Het gaat alleen nog over wat kinderen níet mogen

Eén op de drie kinderen vertoont wangedrag. Jammer dat het debat alleen maar gaat over vroegtijdig ingrijpen en harde maatregelen.

Het is een duidelijke trend: discussies over opvoeding, onderwijs en hulpverlening gaan vooral over effectiviteit. Dat bleek ook deze week weer, nadat bekend werd dat één op de drie kinderen onder de twaalf jaar wangedrag vertoont.

Deskundigen kwamen met de cijfers op basis van politiegegevens en verscheidene ’zelfrapportage’-onderzoeken. Zo’n 130.000 10- en 11-jarigen maken zich eens per jaar schuldig aan bekladding, pesten, brandstichting of winkeldiefstal. Jaarlijks komen 4500 jonge kinderen ook echt in aanraking met de politie.

Hoewel er de nodige vraagtekens bij de onderzoeksmethode kunnen worden gezet – in hoeverre zijn zelfrapportages van kinderen betrouwbaar? – vragen vooral de analyses van de in de media opgevoerde deskundigen om commentaar. Hoogleraar psychiatrie Rolf Loeber (Vrije Universiteit) en hoogleraar sociaal-pedagogische hulpverlening Peter van der Laan (UvA) stelden dat er meer tijd en geld moet worden gestoken in preventie. Zo kan worden voorkomen dat gedragsstoornissen later uit de hand lopen. Wangedrag op jonge leeftijd is immers het voorportaal van de volwassen criminaliteit.

Luid klinkt dus de roep om preventie. Die verschuiving van een curatieve naar een preventieve aanpak is niet alleen in de jeugdhulpverlening herkenbaar. Ook in de gezondheidszorg en het veiligheidsbeleid is een oud-Hollands spreekwoord steeds vaker gangbaar: voorkomen is beter dan genezen. Maar goede argumenten voor deze stelling schitteren door afwezigheid.

Het enige argument dat de deskundigen ten gunste van preventie opvoeren, is dat ingrijpen op jonge leeftijd effectiever is. Maar wat betekent ’effectief’ eigenlijk? In NRC Handelsblad (7 maart) maakte James Heckman, Nobelprijswinnaar voor de economie in 2000, dat mooi duidelijk. Hij stelt dat scholingsprogramma’s en reclassering beter al op jonge leeftijd worden ingezet, omdat het gewoon goedkoper is om vroeg in te grijpen. Financiële argumenten lijken voorrang te krijgen boven een inhoudelijke visie op wat een goede opvoeding is.

Moet de opvoeding van kinderen aan een leger deskundigen en ambtenaren overgelaten worden, omdat dat de samenleving het minste kost? Nee. Er is vooral een principieel debat nodig, een debat over wat een goede opvoeding is, en wie daarin verantwoordelijkheden heeft.

Opvoeding en onderwijs komen meestal pas in het nieuws als er iets vreselijks is gebeurd. Bijvoorbeeld wanneer op een school een steekpartij plaatsvindt. De reactie op zulke incidenten is altijd hetzelfde: de roep om zware maatregelen neemt toe, en die maatregelen moeten zo snel mogelijk worden ingevoerd. Verder zijn die maatregelen vaak negatief en beperkend van aard: er wordt vastgesteld wat kinderen vooral níet mogen. Slecht gedrag moet worden ontmoedigd, en hoe eerder, hoe beter. De roep om preventie van Van der Laan en Loeber sluit perfect bij deze tendens aan.

Over opvoeding en hulpverlening kan ook op een andere manier worden gedebatteerd. Op een positieve manier, door kinderen aan te moedigen zich te ontplooien, niet alleen na een incident, maar continu. Vragen die meer centraal zouden moeten staan, zijn: Hoe ontstaat een schoolcultuur waarin leraren en leerlingen elkaar op morele zaken durven aanspreken? Hoe kunnen kinderen worden gestimuleerd het beste uit zichzelf te halen? Hoe kunnen ouders en docenten een goed voorbeeld zijn? Wat betekent continue vorming? En: Waartoe voeden we eigenlijk op?

Zo’n oproep om meer over idealen te praten, en minder over geld of ’effectiviteit’, moet niet verkeerd worden begrepen. Er zullen zich inderdaad altijd ernstige misstanden blijven voordoen. En die moeten ook worden aangepakt.

Het punt is veeleer: straffen moet niet tot een algehele opvoedingscultuur van restrictie en negativiteit leiden. Kinderen moeten zich juist in morele zin ten volle kunnen ontplooien.

Spreken over morele vragen betekent niet dat de overheid zich normatief-inhoudelijk met opvoeding van kinderen moet gaan bemoeien. Ouders moeten vooral het vertrouwen terugkrijgen dat ze hun kinderen zelf kunnen vormen. Maar voorkom dat ze, onder het mom van effectiviteit, voortaan door een batterij wetenschappers en politici worden lastiggevallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden