Het essay is de tijdloze bodem in de krant

Essayist Willem Jan Otten (1951) krijgt komende donderdag de PC Hooftprijs 2014 voor zijn beschouwend proza. Hij moest, toen het nieuws bekend werd, een roman opzijleggen om zijn werk te herlezen. 'Ook om te begrijpen waarom ik de prijs krijg.'

JOOST VAN VELZEN

Wat een uitzicht biedt het appartement van schrijver Willem Jan Otten. Amsterdam Osdorp, twaalf hoog. Links in de verte zien we de Westertoren, iets naar rechts het Paleis op de Dam, helemaal rechts verrijst de Zuid-as en beneden ligt de Sloterplas. Een geestverruimend panorama is het, en dat moet toch mooi meegenomen zijn voor een essayist, een denker immers.

Wie bij de winnaar van de PC Hooftprijs 2014 uit het raam tuurt vraagt zich onwillekeurig af of het niet voor alle schrijvers goed zou zijn om eens op hoogtestage te gaan.

Otten (1951) zoekt het in zijn werk trouwens vaak nóg veel hogerop: bij God. De schrijver werd in 1999 katholiek. Religie en films zijn leidend in zijn proza. En pas tijdens het schrijven lijkt hij beschouwend te worden. De jury van de PC Hooft is voor die charme gevallen. 'Als lezer merk je hoe hij al schrijvend op zoek is naar een ook voor hem nog onbekende uitkomst van zijn denken', stellen de toekenners van de prestigieuze prijs.

Gaat u nog een feestje bouwen na de uitreiking?

"Ik heb zelf geen feestje bedacht. De uitreiking, dat is het feestje. Wel wordt het een lange nazit, denk ik. Er komen veel vrienden en bekenden. Eigenlijk vier ik het al maanden. Sinds het half december bekend werd gemaakt vier ik het, voornamelijk door erover te praten. Ik kreeg reacties uit het hele leven; ouwe schoolvriendjes, mensen waarmee ik gewerkt heb. Dat vond ik het fijnste. En van het geld ga ik lekker op vakantie naar Inishbofin, een Iers eiland. Want het haalt je enorm van de leg, zo'n prijs."

Hoezo was u van de leg?

"Ik was volop met een roman bezig toen het goede nieuws mij bereikte. Meteen daarop stelde mijn uitgever voor een bundel samen te stellen met mijn voornaamste essays. Ik moest dus die roman opzijleggen en direct mijn eigen werk gaan herlezen. En dat doe ik nooit, dat was een heel nieuwe ervaring. Ik herlas het ook om te kunnen begrijpen waarom ik die prijs krijg."

En wat dacht u toen u uw werk herlas?

(Met een glimlach): "Het viel me niet tegen. Maar ik ben niet zo van het zelffeliciteren. Ik heb ook veel niet geschreven. En de prijs zet je enorm in de verleden tijd, want je krijgt hem voor je hele oeuvre. Dus ook voor de kansen die je hebt laten liggen, de problemen die je hebt ontweken. Het is ook een soort begrafenis waar je zelf bij bent."

Maar die roman moet dus even wachten.

"Ik kan geen twee dingen tegelijk, het bijt elkaar."

Het is dus het een of het ander. Heeft u dat altijd al gehad?

"Vroeger kon ik een roman of een toneelstuk wel even onderbreken. Met het ouder worden is dat moeilijker geworden. Ik moet me nu veel meer concentreren om tot iets goeds te komen. Ik zou nu wel een klooster in kunnen om mijn roman te voltooien. Ik pak het zo snel mogelijk weer op."

Wanneer is een stuk voor u een essay? Joost Zwagerman lijkt met zijn bundel Americana meer een aanbeveler van de moderne Angelsaksische kunst dan een essayist.

"Ik vind Joost Zwagerman, met dat enthousiasmerende van hem, beslist essayistisch, hoor. Het genre behelst zoveel: bewondering, verwondering, gigantische kwaadheid, angst bijna. En altijd: zelfreflectie, zelfkritiek. Tegen jezelf in denken.

"Er is geen sluitende definitie voor essay, net als die er niet is voor romans. Als ik het heb over mijn eigen werk heb kun je zelfs stellen dat mijn romans en zeker mijn poëzie ook iets essayistisch hebben.

"Maar aan de grondslag van de essayistiek ligt altijd een ervaring. In mijn geval vaak een religieuze ervaring. Essayistiek zit ook dicht tegen lesgeven aan. Ik geef zelf les en als ik dan bezig ben denk ik soms: goh, dit is best een lekker essay."

Leent ieder onderwerp zich voor het genre?

"Ik denk dat een onderwerp voor mij geschikt is als ik het gevoel heb dat ik mensen van iets moet overtuigen. Het liefst van iets waar de lezer zelfs enigszins afkerig tegenover staat. Let wel: ik schrijf mijn essays dus om te overtuigen, niet om gelijk te hebben. "

U voert vaak films op in uw essay-oeuvre. Waarom?

"Een film is een gemeenschappelijke ervaring. Films lenen zich bij uitstek om er je eigen ervaringen tegen af te zetten. Bovendien gaat het grootste creatieve talent in onze tijd naar de filmkunst. Filosofisch vernuft, theologische durf.

"Mijn essay laatst bij jullie in de krant, ging over '12 Years a Slave'. De betekenis van dat verhaal had te maken met het Japanse kampverleden van mijn moeder. En met lijden. Zoals in, zeg, de Matthäuspassion.

"Referenties naar een groots, goddelijk drama zijn bijna noodzakelijk voor een essay. Daarvoor zijn films heel geschikt, want die doen dat ook. Kijk maar naar 'Noah': een blockbuster. Geen meesterwerk, maar ook: een theologie. Het gaat in die film volgens mij uiteindelijk om Noachs bedroefdheid om zijn uitverkorenheid, waardoor hij ook mensen moest weigeren. Die tragedie wordt tastbaar. Mijn handen jeuken."

U denkt al schrijvende. Bij u is een essay schrijven een soort in jezelf praten.

"Ja, het is heel erg met mezelf praten. En ik doe het de hele dag door, het schijnt niet mee te vallen om met mij getrouwd te zijn.

"Ik word, geloof ik, wel als onbevangen beschouwd en als een schrijver die het open houdt. Als ik een essay begin, weet ik dat er een ervaring van betekenis is geweest, waar ik dan over ga nadenken. Dat is een denkproces.

"Ik geloof dat ik die schakelingen tussen gedachtes aardig kan vangen. Ik kan mij de denkstappen, dat proces, ook goed herinneren. Ik heb een geheugen voor denksprongen. Maar ik weet absoluut niet hoe ik eruit kom. Ik moet het schrijven om eruit te komen.

"Mensen zijn lulletjes rozewater, dat weten we allemaal, maar ze hebben ook iets groots. We zijn nietig, maar omdat we kunnen denken zijn we niet zo nietig, zijn we eigenlijk krankzinnig groot."

Waar u wel uit bent dat is uw geloof: u bent sinds 1999 katholiek. Waarom bekeerde u zich zo laat?

"Toen ik mijn werk herlas, ontdekte ik dat het zo laat eigenlijk niet was. Het is nooit te laat en ik was pas 47.

"Die stap lag bovendien in het verlengde van waar ik al naar op weg was. Ik deed het christendom weliswaar ook al eens af als kannibalisme, maar al eind jaren tachtig zaten er een groot aantal vragen in mijn gedichten, romans en essays die wezen in de richting waar ik nu ben uitgekomen. Zo schreef ik eens over een film van, ik meen, Fellini: 'Je zou er een eenspersoons katholiek van worden'.

"Ik heb in het christendom een continent ontdekt, midden in het continent waarin ik leef."

Uw critici stellen: een gekerstende schrijver is gehandicapt omdat zijn overtuiging te weinig ruimte laat voor zijn twijfel.

"Ik begrijp dat heel goed. Mijn vooroordelen tegen gelovigen die hun verstand hadden ingeruild voor gehoorzaamheid waren minstens zo massief. Wat mij onder de gordel raakte, was dat er essayisten waren die mijn kerstening als modieus wegzetten.

"Het is overigens niet zo dat ik sinds mijn kerstening een beter mens ben geworden of andere moraal heb gekregen. Die kritiek probeer ik in mijn essays te weerleggen."

Is er nog wel ruimte voor het edele genre van het essay? De moderne mens is gejaagd. We willen Nu.nl in plaats van Letter&Geest.

"We lijken ons inderdaad te voegen naar die 140 lettertekens van twitter. Letter&Geest, De Groene, De Gids; dat zijn de schaarse plekken waar het essay nog de ruimte krijgt.

"Wat dat betreft is de PC Hooftprijs gegaan naar een Jurassic Park van de literatuur, een uitstervend soort, althans, op dit moment in dit land. In het buitenland is er meer ruimte voor het genre. Ook in boeken. De romans van Julian Barnes, Paul Auster en Coetzee zijn in wezen essayistisch.

"Ik vind het ook zo jammer dat het columnisme zo begeerlijk is. Je ziet bij haast iedere columnist na een tijdje dat de gedachten geconstrueerd worden voor de column in plaats van andersom.

"Ephimenco kan mij vaak prikkelen. Maar waarom zou hij dat niet eens in een essay doen? Ik zou daar wel benieuwd naar zijn. Essays in dagbladen zijn waardevol. Ze vormen temidden van het vluchtige nieuws een bodem van tijdloosheid in de krant."

undefined

Wie is Willem Jan Otten?

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951) schrijft toneelstukken, poëzie en proza. Hij publiceert geregeld essays in het katern Letter&Geest van deze krant. Komend jaar wordt Ottens toneelstuk 'Een Sneeuw' uit 1984 weer opgevoerd, met Anne Wil Blankers en Carine Crutzen. Het is niet de eerste keer dat Otten wordt gelauwerd. In 1981 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor 'Ik zoek het hier'. In 1992 kreeg hij de Jan Campertprijs voor de dichtbundel 'Paviljoenen'. Twee jaar later ging de Busken Huetprijs naar Otten met 'De letterpiloot'. De gemeente Den Haag beloonde hem in 1999 met de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. En de Libris Literatuurprijs 2005 was voor Ottens roman 'Specht en Zoon', waar hij een jaar later ook de Inktaap voor ontving.

Otten neemt de PC Hooftprijs donderdag 22 mei in ontvangst. Zijn dankrede staat de zaterdag daarop in Letter&Geest.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden