'Het feest is heilig'

Jacquet en hoge hoed zijn allang geleden uit de kast gehaald -zijn 'pinguinpakje', zoals professor Piet van Sterkenburg de uitmonstering noemt waarin hij vandaag in Leiden kan worden uitgetekend. Voor de buitenwacht is die kleding het ornaat van een ondoorzichtig elitair genootschap, voor de Leidenaars het uniform van de mensen die hun stadsfeest organiseren.

,,In Leiden weten ze niet beter. Die kleding is historisch zo gegroeid'', zegt de voorzitter van de 107 jaar oude '3 October-Vereeniging' -in het dagelijks leven directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. ,,Bij het ontzet van de stad in 1574 had je regenten en geuzen. Als bestuur van de 3-oktoberfeesten spelen wij de rol van regenten en kleden ons daarnaar. De pinguinkleding zorgt ervoor dat je geen gelaatstrekken meer onderscheidt. Wij zijn even 'onherkenbaar', net als de feestvierders. Ik voel mij net als de mensen op schilderijen van Pieter Breughel, die prachtige types schilderde, maar ze geen gezichtsuitdrukkingen meegaf.''

Acht jaar is Van Sterkenburg nu voorzitter van misschien wel het grootste volksfeest in Nederland na het carnaval -in elk geval de feestelijkste herdenking van de Tachtigjarige Oorlog. Alkmaar en Groningen hebben jaarlijks ook een feestje, maar daar gaat het gewone leven tijdens de viering door. In Leiden niet. Daar gaat de massa op 2 en 3 oktober volledig uit z'n dak, staat 's morgens om 7 uur bij het reveille al het Wilhelmus en andere oude verzetsliederen te zingen om dat een uur later bij het Koraalzingen nog eens dunnetjes over te doen, vormt een geduldige rij voor de uitdeling van haring en witte brood, hapt een maaltje hutspot achterover en spoelt dat met veel bier weg, om zich de rest van het feest over te geven aan de taptoe, de optocht en de kermis (met een miljoen aan pacht de financiële steunpilaar van het feest). Een jaar lang wordt er gespaard om een vermogen uit te kunnen geven aan reuzenrad, botsautootjes en suikerspinnen -en aan het eind van het feest is dat bedrag ook schoon op.

Van Sterkenburg is geen Leidenaar. Hij woont er pas sinds 1976, werd wel braaf lid van de '3 October-Vereeniging' en haalde jaarlijks trouw zijn harinkje met witte brood op. Acht jaar geleden riep de secretaris van het universiteitbestuur de neerlandicus bij zich. Voor een begrotingsgesprek, maar dat was zo gepiept. De ware reden was de vraag of de hoogleraar hem wilde opvolgen als voorzitter van de '3 October-Vereeniging'. Niet zo vreemd. Er is in Leiden een grote verbondenheid tussen de stad, de universiteit en de vereniging. ,,Mijn kinderen wisten vrij snel dat ik het maar moest doen. Die zijn helemaal opgegroeid met dat feest. En ik vind dat je, als je profiteert van een samenleving, je daaraan ook dienstbaar moet zijn.''

Eigenlijk stelt de organisatie niks voor, zegt Van Sterkenburg. ,,Het programma staat al in hoofdlijnen vast sinds 1886. Van tevoren besluit je of er dat jaar weer een poppenkast komt of een bridgedrive. Je bepaalt het thema van de optocht en stelt vast welke artiest er wordt uitgenodigd. Dat is het. Voor elk onderdeel is een commissie en die doet het werk. Op het feest zelf, dat al op 2 oktober in de middag begint, fungeer je als boegbeeld van de vereniging. Je bent overal bij, van de haring met korenwijn tot het laatste vuurwerk, en van de Koraalzang tot de herdenkingsdienst in de Pieterskerk.''

Hij vindt het heerlijk om in een open koets door de stad te rijden en te zien hoe honderdduizend mensen plezier hebben. ,,Ik rij daar niet omdat ík zo belangrijk ben, maar omdat die mensen vermaakt willen worden. Dat is het rollenspel. Maar het is ook fantastisch om 's nachts met m'n vrouw op de kermis poffertjes te gaan eten, of door de stad te wandelen. Het is zo'n feest! Zo ontspannen! Iedereen identificeert me met de '3 October Vereeniging', maar ik ben nog nooit lastiggevallen. En ze hebben ook nog nooit mijn hoed afgepakt.''

Hij heeft zichzelf een manier van 'overleven' aangeleerd. Dertig uur beschikbaar zijn voor het feest betekent 'hooguit twee glazen wijn per dag' drinken, hij eet maar hele klein hapjes hutspot en de haring houdt hij meestal alleen voor de vorm omhoog. Hij wil helder blijven om gevat te kunnen reageren: speechje in de rust- en verpleeghuizen, waar het bestuur traditiegetrouw koffie met gebak nuttigt, praatje bij de hutspot, geintje bij de ontvangst op het stadhuis. Spitsvondigheden, zoals je mag verwachten van een neerlandicus.

Volgens Van Sterkenburg bestaan er op 3 oktober in Leiden geen rangen en standen. ,,Het is een feest voor iedereen en dat feest is heilig. Natuurlijk zijn er ook mensen die zich er tegen verzetten en de stad ontvluchten. Op die dag zie je opvallend veel Leidenaren in de Efteling. Maar het enthousiasme voor de 3-oktoberfeesten is de laatste jaren sterk toegenomen, net zo goed als er nationaal ook veel meer belangstelling is voor eigen identiteit. Dat heeft weer te maken met zaken als de globalisering, de eenwording van Europa: dan grijpt men terug op het volkseigene. Het Wilhelmus mag weer, mensen zingen het bewust mee, voetballertjes trainen er zelfs op. De nederpop maakt geweldig veel furore. Men is toch bang op te gaan in het grote geheel, vandaar de tendens naar het eigene.''

In Leiden wordt het ook zichtbaar in de ledentoestroom bij de historische vereniging, de belangstelling voor monumenten en gevelopschriften, maar ook in het onderzoek naar de 3-oktobergeschiedenis.

,,Die interesse groeit en niet alleen hier. Er is zelfs een Canadese hoogleraar, die al tien jaar op zoek is naar het originele recept van hutspot.'' Ook de Leidse universiteit doet mee aan geschiedkundig onderzoek. Historici duiken de diepte in voor de jaarlijkse 3-oktoberlezing (dit jaar Willem Otterspeer). Van Sterkenburg: ,,Het ontzet van Leiden bestaat uit vieren en herdenken. Als het niet om die twee pijlers zou gaan, maar alleen om de lol, dan zou ik niet meedoen. Ik wil geen prins carnaval zijn, die rol past mij niet. Maar zoals het nu gaat, is het voor mij een erebaan.''

De historie van Leidens Ontzet wordt de kinderen op de basisschool met de paplepel ingegoten. Bij ambtenaren, medewerkers van de universiteit en studenten schort het daar nog wel aan, vindt Van Sterkenburg. Zijn bestuur doet er alles aan om juist die Leidenaars bij de festiviteiten te betrekken en lid te worden van zijn vereniging. ,,Eigenlijk kan niemand zonder dat lidmaatschap; het is het genenpaspoort van elke Leidenaar.''

In datzelfde licht presenteert de vereniging dit jaar een Leids volkslied. ,,Een stad waarin zoveel mensen feestvieren, verdient een lied dat voor iedereen herkenbaar is. We doen er alles aan om het te promoten; te pas en te onpas moet het gezongen worden. 'Leidse kleuren draag ik fier / Geen andere stad lokt mij van hier / Rood en wit in mijn blazoen / Stad van mijn hart voor nu en toen.' Al zou men die vier regels maar kennen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden