder te spreken zijn over hun laatste contact met de politie: daar ligt het percentage van tevreden mensen op 54 procent. Bij Nederlanders is dat 63 procent.

Opvallend is wel dat het aantal mensen dat aangifte doet van misdrijven de afgelopen jaren is afgenomen. Van 29 procent in 2012, naar 27 procent in 2015, tot 25 procent vorig jaar.

Het CBS vroeg mensen ook naar hun oordeel over het functioneren van de politie. Het percentage dat aangeeft (zeer) tevreden te zijn, is gestegen van 29 procent in 2012, tot 32 procent in 2016. Gaat het om het functioneren van de politie in de eigen buurt, dan zijn mensen in steden daar meer over te spreken dan op het platteland. Dat heeft vooral te maken met de zichtbaarheid van de politie.

De eigen buurt

Hondenpoep op de stoep. Daar winden Nederlanders zich vooral over op - ongeveer twee op de tien mensen zegt daar overlast van te ervaren. Ook rommel op straat en vernielde bushokjes en bankjes zorgen voor de verloedering van de eigen buurt. Een op de vijf Nederlanders heeft daar moeite mee. Dat is minder dan voorgaande jaren.

Natuurlijk is er meer te klagen: rondhangende jongeren, dronken mensen op straat of asociale automobilisten. 43 procent van de Nederlanders zegt last te hebben van tenminste één overlastvorm in de eigen wijk. In de grote steden waar mensen dichter op elkaar wonen, is de overlast logischerwijs groter dan op het platteland. Al zijn ook de verschillen in één regio aanzienlijk. Neem Rotterdam en omgeving. Woon je in Alblasserwaard-Vijfheerenlanden dan ervaart 38 procent overlast. In de stadswijk Charlois is dat 65 procent.

Toch blijft Nederland over het algemeen een aangeharkt land. Het gemiddelde rapportcijfers dat de eigen buurt voor leefbaarheid krijgt is een 7,5 - nagenoeg hetzelfde als voorgaande jaren. Zo’n driekwart van de ondervraagden is te spreken over de straatverlichting, en het onderhoud van paden, pleintjes, perkjes en parken.

Ook over de buurtgenoten is de Nederlander best tevreden: zo’n zeventig procent vindt dat er prettig met elkaar wordt omgegaan in de buurt en is tevreden over de bevolkingssamenstelling. Dat is ongeveer gelijk aan voorgaande jaren.

Veiligheidsgevoel

In 2016 voelde 16 procent zich in de eigen buurt wel eens onveilig. In de voorgaande jaren was dat nog 18 procent. Ongeveer één op de tien mensen doet ‘s avonds niet open als er wordt aangebeld, en twee op de tien mensen zeggen zich wel eens onveilig te voelen rondom uitgaansgelegenheden. Ook hier zijn de regionale verschillen groot: in grote steden als Amsterdam en Rotterdam, en de provincie Limburg voelen mensen zich onveiliger in de directe omgeving dan het landelijke gemiddelde. In de Noordelijke en Oostelijke provincies ligt dat percentage juist lager.

Maar over het algemeen zijn Nederlanders dus positief over de veiligheid in de directe omgeving. Ook ‘s avonds geeft ongeveer 80 procent aan zich zelden of nooit onveilig te voelen. Omlopen om donkere stegen te vermijden, doet een ruime meerderheid ook niet.

Gaat het om de het veiligheidsgevoel in het algemeen, dan zijn Nederlanders een stuk minder positief. Ruim een op de drie zegt zich wel eens onveilig te voelen. Daarbij geldt: hoe jonger, hoe onveiliger. Van de 15 tot 44 jarigen voelt ongeveer 40 procent zich wel eens onveilig. Bij 45-64 jarigen is dat ongeveer eenderde, bij de 65-plussers daalt dat naar een kwart.

Criminaliteit

Het aantal Nederlanders dat te maken heeft gehad met veelvoorkomende criminaliteit, is in 2016 vrijwel gelijk gebleven vergeleken het jaar ervoor. Kijk je bijvoorbeeld naar diefstal, dan kreeg ruim een op de tien Nederlanders daarmee te maken. Vooral fietsen werden ontvreemd (vier procent was hier slachtoffer van). Ook kreeg 2,5 procent te maken met woninginbraken. Vergeleken 2015 zijn die cijfers vrijwel gelijk. Ten opzichte van 2012 (het eerste jaar dat de Veiligheidsmonitor op identieke wijze werd uitgevoerd) gaat het iets beter. Toen zei nog 13 procent te maken hebben gehad met diefstallen en inbraken.

De cijfers van andere veelvoorkomende vormen van criminaliteit zoals mishandeling of bedreigingen, of vernielingen van eigendommen, laten dezelfde trend zien. Gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar, beter dan in 2012.

De Veiligheidsmonitor heeft ook gekeken naar het aantal mensen dat te maken kreeg met cybercriminaliteit. In totaal was dat een op de negen. Je moet dan denken aan bijvoorbeeld cyberpesten, koop- en verkoopfraude via internetwebshops, een gehackte computer, en identiteitsfraude als phishing (via nepmails wordt er dan naar persoonsgegevens gehengeld).

De cijfers zijn ongeveer gelijk aan vorig jaar, maar twee procent gedaald vergeleken 2012. Het CBS heeft een aantal opkomende vormen van cybercriminaliteit niet onderzocht. Denk bijvoorbeeld aan ransomware: met een virus worden dan bestanden op de computer vergrendeld, tot het slachtoffer losgeld betaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden