Het einde bespreken

Achter elke rouwadvertentie schuilt een verhaal. Mickelle Haest tekent de ervaringen op van een uitvaartverzorger.

Het is waterkoud. De mensen op straat dragen weer winterjassen. Ingepakt meld ik me bij het huis waar ik moet zijn.

In het schemerdonker ligt een vrouw van een jaar of vijftig op bed. De zon schijnt hier niet naar binnen.

"Ik wil met jou het einde bespreken", zegt ze. Ze heeft een kaal hoofd en mager lijf en steekt vriendelijk haar hand naar mij uit. Ze is ongeneeslijk ziek.

Haar man schuift voor mij een extra stoel naast het bed. Daarna pakt hij haar hand.

"Ik wil gecremeerd worden", zegt de vrouw.

"Ik zou liever willen dat ze begraven wordt", zegt haar man voorzichtig.

Samen nemen ze de plus- en minpunten door. Uiteindelijk kruis ik cremeren aan op het formulier.

"Ik heb geen idee hoelang ik nog zal leven", zegt ze als we alles besproken hebben.

Een paar weken later belt ze op. "Ik heb een advertentie gezien van sieraden waar je een beetje as in kunt doen. Die wil ik graag."

"Ik zal het voor je uitzoeken en meebrengen", antwoord ik.

Vanaf dat moment belt ze vaker. Telkens lief en vriendelijk. "Ik heb een prachtige kaart gezien." "Ik denk aan een mooie doek voor op de kist."

Af en toe ga ik bij haar langs. Elke keer staan de meubels anders. Ook haar bed heeft geen vaste plek.

"Ik zorg elke dag voor een ander uitzicht", legt haar man uit. "Anders ligt ze steeds tegen hetzelfde aan te kijken."

De vrouw glimlacht en vraagt me dichterbij te komen.

"Ik heb voor euthanasie gekozen", zegt ze. Ze is nog meer vermagerd.

Wil jij mij samen met mijn dochters wassen als ik overleden ben? Ik wil echt niet dat een vreemde dit uitgemergelde lijf ziet."

Ik knik en zeg dat het goed is.

Ze noemt een datum. "Ik trek dit leven echt niet meer", zegt ze verontschuldigend.

We nemen alles nog een keer door en dan neem ik afscheid. "Je zult er toch voor me zijn?"

"Ja, ik zal er voor je zijn."

Op de genoemde datum word ik in de vooravond gebeld door haar man. "Kom je?"

Als ik voor de deur stop, wacht een van de dochters van eind twintig in de deuropening. Tranen stromen over haar gezicht.

Ik hang mijn jas op en stap de woonkamer binnen. Rond het bed staan twee artsen. Plots komt de vrouw achter hen omhoog. "Kom je?" vraagt ze aan mij.

Ze leeft nog. Mijn buik trekt samen. Ik ga haar kant op. Een beetje wazig zegt ze: "...dag."

Ik neem afscheid en ga op de bank zitten bij haar dochters die onbedaarlijk huilen. Ze kruipen tegen mij aan. In elke arm troost ik een dochter.

Ze worden rustiger. Hun vader heeft hun moeder vast. We kijken samen naar het tweetal.

Een hele tijd zitten we bewegingsloos bij elkaar. Het wordt doodstil in de kamer.

Uiteindelijk zegt de huisarts zacht: "Ze is heengegaan."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden