Het estafettestokje van het kwaad

Om te beginnen verliest hij Sonja. Het verbijstert hem: dat zij hem als een verrader ziet, 'we kunnen toch weer een kind maken?'

Zo nu en dan zijn er broers die films maken. De gebroeders Taviani, de gebroeders Coen. De filmgeschiedenis is er zelfs mee begonnen: met de gebroeders Lumière. In andere kunstvormen bestaat het nauwelijks - de gebroeders Van Gogh hebben zich nooit als gezamenlijke makers gepresenteerd, en de gebroeders Picasso klinkt ondenkbaar.

Van de gebroeders Taviani wordt gezegd dat als je met de één praat de ander er bij kan komen staan terwijl de één even weg moet, en dat het gesprek dan zonder onderbreking wordt voortgezet.

Van iets soortgelijks verdenk je ook de gebroeders die de vijfde film hebben gemaakt in de Rite de Cinema-reeks, 'L'enfant' (2005): dat ze twee breinen zijn met één bewustzijn, één geestesoog. En één verhaal, zo lijkt het: hoe wordt een man vader, een vrouw moeder, een kind zoon of dochter?

Die mythe van het ene brein wordt versterkt door de wetenschap dat ze hun verhalen dicht bij huis zoeken - zoals ze zelf hun leven lang ook dicht bij huis zijn gebleven: in Seraing, een verpauperde voorstad van Luik. Alsof ze boeren zijn die na de emigratie van alle anderen als laatsten op de boerderij zijn achtergebleven.

Het idee dat zulke ronduit grote, borende kunstwerken als 'Le Fils' (2002), 'Le Silence de Lorna' (2008), 'Le Gamin au Vélo' (2011) gemaakt zijn door twee breinen is begoochelend. Het gaat om echte auteursfilms, om scenario's door de makers zelf geschreven. Je krijgt niet de indruk dat de één het denkwerk doet en de ander het filmen - al zegt de oudste, Jean-Pierre (1951) in interviews dat de jongste, Luc (1954), na veel praten en sparren het scenario opschrijft. De eerste heeft filmacademie, de ander een filosofiestudie. Het filmen, en vooral: het ongebruikelijk langdurig repeteren en weer doorwerken aan het verhaal, doen ze gezamenlijk.

Wat ze gemeen lijken te hebben is in de eerste plaats geduld: hun voorbereidingstijd vóór het feitelijke filmen is legendarisch lang, maanden achtereen wordt er op locatie gerepeteerd en 'droog' gefilmd, op video, door beiden afzonderlijk. "Alle acteurs blijven altijd beschikbaar, we nemen alle tijd, want de tijd is intelligenter dan wij", heeft één van beiden, geen idee wie, in een interview gezegd.

Gewerkt wordt dan ook met onbekende acteurs, en met nietberoepsmensen. De eigenlijke filmploeg komt er zo laat mogelijk bij - als alles al in geestesfilm is omgezet. Dat verklaart de ogenschijnlijk zo eenvoudige en toch langdurige, beweeglijke opnames, en de gecompliceerde mise en scènes die niettemin volkomen natuurlijk lijken. De indruk is vaak die van een documentaire, alsof de mensen niet zozeer geënsceneerd zijn, als wel gevolgd worden. Dat kan heel goed, want heel vaak zijn de personages eropuit, buiten, veelal langs de Maas. Vóór hun eerste speelfilm, 'La Promesse' (1996) hebben ze tientallen documentaires gemaakt.

De tijd is intelligenter dan wij. Uit die uitspraak spreekt een fascinatie voor wat mensen onmerkbaar verandert - voor mentale processen, ervaringen die onderhuids doorwerken en een transformatie teweegbrengen. De Dardennes zijn, als zo veel speelfilmmakers, begoocheld door de aartsparadox van de omgang tussen mensen: dat we alleen onszelf van binnen meemaken, en de ander alleen van buiten kennen. Met de filmkunst is dit toegespitst tot het even evidente als raadselachtige feit dat de camera gericht is op mensen, op hun buitenkant, terwijl we tegelijkertijd van binnenuit 'weten' en 'voelen' wat ze denken.

De Dardennes willen dat we van hun personages de morele denkbewegingen meemaken. Niets meer of minder. Van binnenuit.

Zij staan te boek als bij uitstek 'geëngageerde kunstenaars' - zozeer dat er in België zelfs een 'Rosetta'-wet is aangenomen, genoemd naar hun tweede speelfilm: die wet regelt dat alle opgeleide jonge mensen, of ze hun diploma hebben gehaald of niet, recht hebben op een beroepsstage. Toch dekt de term 'geëngageerd' de lading niet ten volle. Ja zeker: we krijgen in, zeg, 'Le Silence de Lorna' van de Albanese immigrante-met-verblijfsvergunning de sociale omstandigheden te zien die haar betrokken laten zijn bij een poging tot moord op een junkie, en jawel, na het zien van die film zul je je het lot van illegalen wie weet sterker aantrekken.

De Dardennes maken van sociale abstracties als 'werkeloos' of 'kansloos' of 'illegaal' doorbloede, menselijke scènes. Maar ze doen nog iets oneindig veel moeilijkers: ze laten niet alleen zien hoe de wanhopige sociale omstandigheden iemand tot bijvoorbeeld roofmoord aanzetten, maar ook, en vooral: hoe een dergelijke daad doorwerkt in het bewustzijn van de dader, en datgene blijkt te zijn wat we met een ouderwets woord 'het kwaad' noemen, of zelfs, nog antieker: zonde. (Dat laatste woord nemen de personages nooit in de mond - ze lijken volledig losgezongen van alle christelijke achtergrond.)

Neem de overval met de honkbalknuppel, in 'Le Gamin au Vélo' (2011), de laatste Dardenne, die juist zijn rondgang door de filmhuizen heeft gemaakt. De Jongen op de Fiets.

De hoofdpersoon is een twaalfjarig jongetje dat door zijn (aan de grond gelopen) vader in een tehuis wordt geplaatst. De film begint met de koppige zoektocht van de jongen naar de vader. Koppig: dat zijn Dardennemensen dikwijls, zoals ook de camera, in zijn poging om het almaar rennende, wegspringende, door ramen klimmende kind te volgen - het lijkt alsof de gebroeders tegen de camera hebben gezegd: zie maar dat je hem bijhoudt!

De jongen vindt, samen met de kapster waar hij in het weekend, 'in een echt huis', mag logeren, de vader - die hem, in een ongeëvenaarde scène, afwijst. Weigert.

Zelfs opbellen mag het kind hem niet.

De film is dan nog maar een half uur oud.

Overigens: je ziet dat het hart van de vader bloedt en dat hij het toch doet. Ook dat is des Dardennes.

Over zulk afgewezen worden, maar dan als dochter, door een moeder, heeft Ida Gerhardt gedichten geschreven, zoals Kinderherinnering, dat eindigt met:

Wit liep gij op de dijk; ik hangend aan uw rok.

Moeder en kind: vijanden en bondgenoten beiden.

Ik geloof dat er met Cyril, de jongen van Dardenne, hetzelfde gebeurt als met het meisje Gerhardt: ondanks het grondeloos verraad laat hij zijn vader niet los. Ik hangend aan uw rok. Het is deerniswekkend, hartverscheurend - en tegelijkertijd begrijp je heel goed, 'sociaal gesproken', dat hij vervolgens op een onuitstaanbare manier in opstand komt tegen de enige die om hem geeft: de kapster, Samantha. En zeker ook dat hij in handen valt van een drugsdealer/bendeleider die hem betrekt bij de roofoverval met de knuppel.

De estafetteloop van de misdaad - zo zou je het proces kunnen noemen dat de gebroeders Dardenne proberen te vangen in hun films. Het is een proces van 'doorgeven' dat wordt aangestuurd door verdriet, rouw, verraad, verlies. Wat Cyril wordt aangedaan zal Cyril weer aandoen.

Het lukt de gebroeders om je náár het kind te laten kijken, met hun sociaal-geëngageerde blik, maar óók om je van binnenuit, door het kind heen, mee te laten maken hoe het is om door een oudere jongen, bijna zo oud als je vader, begrepen te worden, en opgenomen in de gang. Voor hem heeft Cyril alles over wat hij voor zijn vader over heeft gehad.

Het gebeurt allemaal in scènes die je óók hadden kunnen doen begrijpen hoe een pedoseksuele verhouding zich kan ontvouwen - alsof het om eenzelfde machtsuitoefening gaat, van de ene eenzame, verharde ziel over de andere, eenzame, onzekere. Aandoen wat je aan is gedaan. Tegelijkertijd maak je 'van binnenuit' mee dat Cyril hiermee ook de enige die echt om hem geeft, verspeelt - willens, zo lijkt het. Alsof hij het verraad hem aangedaan nog eens eigenhandig wil laten plaatsgrijpen. Ook al is hij in veel opzichten nog een kind: hij doet welbewust kwaad.

Je moet van zeer goeden huize zijn om, vrijwel zonder dialoog, en zonder personages die een reflectief innerlijk leven leiden, deze ondergrondse gangen van de liefdeshaat en de haatliefde naar boven te brengen.

Weer dringt zich een van de kindergedichten van Gerhardt op:

Ik hoorde een vrouw; ze zeide tot haar kind,

zomaar op straat: ''t Was heel wat beter als

jij nooit geboren was.' Het zei niets terug,

het was nog klein, maar het begon ineens

sleepvoetig te lopen; als een die

in ballingschap een juk met manden torst

en radeloos merkt dat zij zwanger is.

In Babylon misschien of Niniveh.

Ja, het was zwanger, zwanger van dat woord.

dat was, in duisternis ontkiemd, op weg:

tot in het derde en vierde nageslacht.

Je leest dit gedichtje, kijkt op, en vraagt je, met de films van de Dardennes in je achterhoofd af: waarom zegt de moeder dit ineens? Welk estafettestokje geeft zij door?

Maar de Dardennes gaan met hun verhalen een stap verder. Op één of andere manier heeft het woord 'slachtoffer' bij hen een andere klank. En ook 'dader' is een dubbelzijdiger begrip dan we misschien dachten. Want Cyril lijkt de misdaad-uit-verdriet-en-haat te moeten plegen om, als hij opgepakt en gestraft dreigt te zullen worden, zó bang en ontredderd te zijn, dat hij eindelijk kan begrijpen wat de kapster voor hem betekent. En wel: dat er van hem gehouden wordt. Hij begint te beseffen wat het wil zeggen dat zij hem niet heeft laten vallen, ondanks dat hij haar met zijn criminaliteit en zijn gelieg daarover tergde tot op het merg.

Ik denk dat de scène van 'Le Gamin au Vélo' waarin Cyril zich, nadat hij het geld van de desastreus afgelopen overval met de honkbalknuppel naar zijn vader heeft proberen te brengen (die het weigert), bij zijn weekendmoeder de kapster vervoegt één van de mooiste liefdesscènes van minstens vorig jaar is geweest. Het is raar, want Cyril is nog lang niet toe aan een echte verhouding met deze Samantha. Toch is hij, nu hij haar liefde, haar niet te schokken vertrouwen ondanks alles in hem, erkent, een man geworden. Even zelfs: haar man. Hij is haar vertrouwen waard, en dat maakt van haar zijn vrouw. Het is allemaal vervat in een kort shot waarbij we de twee van achteren richting politie, aangifte, bekentenis en straf zien lopen, en ze elkaars ruggen aanraken, als geliefden.

Wonderlijke rite de passage, ook van Samantha: die wordt, door het ritueel van Cyrils uitlevering een moeder.

En dat is ook de passage die in de Rite de Cinema-film: 'L'enfant' de hoofdpersoon Bruno zal doormaken. Hij leeft op straat, zij het op een energieker wijze dan ik de daklozen bij mijn Albert Heijn heb zien doen. Als de film begint is zijn vriendin Sonja juist bevallen van een kind - het zijne, dat zal hij niet ontkennen. Hij is dol op Sonja. Zij lijkt ongeveer zeventien, hij net twintig. Hij heeft gedurende de bevalling haar kamer aan vage kennissen verhuurd, voor een week. Als Sonja, met de pasgeborene thuiskomt, kan ze er niet in.

Dat is de openingsscène. Sonja gaat Bruno zoeken en vindt hem, terwijl hij aan het hosselen is, op straat. Hij kijkt nauwelijks naar het kind. De twee geven het, terwijl het verkeer langsraast en er aan de overkant iemand wordt beroofd, een naam: Jimmy.

Vier of vijf adembenemend gefilmde, nerveuze scènes later (de personages van de geduldige Dardennes kunnen één ding niet: de tijd nemen) staat Bruno het kind af voor adoptie, aan een maffiose organisatie. Buiten medeweten van Sonja. Hij krijgt voor deze deal veel geld.

Dit is het bijna bijbelse uitgangspunt van 'L'enfant'. Een kind dat aan de vijand meegegeven wordt; een kinderwagen langs de Maas met Mozes erin. De film concentreert zich op Bruno ¿ op de jonge man die vader moet worden, maar hoe in godsnaam? Hij is slim, handig, razend snel, je krijgt de indruk dat hij onder andere omstandigheden een good worker zou kunnen zijn, zoals dat in het westen van Ierland heet; daar worden mannen in twee categoriën ondergebracht: goede werkers, en de rest.

En weer gaat het de gebroeders Dardenne niet alleen om het schetsen van de omstandigheden. Natuurlijk - we zullen zien dat Bruno opgevoed is door alleen een moeder, en dat 'opvoeden' een woord van een andere planeet is: hij is de straat op geschopt. We zullen bemerken dat het bijna onmogelijk is om een huis te vinden in Luik. Maar boven alles zullen we meemaken hoe de misdaad - het verkopen van het kind - een ondergronds proces van systematisch verlies in werking zet. Om te beginnen verliest hij Sonja. Het verbijstert hem: dat zij hem als een verrader ziet, 'we kunnen toch weer een kind maken?' Vervolgens probeert hij het kind terug te kopen - en komt meedogenloos in het krijt bij de maffiabende te staan.

En ten slotte haalt hij een jongen, een kind nog, over om een riskante overval te doen. Het lijkt hier alsof de film zijn verhaal vergeet - de baby, de moeder raken uit het oog verloren. De overval mislukt, tijdens de ontsnappingspoging verdrinkt de jongen bijna in de geduldige Maas, wordt door Bruno het water uit gesleept, maar door een toeval dat gezien kan worden als verraad (alsof Bruno het kind in de steek laat als het vuur hem te heet onder de voeten wordt), wordt alleen de jongen gearresteerd.

Net als in 'Le Gamin au Vélo' is het de mislukte misdaad die de hoofdpersoon, eenmaal volledig aan de grond, zijn ommekeer bezorgt. Hij klopt als een smekeling aan bij Sonja - die niet opendoet. En daarna doet hij het enige wat hem te doen staat (aan zelfmoord denken de Dardennepersonages niet licht): hij geeft zich aan, neemt de schuld op zich, houdt daarmee de jongen uit handen van justitie, en laat zich vonnissen.

Is hij nu vader? Hebben we de beloofde doorgang meegemaakt? Er komt nog een scène. Ik stel voor: één van de mooiste liefdesscènes van afgelopen decennium, van vóór 'Le Gamin au Vélo'. Als je het navertelt gelooft niemand je: hij bestaat uit twee mensen aan een formica tafeltje in een gevangenis, en allebei huilen ze. Waar Jimmy is? Niet daar. Toch weten we: hij heeft een vader.

Hardhandig, deze doorgang - en een miraculeus kunstwerk, deze inleving in iemand die zich om te beginnen niet kan inleven, zich zelfs de pijn van de moeder om het verlies van haar pasgeborene niet van tevoren kan voorstellen - en die, na honderd minuten, de tranen met tuiten huilt van iemand die beseft dat wat hij niet opbracht, niet kende, dan dus liefde is, en dat die anders is dan al het andere: zij doet je aan wat je niet hebt aangedaan.

En brengt aan het daglicht je schuld - vader is de man die in het krijt staat, hij kan nu 'man van' zijn.

Willem Jan Otten is schrijver.

In de serie Rite du Cinema schrijft Willem Jan Otten maandelijks een essay over films die een leven veranderen. Vandaag: L'enfant (2005). "De Dardennes concentreren zich op de jonge kruimeldief die vader moet worden, maar hoe in godsnaam?" De film is maandag in De Balie in Amsterdam te zien.

Te zien in De Balie op:

23/1 L'enfant (2005, Jean-Pierre en Luc Dardenne); 27/2 The Truman Show (1998, Peter Weir);

26/3 Il vangelo secondo Matteo (1964, Pier Paolo Pasolini); 23/4 Stand van de maan (2001, Leonard Retel Helmrich); 28/5 Bad Lieutenant (1992, Abel Ferrara); 25/6 Stalker (1979, Andrej Tarkovski).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden