Het erfgoed van Sint Maarten

Niet alleen in Nederland, ook op Sint Maarten is discussie over de komst van een nieuw nationaal historisch museum.

Volgend jaar wordt Sint Maarten een zelfstandig land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, zegt Elsje Wilson-Bosch. „Ons nieuwe museum moet het hart, de ziel en het brein worden. Dat is goed voor de broodnodige nation building, dan is er iets om samen trots op te zijn. Net als Nederland etaleren wij onze geschiedenis en onze cultuur met een heus Nationaal Historisch Museum.”

Elsje Wilson-Bosch (65) oogt als een blanke Antilliaanse, de zon heeft haar lichte huid besproet en getekend. Ze is de praatgrage directrice van het kleine museum en van de ’Sint Maarten National Heritage Foundation’, de stichting die zich inzet voor het nationale erfgoed. Tussen Elsje Wilson en het museum staat een isgelijkteken.

Het huidige bescheiden gebouw heeft zicht op Great Bay, de Grote Baai waar vroeger zeilschepen van de West-Indische Compagnie lagen. Nu leggen er soms wel zes megacruiseschepen op één dag aan. Dagelijks dringen zich drommen Amerikaanse toeristen langs de al lang niet meer karakteristieke geveltjes van Front Street, dat op historische plattegronden nog de Voorstraat heet. Indiase zakenlieden drijven er nu hun lucratieve winkels vol belastingvrije artikelen. Daar, in een zijsteegje, staat nu nog het museum van Wilson.

Door haar huwelijk belandde ze in ’de West’. „In 1995, na dertig jaar in het Antilliaanse onderwijs, werd ik fulltime-directeur van de National Heritage Foundation en van het museum. De stap van leerkracht naar directeur was niet zo groot, mijn huidige werk bestaat voor een flinke portie uit educatieve activiteiten. Ik wil iets overbrengen, ik zal altijd een onderwijsmens blijven.”

In 1986 wilde een projectontwikkelaar de ruïne van Fort Amsterdam slopen voor de uitbreiding van hotels. Met zeven lokale organisaties voerde Wilson toen actie. „Deze eerste fortificatie van de Hollanders in de West, gebouwd in 1631, moest behouden blijven. Het protest hielp en gelukkig ligt de ruïne er nog steeds mooi bij. We deden er vondsten uit Nederlandse, Spaanse en Engelse bezettingsperioden: een skelet, pijpen, knopen, keramiek, scherven. Die liggen nu allemaal in ons museum. We kampen intussen met enorm ruimtegebrek.”

Haar kleine museum oogt een beetje geïmproviseerd, informeel. „Kinderen die hier komen voelen zich gelijk thuis”, pocht ze. Een wand vol portretten van Sint Maartenaren die veel voor het eiland hebben betekend, antiek meubilair, de halogeenverlichting: alles draagt bij aan een intieme sfeer. Oude foto’s van de hoofdstad Philipsburg herinneren aan het vele dat al verloren is gegaan. Wilson wijst er op, dat de wereld van vandaag klein is geworden: „Lokale mensen zien hier dagelijks rijke toeristen van grote cruiseschepen stappen. Die kopen dure juwelen en trendy kleding. Deze generatie Sint Maartenaren ziet hoe er anders met geld wordt omgegaan. Het gevoel ergens thuis te horen, met oog voor historie en cultuur, komt veelal pas later, bij het ouder worden.” Ze hoopt dat haar museum hierbij helpt.

Ze toont een kleurige indianentooi. „Hier heb ik nou jaren naar gezocht. Hij maakte me zo blij! Hij is van een echte Surinaamse sjamaan geweest. Een echte Arawakentooi, zoals de indianen hier op het eiland vroeger ook gedragen hebben!”

Trots vertelt de directrice dat het Bestuurscollege van Sint Maarten onlangs 28 gebouwen heeft aangewezen als monument, die daarmee lijken veiliggesteld voor de toekomst. Dat was een overwinning. „Gelukkig is ook het karakteristieke ’Court House’ bewaard gebleven. Nederland betaalde de restauratie na de verwoestende orkaan Luís. Daar zetelt nu het Gerecht in Eerste Aanleg.” Wilson beschouwt het pand als het enige historisch gebouw op het eiland dat geschikt is om het nieuwe Nationaal Historisch Museum te vestigen. „Ik ben al met lobbyen begonnen.”

Pal achter de in het stadsbeeld dominante vuilnisbelt in de historische zoutpannen liggen wegkwijnende resten van een zoutfabriek uit de negentiende eeuw: wat fundamenten en tandraderen van de stoommachines. Archieven over deze industriële archeologie zijn er haast niet. Je kunt er wat rondlopen tussen de rommel. Het drama voor je ogen is eigenlijk ook de charme van het gebied. Naast begraafplaatsen en kerken staan ook wat oude woonhuizen in Frontstreet en Backstreet op de monumentenlijst. Buiten de stad liggen nog wat oude plantages, zonder opstallen. Enkele prominente gebouwen zijn al gesloopt.

Wilson: „Behoud van cultureel erfgoed moet je zakelijk aanpakken. Het is me al lang duidelijk geworden dat je dan compromissen moet sluiten: soms offer je het een op om het ander te behouden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden