HET FLUITKETEL-MECHANISME

De gedetineerden van tegenwoordig bedreigen het personeel, gijzelen, duwen een potlood in het oor van hun bewaarders om weg te komen. De bajes gaat bijna terugverlangen naar de 'ouderwetse ontsnapping'. Naar De Paperclip, de tunnel, de condooms met explosieven en de ontsnapping met mes en vork.

Drie weken later hoorde de dame de klokken luiden, het teken dat er een gevangene was komen te overlijden. Ze had de oude neger eerder die week kunnen betalen, en 's avonds zag ze kans in de kist te kruipen. Ze hoorde de spijkers in het hout gaan, voelde dat ze de volgende ochtend de zwaarbewaakte poort werd uitgedragen, luisterde naar de doffe dreunen van het zand waarmee de kist werd bedekt. Het grote wachten kon beginnen.

Toen zij na een volle dag nog niet was bevrijd, begon de dame ongerust te worden. Ze begon te draaien, te woelen, ging op zoek naar het laatste eten dat ze in haar zakken had meegenomen, vond niets eetbaars, maar wel een doosje lucifers. Zij streek er eentje aan, en zag wie er bij haar in de kist lag: het was de oude neger die was overleden.

Dit is ongetwijfeld de mooiste, en tevens meest lugubere ontsnapping aller tijden. Alleen jammer dat ie nooit heeft plaatsgevonden. Hij vormde het verhaal van een korte tv-film in de serie 'Alfred Hitchcock presents'. Hoe de ideale ontsnapping de mist kan ingaan.

Veel Nederlandse gedetineerden dachten de afgelopen jaren hun eigen ontsnapping uit. Het is tenslotte nog niet verboden te proberen weg te komen, ze hadden tijd genoeg, lagen toch elke avond naar het plafond van hun cel te staren, en dan ontstaan er lumineuze ideeen. Alleen al het denken aan ontsnappen doet het verblijf achter tralies draaglijk maken, en als er dan af en toe eens eentje lukt, is dat mooi meegenomen. Justitie spreekt in dit kader steeds van het fluitketel-mechanisme. Een ontsnapping af en toe haalt letterlijk de druk van de ketel, is die mogelijkheid er niet, dan ontploft de boel.

Sommige gedetineerden deden niet anders dan ontsnappen, lijkt het. Een enkeling heeft er zelfs zijn bijnaam mee verdiend. De Paperclip bijvoorbeeld, de man met de handen die elke deur openkregen, desnoods met - inderdaad - een simpele paperclip. Hij zou er in de jaren zeventig tientallen keren vandoor zijn gegaan. Directeur T. Westerveld van strafgevangenis Norgerhaven weet nog te vertellen dat de man eens te laat terug was van proefverlof, en daarom in de inrichting inbrak. Dat is sindsdien nooit meer voorgekomen.

De 23-jarige Richard v. D. uit Breda is zijn opvolger geworden. De jongen zat als zeventienjarige twee jaar en zes weken uit voor inbraken en vechtpartijen, maar was in die tijd bijna net zo vaak buiten als binnen te vinden. Richard wist in totaal acht keer te ontsnappen, vaak was een eenvoudige schroevendraaier genoeg voor zijn vlucht. En als hij die niet had, dan maakte hij er gewoon een. In weekblad Aktueel vertelde hij een paar jaar geleden hoe hij te werk ging. Na een aantal ontsnappingen was hij ditmaal overgebracht naar de zwaar bewaakte gevangenis van Grave.

"Boven de tralies van de luchtplaats zag ik vijf stenen zitten, die moest ik wel loskrijgen, dacht ik. En door dat gat moest ik wel naar buiten kunnen komen. De volgende dag heb ik me ziek gemeld, zodat ik op cel mocht blijven. De stoel in mijn cel heb ik op zijn kant gelegd, de steel van mijn tandenborstel maakte ik daarop goed warm, zodat ie smolt. Toen stopte ik hem in een schroef, waarmee een ijzeren stang tussen twee stoelpoten was vastgemaakt. De vorm van die schroef kwam daardoor in de steel van de tandenborstel te staan. Die steel bewerkte ik weer met vernis, zodat deze goed hard werd en als schroevendraaier gebruikt kon worden."

Daarmee kon Richard de schroef van de stoel losdraaien, de ijzeren stang kwam vrij, die verstopte hij onder zijn jas en wrikte hij bij het volgende luchtuur de stenen van de kooi los. Hij was weer gevlogen, voor de zoveelste keer. Echter, de vallende stenen hadden het infra-rood alarm in werking gezet. Richard kwam dit keer nog geen kilometer ver. De gevangenisdirecteur stond hem hoogstpersoonlijk, in een modderige akker, op te wachten. Een volgende poging zou meer succes hebben.

Sommige veroordeelden zorgen dat zij nooit achter tralies terecht komen, hoeven ze ook niet uit te breken. Zij huren eenvoudigweg iemand in die de straf voor hen uitzit. Een zekere Harry uit Amsterdam haalde in 1989 het nieuws toen hij vertelde dat hij Neerlands enige professionele 'norzitter' is. Tegen betaling, hij vraagt zo'n 100 000 gulden voor zes maanden bajes, neemt hij de plaats in van een rijke crimineel. In totaal heeft hij dat zes keer gedaan, zegt hij. In geen van de gevallen heeft de gevangenis gecontroleerd of de man die zich bij de poort meldde, inderdaad de veroordeelde was. De oproepkaart was voldoende. Nooit werden de vingerafdrukken vergeleken, nooit werd naar een legitimatie gevraagd. Inmiddels heeft justitie de regels op de binnenkomst-afdeling wel aangescherpt.

De klassieke ontvluchting vindt plaats met behulp van lakens. Lekker ouderwets, maar die methode blijft succesvol. Van de 72 geslaagde uitbraken in 1991, namen vluchters in 27 gevallen via de lakens de benen. Maar je moet wel weten hoe je het doet. De lakens moeten altijd nat worden gemaakt, anders scheuren zij of raken de knopen los.

In december 1986 overkwam dat een Joegoslaaf die met twee collega's de klim uit een Bijlmertoren probeerde te maken. Het droge laken scheurde en hij viel te pletter. De twee andere ontsnapten, aan de dood ditmaal.

Een gedetineerde kan ook ander materiaal gebruiken. In Sittard vluchten ze via een stofzuigersnoer, in de Bijlmer aan een brandslang en daar werd in 1987 ook een dik touw over de muur gegooid. De mannen die daar gebruik van maakten, werden vervolgens met een speedboot over de Weespertrekvaart vervoerd.

Een klimmer moet wel kunnen rekenen. Een 34-jarige gevangene zag in juni 1986 dan wel kans met een uit de sponning getrokken deur een gepantserde ruit van de Bijlmerbajes in te slaan -hij was van plan vervolgens geknoopte lakens naar beneden te gaan, maar hij had een rekenfout gemaakt. De lakenslinger was tien meter tekort, waarop de man besloot maar naar beneden te springen. Hij brak zijn armen en benen, en moest zelf om hulp roepen. De bewaking was nog niet op de hoogte van zijn ongelukje.

Er gaat wel meer mis. Zo moest vorig jaar maart de brandweer van Rotterdam uitrukken omdat er een gedetineerde in het huis van bewaring aan de Noordsingel met zijn hoofd tussen de tralies vastzat. De gedetineerde had het ruitje van zijn cel kapotgeslagen, had zich klein gemaakt, maar echt lukken wilde dat niet. De man werd bevrijd, zijn twee verfomfaaide oren moesten in het verband. Een ontvluchte gedetineerde uit Veenhuizen beleefde ook benauwde uren. Hij had zich in het arbeidshuis in de schoorsteenpijp genesteld. Een goede plek, niemand had het door. Echter: hij kon daar niet meer uit weg komen. Gestichtswachten kwamen op zijn hulpgeroep af en moesten de man bevrijden.

De tralie is een obstakel dat bijna iedere ontvluchter op zijn weg naar buiten tegenkomt. Maar ook tegen tralies is een remedie. In de splinternieuwe strafgevangenis van Hoogeveen waren de spijlen in het begin nog al aan de lange kant. Esthetisch hoogst verantwoord, en de gedetineerden waren ook enthousiast. Maar om geheel andere redenen, zo bleek later. Wie over voldoende kracht beschikte, kon er een handdoek omheen doen, die met een staaf aandraaien, en na enig gewrik boog het ijzerwerk.

Andere gedetineerden houden niet van gewrik of gezaag en kiezen ramen zonder tralies. Zoals de Joegoslaaf, die overleed bij de laken-ontsnapping, de gepantserde ruit met een deur kapot kreeg, heeft een van de Heineken-ontvoerders in 1985 een boenmachine door een ruit van het Pieter Baan Centrum gesmeten. Hij is nooit meer opgespoord. Een ander deed hetzelfde met een biljart in de Bijlmer, en in de Van de Hoeven kliniek in Utrecht hebben de TBS-gestelden geen eigen elektrisch kookplaatje meer op de kamer, toen bleek dat een gloeiend plaatje een ruit kan laten springen.

Een enkeling kiest voor een open raam zonder tralies, maar die zijn meestal aan de kleine kant. Toch kan een vlucht uit een wc-raampje succesvol zijn. In gevangenis Schutterswei gingen maar liefst tien gevangenen er van door via het venstertje van het toilet. De maten: 22 bij 30 centimeter. De bewaarders vonden bloedsporen op het kozijn, de dikkerts moeten zich er inderdaad doorheen geperst hebben. Een inwoner van Apeldoorn die vastzat op het politiebureau in Zutphen kon wegkomen door een openstaand etensluikje van zijn cel. Het gat was 13 bij 30 centimeter. Eenmaal buiten hield hij een taxi aan, en vertelde de chauffeur enthousiast zijn verhaal. Had ie nooit moeten doen, want die belde - ook enthousiast - de politie die de man nog dezelfde dag insloot. Het etensluikje bleef voortaan dicht.

De ladder als ontsnappingsinstrument is ook handig. In 1990 wist een tot 14 jaar veroordeelde Colombiaan weg te komen uit het gloednieuwe huis van bewaring in Arnhem, de zogenaamde Blue Band-bajes (de kubus heeft blauwe strepen). Zijn helpers hadden een ladder tegen de muur gezet en het personeel bedreigd. De vogel kon vliegen. In juli 1992 had de ladder weer een hoofdrol. Vijf helpers kochten toen in Sittard vier lange aluminium ladders en wachten vervolgens tot het donker werd. Toen zetten ze de ladders tegen de buitenmuur, gingen daar overheen, en zetten vervolgens weer een ladder tegen de sportzaal, waar gedetineerden onder begeleiding van twee ongewapende bewakers bezig waren met fitness. Mag er een raampje open?, vroeg een van hen. Ja, hoor. En zo kon hij een door de man op de ladder aangereikt pistool in ontvangst nemen. Een Colombiaan en een Ier die tot lange straffen waren veroordeeld, gingen er vandoor. Alleen de helpers konden later worden aangehouden. Soms hoeven gedetineerden niet eens een ladder 'te regelen'. In Alkmaar gingen er in 1984 twee gedetineerden vandoor via de ladder die een schilder even onbeheerd had gelaten.

Een enkele keer is grover geschut nodig. Bij het Amsterdamse huis van bewaring koppelde een rode jeep een sleepkabel aan een hekwerk, de bestuurder gaf gas en trok de hele pui mee. Twee gevangenen konden er vandoor gaan. En in de zwaar bewaakte B-vleugel van de Scheveningse strafinrichting vond het personeel zeven jaar geleden drie condooms vol met explosieven en een vuurkoord. De lading was voldoende geweest om een flink gat in de muur te blazen. Opmerkelijk: de politie ging er destijds vanuit dat de explosieven door bezoekers inwendig zijn binnengebacht. Zij mogen zich gelukkig wanen dat de zaak niet voortijdig is afgegaan.

Een gedetineerde in de Alkmaarse gevangenis Schutterswei oogste in 1985 ronduit bewondering toen hij met mes en vork wist te ontsnappen. Hij maakte 's nachts met het bestek een gat in het plafond van het toilet op de ziekenzaal. Volgens directeur C. Boeij getuigden de gaten in de twee daklagen van vakmanschap.

Als gevangenen niet over de muur kunnen komen (een gedetineerden uit Veenhuizen maakte vorig jaar zelfs gebruik van een heftruck) dan gaan ze er gewoon onderdoor. De eerste ontsnapping in het nieuwe huis van bewaring De Schie in Rotterdam vond plaats via een tunnel. Het lukte drie gevangenen een ondergrondse gang te graven vanuit het gebouw naar de binnenplaats. Het lukte een gedetineerde vervolgens aan een touw de buitenmuur over te komen, een ander werd er nog voor de muur aangehouden, de derde zat wanhopig vast in de tunnel.

Ook in het gevangeniswezen geldt, het is misschien een cliche, maar: wie niet sterk is moet slim zijn. De trucs, de misleidingen zijn beroemd in de criminele wereld, berucht in het gevangeniswezen. Goed voorbeeld van een slimme ontsnapping is die van vorige week in Hoogeveen, toen een gedetineerde zich door zijn gelijkende broer liet aflossen. Hij is inmiddels weer opgepakt. Het gevangenispersoneel had kunnen leren van de fouten uit het verleden, want in oktober 1991 vond een dergelijke ontsnapping plaats in Rotterdam. Een bezoeker overhandigde een gedetineerde bij het bezoek een petje met kunsthaar en zijn opzichtige bril, zodat de gedetineerde als bezoeker de poort kon uitwandelen. De truc met de nepagenten die vorig jaar de leider van een xtc-bende met valse 'lichtingspapieren' uit de Bijlmerbajes wisten halen, hoort ook in dit rijtje thuis. De man die zich in de gevangenis van Breda expres verwondde, zich liet overbrengen naar het ziekenhuis en daar werd opgehaald door een gewapende motorrijder, ook. En wat te denken van de Amsterdammer die voor doodslag tot acht jaar was veroordeeld en met een valse verlofpas zo uit de Bijlmerbajes kon wandelen?

Het ontsnappen wordt voor 'gewone' gedetineerden steeds moeilijker, en dat komt doordat de rijke collega's tegenwoordig zo sucesvol zijn. Die kopen bewaarders om, regelen een helikopter, en laten personeelsleden gijzelen. En dat is andere koek. Daardoor worden de inrichtingen steeds beter beveiligd, is het personeel beter op ontvluchtingen bedacht, en zo raakt, om de beeldspraak aan te houden, dat fluitje van de ketel langzamerhand verstopt.

Slechts een manier van ontsnappen aan de gevangenisstraf blijft succesvol en geschiedt met de hulp van justitie zelf. In Amsterdam laat justitie de helft van het aantal opgepakte verdachten weer vrij door een gebrek aan celruimte. Je kunt het als gedetineerde niet beter wensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden