HET FAÇADELOZE MUSEUM 2000

Zoals gebruikelijk was hij de dag na zijn aankomst in Rome bij M. langsgegaan. Nadat ze in de namiddag de catacombe van Priscilla bezocht hadden, een van de ondergrondse gangenstelsels die de christenen eertijds groeven om er hun doden bij te zetten, hadden ze vlakbij het Piazza di Spagna een restaurant opgezocht en van een copieuze maaltijd genoten. Hij had M., die reeds jaren terug haar woonplaats Den Haag had ingewisseld voor de Eeuwige Stad, en die hij daarom wel eens schertsend Vrouw van Rome noemde, honderduit gevraagd over haar belevenissen, want zo dikwijls zagen ze elkaar niet. En bij de cappuccino con averna, opnieuw een sigaret opgestoken en de geest reeds gescherpt door witte wijn, speelden ze het spel dat, eens spontaan ontstaan, tot een vertrouwd ritueel was uitgegroeid.

“En”, vroeg M., de mondhoeken licht gekruld, “is Nederland al af?”

Zij wist dat hij even de blik naar het plafond zou opslaan ter teken van overpeinzing, en dat hij zijn antwoord zou inluiden met: 'Niet zolang...' Vorig jaar zomer, toen zij in de warme buitenlucht op een terrasje aan de Via del governo vecchio hadden gegeten, was het geweest: “Niet zolang er nog geen intercity rijdt van Amsterdam naar Den Haag Centraal.” Waarna M. geheel op de hoogte was gesteld van de aanbouw van high-tech-stations in Nederland en zij zich tenslotte gezamenlijk hadden afgevraagd of de provinciehoofdsteden er, net als in Italië, ooit nog eens 's nachts per trein te bereiken zouden zijn. Nu overwoog hij: “Niet zolang elk jaar de bevrijding van de Duitsers gevierd wordt, terwijl met ons eigen oorlogsverleden in Indië geen schoon schip is gemaakt.” Maar aangezien hij voorzag dat dit gespreksonderwerp na de pasta, de saltimbocca alla romana en de tiramisu wellicht wat zwaar op de maag zou gaan liggen, besloot hij zich met M. lichtvoetiger op het terrein van de muzen te begeven. “Niet zolang er nog niet het tijdloze, ultieme museum is gebouwd, waarmee we de eenentwintigste eeuw in kunnen”, antwoordde hij.

Nu is Rome niet verstoken van Hollandse kranten, dus M. herinnerde hem onmiddellijk aan de twee nieuwste creaties - notabene van Italiaanse architecten - in Nederland. “Zijn dat geen juwelen, het Groninger museum van Mendini en het nieuwe Bonnefantenmuseum van Rossi?” Hij vertelde haar eerst van de bijnaam voor het koepelvormige aanbouwsel dat Rossi had neergezet, waardoor zij zich bijkans verslikte in de averna. “Maar tampon is het goede woord niet, het lijkt meer op een reusachtige kogel aan de Maas, en de term fascistenbouw is ook reeds gevallen”, voegde hij er geamuseerd aan toe. “Jullie Hollanders zijn af en toe wel vuilbekken”, zei M., haast vergetend dat ze zelf uit de Lage Landen afkomstig was, en na een haal aan haar sigaret schakelde ze moeiteloos over naar Groningen. “How about Mendini?” Directeur Haks heeft hem daar een glittertent laten neerzetten, antwoordde hij, nu goed op dreef komend. “Dat Nederland niet af is, bewijzen museumdirecteuren en stadsbestuurders maar al te graag. Uitbreiding Stedelijk en Van Gogh in Amsterdam, het nieuwe museum in Groningen, het nieuwe Bonnefantenmuseum in Maastricht, Cobra-museum in Amstelveen, Architectuurmuseum en KunstHal in Rotterdam. Nederland bouwt musea als vroeger kerken, en het eind is nog niet in zicht. Middelburg - of all places - had zich bijna in dat rijtje gevoegd, maar haakte uiteindelijk af vanwege overmatige zuinigheid. Het idee was opgekomen, zo stond vorige maand nog in de krantekolommen te lezen, om de overgang tussen een nieuwbouwwijk en de Middelburgse binnenstad op te vullen met een markant openbaar gebouw. Nou, je kunt je de dialoog wel voorstellen die daar in Middelburg op hoog niveau gevoerd werd:

'Een markant openbaar gebouw? Maar wat voor 'n gebouw dan?'

- Wat dacht u van een eh. . . museum!

'Een museum?'

- Ja, en Aldo en Hannie van Eyck willen wel voor het ontwerp tekenen, en Karel Appel maakt een keramiekwand.

'Maar we hebben toch helemaal geen kunstcollectie?'

- Dondert niet, da's van latere zorg, denkt u eens aan de uitstraling die een nieuw museum voor Middelburg zal hebben!

“Aha”, onderbrak M. zijn monoloog, “het museum als prestige-object!”

“Het museum als pronkstuk”, beaamde hij, “Nederland is er al lang rijp voor, de pretcultuur viert hoogtij. Theaters voor musicals, ook zoiets. En geen nieuwe tempel der kunsten zonder een architect van naam natuurlijk, er moet immers getuigd worden van goede smaak. Een etiket 'Mendini' of 'Rossi' maakt van elk gehucht een beetje metropool. Maar hoelang blijft een Grand Cru goed en hoelang een museum? Moeten we wel zo happy zijn met de schepping van Mendini in Groningen? Over honderd jaar blijkt de glittertent van directeur Haks even potsierlijk als het monument voor Victor Emanuel dat jullie hier aan het Piazza Venezia hebben staan, bijgenaamd 'de bruidstaart', en is het Groninger museum niet meer dan een statement geworden: U moet de groeten van Haks hebben!”

Deze kwinkslag ging aan M. voorbij, want in Italië wordt verse groente gegeten en de tv-spotjes zijn er anders, dus er was een andere reden waarom ze hem onder tafel met een van haar pumps zachtjes tegen zijn schenen schopte. “Je bent aan het mopperen jochie!”, zei ze met twinkelende ogen. “Een goede mopperaar heeft steeds een alternatief klaar”, riposteerde hij, en daar moesten ze allebei om lachen. Hij bestelde met een wenk naar de ober opnieuw tweemaal cappuccino met averna, con ghiaccio. Van haar had hij geleerd dat je bij de koffie altijd de averna gekoeld moet drinken, dus met een ijsblokje in het glas. De afwisseling warm-koud prikkelt de papillen.

“Kom op dan met je alternatieve museum”, hervatte M. het gesprek. “Of vertel me eerst eens waar het moet komen.” Hij gaf haar het rijtje op: Amsterdam is hoofdstad, Den Haag is hofstad, Rotterdam is havenstad. “En dus wordt Utrecht museumstad, zo klaar als wat. Het voordeel is dat daar het knooppunt van de NS ligt, we moeten toch allemaal de auto uit, de trein in? En naast dat grote station ligt winkelcentrum Hoog-Catharijne, dat vermaledijde doolhof. Als een mens ergens iets te zoeken heeft, moet je hem niet een doolhof in sturen. De architect die dat complex heeft ontworpen, verdient de prijs voor het slechtste ontwerp. Weer een nieuwe prijs erbij! Soit. Hoog-Catharijne kan vervangen worden. Zo komt een reusachtige lap grond vrij voor een heel groot museum.” Dit idee sprak M., ook geen liefhebster van Hoog-Catharijne, wel aan, maar, vroeg ze gevat: “En waar is de kunstcollectie?”

Hij liet zich niet van zijn apropos brengen. “Momento, per favore! Het gaat om de kunsthal, te groot voor Rotterdam of Middelburg. Laten we even in het groot denken! Nederland als provincie van Europa. Ik zal je zeggen: als alle regeringsleiders, koningen en koninginnen van Europa gezamenlijk op een belangrijke bijeenkomst - wereldwijd op tv te zien - hun landen werkelijk tot provincies van één Europa verklaren, dan is het met de oorlog in het hart van Europa snel afgelopen. De warlords van Servië, Kroatië en Bosnië zullen van schaamte in hun holen kruipen....”

'Calmo!' M. liet een schop achterwege. “Je dwaalt af.”

Was hij dronken? Nee, een zekere luciditeit had zich van het gesprek meester gemaakt. Eten, drinken, aangenaam gezelschap, dromen mochten uitgesproken worden.

“Bene, Nederland is een provincie en Utrecht is Museumstad. Alle museumdirecteuren, van welke musea dan ook, verenigen zich. Niet meer God - áls die bestaat - voor allen, en ieder voor zich, zoals op het Museumplein, waar alle ingangen van de musea en het Concertgebouw aan de verkeerde kant zitten en waar de een de aankoop van het Haasje van Rembrandt verzint, de ander een vernieuwd plafond en luxere toiletten, en weer een ander nieuwe kassa's, en er voor de uitbreidingen van het naast elkaar gelegen Stedelijk en Van Gogh niet eens gezamenlijk een architect uitgekozen kan worden. Vind je het gek dat het Museumplein in feite een krater is, al jaren lang. Voor het grote museum in Utrecht werken alle museumdirecteuren zonder aanzien des persoons mee aan bijvoorbeeld vier continu doorlopende en wisselende tentoonstellingen. Breitner en Mondriaan bijeen. Kosten gedeeld. Geen bijna leedvermakerige artikelen in de kranten over het financiële fiasco van de grote Mondriaan-expositie waarvan die vrijwel belangrijkste kunstenaar van deze eeuw zich bijkans in zijn graf omdraait, waar dat ook is. Geen gezeur over de financiële erfenissen van heer Fuchs. Alle musea rond Utrecht in de provincie Nederland fungeren voortaan als depot. Er wordt een speciaal transportbedrijf opgericht dat het hele jaar door de kunstwerken voor al die mooie tentoonstellingen naar Museumstad vervoert. Goed voor de werkgelegenheid. Werkloze kunsthistorici schrijven catalogi, veel andere werklozen zijn in deeltijd suppoost, want het Museum 2000 is ook maandag en 's avonds geopend. Uitkeringen worden zo salarissen, Nuis kan er goede sier mee maken, tot in het buitenland toe.”

“Ah, Nuis!”, merkte M. op. Niemand in Italië die ooit van hem gehoord had, behalve de Nederlanders aldaar. “Wil je nog een glas wijn?” M. wenkte de ober voor een nieuwe bestelling en wuifde tegelijkertijd de opdringerige man met rozen weg. Ze recapituleerde nog even: “Hoog-Catharijne wég, vier doorlopende en wisselende tentoonstellingen, alle museumdirecteuren werken samen, arbeid bij de vleet. Mmmm, maar hoe ziet dat museum er dan uit? Weer een nieuw pronkstuk?”

De geserveerde glazen witte wijn fonkelden bij het heffen en klinken, en na het proeven bracht hij zijn laatste troef op tafel. “Le Corbusier. Rond de jaren dertig bedacht hij een uniek museum, voor Parijs bedoeld, maar daar nimmer uitgevoerd. Het ontwerp, geniaal in zijn eenvoud, leidt nu helaas een vergeten bestaan. Moet je je voorstellen: de reiziger komt vanuit het Centraal Station Utrecht bij een hoge muur, die hem het zicht ontneemt op het ver daarachter gelegen museum. Dít had Le Corbusier goed begrepen: het gaat om de tentoongestelde kunst, niet zozeer om het gebouw zelf. Le Corbusier lichtte bij zijn ontwerp nadrukkelijk toe: “Het museum heeft geen façade; de bezoeker zal nimmer een façade zien; hij ziet slechts het interieur van het museum.”

“Bij de muur is een ingang waar je via een trap ondergronds gaat, net als bij de catacombe van Priscilla. Een lange, onderaardse gang leidt je bij wijze van initiatiereis onder het middelpunt van het museum. Daar kom je boven in de centrale hal waar je de catalogi voor de tentoonstellingen kunt kopen. Garderobes zijn er niet, want eigenlijk is het raar om in een museum je jas uit te trekken. In een museum moet je drentelen met je jas aan. Het dak op het museum is er niet voor jou maar ter bescherming van de kunst. Vanuit de centrale hal begint een gang, zo breed als je wilt, desnoods met de breedte van een museumzaal, die zich voortzet in een uitdijende vierkante spiraal. Je kent vast wel de vertwijfeling als je een museumzaal binnenkomt, of je eerst de schilderijen direct links, of direct rechts, of aan de linker zijwand, of aan de rechter zijwand, of tegenover je moet gaan bekijken, ronddrentelend in ongemakkelijke cirkels voordat je de volgende zaal betreedt? Nu hoef je slechts zig-zag rechtdoor. De vierkante spiraalgang, overigens met verstelbare wanden, is aan het einde naar believen uit te breiden, zodat het museum steeds groter kan worden. Wees niet bang dat je de spiraalgang in zijn geheel moet aflopen, want dit ultieme doolhof is doorsneden door een kruis, zodat je op elk moment kunt ontsnappen. Omdat het kruis het museumoppervlak in feite in vier compartimenten verdeelt, zijn ook vier exposities tegelijk mogelijk. Aan het eind van de spiraalgang is de uitgang, die je toegang verschaft tot de rond het museum gelegen beeldentuin. Vandaaruit werp je een blik op het museumgebouw, achteraf dus, na het genieten van de kunst daarbinnen. En ja, dat mag best een toetje zijn, met Mondriaankleuren of zo.”

“Natuurlijk is het museum verder voorzien van allerlei faciliteiten. Er zijn bijvoorbeeld bij of onder het museum boekwinkels en een crèche. Er zijn galeries met werk van jonge kunstenaars, die, als ze goed zijn, af en toe in het museum mogen exposeren, zodat je er niet steeds de werken van dezelfde kunstenaarskliek - Kounellis, Serra, Dibbets, Merz, enzovoorts - ziet. Langs de hoge muur bij de ingang is er permanent een antiquarische-boeken-markt en onder het museum is er de prachtige archeologische collectie te bewonderen. En niet te vergeten: restaurants! Er is een Franse bistro, een Indonesisch restaurant, een Italiaans restaurant waar je net zo lekker kunt eten als hier, en een variabel restaurant: wordt in het museum het werk van Kiefer geëxposeerd, dan kan je er Duits eten, bij een expositie van Malevich Russisch en bij een tentoonstelling van Dalí Catalaans. En vanuit de beeldentuin is er natuurlijk een verbinding met Muziekcentrum Vredenburg, want het oor wil ook wat. Maar het is na het museumbezoek evenzeer genieten met een goed glas wijn aan de Oude of Nieuwe Gracht. Kortom, Utrecht is geknipt voor het Museum 2000, dat langer dan een eeuw meekan, niet vanwege de schepping van een protserig gebouw, maar vanwege het geniale idee. Hierbij toast ik met je op Le Corbusier! Hij zou zich toch niet ergeren aan het feit dat zijn museum in Utrecht in plaats van Parijs verschijnt?”

M. gaf zich gewonnen. “Mag het ook in Rome?” Ze klonken op het werk van die ene architect; het spel was gespeeld, de avond was goed en het 'Conto per favore!' kon nog even op zich laten wachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden