Het einde der tijden

De Brandende Berg van de euro, het Armageddon van Eurabië, de Sprinkhanen van de bankensector, de Hellegang van de overbevolking, de Zondvloed van de stijgende waterspiegel.

'Er is uiteindelijk één einde der tijden', zei de schrijfster Andreas Burnier toen ik haar eind jaren zeventig interviewde. "Dat is je eigen dood. Dat is de apokalyps, dan word je onthuld."

Ze zei het monter, misschien ben ik in de lach geschoten. Ik had nog nooit het woord Apokalyps zo persoonlijk horen klinken.

De Apokalyps ¿ hoe hem voor te stellen?

En dan: waarom de moeite getroost?

Om een beginnetje te maken met een antwoord, besloot ik naar 'Melancholia' te gaan, de jongste film van de diabolisch spraakmakende Deense filmer Lars von Trier. Eenmaal in de bioscoop vroeg ik mij terstond af of ik dit wel had moeten doen - zo snel na de crematie.

Die had twee dagen eerder plaats gegrepen. De gestorvene was een vriendin, en bovendien actrice. Els Ingeborg Smits. Elsje. Ze heeft twee keer afscheid genomen - door te sterven, maar ook door voor het laatst een rol te spelen. Dat was afgelopen zomer, in Almere, met het onvolprezen toneelgezelschap Suburbia.

Ze wist terdege dat het haar laatste rol zou kunnen zijn. En het was maar de vraag of ze hem, half blind, vaak overmand door duizelingen, nog wel kon spelen. Het was een piepklein rolletje: Maria Wasiljewna, in Tsjechows 'Oom Wanja'. Een oude moeder, een beetje een kreng, stuurs van een goed verborgen verdriet. Twee, drie regels tekst. Elsje heeft grote rollen gespeeld, maar nu zagen we dat ze uitzonderlijk geknipt was voor zitten aan de rand van de handeling en luisteren en net niet in onaanzienlijkheid verdwijnen. En elke avond was het laatste wat zij als Maria hoorde de monoloog van Sonja, de 'moed der wanhoop'-monoloog, die begint met 'Wat wil je, we moeten verder leven!' en eindigt met: 'We zullen rust vinden'.

Op Elsjes uitvaart is die monoloog in het Russisch gezegd.

En twee dagen later zat ik dus in de bioscoop om naar de Apokalyps volgens Lars von Trier te kijken: het einde der tijden zoals beleefd door een depressieve jonge vrouw.

Klopt mijn hunch, en hangt er méér eindtijd in de lucht dan gedurende andere jaarwisselingen?

Ik weet niet of het een goede, of zelfs maar 'belangrijke' film is. Hij is uitgeroepen tot 'Europese film van het jaar'. Ik was voor het vellen van een artistiek oordeel te vol - mijn gedachten zwierven naar de wonderbaarlijke posthume voorstelling die Elsje had geënsceneerd: het was ons te moede geweest als had zij, in haar allerlaatste rol van gestorvene, vanuit haar kist, geluisterd naar de woorden die haar aanmaanden om verder te leven en rust te zoeken.

Daar, in haar kist, verstond ze intussen voortreffelijk Russisch.

Volgens mij zegt Tsjechov nooit dat we geluk moeten zoeken. Hij noemt het rust, zoals Jezus het altijd vrede heeft genoemd. Pas na afloop van 'Melancholia' viel me in, onderweg naar huis, dat ook Elsjes Laatste Enscenering een poging tot Apokalyps was geweest. Haar hoogstpersoonlijke wijze om te vertellen wat zij in haar eindtijd had meegemaakt en vernomen en begrepen.

De film eindigt zoals voorspeld: de komeet Melancholia verwoest de aarde. We maken dit mee aan de hand van enkele personages - een Tsjechowiaans gezelschap dat tijdens een bruiloft en daarna tijdens de laatste uren van de aarde wacht op het onvermijdelijke.

Men is puissant rijk en vooral: vrijgesteld. Men zou niet te klagen hoeven hebben. Men drinkt stevig. Men lijdt aan de moderne ziekte van het te hevige zelfbewustzijn. En van de doorgefourneerde eerlijkheid. Men heeft de tijd. Men is druk druk druk. Men heeft alles te verliezen. En dan: men was onpersoonlijk. Dat was me bij de vorige films van Von Trier niet zo opgevallen - dat zijn mensen ook sleetse sjablonen kunnen zijn. Misschien had dat met de hoofdpersoon te maken, indrukwekkend gespeeld door Kirsten Dunst, die steeds roerlozer van dorheid wordt. Het was alsof zij alle individualiteit verloor.

Ik vroeg mij af waarom dit Tsjechow - die toch door alle wateren van de dorheid, de verveling en de verlammingsmelancholie gewassen is - nooit overkomt in zijn toneelstukken en verhalen. Hoe ongeneeslijk verveeld iemand ook kan zijn bij hem, ¿ wat inhoudt dat het personage zichzelf als ontzield kan beschouwen, ¿ nooit is hij in onze ogen onpersoonlijk.

Eerlijk gezegd kon mij hierdoor het idee dat de mensen van Von Trier in één klap zouden worden uitgewist niet zo veel schelen. Hij pleegde, dramaturgisch gesproken, een zelfmoord op zijn eigen werk. Men was, zonder iets verricht te hebben, ruimschoots klaar met leven. Eerst beroofde hij zijn personages van alle bijzonderheid, alle verlangen, alle interesse of avontuurlijkheid ook; en daarna gaf hij ze het spuitje van de Apokalyps. Niemand haakte naar iemand of iets, zelfs het achtjarige neefje van Kirsten Dunst werd nooit echt betrapt op zoiets als 'spel', of avontuurlijke verwachting, en meer in het algemeen kon je stellen dat er nooit iets werd waargenomen. Gezien. Hoe zeg ik dit. De locaties waren heus mooi, men bivakkeerde in een landgoed aan de rand van een golfbaan aan zee,¿ maar zelfs dit landschap was bedoeld als sjablone: zie hoe leeg en rijk men is.

Hoe rijp voor de Apocalyps.

En daarmee paste de film naadloos in wat ongetwijfeld een heersende stemming is, de eindtijdsfeer waarin we zijn komen te leven. De komeet van de Crisis wordt met onmiskenbare gretigheid verwelkomd, en tegelijkertijd wordt beleden dat we de onomkeerbare catastrofe geheel en al aan ons zelf te danken hebben en dus verdienen.

In Die Zeit heeft een columnist het woord Angst-lust uit de erfenis van Freud opgediept. De Duitse taal is geknipt voor de montage van woorden tot één zielebeweging. Angstlust, daarmee wordt het naarstig vermeien in angstvisioenen bedoeld, alsof er heimelijk verlangd wordt naar de Apokalyps die alles tot stilstand brengt. De Brandende Berg van de euro, het Armageddon van Eurabië, de Sprinkhanen van de bankensector, de Hellegang van de overbevolking, de Zondvloed van de stijgende waterspiegel - we leven in een tijd van sinistere profetieën, die tegelijkertijd een vorm van entertainment zijn. Vele vormen van verslaving vallen onder entertainment - zoals het wrijven over de wrat van het failliete nieuws.

Van deze lust begon ik Von Trier te verdenken. Anders dan bij zijn meeste voorgaande films dacht ik: hij is zijn verzet aan het opgeven. Hij geeft mee met de tijdgeest, en speelt, misschien wel voor het eerst, een thuiswedstrijd. Zijn zelfhaat is gefundenes Fressen geworden, een retorisch effect.

Tijdens Melancholia moest ik denken aan een andere apocalyps, van de Russische regisseur Andrej Tarkovski: 'Het Offer' (1986). Dit is de laatste film van de maker, die tijdens de finale opnameweken en dus gedurende de montage heeft geweten dat hij ongeneeslijk ziek was.

Tarkovski behoorde overigens tot de kunstenaarssoort die altijd zijn laatste werk aan het maken was. Zelfs zijn eerste film, 'De jeugd van Iwan' (1968), is testamentair, en één en al afscheid van het leven: een tienjarige jongen gaat in het holst van de Tweede Wereldoorlog op verkenningstocht tussen de Duitse linies (als kind wordt hij minder opgemerkt) en keert niet weer.

Tarkovski leefde en werkte alsof het altijd eindtijd was. 'Zie, Ik kom als een dief in de nacht', zegt de weder te komen Christus in Openbaring van Johannes. Bedoeld wordt: het Laatste Oordeel komt onverhoeds, je kunt je er dan niet meer op instellen ¿ leef dus in je eindtijd.

Dat is wat Tarkovski met zijn werk steeds opnieuw probeert: zichzelf met zijn personages de jongste dag in denken. In 'Het Offer' doet hij dit door een (alweer) Tsjechowiaans gezelschap mensen in een huis op een Zweeds eiland te laten vernemen dat die nacht (een wolkenloze zomernacht zonder ondergaande zon) de wereld zal vergaan. Het is een echte Koude Oorlog-fictie, het type eindtijdfantasie waar iemand van mijn generatie, die van de Cuba-crisis, mee is opgegroeid. Het lukt Tarkovski om ons te laten geloven dat de personages ervan overtuigd raken dat hun laatste kwartier is aangebroken. En dan, als het uur bijna U is, realiseren we ons dat boven in het huis een vierjarig kind ligt te slapen.

De vader sluipt naar het kind. De moeder heeft gevraagd om het te wekken, maar we beseffen - tja, wat besef je? Dat dit niet kan? Kun je iets anders willen dan wat de vader kiest: het blootgewoelde jongetje in zijn kinderbed met (meen ik) spijlen te laten slapen?

Het levert hoe dan ook één van de mooiste, meest betoverende shots op van het toch al zo betoverende werk van Tarkovski. Een kamer badend in een hemels midzomernachtlicht; het schokkend argeloze lichaam van het kind; de ene trage, 'op eeuwigheid hopende' camerabeweging door de ademende ruimte heen...

Het verhaal van 'Het Offer' wil dat de bom niet valt. De vader zal tijdens het uur U voor het eerst van zijn leven bidden, en belooft dat, als hij en de zijnen het overleven, hij het liefste wat hij bezit zal opofferen.

Vandaar de titel van de film, maar waar het mij hier om gaat is dat de bovenbeschreven scène met misschien wel méér recht apocalyptisch genoemd kan worden dan de daadwerkelijk verwoestende slotscène van 'Melancholia'.

Kennelijk bedoel ik met 'apocalyptisch' iets dynamisch': een proces van onthulling. Apokalyptein is Grieks voor 'onthullen' , 'openbaren'. Het slapende kind zien op het moment dat de wereld vergaat, brengt van de hoofdpersoon iets aan het licht, een 'laatste waarheid'.

Je vraagt je af wat de belofte om, als het gebed verhoord wordt, het liefste bezit (het eilandhuis waar het zich allemaal afspeelt) te offeren, voor zin heeft. Toch is deze belofte, in een redeloze radeloze oogwenk gedaan, de 'laatste waarheid' van deze man.

Maar anders dan de pasklaar eigentijdse voorstelling van Von Trier vraagt die van Tarkovski de toeschouwer om de Apokalyps persoonlijk op te vatten - erop vertrouwend dat wat onthuld wordt 'voorstellingen zijn van je ziel'.

Dat zijn woorden van Jorge Luis Borges. Volgens zijn voorstelling krijgt iemand die z'n Apokalyps aangaat ten slotte 'een slapend, sereen, waarachtig eeuwig gezicht' te zien, 'wellicht van je geliefde, wie weet van je zelf'."

En het aanschouwen van dat onverwijlde,

blijvende, ongerepte, onverwelkbare

gezicht zal voor de verworpenen de Hel

en voor de uitverkorene de Hemel zijn.

(Over Hemel en Hel, vertaling Robert Lemm)

Willem Jan Otten is schrijver.

Wat is de ware Apokalyps? De metoriet die de aarde vernietigt? Of de mens die worstelt hoe dit lot te ondergaan? "Het slapende kind zien op het moment dat de wereld vergaat", schrijft Willem Jan Otten, "brengt iets aan het licht, een laatste waarheid."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden