Het feuilleton

Onder de titel 'Haast vergeten' begint Hugo Brandt Corstius vandaag een verhaal dat de komende maanden dagelijks in de Verdieping te volgen zal zijn. Ter introductie schetst Rob Schouten de geschiedenis van het krantenfeuilleton. Over een achtergestelde literatuursoort, en de invloed van soap, stipendia en Napoleon.

Mijn vader vertelde mij ooit het volgende verhaal. Op een ochtend liep zijn zuster opgewonden naar school. Toen ze in de verte een vriendin zag rende ze erop af en riep buiten adem en geschokt: Jan is dood! De vriendin verbleekte want ze dacht dat het over mijn vader ging maar het bleek de hoofdpersoon van het dagelijkse krantenfeuilleton te zijn die het loodje had gelegd.

Dat zegt iets over de intensiteit waarmee mensen vroeger, zeg in de jaren twintig en dertig, feuilletons lazen. Ze hadden natuurlijk ook weinig anders, hoogstens wat radio in de kinderschoenen en van soaps was vanzelfsprekend nog helemaal geen sprake. Daarmee zijn ook direct zware concurrenten van het feuilleton genoemd, die het genre in de loop der tijden wat naar de achtergrond hebben gedrukt. Alhoewel, wie op het internet rondsurft ziet dat het feuilleton daar een soort tweede leven is begonnen.

Het klassieke krantenfeuilleton, waarvan Hugo Brandt Corstius' Haast vergeten, dat u komende drie maanden onder ogen krijgt, een voorbeeld is, heeft een aantal merkwaardige eigenschappen waardoor het zich onderscheidt van een gewoon boek.

In de eerste plaats kiest u het niet zelf: in dat opzicht hebben feuilletons wel iets weg van boekenweekgeschenken, de lezer krijgt ze voor niks maar hij heeft over de keuze dan ook niets te zeggen. In de tweede plaats weet de schrijver zelf nog niet precies hoe het gaat aflopen dus hoe zou u dat kunnen weten? Vooruitbladeren om te zien of het wel bevalt en hoe het eindigt is er niet bij. Het is een beetje als met een film in een bioscoop, wie alles wil weten moet tot het einde blijven zitten.

Bovendien lees je het noodgedwongen mondjesmaat, elke dag een stukje, het is in de meest letterlijke zin Work in progress. Omdat de meeste feuilletons na een tijdje als boek uitgegeven worden zijn we geneigd al deze Tantaluskwellinkjes te vergeten, maar feit is dat een feuilleton een specifiek soort leesgedrag oproept, dat overigens slecht onderzocht is. Zo lees ik er bijvoorbeeld in 'Het vreemde vermaak dat lezen heet' van S. Dresden -waarin de schrijver zich toch expliciet met het lezen bezighoudt- niks over. Ook Lodewick's Literaire kunst wil van geen feuilleton weten. Het feuilleton, het verhaal in afleveringen, heeft daarmee wel wat weg van een achtergestelde literatuursoort.

Ik moet trouwens eerlijk toegeven dat ik het lezen van feuilletons in mijn jeugd ook als een teken van armoede zag, voor mensen die geen boek konden of wilden aanschaffen. En dat terwijl de grootste schrijvers zich ermee hebben beziggehouden. Je kunt zelfs zeggen dat de opkomst van het feuilleton in de negentiende eeuw, meer dan wat ook, de bloei van de roman heeft bevorderd. Vandaar ook dat schrijvers als Balzac, Alexandre Dumas, Emile Zola en Guy de Maupassant hun hand er niet voor omdraaiden. En in Engeland had je Charles Dickens, die zijn romans in wekelijkse of maandelijkse krantenseries aan de man bracht alvorens ze als een geheel uit te geven. In boeken als 'The Pickwick Papers' maar ook het soms wat onsamenhangende 'Oliver Twist' kun je die feuilletonsporen duidelijk aantreffen.

Het feuilleton gaf de schrijver bovendien de gelegenheid om zo nu en dan bovenop het nieuws te zitten. In 'Martin Chuzzlewit' bijvoorbeeld wordt het verhaal nogal onverwacht doorkruist omdat de schrijver plots een tirade tegen Amerika inlast, het land waarmee Dickens op dat moment een appeltje had te schillen. Ook de vele stations en treinen in 'Dombey and Son', toen een nieuwigheid in Engeland, laten zien dat een schrijver van feuilletonromans extra attent in de actualiteit kon neuzen.

Het schrijven van een feuilleton was voor een auteur natuurlijk ook economisch profijtelijk. Hij verdiende zo immers geld met zijn werk in wording. De grootste feuilletonschrijvers uit de negentiende eeuw, Honoré de Balzac en Eugène Sue (schier vergeten, maar ooit vrat heel Frankrijk zijn anticlericale 'Le Juif errant' en vooral 'Les Mystères de Paris'), deden het niet in de laatste plaats uit geldnood. En zo schreef ook Friedrich Dürrenmatt zijn beroemde roman 'Der Richter und seine Henker' in 1950 als feuilleton voor een Zwitserse krant, uit geldgebrek. Je kunt zeggen dat naast de soap ook het literair stipendium de bloei van het feuilleton slecht gezind zijn.

Nederlandstalige schrijvers van naam hebben, net als hun buitenlandse confraters, feuilletons geschreven. Vaak bleken het voorstudies van latere romans. Louis Paul Boon bijvoorbeeld publiceerde in het Brugs weekblad Voor Allen het feuilleton 'Fabrieksstad Aelst', een tekst die later uitmondde in 'Pieter Daens'. En een paar jaar geleden dook uit de archieven van het weekblad De Vrijheid de novelle 'Dreverhaven en Katadreuffe' op, van F. Bordewijk, een serial uit 1928 die preludeert op de grote roman 'Karakter' uit 1938.

Dat je in een feuilleton soms meer een groeiproces aantreft dan een afgerond product blijkt duidelijk uit die vroege Bordewijk-novelle. Niet alleen ontbreken er nog allerlei personages uit de latere versie, maar het karakter van de hoofdpersoon Dreverhaven is ook nog minder genuanceerd. In de novelle is het louter een tegenwerkende wreedaard, in de roman iemand wiens tegenwerking van de zoon toch ook een vorm van medewerking wordt.

Dat de korte, onbesliste vorm van het feuilleton ook voordelen biedt blijkt uit het begin van de dagbladversie, die minder omslachtig dan de romanversie met de deur in huis valt: 'Den heer J.W. Katadreuffe. - A.B. Dreverhaven, Lange Baanstraat, is uw vader. Een u welgezinde.' ,,Een zonderling briefje, niet?'' vroeg de advocaat, en hij keek onderzoekend naar den gefailleerde, die het papier over en overlas. Het scenario van de Oscarwinnende film 'Karakter' van Mike van Diem is niet toevallig meer gebaseerd op de vroege novelle dan op de latere roman.

Feuilletons hebben vaak een wat dag- of logboekachtig karakter en dat is natuurlijk niet toevallig; zo'n vorm permitteert de schrijver immers telkens weer nieuwe belevenissen van zijn hoofdpersonen te noteren. Dat zie je terug in het feuilleton 'Schoolland' dat Theo Thijssen in de jaren 1923-24 in het blad School en Huis publiceerde, belevenissen van een onderwijzer op een Amsterdamse volksschool. Ook het recentere feuilleton 'De Herenclub' van Max Pam (over een elitair clubje Amsterdamse hoogvliegers waarin de lezer moeiteloos mensen als Harry Mulisch, Hans van Mierlo en Henk Hofland herkent), oorspronkelijk in de Volkskrant verschenen maar inmiddels allang gestold tot boek, heeft dat karakter: telkens weer iets nieuws in een allengs vertrouwd rakende omgeving.

Het begrip feuilleton, waarmee we in Nederland inmiddels uitsluitend de feuilletonroman bedoelen, heeft overigens wel een wat langere geschiedenis. Het is Frans voor 'blaadje' en werd oorspronkelijk gebruikt voor de advertentiebijlage van de krant. Gaandeweg begonnen daar steeds meer artikelen van diverse en vooral ook diverterende aard bij te komen, alles wat niet zozeer de actualiteit betrof, dus kunst- en theaterkritieken, cursiefjes, columns, gedichten. Het begrip 'feuilleton' voor deze stukjes viel voor het eerst in 1799. De inhoud van wat we nu de culturele bijlage zouden noemen, sloeg zo aan dat die stukken langzamerhand naar de hoofdkrant verhuisden, waar ze van het overige nieuws gescheiden bleven door een dikke streep, de zogeheten 'feuilletonstreep'.

Een ongewild, maar groot bevorderaar van de populariteit van dit feuilleton was Napoleon, die alle pro-Bourbonpraatjes in de Franse pers trachtte te smoren, waarna ze als het ware ondergronds of liever gezegd onder de streep gingen in de veel minder door de perscensuur gecontroleerde feuilletonbijdragen. In Duitsland verstaan ze onder 'feuilleton' dan ook nog altijd de culturele bijlage van een krant en onder 'Feuilletonismus' de daarmee samenhangende stijl.

Ook Isaüc da Costa nam nog het hele kunstkatern op de korrel, toen hij dichtte: Dagblaân, uitgeleerd in waarheids schijn of lastring, / Hun feuilleton gericht op zede- en zielsverbastring. Maar op den duur raakte in Nederland het begrip feuilleton gereserveerd voor slechts één bijzonder partje van die culturele bijlage: het verhaal in afleveringen. Zoals 'Haast vergeten' van Hugo Brandt Corstius.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden