HET GAAT DUBLIN WALGELIJK GOED

Verloren blikt het Ierse stelletje in McDaid's om zich heen. De fameuze pub in Dublins Street is zo tegen het eind van de middag bomvol, ook al is het maandag, en het publiek varieert. Hoewel, de jonge ondernemende medemens is veruit in de meerderheid. Kordate heren in snelle pakken, kekke dametjes in deux-pieces of anderszins verantwoord zakenkostuum. Glazen in de hand, een enkeling met sigaret, converserend over de laatste trends. En gsm's - waarvan het gesnerp na tien minuten al nauwelijks meer opvalt - in de aanslag. Een enkele oudgediende blikt aan de bar wat voor zich uit, of tracht met de barlieden een praatje aan te knopen. Maar die hebben het te druk met de jonge clientele.

Kevin, de mannelijke wederhelft van het paartje, voelt zich hier als een kat in een vreemd pakhuis. En dat terwijl McDaid's in vroeger jaren zijn pleisterplaats was. Zes jaar heeft hij met zijn vrouw in het buitenland vertoefd, in het Duitse Munchen. Kevin, geboren Dubliner, kent zijn stad bijna niet meer terug. De tijd gaat snel, Dublin gaat nog sneller. En good old McDaid's in Harry Street, weleer de aangename, lichtverlopen stamkroeg van Ierse literaire en alcoholische coryfeeen als Brendan Behan, of Paddy Kavanagh, is in die vaart meegesleurd.

Aan de muur naast de bar blikt Brendan Behans portret nurks naar het nieuwe volkje. Bij leven zou de vermaarde vechtersbaas allang een rel geschopt hebben met deze ''parvenus'' in zijn waterhole .

“McDaid's was een plek waar vroeger de dichters en de barden kwamen”, zegt Kevin. “En kijk nou eens, een trendy place. Een schande is ”t.” Maar het tweetal moet ervandoor. Naar Bloodbrothers, een theaterstuk ergens in Temple Bar. Waar het bruist. Zoals heel Dublin, heel Ierland bruist.

Het sleutelwoord voor Dublins - voor Ierlands - succesverhaal is Temple Bar. Wie het heeft over de verbluffende impact van het Ierland van nu, over zijn dynamiek - cultureel en economisch -, zijn uitstraling, die noemt Temple Bar. De 110 000 vierkante meter binnenstad in Dublin, ingeklemd tussen de Liffey en Dame Street, grenzend aan het Trinity College, staat model voor succes en vernieuwing, voor booming Ierland, voor de ''Keltische tijger''.

Temple Bar. Van een afgetakelde saneringswijk, voorbestemd om tegen de vlakte te gaan en plaats te maken voor een immens busstation en kantoorcomplex tot het culturele hart van Dublin, van Ierland. De in de 18de en 19de eeuw opgetrokken wijk, die vooral in de jaren zeventig en tachtig in verval geraakte, geldt nu als een van Europa's meest innoverende en meest geslaagde stadsvernieuwingsprojecten. Een vitaal, opwindend stadshart, een gemeenschap van bewoners, artiesten, kleine winkeliers en culturele organisaties.

Op een gebied van amper 11 hectare zijn nu gevestigd 75 restaurants, 28 pubs, 15 hotels, 200 kleine winkels, en 200 buurtgerichte bedrijven. Temple Bar is de nieuwe hot spot, en niet alleen voor de miljoenen toeristen die het gebied jaarlijks overstromen, maar ook voor de Dubliners zelf, de jongeren vooral, die zo'n jaar of tien geleden weinig meer deden dan wat rondhangen op straat, bij gebrek aan geld en geschikte gelegenheden.

Dat is nu anders. Geld is er in overvloed, ook bij de jeugd. De trendy thema-pubs en -eethuizen in Temple Bar als Thunderroad of All Sports zitten vol, net als internet-cafes als Cyberia waar men voor vier pond per uur kan netsurfen en waar bij de fooienpot de aansporing staat: ''Tipping is geen stad in China''. Trouwens, ook de klassieke Ierse kroegen die in de wijk in ere zijn gehouden, barsten uit hun voegen. Temple Bar is hip and cool. Temple Bar werkt aanstekelijk op Dublin, op Ierland. Bij Temple Bar begint de victorie.

Het is midden jaren tachtig als de plannen voor de sloop van Temple Bar en de bouw van het gigantische stadsvervoer- en zakencentrum in een vergevorderd stadium zijn. Het oude Temple Bar met zijn ambachtelijke industrietjes, pakhuizen en opslagloodsen is dan een donkere vlek in het hart van Dublin, waar het niet prettig toeven is, spookachtig leeg. Gebrek aan geld legt de bouw van het openbaar vervoersknooppunt stil en de panden worden doorverkocht.

Maar de Dublinse kraakbeweging is actief en het alternatieve kunstenaarscircuit strijkt neer in de vervallen huizen. Langzamerhand ontstaat iets wat doet denken aan de Amsterdam-se Nieuwmarktbuurt voor de sloop van 1974. Met dit onderscheid dat de overheid het toestaat en voor een luttel huurbedrag van zo'n tien Ierse ponden per maand het vrije volkje zijn gang laat gaan.

Temple Bar wordt een soort vrijstaat voor alternatieve woon-, leef- en kunstvormen, met als muzikaal hart het Temple Bar Music Center, een underground-club waar jonge Ierse musici zich kunnen uitleven en hun eerste schreden zetten op de weg naar de roem: U2, The Waterboys, Sinead O''Connor.

Het is de populaire en populistische premier Charles Haughey die redding brengt voor Temple Bar. In 1984 sticht hij een fonds voor culturele stimulering en renovatie van het Temple Bar gebied, maar het is pas ter gelegenheid van de viering van het duizendjarige bestaan van Dublin in 1988 dat er schot in komt. De volkse Haughey en zijn al even volkse regeringspartij Fianna Fail onderkennen de potentie en de power van Temple Bar, als katalysator voor een grootse revival van de Ierse hoofdstad.

“Haughey zag geen heil in het busstation en al die andere zaken-business”, zegt Adrienne Dunne, promotion manager van Temple Bar Properties, de organisatie die de scepter zwaait over Temple Bar. “Hij zag meer business in kunst en cultuur. Hij schatte het culturele potentieel van Dublin naar waarde. Maar ergens moest begonnen worden, en dat was in Temple Bar. Daarin was hij een visionair.” En zo begint de vernieuwing, komt het elan los. Eerst nog aarzelend, bedeesd. ”Be Proud, Dublin!”, de slogan waarmee Dublin in ”88 zijn duizendste verjaardag viert, klinkt wat wanhopig, als een bevel bijna. Maar tegen de achtergrond van de beroerde toestand van het Ierland in die dagen - slecht draaiende economie, massaal emigrerende jonge bevolking, minimaal perspectief - best te begrijpen.

Dunne: “In 1991 kwam de Temple Bar ontwikkelingswet door het Ierse parlement, het gebied werd een soort belastingparadijs voor investeerders. Als je een pand aankocht en daar iets ondernam in de culturele of toeristische sfeer of de horecabranche, kreeg je een flink belastingvoordeel. Mits de onderneming kleinschalig en innovatief was; grote ketens als McDonald's kregen geen poot aan de grond. Nog een vereiste was dat stijl en architectuur van het oude Temple Bar behouden bleven. En waar dat niet mogelijk was, moest nieuwbouw aan strenge voorwaarden voldoen.”

Het ''wonder'' van Temple Bar geschiedt. En slaat over naar Dublin, naar de rest van Ierland. Het symbool van de wedergeboorte van het bruisend Ierland trekt nu meer toeristen, belangstellenden dan de complete Ierse bevolking groot is. Vorig jaar 4,7 miljoen mensen, tussen de 20 en 45 jaar. Jong volk dus, trendgevoelig, bemiddeld, en dus niet te zwaar op de penning.

Dat is ook niet te doen in Dublin. Het uitgaansleven is er prijzig, en de Ierse hoofdstad is qua woonlasten - altijd een goede indicatie voor het welbevinden van een stad - inmiddels zo ongeveer de duurste stad van Europa. Duurder dan Parijs bijvoorbeeld. Een eenvoudig driekamerappartement kost aan huur al gauw zo'n 1200 Ierse pond per maand, zeg maar 3600 gulden.

Als het Temple Bar-project eind volgend jaar volgens plan is voltooid, zal de energie zich richten op de Docklands, het havengebied van Dublin. Om daar weer iets flitsends, iets fash-ionable vante maken.

Maar ondertussen loopt het verkeer in het drukke dagelijkse leven van Dublin behoorlijk vast. Want hoeveel energie, geld en prestige er in Dublin ook gestoken mag zijn, het openbaar vervoer is nog als vanouds, net als de infra-structuur. Dat wil zeggen, vertrouwde oude bussen die zich door vertrouwde nauwe straten wringen, want een metro is er niet. En in de verkeerschaos is nauwelijks een taxi te krijgen, want iedereen lijkt zich per taxi te verplaatsen. Druk, druk, druk, en geld zat.

Waar in vroeger jaren nogal eens misnoegd en verongelijkt vanuit een soort haat-liefdeverhouding werd opgekeken tegen Engeland - die grote, sterke, vaak nare broer aan gene zijde van de Ierse zee - vragen jonge Ieren zich nu openlijk af: ''Hoezo cool Britain, cool Londen? Dublin is cool!'' In rotten van vier komen - via goedkope vlieg- en boottrips - de jonge Britten nu om te genieten van cool Dublin. En lang niet altijd tot genoegen van de Ieren zelf, want de Britten weten hun ingesleten superioriteitsgevoel jegens de Ieren niet altijd te verbergen. En dan is het weer Paddy voor en Paddy na, vooral bij drank in het spel, en zijn de Ieren weer de Belgen van het Angel-saksische gebied.

Maar zelfs op het Britse ''vasteland'' zijn de daar woonachtige Ieren en Britten van Ierse komaf uit hun schulp gekropen, is men trots op de eigen Irishness, de Ierse identiteit. Het is fash-ionable en hip om Iers te zijn. Men wordt niet meer geassocieerd met die bommenleggers van het Ierse republikeinse leger, het Ira.

En in cool Dublin presenteert het Ringsend Technical Institute anno nu een cursus theater-studies onder de titel ''Our Country's Good'', ''Ons Land is Goed''. Dat is een heel ander motto dan die wanhopige slogan uit 1988, ''Be Proud, Dublin!''.

De Keltische tijger heeft geen behoefte aan dat wespennest in het noorden

Het is vooral de Europese Unie geweest die Ierland uit het dal heeft getrokken. “En die de Ieren zelfvertrouwen heeft gegeven”, zegt Terry Baker, senior research officer van 's lands economisch en sociaal onderzoeksinstituut. Het lidmaatschap van de Europese Unie levert Ierland per hoofd van de bevolking jaarlijks tweeduizend gulden op. Baker: “Los van de grote financiele impulsen vanuit Brussel heeft het lidmaatschap van de EU de blik op het eigen land veranderd. Eens in de zoveel tijd is Ierland voorzitter van Europa, en dat heeft een gevoel geschapen van: ”We zijn niet Brits, we zijn onafhankelijk”. De Ieren zijn wellicht het meest pro-Europese volk van de hele Unie.”

Lang, eigenlijk de hele geschiedenis door, heeft de relatie met Groot-Brittannie een dominerende invloed gehad op de ontwikkeling van Ierland, economisch, maar vooral psychologisch en maatschappelijk. Altijd weer was er de vroegere kolonisator, die verantwoordelijk werd gehouden voor het verdriet van Ierland. De mislukte aardappeloogsten van de jaren veertig van de vorige eeuw, met de daaruit voortvloeiende hongersnoden, de deling van Ierland na de rebellie aan het eind van de Eerste Wereld-oorlog en de Ierse burgeroorlog die daarop volgde, niets lieten the Brits na om de Ieren te vernederen.

Maar die zelfopgelegde kwelling van een onverwerkt verleden verdween naarmate het beter ging met het land. En aan die voorspoed komt voorlopig geen einde. Baker heeft met twee collega's net weer het economisch kwartaalrapport gepubliceerd, en het is een en al rozengeur en maneschijn wat betreft heden en toekomst van het land dat, analoog aan de inmiddels zwaar teruggevallen economische wondernaties in het Verre Oosten, de Keltische Tijger genoemd wordt.

Een economische groei in 1997 van ruim 8 procent, een groei van de werkgelegenheid van 4.5 procent, en een tekort op de begroting van maar 1.2 procent van het bruto binnenlands product, terwijl het criterium voor toetreding tot de Europese muntunie 3 procent is. Niet gek dus voor een land dat een jaar of tien, vijftien geleden nog gold als het ziekelijke zusje van datzelfde Europa, met begrotingstekorten van ver boven de 10 procent, met een negatieve groei soms.

“Het economische wonder van Ierland”, zegt Baker, “is ook af te lezen aan de migratiestromen. In 1988 keerden 42 000 Ieren het land de rug toe, op zoek naar werk elders in de wereld, meestal de Verenigde Staten of Groot-Brittannie, en van daaruit verder West-Europa in. Jonge, vaak zeer goed opgeleide Ieren, want het onderwijs, ook op academisch niveau, was - en is - gratis. In 1989 liep het aantal emigranten op tot 44 000. Maar daarna al zette de daling in, om het vorig jaar te resulteren in een netto remigratie van 15 000 Ieren, teruggekeerd uit de diaspora.

“Ierland is in trek”, zegt Baker. “Het leeuwendeel van de Europese investeringen van Amerikaanse ondernemingen worden in Ierland gedaan. Voor de Amerikanen is het land een aantrekkelijke springplank naar Europa, met zijn jonge, goed opgeleide en goed gemotiveerde werkende bevolking, zonder taalproblemen. Dunbevolkt, dus ruimte genoeg, en een uiterst vriendelijke corporate tax van 10 procent.”

De bloei van de Ierse economie komt voor een groot deel op het conto van de kennisindustrie, informatica, de computersector. Driekwart van alle in Europa verkochte computers wordt in Ierland vervaardigd of geassembleerd, en veertig procent van alle Amerikaanse high tech-investeringen in Europa gaat naar Ierland, vooral rondom Dublin en nabij Cork. Door het blad Fortune is Dublin al uitgeroepen tot 's werelds beste zakenstad van 1997. En daar in de high tech-sector voortdurend vernieuwing, verversing plaatsvindt, ziet Terry Baker voorlopig ook geen einde aan de Ierse boom, en aan de terugkeer van de Ieren naar hun bakermat.

Baker: “Niet alleen uit economisch oogpunt is Ierland weer aanlokkelijk voor de Ieren over de grens. Het land is in geen enkel opzicht meer de conservatieve, door de katholieke kerk gedomineerde natie van weleer. De kerk heeft niet meer de invloed die ze dertig jaar geleden had. Misschien is ze nog wel van invloed op de sociale moraal, maar zeker niet meer op de seksuele moraal. Er zijn de laatste tijd iets te veel priesters betrapt met hun broek naar beneden. Dat morele en religieuze keurslijf is verleden tijd. Het Ierland van nu is een jonge, moderne staat.”

Een staat die zichzelf niet meer bij voortduring met zijn eigen pijnlijke verleden voor de voeten loopt. Zo is de hereniging met Noord-Ierland, die het land sinds de losmaking van Groot-Brittannie in 1922 in een houdgreep hield, uit de Ierse grondwet geschrapt. Dit in het kader van het vredesakkoord voor Noord-Ierland. Het referendum daarover, op 22 mei jongstleden, leverde een positieve score op van ruim 90 procent, waarmee de Ierse bevolking onomwonden te kennen gaf niks meer van doen te willen hebben met dat zieke conflict in het noorden.

“De Ieren zijn te veel bezig met hun alledaagse beslommeringen, met hun vooruitgang, met Europa, om terug te vallen op het verleden, op vereniging met het noorden”, zegt Baker. “Die vergane tijden komen hoogstens nog eens terug na een paar rondjes bier. Ierland heeft geen behoefte aan dat wespennest in het noorden, het gaat prima met het land, en dat willen de Ieren graag zo houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden