'Het eigen broodje smaakt nu eenmaal het lekkerst'

ATLANTA - Bert Heerink zingt de mensen de dansvloer op. De Nederlandse barmeisjes transformeren zichzelf tot cheergirls. In een aanpalende ruimte zit een voor de nieuwsvoorziening ingehuurde ANP-techneut te internetten en tikt een medewerkster van de publiciteitsafdeling van NOC-NSF een dagelijks krantje vol. In weer een ander kantoor nemen twee mensen van een marketingbureau de dag door.

Het Holland House. Een stukje Nederland in den vreemde, in dit geval op de vierde etage van een hotel in een lommerrijke buitenwijk van Atlanta. Het is een heel ander stukje Nederland over de grens dan Benidorm, hoewel de je overal achterna reizende nationale symbolen - klomp, tulp, molen en dijk - een soortgelijk truttigheidsgehalte doen vermoeden. “Dat ben ik met je eens,” zegt één van de twee projectmanagers, Marco Antonietti, “maar de mate waarin dat hier geëxploiteerd wordt, is net leuk. We hebben uitnodigingen gestuurd naar alle Nederlanders in Atlanta bij wie we ook maar enige betrokkenheid bij Nederland en de Olympische Spelen veronderstellen. Er is hier een 'Atlanta Holland Club' met elfhonderd leden. Die willen allemaal stroop, drop en pindakaas; die typische Hollandse dingen die ze jaren niet hebben gehad. Om in die behoefte te voorzien is er in de stad zelfs een all things Dutch-bedrijf. De jongens die 's nachts onze krantjes bezorgen in hotels waar Nederlanders logeren, zijn op en top Amerikaans, maar horen hun grootouders nog altijd over pannekoeken bakken, en dat soort dingen praten. Die willen weten wat dat is. Die symbolen zijn ook heel duidelijk. Vraag je aan een buitenlander Belgische symbolen op te noemen, dan zou hij ze niet kennen. Van Nederland weet hij ze meteen te noemen. Inderdaad, de tulp, de molen, de dijk en de klomp.”

Het is al de derde keer dat NOC-NSF samen met bierbrouwer Heineken een Holland House heeft ingericht op de Olympische Spelen. Om de bereikbaarheid (zowel letterlijk als figuurlijk) te vergroten, is gekozen voor een accommodatie buiten de olympische ring. Trefwoorden zijn 'gezelligheid' en 'gastheerschap'. In Barcelona was het Holland House op een schip gevestigd. Het lag evenwel afgemeerd in een deel van de haven dat tot het olympisch territorium behoorde. Veel gasten hadden geen trek om zich aan allerlei veiligheidsvoorschriften te onderwerpen. In Hamar bleek de huisvesting in de kantine van een voetbalclub aanzienlijk drempelverlagender te werken. Antonietti: “Wanneer je bij ons komt, moet je het idee hebben dat je bij je familie of je achterban binnenstapt. De afgelopen dagen hebben we alle extremen al in huis gehad, de prins, Kok, Terpstra, maar ook de gewone man die maar één keer in zijn leven naar de Spelen gaat.”

Voor de Nederlandse Olympiërs moet het eveneens een tweede huis worden. Het wachten was alleen op de eerste medaille. “Nu die is gevallen,” verwacht Antonietti, “ontstaat er een domino-effect. De euforie van het vieren van de medaille slaat over op een andere atleet die tegen weer een andere atleet zegt: dat kunnen wij ook.” Wanneer Heerink het laatste liedje heeft gezongen (niet toevallig 'Juli July', de lange versie van een Heineken-commercial), vertrekt die avond ook de laatste sporter. Een kleine honderd van de ongeveer duizend dagelijkse bezoekers blijft nog hangen. De gradaties zijn groot. “We houden, om wat te noemen, themadagen,” vertelt Antonietti. “Olympic Aid is een thema, maar ook de frontdoor families, Amerikaanse gezinnen die familieleden van olympische sporters tijdelijk onderdak geven.” Lachend: “Wat willen die families? Klompendansen.” Dan weer serieus: “We organiseren een speciale dag voor de Nederlandse politiemensen die voor de beveiliging zijn ingeschakeld en een hotel blijken te hebben in een buurt waar verschrikkelijke armoede heerst. Het entertainment moet Nederlands zijn, maar we houden voor de Antillianen ook een paar Caribische nachten.”

Het Holland House is een megacentrumpje waar de complete dwarsdoorsnede van het zich in Atlanta bevindende deel van de Nederlandse samenleving zijn stekkie moet kunnen vinden. Het consulaat is er tijdelijk gevestigd, de NOS-radio heeft er een studiootje ingericht, de vaderlandse pers kan er atleten interviewen. En er wordt door het bedrijfsleven - de NOC-NSF partners in sport - driftig aan relatiemarketing gedaan. Antonietti: “Ook op dat vlak tref je een mix aan van mensen die hier in huis komen. Het is niet uitsluitend de elite, maar ook de lottowinkelier die door de Lotto is uitverkoren om een bezoekje aan de Spelen te brengen. Als die man thuiskomt, praat ie daarover met zijn klanten. In dezelfde adem prijst hij krasloten aan. Dat komt de sport weer ten goede. Hij verkoopt op die manier zijn eigen broodje, en het eigen broodje smaakt nu eenmaal het lekkerst.”

Het Holland House is een project van Heineken en NOC-NSF. De sponsor tekent voor de inrichting en logistiek. De financiële bijdrage die de koepel levert, wordt niet aan het sportbudget onttrokken, benadrukt Antonietti. Zonder slag of stoot ging het overigens niet. “Het Holland House is een stukje Nederland in de Verenigde Staten, maar daar houdt de wetgeving geen rekening mee. Zo hebben wij een winkeltje. Niet om er aan te verdienen, maar om de Nederlandse gasten iets mee naar huis te laten nemen dat typisch oranje is. We willen bier verkopen, maar tegen een lage prijs. We hebben sinds gisteren een shuttledienst naar het olympisch dorp. Daar moesten allemaal regelingen voor worden getroffen. Dat kostte veel tijd. Het kwam als lauwe soep over ons heen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden