Opinie

Het Europees Parlement moet in de schijnwerpers

Wapperende vlag van Europese Unie. Beeld ANP XTRA

Hoe kunnen we de democratische legitimiteit van de Europese Unie versterken? Deze belangrijke vraag zal donderdag in het Tweede Kamerdebat over de 'Staat van de Europese Unie' veel aandacht krijgen. Het is te hopen dat daarbij de rol en de mogelijkheden van het Europees Parlement de aandacht krijgen die ze verdienen.

De regeringsnota over de Europese agenda van het komende jaar, die aan de basis staat van het debat, doet vrezen dat de nadruk te zeer zal komen te liggen op de rol van het nationale parlement in de Europese besluitvorming. Ook in het publieke debat is dit vaak het geval. Dit past bij de tendens om de Europese samenwerking te benaderen als een soevereiniteitsvraagstuk, waarbij het in de eerste plaats gaat om 'meer of minder Europa'.

De vraag is echter of het verstandig is zo te blijven navelstaren naar onze Eerste en Tweede Kamer. Zij kunnen de verwachtingen die bij burgers ontstaan over hun invloed in Brussel niet waarmaken. Het zou beter zijn de aandacht te verleggen naar het Europees Parlement, want dat parlement heeft in Brussel werkelijk invloed.

Controleur van de regering
De breed bejubelde gelekaartprocedure die in 2009 in het leven geroepen werd om nationale parlementen gezamenlijk de mogelijkheid te geven een voorstel van de Europese Commissie tegen te houden wekte bij burgers wellicht een goede indruk, maar de praktische betekenis ervan is beperkt. Tot dusver werd de procedure slechts eenmaal succesvol benut. De rol van de Eerste en Tweede Kamer als controleur van de regering is van veel groter belang, zeker gezien de vergaande beslissingen die regeringen de afgelopen periode in het kader van de eurocrisis hebben genomen.

Dat hieraan aandacht wordt besteed is dan ook volkomen terecht. De invloed die de Kamer via de eigen regering kan uitoefenen op de uiteindelijke Europese besluitvorming moet echter niet worden overschat. Ook al slaagt de Kamer erin de minister te overtuigen, of deze vervolgens ook zijn collega's van de andere zesentwintig lidstaten in de Raad ertoe weet over te halen het door het Nederlandse parlement gewenste standpunt in te nemen is maar zeer de vraag.

Beslissende stem
De positie van het Europees Parlement is in Brussel veel sterker dan die van de nationale parlementen. Bij de vaststelling van Europese wetgeving en de Europese begroting heeft het evenveel zeggenschap als de Raad van Ministers, waarin de regeringen van de lidstaten zitting hebben. Concreet betekent dit dat de Raad geen besluiten of begrotingen kan aannemen zonder de goedkeuring van het Europees Parlement.

Terwijl de Kamer dus slechts één van de zevenentwintig leden van de Raad kan aansturen, heeft het Europees Parlement een beslissende stem. Ook ten aanzien van de Europese Commissie heeft het Europees Parlement belangrijke bevoegdheden. Het Europees Parlement kan de Commissie naar huis sturen indien deze het vertrouwen verlies en heeft in de loop der jaren ook steeds meer greep gekregen op de samenstelling van de Commissie. Nationale parlementen hebben deze bevoegdheden niet.

Dichter bij het vuur
Het belangrijkste van alles is echter dat Europarlementariërs in vergelijking tot onze nationale politici veel dichterbij het vuur van de Europese besluitvorming zitten. De Europese besluitvorming is door de veelheid van nationaliteiten, culturen en politieke stromingen vele malen complexer dan die op nationaal niveau, en goede contacten en korte lijntjes ter plaatse zijn van cruciaal belang om invloed te kunnen uitoefenen. Eerste en Tweede Kamerleden kunnen niet dagelijks in Brussel zijn, en zijn derhalve bij voorbaat al gehandicapt in het vertegenwoordigen van de belangen van de Nederlandse burgers in Brussel.

Gezien de geografische nabijheid van de vertegenwoordigers in Den Haag ligt het misschien voor de hand de oplossing voor het Europese legitimiteitsprobleem te zoeken bij de Kamer, maar uiteindelijk kan dat alleen maar tot teleurstelling bij burgers leiden. Veel verstandiger is het de rol van het Europees Parlement te belichten en te pogen de afstand van dat Parlement tot de burgers te verkleinen. Voor politici ligt hier een taak, maar zeker ook voor de media, die aan het Europees Parlement veel te weinig aandacht besteden.

Hilde Reiding is onderzoeker bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen. Samen met Leon van Damme schreef ze het boek 'Brusselse verhalen. Europarlementariërs over de dagelijkse praktijk van het Europees Parlement vanaf 1979' (Uitgeverij Boom, 2013).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden