Het einde van koloniaal en kapitalistisch schuldgevoel

De derde wereld is niet alleen meer ver weg, het is ook je buurman geworden, zegt de directeur van het Prins Claus Fonds aan de vooravond van vijftig jaar 'ontwikkelingssamenwerking'. Deze term en de rest van het jargon overboord is nog maar het begin van gelijkwaardiger verhoudingen.

Op 3 oktober viert Nederland vijftig jaar Ontwikkelingssamenwerking. Is er reden voor een feestje? Een analyse van de activiteiten van Ontwikkelingssamenwerking leidt niet tot positieve conclusies. Uit idealen en goede bedoelingen geboren, bleek het beleid niet bestand tegen vooroordelen, clichés en neokoloniale attitudes. Projecten flopten, geld zou aan strijk- en wapenstokken blijven hangen en in plaats van de minder bedeelden profiteerden vooral het Nederlands bedrijfsleven en Nederlandse ontwikkelingswerkers.

Er zijn enkele lichtpunten. Kinderen en volwassenen leren steeds vaker lezen en schrijven waardoor het analfabetisme mondiaal is afgenomen, kindersterfte is over de wereld percentueel gedaald en de levensverwachting van de mens verhoogd. Hoewel deze positieve resultaten door velen vooral worden toegeschreven aan lokale ontwikkelingen als beter regeringsbeleid en initiatief van eigen inwoners, heeft het ontwikkelingsbeleid wel degelijk aan deze positieve veranderingsprocessen bijgedragen.

Toch geven genoemde punten van kritiek reden tot bezinning. Minister Herfkens haalt niet voor niets een Hollandse bezem door het ontwikkelingsbeleid; er is terecht ongerustheid over waar 1 procent van ons bruto nationaal product nu eigenlijk naar toe gaat.

Tijdens een van mijn eerste gesprekken met de naamgever van het Fonds waarvan ik nu directeur ben, vroeg hij: ,,Wat vindt u van de term Ontwikkelingssamenwerking?'' Een essentiële vraag als we het beleid van dit onderdeel van het ministerie van buitenlandse zaken willen analyseren. Een betere, en veel gesuggereerde, term is 'internationale samenwerking'. Of een ander voorstel, afkomstig van de Nigeriaanse schrijver Ben Okri en geciteerd in een interview in het blad Internationale Samenwerking van september dit jaar, is 'mensheidwerk'. ,,Het woord ontwikkeling inspireert mij niet'', vervolgt Okri, want wie ontwikkelt nu eigenlijk wie? Deze vraag geeft aan dat we de nog steeds bestaande postkoloniale verhoudingen in de wereld anders moeten gaan bekijken. Een andere attitude zou tenslotte tot nieuwe verhoudingen in de wereld kunnen leiden.

De relatie tussen de zogenaamde ontwikkelde en de onderontwikkelde, oftewel tussen respectievelijk de donor en de ontvanger moet worden geanalyseerd, herzien en tengevolge daarvan opnieuw worden gedefinieerd. Het keurslijf van het gebezigde ontwikkelings-jargon moet afgeworpen worden. Tegenstellingen als 'ontwikkeld-onderontwikkeld', 'Noord-Zuid', 'westers-niet-westers', 'eerste en derde wereld' zouden moeten vervallen en plaatsmaken voor een gelijkwaardiger terminologie, want alleen dan zouden bestaande verhoudingen en attitudes kunnen veranderen.

Om Okri nog eens te citeren: ,,Zij die hun identiteit baseren op hun donorschap, verbergen iets en brengen de wereld uit balans. Laten we eerlijk zijn, zij bekijken de geschiedenis vanuit een heel beperkt standpunt. Ze vragen zich niet af waarom zij genoeg hebben en anderen te weinig en hoe de historische onevenwichtigheden en ongelijkheden zijn gegroeid''. We kunnen 'hen' niet blijven beledigen met dit gebrek aan historisch besef en pover toekomstig perspectief. En zoals Okri scherpzinnig opmerkt de ontvanger wordt niet alleen beledigd, ook de gever, ook al duurt het even voordat hij het in de gaten heeft.

Het idee dat Nederland anderen in verre streken zou moeten ontwikkelen staat mij tegen, en bovendien kan je je afvragen of wijzelf op sommige punten ook niet ontwikkeld zouden moeten worden. Het lijkt bijvoorbeeld hoog tijd dat de Indiase televisie producent de populaire en geslaagde televisieserie de 'Mahabarata' aan Joop van den Ende aanbiedt als ondersteuning voor 'de duurzame ontwikkeling van de cultureel verpauperde Nederlandse televisie'. Culturele onderontwikkeling hoeft niet alleen arme landen te betreffen, tenslotte.

Maar, werpt menig ontwikkelingswerker tegen, in vele landen is de levensstandaard veel lager dan de onze, er is grote armoede en 50 procent van de inwoners van bijvoorbeeld Bombay (Mumbai) leeft op straat. Het is van groot belang dat het rijke deel van de wereld de armen blijft ondersteunen met voedsel, medische hulp en geld. Hulp bieden aan mensen in nood blijft onze plicht.

Er bestaan ook andere vormen van armoede, zoals geestelijke en culturele, die we in de discussie moeten betrekken. Een debat over de verschillende opvattingen over wat armoede en rijkdom in verschillende culturen voor mensen betekent, en welke normen worden gehanteerd om de waarde hiervan aan te geven, is essentieel voor de discussie over internationale samenwerking. Culturele waarden, morele normen en esthetische genoegens lijken van even groot belang als de economische meetlat.

Een Vietnamese beeldend kunstenaar die Nederland bezocht, ervoer een cultuurschok bij het aanschouwen van de rijkdom aan mogelijkheden die Nederland bood aan kunstenaars. Maar wat hij als het toppunt van armoede zag waren de Nederlandse bejaardentehuizen. Die oude besjes die wij gevangenzetten in een soort tussen-begraafplaats, vond hij zo triest dat hij voorstelde een maatschappelijk werker uit Hanoi onze kant uit te sturen. Ook dit is een vorm van armoede, maar dan een die te maken heeft met welbehagen en welzijn.

Steeds meer mensen worden zich bewust van de neokoloniale ongelijkheidstructuur die het ontwikkelingsbeleid heeft gecreëerd. Velen vinden dat deze onevenwichtige relaties weer gelijk getrokken moeten worden. Dus zijn er organisaties bedacht die dat moeten bewerkstelligen, met namen als 'eco-operation' en 'both ends', waarbij het veel meer gaat over de correctie van de Nederlandse attitude ten opzichte van de voormalig gekoloniseerde wereld dan over de situatie in die landen zelf. ,,We gaan ze nu vragen wat ze nodig hebben'', vertelde de minister van ontwikkelingssamenwerking tijdens een college aan de VU recentelijk. Maar stelt ze zich wel de vraag of wij het wel zijn wat ze nodig hebben.

Er worden vooral argumenten genoemd waarom ontwikkelingssamenwerking belangrijk is voor onze arme zuidlanden, maar het is even essentieel te formuleren wat het betekent voor het rijke Westen zelf, om vervolgens met dat zelfinzicht ondersteuning te bieden. Het Westen probeert tenslotte al vijftig jaar zijn koloniale en kapitalistische schuldgevoel af te kopen door zich zogenaamd liefdadig op te stellen. Op het moment dat men met deze attitude afrekent, kan een overeenkomst gesloten worden op basis van heldere uitgangspunten en hoeft niet meer onder stoelen of banken gestoken worden dat hulp zowel voor de gever als voor de ontvanger van even groot belang is, ook al wordt een ander waardesysteem gebruikt dan alleen het kapitalistische.

Voormalig minister voor ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk gaf ook aan dat hulp of liever internationale samenwerking kan leiden tot gelijkwaardiger relaties. Als bijvoorbeeld landen waar nu de grootste stromen economische vluchtelingen vandaan komen, economisch verbeteren, kan Europa het vluchtelingenprobleem reduceren.

Tegelijkertijd zijn de internationale verhoudingen door de wereldwijde vluchtelingenstromen drastisch aan het veranderen.

Was het vooral eerst de westerling die de grenzen overging, nu trekt de migratiestroom de andere kant op. De derde wereld is niet alleen meer ver weg, het is ook je buurman geworden. De mens verplaatst zich aan het einde van de twintigste eeuw steeds meer en makkelijker.

Deze nieuwe situatie vereist verandering. Het is, als gezegd, van belang om de term ontwikkelingssamenwerking en de rest van het beroeps-jargon over boord te gooien en 'een andere taal' (Okri) te creëren. Daarenboven zouden de grote veranderingen die communicatie en verplaatsing aan het eind van deze eeuw hebben teweeggebracht in kaart moeten worden gebracht om ze te kunnen analyseren en interpreteren. Waar ligt in de 21ste eeuw straks de zogenaamde derde wereld? Verschillende toekomstvorsers gaven reeds aan dat de derde wereld zich ook in de eerste is gaan nestelen, net als omgekeerd het geval is; de rijken in Afrika worden steeds rijker (eerste wereld) terwijl de armen, armer worden. En wat is dan nog de betekenis van dit begrip 'derde wereld'? De tweede is tenslotte al verdwenen en een vierde (de migranten) al ontstaan.

Door deze ontwikkelingen veranderen ook de verhoudingen tussen de voormalige kolonisatoren en gekoloniseerden. De nieuwe wereldorde is tenslotte ook maakbaar. Respect voor elkaar, aandacht voor elkaars culturele eigen-aardigheden en herkenning van elkaars mores en sores kunnen evenwichtige relaties en inspirerende activiteiten opleveren. Uitwisseling gebaseerd op gelijkwaardigheid kan leiden tot individuele ontwikkeling aan beide zijden.

In 1998 gaf het Prins Claus Fonds de prijs van 100 000 Amerikaanse dollars aan drie Afrikaanse modeontwerpers. Ter ere van deze feestelijke gelegenheid organiseerde het Fonds in het Koninklijk Paleis Amsterdam een wervelende modeshow van topontwerpers uit Afrika. Er kwam kritiek op het feit dat het Fonds het geld van de minister voor ontwikkelingssamenwerking besteedde aan dit soort frivole activiteiten. De spin-off die de prijs en het evenement veroorzaakten was echter groot. Enkele modeontwerpers liepen een halfjaar later op de catwalk in Parijs, zij werden geïnterviewd door CNN, uitgenodigd door musea van over de hele wereld (van Bamako tot Aken) en allen verschenen bij het jaarlijks mode-evenement 'La Semaine de la Mode' in Dakar te Senegal.

Dit laatste festival wordt georganiseerd door een van de hoofdprijswinnaars, Oumou Sy. Zij kreeg internationaal aanbiedingen om filmkostuums te ontwerpen, modepresentaties te doen en decors te schetsen. De meeste verzoeken weigerde ze. Dakar was haar thuis, en Senegal haar vaderland. Ze is trots op haar Peulse afkomst en op haar werk, dat veel meer kan betekenen voor haar omgeving dan voor het 'rijke westen'. Ze laat zien dat Afrika iets te bieden heeft aan de wereld. Ze weigert de taal van het westen te spreken, erger nog, ze weigert te leren lezen en schrijven. Daar helpt geen ontwikkelingswerker aan.

Els van der Plas is directeur van het Prins Claus Fonds voor Cultuur en Ontwikkeling

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden