Het einde van de politiek

De Amerikaanse politieke filosoof Francis Fukuyama lanceerde tien jaar geleden een these over het einde van politieke ideologieën en het einde van de geschiedenis. Zijn idee was dit. De grote ideologische strijd zou zijn gestreden. Eén ideologie, het liberalisme, was overgebleven en werd niet langer uitgedaagd door serieuze rivalen. Onder 'liberalisme' verstond Fukuyama de beginselen van de 'liberale democratie' (de democratische rechtsstaat) en de volgens kapitalistische uitgangspunten georganiseerde economie.

Eén van de punten waaruit blijkt dat Fukuyama wel eens gelijk zou kunnen hebben, is het gewicht dat tegenwoordig wordt gehecht aan het oordeel van 'marktonderzoekers'. Tot welke absurde consequenties een oriëntatie op de markt leidt in bijvoorbeeld de politiek, bleek weer eens uit het onthullend artikel van Marcel ten Hooven en Maaike van Houten over de zoektocht van het CDA naar een geloofswaardige identiteit (Trouw, 19 december). Na de dramatisch verlopen verkiezingen in 1994 vroeg het CDA aan het bureau Trendbox om de 'kiezersmarkt' door te lichten (let op dat woord 'markt'). Als resultaat van dat onderzoekje onderscheidde Trendbox de zorgzame 'postmaterialisten' van de 'no-nonsense' mensen die zich op een 'beschaafd hedonisme' zouden oriënteren.

Het probleem voor het CDA zou nu zijn dat men niet wist te kiezen tussen deze twee segmenten op de kiezersmarkt. Wat opvalt, is dat politici kennelijk niet meer begrijpen dat wanneer een politieke partij een kiezersmarkt laat doorlichten, dit in feite aangeeft dat het bestaansrecht van de politieke partij hoogst twijfelachtig is geworden. Wat Karl Marx, Mahatma Gandhi, Winston Churchill, Pericles, Roosevelt en De Gaulle gemeen hadden, is dat zij niet eerst aan Trendbox behoefden te vragen waarom zij deden wat zij deden. De oude politici waren visionairs, mensen die iets in de aanbieding hadden: een bezielend ideaal. Natuurlijk probeerden zij aanhang te mobiliseren. Maar dat vormde niet de essentie van hun streven.

Hoe anders de moderne politicus! Net zoals ten dode opgeschreven mensen zich wenden tot kwakzalvers, zo zien we dat politici zonder ideeën zich wenden tot de marktonderzoekers met de vraag: “Zeg mij, wat wil de kiezer?” Als een modern orakel van Delphi haalt zo'n bureau met doctorandussen dan het rapportje uit de la dat zij ook al aan talloze andere met hun identiteit sukkelende zielenpieten hebben verkocht en zegt: “U kunt zus doen en zo.”

Departementen, het Amsterdams openbaar ministerie, bedrijven en politieke partijen, ze waren of zijn allemaal in de greep van deze exploiteurs van wankelmoedigen. Heeft Fukuyama dan toch gelijk? Is 'politiek' in de zin van een oriëntatie op grote politieke idealen ten einde en rest slechts gekibbel om het mooiste imago?

Misschien wel, maar ik ben nog steeds niet bereid mij daarbij neer te leggen. Ik heb het tot mijn motto gemaakt om niet op een partij te stemmen die marktonderzoekers inschakelt, communicatieadviseurs in dienst heeft of imago-oppoetsers raadpleegt. Ik zal ook nooit geld overmaken naar een instelling waarvan ik hoor dat voorgenoemde lieden daar de dienst uitmaken. Als zo'n instelling zelf niet weet waarom zij bestaansrecht hebben, waarom zou ik daaraan dan geld spenderen?

Maar nu genoeg, geachte lezer. Dit is voorlopig mijn laatste - zoals altijd onpraktische en vooral onwelkome - advies. Ik heb twee jaar lang voor u geschreven. Het was mij een eer, een grote eer, en ook een genoegen. Ik ga nu mijn dochter een schoon broekje geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden