Het Ecolint wil de natuur de stad in brengen

Een groot deel van mijn jeugd woonde ik bij de Kalfjeslaan, de grens tussen Buitenveldert en Amstelveen. Buitenveldert was nog weideland met sloten en de Boerenwetering. Met het schepnet vingen we aan de Kalfjeslaan stekeltjes, salamanders, kroeskarpertjes, soms een jonge zeelt, waterjufferlarven, geelgerande waterroofkevers en spinnende watertorren. Daar leerden we dat bootsmannetjes en zwemwantsen gevoelig konden steken.

De rijksoverheid vond het in de jaren tachtig nodig natuurgebieden voor isolatie te behoeden door het ontwerpen van een Ecologische Hoofd Structuur, een netwerk van groene wegen tussen die kerngebieden, waarlangs planten en dieren zich zouden kunnen verplaatsen. De bedoeling was dat provincies de mazen in dit zeer grove netwerk zouden vullen met een Provinciale Ecologische Hoofd Structuur. De gaten in die provinciale structuur zouden op hun beurt gevuld moeten worden door een kleinschalige Lokale Ecologische Structuur van de gemeenten.

Amsterdam is daar in 1995 mee begonnen. Een ruim twintig kilometer lange verbindingsweg voor planten en vooral dieren door de zuidrand van de gemeente zou het Nieuwe Meer in het westen moeten verbinden met het Nieuwe Diep in het oosten. Dit 'Ecolint' is nog lang niet klaar. Voortdurend worden nog delen aangepast, vaak in samenhang met de uitvoering van woningbouw en nieuwe wegen. Het is een project van lange adem, dat wellicht nooit helemaal voltooid zal zijn.

Vos in de stad

Voor veel dieren is de stad een aantrekkelijk leefgebied. Dat merk je aan dieren zoals de gierzwaluw en de zwarte roodstaart, die buiten menselijke nederzettingen niet voorkomen, maar ook aan de vos. Dichtbij de Rembrandttoren zag ik twee honden achter elkaar aan rennen. Dacht ik. Dichterbij gekomen zag ik dat de achterste een Duitse herder was, de voorste een vos. En veel haast maakten ze ook al niet. Het leek eerder een soort spel.

Amsterdam heeft boven andere steden het voordeel dat bij de grote stadsuitbreidingen in de jaren dertig uitgestrekte delen van het vroegere platteland vrij zijn gebleven van grootschalige bebouwing en nog steeds ver de stad binnendringen: de Amstelscheg en de Diemerscheg. Daar konden planten en dieren uit het buitengebied zich handhaven.

De bermen van de ringweg A10 vormen een groene verbinding met de scheggen, waar sommige dieren gebruik van maken. Zulke verbindingen vergroten het territorium van zoogdieren, die rondzwerven in een groot gebied, zoals de vos en de egel. Vooral kleine dieren maken gebruik van de bermen van spoorlijnen om diep in de stad door te dringen. Ze kunnen er ongestoord trekken, want er komt geen mens op de spoortaluds.

Plantenzaden liften mee met dieren en soms met verkeersmiddelen. Het oorspronkelijk Zuid-Afrikaanse bezemkruiskruid is via de spoorlijnen diep de stad binnengedrongen en de teunisbloem doet dat via de routes van de metro, totdat deze ondergronds gaat.

Aflopende slootbermen

In het opzettelijk voor dieren en planten ontworpen Ecolint worden bestaande groenstroken, sloten en vaarten op elkaar aangesloten. Opvallend zijn vooral de natuurvriendelijk gemaakte oevers, zoals die te zien zijn langs de Kalfjeslaan. Steile oevers maakten plaats voor geleidelijk aflopende slootbermen met oeverplanten, vooral veel riet. Voor het waterschap een hele omslag in denken: in plaats van vaarten op diepte te houden om een goede doorstroming te verzekeren schuift men nu de oevers het water in!

Een omvangrijk project als het Ecolint moet je verbinden aan diersoorten die tot de verbeelding spreken. Als doelsoorten werden gewone oeverlibel, ringslang, snoek en hermelijn gekozen. Zij stellen eisen aan het milieu die ook voor tal van andere dieren en ook planten gelden. Die hebben voordeel van de maatregelen die voor de doelsoorten worden genomen. Zo zijn met de gewone oeverlibel zeventien andere libellensoorten meegekomen.

In de groenstrook tussen de bebouwing van Buitenveldert en de Kalfjeslaan zijn amfibieënpoelen gegraven, die niet alleen een broedplaats kunnen worden voor kikkers en padden, maar ook voor waterjuffers, libellen en andere waterinsecten. De sloot langs de Kalfjeslaan is sinds mijn jeugd nauwelijks veranderd, met salamanders, voorns en waterinsecten, die nu ook in de poelen terecht kunnen.

Geen ringslangen

Alleen de ringslang laat verstek gaan, maar die kwam er al nooit voor. Zo vreemd is dat niet.

Stadsecoloog Martin Melchers viel het op dat ringslangen steeds voorkwamen op natte plekken met amfibieën als voedsel naast droge plaatsen, waar ze konden overwinteren, zoals spoorbermen en hoge zanddijken. Een geïsoleerde populatie leeft aan de Amstelveense Poel naast een spoorlijn, waar alleen in de weekeinden een museumtreintje rijdt. Maar hoe zouden die slangen hun weg moeten vinden naar dergelijke terreinen kilometers verderop in het Ecolint, zo die er al zijn?

Dwars door de stad gaat in de komende jaren een uitbreiding van het Ecolint: van het Rembrandtpark en het Vondelpark loopt dan een netwerk van natuurvriendelijke wateren naar de Sloterplas. Die zullen weer aansluiting vinden bij de Groene AS (Amstelland-Spaarnwoude) van de provincie. Maar buiten de poelen langs de Kalfjeslaan is de waterkwaliteit nog lang niet optimaal. Te veel wordt gebiedsvreemd water ingelaten.

Obstakels

Een ononderbroken wandelweg voor landdieren is het Ecolint allerminst. De Amstel is een enorme barrière, maar dat is de rivier altijd al geweest. In de brede bermen van de A9 in de polder De Ronde Hoep bij Ouderkerk leven vossen. Die proberen via de brug over de Amstel naar het westen en het Amsterdamse Bos te trekken, maar worden voor of op die brug doodgereden.

De drukke verkeerswegen om de stad zijn ernstige hindernissen. Tussen het Amsterdamse Bos en Buitenveldert ligt de Amstelveenseweg, in Amsterdam-Oost de Middenweg. In het laatste geval meent men een oplossing te hebben gevonden in een looprichel langs het water onder een brug door. Een wel heel smal plankiertje, waar voornamelijk muizen gebruik van maken en misschien ook een enkele moedige hermelijn, wezel of egel.

De verdienste van het Ecolint is vooral dat tussen de bebouwing plekjes worden gemaakt, waar planten en dieren kunnen leven. Als route door het landschap zal het lint maar beperkt functioneren. De meeste dieren zullen blijven, waar ze het naar hun zin hebben. Veel leefgebied hebben ze niet nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden