Het einde van het eeuwige slachtofferschap

(Trouw)

De overwinning van Barack Obama begin deze maand maakte van Kenia tot de Bijlmer euforische gevoelens los. Maar de verkiezing van de eerste gekleurde president van de Verenigde Staten dwingt de zwarte gemeenschap ook tot bezinning. De retoriek van het witte racisme lijkt nu immers achterhaald.

Tv-camera’s vonden in de enorme mensenmassa’s, die vorige week op de verkiezingsavond Barack Obama in Chicago toejuichten, het gezicht van Jesse Jackson. De zwarte dominee, politicus en burgerrechtenactivist, die zelf in 1984 en 1988 tevergeefs probeerde het Witte Huis te veroveren, had tranen in zijn ogen. Hij verklaarde later diep geroerd te zijn bij het zien van „president Obama die er daar [op het podium] zo majesteitelijk uitzag.”

Hij huilde tevens om „de martelaren en vermoorden [van de burgerrechtenstrijd] wier bloed [dit] mogelijk heeft gemaakt.” Jackson doelde vooral op de grote zwarte burgerrechtenkampioen Martin Luther King, die in april 1968 in een motel in Memphis voor zijn ogen vermoord werd.

Maar volgens sommige critici huilde Jackson ook voor zichzelf. Obama’s zege betekende het einde van de oude burgerrechtenbeweging en de greep die haar voormannen, zoals Jesse Jackson, de dominee-activist Al Sharpton en de Congresleden John Lewis en James Clyburn, op de zwarte gemeenschap hadden.

Stuk voor stuk waagden die in de jaren vijftig hun leven om de segregatie te beëindigen en een ander Amerika te bouwen, waarin iedereen gelijk zou zijn, ongeacht huidskleur. Maar gaandeweg raakten ze verbitterd en boos, aldus hun critici. En te dol op de privileges en de posities die hun strijd hun opleverde.

Vooral Jackson en Sharpton zouden de hoop op een andere samenleving verloren hebben. In plaats daarvan preekten ze het eeuwige slachtofferschap van hun gemeenschap. Ze bewezen de zwarten „een slechte dienst door elke grief als nieuw bewijs van Amerika’s aangeboren racisme te verkopen”, schreef een columnist. Ze gaven hun activisme soms een antisemitische draai.

Met Obama hadden ze weinig op. Hij „doet alsof hij wit is”, riep Jackson, toen Obama weigerde deel te nemen aan protestacties na een raciaal conflict op een school in Louisiana. In juli ving de microfoon in een tv-studio op hoe Jackson een gast vertelde dat Obama „neerbuigend tegen zwarte mensen praat” en dat hij „zijn ballen wel af kon snijden”. Ze dachten niet dat Obama kon winnen. Amerika was veel te racistisch. Het beste waar de zwarten op konden hopen, was een tweede Clinton-presidentschap.

Obama ondervond ook persoonlijk hoe fundamenteel anders de oude garde dacht. Jeremiah Wright, zijn eigen dominee, had ook zijn strepen verdiend in de burgerrechtenstrijd tegen de segregatie. Maar Wright was in de loop der tijd Amerika als ongeneeslijk racistisch gaan zien. Verkiezingen waren een farce, een middel van het witte, rijke Amerika om de armen en gekleurden koest te houden. Wrights oude preken brachten Obama ernstig in verlegenheid en leidden tot een breuk.

Obama won wel én ruim. Hij bewees het ongelijk van zwarte en witte stemmen op links, die riepen dat de peilingen niet klopten. Nogal wat witten zouden liegen als ze tegen de onderzoekers zeiden op Obama te gaan stemmen; pas in het stemhokje kwam hun ware racistische aard boven. De peilingen klopten wel.

Daarmee is de zwarte ’slachtoffercultus’ voorbij, stelde columnist Joan Vennochi in The Boston Globe. De conservatieve ex-politicus Gary Bayer trok een lange neus naar Al Sharpton. „Het wordt tijd ander werk te zoeken.” Ward Connelly, een zwarte activist die al jaren een kruistocht leidt tegen positieve discriminatie, juichte dat Amerika verlost was „van de plaag van ras”.

Ook Eugene Rivers, een omstreden zwarte evangelische dominee uit Boston, was blij. „De retoriek van het witte racisme is van tafel. Zwarte mensen willen het niet horen en witten willen het niet horen.” Rivers roept al jaren dat de oude burgerrechtenleiders „filosofisch bankroet” zijn.

Het presidentschap van Obama dwingt de zwarte gemeenschap zich opnieuw te bezinnen op haar positie in Amerika. Maar Obama zwengelde ook het debat aan in hoeverre de zwarten zelf verantwoordelijk zijn voor hun achterstelling. Als zwarte mannen geen verantwoordelijkheid nemen voor de kinderen die ze verwekken en voor hun moeders, houden ze de ontwikkeling van hun eigen gemeenschap tegen, stelde hij in een rede.

Nieuw is dat debat niet. Komiek-acteur Bill Cosby klaagde eerder dat in de gemeenschap zo weinig waarde aan goed onderwijs wordt gehecht. Sport, mode en stoer doen tellen meer dan doorleren, vooruitkomen en zelfrespect aankweken, zei hij. Andere commentatoren klagen de geweldscultuur in de zwarte muziek aan en de verheerlijking daarin van gangsterleven en gevangenschap. Met een zwarte first family in het Witte Huis krijgt die discussie een heel nieuwe dimensie.

Maar volgens Jesse Jackson en Al Sharpton behoort dat debat in een veel bredere context te staan. Het grote aantal zwarte mannen in de gevangenis en de vele eenoudergezinnen hebben volgens hen ook met economische achterstelling, discriminatie bij justitie en slecht onderwijs in achterstandswijken te maken. Jackson verdacht Obama ervan die kwesties bewust te negeren om witte kiezers niet af te schrikken. Hij beloofde meteen na Obama’s overwinning zijn strijd voort te zetten. „We gaan de rol van zijn geweten spelen.”

Sharpton zegt dat de zwarten president Obama en het Congres eraan moeten herinneren dat zij voor verandering hebben gestemd. „Als we met een stevig Democratisch Congres en een zwarte president er niet in slagen [gelijkheid binnen] het onderwijsstelsel en justitie te krijgen, dan zijn we gewoonweg incompetent.” Zijn activisme „schuift van confrontatie zoeken op naar het ter verantwoording roepen”.

Eén terrein waarop de president en de oude leidersgarde tegenover elkaar kunnen komen te staan, is positieve discriminatie. Hoe omstreden dat onderwerp blijft, bleek weer in de afgelopen verkiezingen. Twee staten stemden niet alleen over een nieuwe president, maar ook over een grondwettelijk verbod op alle positieve discriminatie. Eén staat keurde het goed, de ander verwierp het nipt. Drie staten hebben al zo’n verbod.

Het Hooggerechtshof moet zich de komende jaren weer over dat thema uitspreken. Een conservatieve actiegroep is vastbesloten het voorkeursbeleid van de universiteit van Austin in Texas uit te vechten tot voor de opperrechters. President Obama moet dan een standpunt innemen. Zwarte leiders stelden tot nu toe steeds dat positieve discriminatie onverminderd nodig bleef.

Sommige hopen dat Obama op dat terrein ook met de orthodoxie durft te breken. Universiteiten zouden niet minderheden een streepje voor moeten geven, maar de kinderen uit arme gezinnen en wijken in het algemeen. In de praktijk zorgt dat ook voor diversiteit, omdat veel arme gezinnen gekleurd zijn, stellen voorstanders van een nieuw beleid.

Wie beter dan een zwarte president kan de zwarte gemeenschap eraan herinneren dat King zelf ooit een voorkeursbeleid op basis van klasse propageerde, niet op basis van ras, zeggen zij. Het valt te bezien of Sharpton en Jackson dat ook zo zien en wie de zwarte gemeenschap dan volgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden