Het Engels is van iedereen

Het Engels heeft zich in de Nederlandse hoofden genesteld. We proberen het zo goed mogelijk te spreken en in ons Nederlands zitten ook steeds meer Engelse woorden. Het eerste hoeft niet en het tweede is niet erg, schrijft Marc van Oostendorp in zijn boek 'Steenkolen-Engels, een pleidooi voor normvervaging.'

,,Ik kom uit Rotterdam, maar dat hoor je niet meer zo. Er is nog wel een opname van mij als klein kind waarop ik heel plat Rotterdams praat. Mijn ouders waren nogal van het verhuizen, dus ik heb als kind in allerlei plaatsen gewoond. En een afwijkend accent slaan ze er op het schoolplein wel uit. Of laat ik zeggen: het wordt je wel duidelijk gemaakt.''

Op het schoolplein begint het al: de terreur van mensen die denken dat ze weten hoe dat moet, praten. En het houdt nooit meer op. Nu is Marc van Oostendorp groot, een taalkundige, met een baan bij het Meertens Instituut en een baantje bij het tijdschrift Onze Taal. Waar een lezer onlangs zo boos werd om een artikel van hem, dat die het abonnement wilde opzeggen. ,,Alleen had hij geen abonnement. Hij las het blad altijd bij zijn buurvrouw. Maar hij zou dat Nooit Meer Doen!''

Wat was er dan zo erg? Van Oostendorp had aan zijn lezers-taalliefhebbers de muziekliefhebbers ten voorbeeld gesteld: ,,Mensen die van muziek houden, praten graag over mooie muziek. Ze hebben het niet voordurend over lelijke muziek die ze ergens gehoord hebben. Maar als het over taal gaat, komt iedereen met voorbeelden van slecht en slordig Nederlands.''

Welk taalverschijnsel klonk Van Oostendorp pas nog als muziek in de oren? ,,Ik was toevallig in Tilburg en dat accent daar... volgens sommigen is het het lelijkste accent van Nederland, maar ik vind het geweldig! Anderhalf uur reizen uit het westen en dan praten de mensen in de winkels en op straat al zó anders! En ga je naar Breda, dan praten ze weer een beetje anders. Vijfentwintig jaar geleden dachten taalkundigen dat dat allemaal zou verdwijnen, dat iedereen door de invloed van de televisie een standaard-Nederlands zou gaan praten, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Kennelijk is de invloed van de media toch maar heel oppervlakkig.''

Laat iedereen maar praten zoals hij of zij gebekt is. Dat is al decennialang de boodschap van de taalkunde, maar Van Oostendorp gaat daarin verder dan de meesten. 'Een pleidooi voor normvervaging' is de ondertitel van zijn boek 'Steenkolen-Engels'. Daarin bepleit hij een zelfbewustere opstelling van mensen die zich in een door het Engels gedomineerde wereld van die taal bedienen. Het Engels, vindt hij, is niet van de Amerikanen, laat staan van de Engelsen. Het is van iedereen. Als ons steenkolen-Engels voor onze gesprekspartners verstaanbaar is, is het dus goed genoeg. En als we ons stukken Engels willen toe-eigenen voor gebruik onder elkaar, dan mag dat ook best.

Dat zal veel taalijveraars ergeren. Een boek dat niet tegen Sale is op winkelruiten? Niet tegen commitment in de mond van een, excusez le mot, captain of industry? Dat is dan jammer. Misschien ergert Van Oostendorp zich wel aan die ergeraars. Hij vindt die opmars van het Engels alleen maar boeiend: ,,Er gebeurt iets dat nooit eerder is voorgekomen: één taal die niet alleen dominant is in een groot gebied -dat had je vroeger ook met het Latijn en met het Quechua in Zuid-Amerika- maar in de hele wereld. En mensen reageren daar verschillend op: je kunt erover discussiëren of je dat wel wilt, je kunt je eraan ergeren, of je kunt er gewoon niet over nadenken.''

Theoretisch zou je van die dominante rol van het Engels nog wel af kunnen komen. ,,Als je het echt zou willen. Welke taal er gebruikt wordt in allerlei internationale fora, is een politieke beslissing. Je zou ook voor Esperanto kunnen kiezen. Maar als we dan besluiten dat we daar Engels spreken, moet je je er ook niet aan ergeren als politici en zakenmensen die taal gebruiken.''

Een van de gevolgen daarvan is wel dat het Nederlands er zelf een internationaal smaakje van krijgt, door de import van Engelse woorden. Nou én. ,,Dat hele idee dat het Nederlands iets puurs is, dat het zo min mogelijk mag lijken op een andere taal... in het begin van Onze Taal, toen de hele vereniging nog maar bestond uit enkele tientallen fervente germanismen-jagers, mocht zelfs het woord 'voorwoord' niet. Want dat was ook een Duits woord. Terwijl het gewoon is gevormd uit twee Nederlandse woorden, door ze samen te voegen op de manier zoals je dat in het Nederlands doet.''

Linguïstische smetvrees is het, en dat is geen onschuldige afwijking: ,,De wens om de taal zuiver te houden was er de reden van dat wij in onze koloniale geschiedenis heel anders met taal zijn omgegaan dan de Engelsen en de Fransen. Die leerden hun onderdanen in India en Afrika Engels en Frans. De Engelsen omdat ze dan Engelse boeken konden kopen; en de Fransen vinden gewoon dat iemand die heel goed Frans spreekt een Fransman is. Maar Nederland liet zijn ambtenaren inlandse talen leren -en niet alleen uit edele motieven. Als de Indonesiërs Nederlands leerden, werden ze maar ontevreden, of moreel gecorrumpeerd, of ze wilden goede baantjes die er niet waren. En er zouden dan ook veel meer Indische Nederlandssprekenden komen dan Nederlandse, en dat kon voor de taal niet goed zijn. Dus iedereen moest zich vooral binnen zijn eigen cultuur ontwikkelen. Daar is de apartheid uit voortgekomen.''

,,Eigenlijk komt er pas de laatste tijd verandering in die houding ten opzichte van het Nederlands leren van buitenlanders. Maar of we daar nou weer zo blij mee moeten zijn... zo'n voorstel van een raadslid van Leefbaar Rotterdam, dat in de moskee alleen Nederlands of Fries mag worden gesproken, is natuurlijk heel vreemd. Wat daarachter zit, is: iedereen die hier woont moet Nederlander zijn. En taal is daar kennelijk een tastbaar onderdeel van. Maar ik vind niet dat de politiek iets te zeggen moet hebben over hoe mensen praten in eigen kring. Dat je in het openbare leven afspreekt hoe je praat, is wat anders: dan moet iedereen zich natuurlijk verstaanbaar maken in het zogenaamde Nederlands.''

Zogenaamd: want wie zal zeggen waar Nederlands ophoudt, waar Nedersaksisch begint, en waar dat weer overgaat in PlatDuits, om maar iets te noemen? ,,Misschien heb ik wel te weinig taalgevoel, hoor, maar volgens mij bestaan al die aparte talen niet echt. Mensen hebben een enorm repertoire aan woorden en het is nuttig als ze die delen met nogal wat mensen, want dan kun je elkaar begrijpen. En als mensen verder weg wonen, praten ze natuurlijk anders -misschien wel zó anders, dat je ze niet begrijpt. Maar dat er scherpe lijnen zijn die de ene taal van de andere scheiden, dat is net zo kunstmatig als dat er grenzen zijn die het ene land van het andere scheiden.''

,,In de praktijk voelt het misschien wel alsof die grens er is. Ik praat ook over 'het Engels' en 'het Nederlands', als ik niet oplet. Als we maar niet denken dat er ideale talen bestaan die we zo goed mogelijk moeten spreken.''

En dat geldt vooral ook voor Engels. Wie zijn best doet dat als een Engelsman of Amerikaan te spreken, geeft zichzelf volgens Van Oostendorp een onmogelijke en ook onnodige opdracht. Maar dat gaat in tegen alles wat we op school en om ons heen horen. We benijden iemand die voor een moedertaalspreker kan doorgaan en we generen ons over een taalkundige blunder van een Nederlandse politicus.

,,Als ik de taal van mijn Amerikaanse of Engelse gesprekspartners perfect moet spreken, zijn we niet gelijkwaardig. Dan is er iets ernstig mis. Dan zijn zij in het voordeel: ik moet verwijzingen naar Shakespeare snappen, terwijl ik niet met Vondel hoef aan te komen. Het gaat erom dat ze me begrijpen. Dat is alles.''

En is zelfs het correct aanleren van de Engelse klanken geen vereiste, zodat het senk joe uit de mond van een burgemeester ons bespaard blijft? ,,Nee, waarom zou dat moeten? Er zijn vast wel dialecten van het Engels waar ze ook senk joe zeggen. En in Engeland zeggen jongeren de laatste jaren fenk joe. Doen wij zo ons best, gaan ze het zelf fout zeggen. Stomme Engelsen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden