Het fruitsnoep van Affiong Williams is lekker, maar export blijft lastig

Gedroogd fruit. Made in Nigeria.  Beeld reelfruit.com
Gedroogd fruit. Made in Nigeria.Beeld reelfruit.com

Affiong Williams uit Nigeria wil geen mango’s exporteren, maar kant-en-klare vrolijke zakjes fruitsnoep. Zo kan Afrika meer verdienen.

Gedroogde mango is als zoete trekdrop. Gele, elastische slierten waarvan je zo een zakje leeg eet. Affiong Williams (32) uit Nigeria haalt nog wat producten uit de tas, allemaal van haar eigen bedrijf Reelfruit. Zoals de fruit- en notenmix die goed verkoopt. “En voor kinderen hebben we deze fruitreep ontwikkeld. Innovatie is belangrijk”, zegt ze op een congres van Initiatief Duurzame Handel in Utrecht.

Het zijn vrolijke, professionele verpakkingen, die niet zouden misstaan in de Nederlandse supermarkt. Maar dat hogere doel, internationale export, heeft Williams nog niet bereikt. Ze stuit op de nodige barrières, net als veel andere Afrikaanse ondernemers. “De contractonderhandelingen met internationale bedrijven lopen stuk, omdat zij een hogere productie eisen dan wij kunnen leveren. Schaalvergroting is cruciaal voor ons.”

Maar om een grotere fabriek neer te zetten, heeft ze anderhalf miljoen dollar nodig. Financiering is voor Afrikaanse ondernemers sowieso een probleem. En als die fabriek er komt, moet er voldoende fruit zijn om te bewerken. De Afrikaanse landbouw is in grote mate afhankelijk van kleine boeren, met wisselende oogsten. Daarbij komt nog de moeizame logistiek. Niets gaat vanzelf.

 Affiong Williams Beeld Hans Nauta
Affiong WilliamsBeeld Hans Nauta

Momar Taal, haar zakenpartner uit Gambia en volgens Forbes een van Afrika’s jonge topondernemers, vertelt dat de boeren met wie hij werkt geen scheepscontainer kunnen vullen. Daarom kocht hij een vrachtwagen. Die vertrok vanuit Gambia, maar kwam nooit aan in Nigeria. Verdwenen. Lastig is ook dat Taal als afnemer nooit weet hoeveel productie hij kan verwachten en van wie precies. Kleine boeren oogsten al hun mango’s als ze honger hebben, zegt hij. Overleven is belangrijker dan een bedrijfsplan. 

Voedselproductie

Op het congres vormden Taal en Williams een paar dagen terug het middelpunt van een sessie over de vraag hoe Afrikaanse ondernemers een stap verder kunnen zetten. Diezelfde dag zei koningin Máxima dat financiële instellingen meer kunnen doen om de voedselproductie in Afrika op een hoger plan te tillen. “Kleine boeren zijn essentieel voor de wereldwijde voedsel- en landbouwindustrie, waarin 5 biljoen dollar omgaat.” Als hun producten onze eettafel kunnen bereiken, is de omgekeerde weg ook mogelijk, zei ze als vertegenwoordiger van de Verenigde Naties tegen een publiek van multinationals, bankiers, ontwikkelingswerkers en politici. 

Williams is al ver gekomen. Zes jaar geleden richtte ze Reelfruit op in een appartement in Laos met het spaargeld van haar familie en vrienden. De laatste twee jaar zijn nieuwe investeerders ingestapt. Reelfruit koopt mango, ananas of andere fruitsoorten op in Ghana, Burkina Faso, Gambia en Nigeria en bewerkt ze in de Nigeriaanse deelstaat Cross River. “Ik wilde een nieuwe trend beginnen. We moeten meer waarde toevoegen aan de producten die we exporteren. Dat levert banen en geld op.” Afrika is beter af als het geen grondstoffen maar eindproducten exporteert, is haar gedachte. 

Werk voor vrouwen

Reelfruit heeft tien verschillende producten in 250 winkels in Nigeria. Ook bij vliegmaatschappijen, scholen, hotels en restaurants worden ze aangeboden. De jaarlijkse omzet bedraagt een half miljoen dollar. Er werken veertig mensen voltijds. “Het management bestaat volledig uit vrouwen. Van al ons personeel is dat 64 procent”, zegt ze. Banen voor vrouwen in Afrika – Williams raakt thema’s die in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid bovenaan staan.

Maar export is dus lastig, alle klanten zitten in Nigeria. Hoewel? Internetbedrijf Amazon biedt een uitweg. Sinds twee maanden heeft Reelfruit een account. Omdat Amazon de logistiek regelt, bereikt ze nu consumenten in de Verenigde Staten. Zij betalen 13,49 dollar voor een verpakking van 250 gram. Amazon neemt 35 procent van dat bedrag. In twee maanden gingen 200 pakketjes de deur uit.

Williams: “Geen tussenhandel betekent een hogere marge. Als we de marketing goed krijgen, kan dit uitgroeien naar 20 procent extra omzet. Zo blijven we zoeken naar nieuwe markten.” Máxima zei het ook: “Waar een business case is, is altijd een weg.”

Lees ook:

Afrikaanse landen die alleen grondstoffen exporteren, komen in de problemen als de prijzen dalen op de wereldmarkt. De president van Tanzania kwam met een radicaal antwoord op de cashewnotencrisis in zijn land: hij koopt de oogst op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden