'Het ergste is dat die tweede jump niet lukt'

BORDEAUX - Het lijkt er op alsof JeanPaul van Poppel het sprinten heeft verleerd. De snelste Nederlander op de fiets startte het seizoen goed door prompt de allereerste wedstrijd (Ronde van de Middellandse Pyreneeen) tot zijn eigendom te bestempelen. Daarna won hij een ritje in de Ronde van de Middellandse Zee, sloeg twee keer toe in Murcia en zette ook de derde en de vijfde rit in de Vuelta naar zijn hand.

Sinds begin mei staat Van Poppel echter droog. In de zegestand van dit jaar houdt hij weliswaar gelijke tred met Djamolidine Abdoesjaparow (zes overwinningen), maar Mario Cipollini is hem inmiddels royaal voorbij gestreefd. De Toscaanse Magnifico staat dit seizoen al op zestien streepjes. Dat Van Poppel in zijn hele carriere 32 keer vaker een massasprint in zijn voordeel heeft beslist (76 tegen 44), komt door het simpele feit dat de in Poppel wonende Nederlander reeds vier jaar langer prof is.

Voor zijn gevoel raakte Van Poppel na de Ronde van Murcia, in maart, het ritme al kwijt. "Het is geen topjaar met het sprinten" , zegt hij ten overvloede. "Ik heb de echte macht niet. Vroeger ging ik al van ver op kop rijden en had het gevoel dat niemand er langs zou komen. Op dit moment ben ik veel te veel aan het denken. Je denkt bijvoorbeeld, dat je naar voren moet gaan omdat het anders te krap wordt. Of je vraagt je af waar je tegenstanders langs schieten: links of rechts. Wat het ergste is; die tweede jump lukt niet meer. Als je een sprint aangaat, gaat iedereen steendood. Kort voor de streep moet je dan nog een tweede keer aangaan. Voor mij is dat essentieel. Cipollini komt uit het wiel, Abdoesjaparow heeft een tweede versnelling, Museeuw weer niet, Mathieu Hermans (overigens niet opgesteld in de Tour de France - red) wel als hij goed rijdt."

Verklaring

Van Poppel, die door een spierblessure in het bovenbeen bijna de zesde Tour in zijn carriere aan zijn neus voorbij zag gaan, zoekt vergeefs naar een verklaring voor het falen. "Ik heb harder getraind dan normaal. In het naseizoen ben ik nog vier weken naar Australie geweest. Toen ik terug kwam in Nederland was het mooi weer. Ik ben meteen aan de slag gegaan en won ook prompt de eerste koers van het seizoen. Ik heb nu zoiets van: pakken wat je pakken kunt. Alleen naar de Tour toeleven, dat kan niet meer. Maar van de zes keer dat ik won, had ik alleen bij de twee overwinningen in de Ronde van Murcia het gevoel dat ik die extra versnelling kon inschakelen."

In goede doen is Jean-Paul van Poppel in de ultieme meters van een massasprint een cineast en een regisseur van een westernfilm, geen denker of tobber. Het is verbazingwekkend dat een sprinter bij een snelheid van tachtig kilometer exact registreert wat er voor, achter en rondom hem gebeurt en dat later ook tot in detail kan navertellen. Sprinters hoeven nooit de finishfoto af te wachten om er achter te komen of ze gewonnen dan wel verloren hebben. Alleen de stijl is veranderd sinds Freddy Maertens en Jan Raas in de jaren zeventig het machtsprinten introduceerden. Van Poppel: "Nog niet zo lang geleden won Rik van Linden (een Belgische sprinter - red) wedstrijden op een 13 of een 14. Nu vliegen ze je om de oren als je een 13 opzet." Met twaalf tandjes sprinten is dus al heel normaal. Er zijn zelfs discussies gaande of de 'elf' straks het geeigende verzet moet worden bij een massale aankomst.

In het tijdperk van het machtsprinten herstelden Abdoesjaparow en Cipollini trouwens ook weer een oude waarde in ere: het cowboysprinten. Pratend over uitwassen, herinnert Van Poppel zich nog een knap staaltje uit de tweede etappe van de Driedaagse van De Panne van dit jaar. "Ik zat in het goede wiel. Poli (een ploeggenoot van de heer Cipollini - red) ziet me en begint te kwakken. Ik rijd door, waarna hij op zijn bek gaat. Ik had geen keus. Als je een keer remt, denken ze de volgende keer dat je het weer doet. De mannen van Cipollini proberen je op die manier af te schrikken. In de koers denk je natuurlijk wel eens: het is behoorlijk link wat ik doe en wat mij kan gebeuren. Maar in de laatste kilometer is dat voorbij, dan denk je nergens meer aan. Je gooit in de bocht je fiets plat en je ziet wel. Ik ben niet nerveus meer. Vroeger dacht ik dat je hoe dan ook bij de eerste vijftien in het peloton moest zitten. Dat kostte ontzettend veel kracht. Ik wacht gewoon tot het stil valt. En in de warboel moet je goed kijken wie er langs je rijden."

Relativeren

Jean-Paul van Poppel (29) is het wielrennen met het groeien der jaren meer gaan relativeren. Plezier in het werk staat voorop. Een contract staat of valt niet met vijftig mille of een ton meer of minder. Alleen het niet meer (kunnen) winnen staat hem tegen. Juichend over de streep flitsen doet geen pijn, al zou het hem anno 1992 een behaaglijker gevoel geven dan in 1988, toen hij in dienst van Jan Raas vier etappeoverwinningen in de Tour de France boekte. "Ik geniet nu meer van een ritzege dan vroeger. Ik beschouw het zelfs als een uitdaging om een bergetappe goed te rijden. In Spanje verloor ik in die zware rit met vijf cols maar twintig minuten. Dat vind ik knap van mezelf. En ik heb er nog lol in ook. In mijn eerste Tour onder Raas mocht ik geen massasprint verliezen. De jongens reden tachtig kilometer voor je op kop. De verantwoordelijkheid die op mijn schouders lag, was zo groot, dat er geen lach af kon. Ik had het gevoel dat ik met vier ritoverwinningen de verwachtingen had ingelost, en meer ook niet. Bij de vierde zege, op de Champs-Elysees, hobbelde ik als het ware over de streep. Ik dacht: oh ja, ook even mijn hand opsteken. Dat was het dan."

Van Poppel verhuisde het seizoen er op naar de ploeg Post. Veel (sportief) genoegen beleefde hij er niet. Bij de Amsterdamse rechtbank kwam het in november 1990 tot een scheiding. Sindsdien rijdt Van Poppel in dienst van Gisbers en moet dus voor volgend jaar elders onderdak zien te vinden. Volgens de geruchten is de sprinter welkom in de mogelijke fusieploeg Lotus-PDM, maar de renner heeft zo zijn bedenkingen. "Ik blijf het liefst in Nederland. Het is gezelliger als je je eigen taal kunt spreken. Ik heb voor mezelf een redelijke kijk op de toekomst. Dat betekent dat mijn toekomst niet afhankelijk is van mindere prestaties in deze Tour. Voor 50 000 gulden meer ga ik niet zomaar naar een buitenlandse ploeg. En voor een ton meer ga ik niet voor iedere willekeurige ploegleider rijden. Naar de renners toe moet een ploegleider een beetje een psycholoog zijn. Sommigen kramen zoveel onzin uit, dat ik voor geen goud voor ze wil fietsen."

Twee jaar in de top gunt Van Poppel zichzelf nog. Dan heeft hij tien seizoenen volgemaakt en zegt hij het welletjes te vinden. Sterven als kermiscoureur, daar ziet hij niets in. Hij heeft de gouden tijd meegemaakt, beseft hij. "Over een paar jaar krijgen ook de toppers het slechter. Ik neem in de wielersport het leven zoals het is. Ook als ik terug denk aan die Intralipid-zaak van vorig jaar, redeneer ik: het is gebeurd, het zij zo. Ik was er strontziek van, maar ik heb ook vaak mazzel gehad. Zo is het leven. Ik leg tegenslag tegenwoordig gemakkelijk naast me neer. Na de ervaringen van de afgelopen Tour ben ik ook niet voorzichtiger geworden. Je moet toch wat als je zo'n wedstrijd rijdt. Wat wij doen is niet gezond. Als ik sprintend over de streep ga, kook ik in feite. Vitamines zijn onontbeerlijk. Als een dokter met Intralipid aankomt, vraag je wat het is. En als zo'n man dan zegt dat het geen kwaad kan, zeg je: ach, geef het dan maar. Je bent er zelf bij, en dan moet je het ook accepteren zoals het is."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden