Het fotograferen van clowns is het moeilijkste

Het is vooral de filosofie achter het jeugdcircus Elleboog die circusfotograaf Heinz Baudert zo fascineert. “Het circus wil de kinderen leren hoe ze in het leven tegenover hun medemens moeten staan, wat ze bereiken met samenwerken en hoe ze elkaar kunnen helpen. De onbevangenheid en ongeremdheid van kinderen vind je in geen enkel ander circus”, vertelt de 78-jarige Baudert.

Zijn grote belangstelling voor circussen heeft hij van zijn vrouw, die zeven jaar geleden stierf. Zij had altijd dompteuse willen worden, maar haar familie weerhield haar daarvan. Baudert: “Mijn vrouw ging soms wel twintig keer naar het optreden van één circus. Het bleef haar boeien, vooral door de kleine nuances die je pas ziet als je vaak naar dezelfde voorstelling gaat.”

Hij ontmoette haar op een verjaarsfeestje en was vier weken later getrouwd. Toen pas ontdekte hij haar grote hobby en werd er in meegesleept. Zodra Baudert zich ook maar even los kon maken van het werk in zijn textielwinkel op de Beethovenstraat in Amsterdam, ging hij met haar mee naar het circus. Als amateurfotograaf ontwikkelde hij zich tot specialist in de circusfotografie.

Het Circustheater Elleboog bestaat dit jaar 45 jaar en is het oudste jeugdcircus van Europa. Het zal volgende week samen met nog acht andere Europese jeugdcircussen optreden op diverse lokaties rondom het Amsterdamse Raamplein. In het Nieuwe de la Mar Theater is een tentoonstelling te zien van de mooiste foto's die Baudert vanaf 1962 van Circustheater Elleboog maakte.

Van zijn 40 000 andere circusfoto's zijn de negatieven enige tijd geleden naar het Nederlands Theaterinstituut gegaan. De collectie van ongeveer 300 circusboeken die hij in de loop der jaren verzamelde, liggen in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam.

Baudert maakte 32 jaar geleden kennis met het Nederlandse kindercircus. “Mijn vrouw en ik gingen heel vaak naar Circus Strassburger in Carré. Theater Elleboog kreeg, toen de Strassburger-voorstellingen voorbij waren, een weekeinde de gelegenheid daar op te treden. Wij dachten dat het niets zou worden. De ruimte van Carré is immens voor kinderen. Maar die kinderen namen bezit van de piste, het was ongelooflijk!”

Het circus is door Ida Last in 1949 opgericht om de jeugd van de straat te houden. Het is niet de bedoeling van de kinderen professionele circusartiesten te maken. Jaarlijks volgen honderden kinderen tot een leeftijd van 16 jaar er lessen, maar het gaat om het spel en niet om de prestatie.

De fotograaf zegt elke dag van het eerste Europese Jeugdcircusfestival mee te willen maken. Geen enkel circusoptreden wil hij missen. “Ik verheug me vooral op het Franse l' Ecole du Cirque Plume. Het volwassen Cirque Plume is vaak een beetje ironisch en lijkt soms meer op theater dan op circus, maar het is heel origineel. Ik hoop dat de jeugdgroep ook zo is.” Volgens Baudert ontwikkelt het circus zich de laatste tijd steeds meer in de richting van theater.

“Dit heeft te maken met het verzet tegen het gebruik van dieren in een circus”, denkt Baudert. “Ten onrechte trouwens, want een dier heeft het nergens beter dan in het circus. Verder zijn de uiterlijke verschijningsvormen zoals de kleding, de belichting en de muziek, die lange tijd klassiek zijn gebleven in het circus, de laatste jaren modern geworden. Maar de kern, het spel tussen mens en dier, verandert niet.”

Baudert stelt zich als circusfotograaf meestal bescheiden op. “Ik maak nooit gebruik van een flits. Dat kan de voorstelling verstoren. Bovendien is het veel mooier om het te doen met het bestaande licht. Soms loop ik langs de rand van de ring om onopvallend foto's te maken. Maar ik fotografeer de dieren ook vaak in hun kooi. Het circus achter de schermen is minstens even mooi.”

Een knauw van een roofdier heeft Baudert altijd kunnen ontlopen. “Maar ik ken een fotograaf die in het circus heel roekeloos te werk ging. Hij is toen bijna gegrepen door een leeuw.” Er zijn niet veel fotografen die gespecialiseerd zijn in circusfotografie. “Zo'n specialisme levert niet genoeg op. Ik kon me op het circus toeleggen omdat ik een andere broodwinning had”, legt hij uit.

Het fotograferen van clowns vindt Baudert het moeilijkst. “Een foto is een 125ste seconde uit de eeuwigheid; de humor van een clown kan je in zo'n momentopname niet goed vastleggen. Het is vaak de sequentie van de mimiek van een clown die grappig is, dat kan je niet fotograferen. Bovendien zijn er weinig goede en originele clowns. Er worden helaas veel oude clownnummers gekopieerd.”

De eerste voorstelling van een circus fotografeert Baudert vaak niet. Dan neemt hij de speciale momenten in zich op en komt de volgende dag terug. “Nadeel is dat ik dan het risico loop dat een bijzondere situatie zich niet herhaalt. Een act is de tweede keer meestal heel anders.”

Aan een van zijn lievelingsfoto's ligt zo'n bijzondere situatie ten grondslag. “De Franse dompteur Gilbert Houcke liep eens met vier tijgers in een kooi. De rustigste tijgerin kwam met haar kop naar Houcke toe en liet zich door de dompteur zoenen. Dit unieke moment had ik vast gelegd, maar ik wilde het nog eens en beter doen. De tijgerin stond de dagen daarna echter geen intimiteiten meer toe. Haar krolsheid was gewoon voorbij.”

Baudert geeft toe dat hij het een enkele keer niet meer ziet zitten als fotograaf in het circus. “Zulke momenten heeft iedereen wel eens. Maar als er dan een paard opkomt, dan gaat het meteen weer goed. Een circus is eigenlijk geen circus zonder paarden en roofdieren. De roofdieren fotografeer ik graag omdat ik gek op katachtigen ben.”

In 1976 stopte Baudert met de verkoop van kinderkleding en lingerie en ging met pensioen. Voor die tijd maakte hij al grote reizen met zijn vrouw in een caravan, maar kon dat sindsdien nog vaker doen. Circussen in heel Europa en Noord-Afrika heeft hij bezocht.

“Het verschil tussen een Europees en een Afrikaans circus is opvallend. Hoe zuidelijker je komt, hoe minder respect de circusartiesten tonen voor de dieren. In Afrika was het begrip voor de dieren veel kleiner dan ik gewend was”, vertelt Baudert. “In Italië merk je al verschil met Nederland.”

“Dressuur betekent niet dat je een dier moet dwingen kunsten uit te halen die het niet kan. Een goede dresseur weet juist wat een dier van nature kan en dat ontwikkelt hij, door een systeem van beloning. Een professionele dresseur herken je aan zijn interesse voor het dier. Hij loopt regelmatig langs de kooien en spreekt tegen zijn beesten.”

Toen Baudert een jaar of 18 was, kreeg hij een zogeheten Kodak-box. De fotograaf bij hem op de hoek, die zijn foto's ontwikkelde, attendeerde hem op zijn talent. Niet lang daarna sloot hij zich aan bij een vereniging van amateurfotografen. Daar verbeterde hij zijn techniek en deed mee aan diverse competities. In de jaren '60 won hij de Kerstsalonprijs, naar Bauderts eigen zeggen het hoogste dat men in de fotografie kan bereiken.

Nog steeds fotografeert hij met zijn 25 jaar oude Hasselblad, een groot en zwaar toestel. “Ook al ben ik 78, vaak merk ik pas na de voorstelling dat ik helemaal uitgeput ben van het geconcentreerd fotograferen. Ik raak niet uitgekeken op het circus, het blijft me verwonderen. Dat is essentieel voor een fotograaf. Een fotograaf kan alleen goed zijn als hij zich verwondert over de dingen die hij ziet. De techniek van het fotograferen kan iedereen leren, maar de creativiteit is afhankelijk van de telkens terugkerende verwondering.”

Naast het fotograferen schildert en schrijft hij. “Het voordeel daarvan is dat je niet gebonden bent aan een onderwerp. Als een fotograaf geen onderwerp heeft, heeft hij geen foto. Een schilder of schrijver kan zijn eigen onderwerp verzinnen, dat geeft een enorme vrijheid.

Een druk man noemt hij zich. Met de voorbereiding van het Europese Jeugdcircusfestival is Baudert druk in de weer geweest. Naast zijn fototentoonstelling heeft hij een grote bijdrage geleverd aan de samenstelling van een expositie van Nederlandse circusaffiches vanaf 1874 in het Amsterdamse Jeugdtheater De Krakeling.

De tentoongestelde foto's in het Nieuwe de la Mar Theater geven de geschiedenis het kindercircus Elleboog weer. Trots laat Baudert de foto zien die hij het mooist vindt en die hij ooit op de voorkant van een nog te publiceren fotoboek hoopt te kunnen zetten. De circusfotograaf heeft een voldane twaalfjarige clown in de sterke spotlichten weten te vangen. Op de achtergrond is het publiek gehuld in een waas van rook. Het is een foto die hij in het begin van de jaren '60 heeft gemaakt. Toen mocht men in de pauzes van voorstellingen nog roken in de circustent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden