Het Ecolint moet Amsterdamse dieren meer bewegingsvrijheid geven

Vlak bij elkaar dreven twee egels in de sloot. Hun stekelige ruggen kwamen net boven het kroos. Een stelletje dat in de opwinding van de paardrift achter elkaar de steile oever was afgesukkeld? In elk geval konden ze niet op het droge komen en verdronken zij jammerlijk.

HENK VAN HALM

Egels zijn goede zwemmers en hadden zich best kunnen redden, als door de aanhoudende droogte de waterspiegel niet zo ver was gezakt en daardoor de oevers te hoog waren geworden. Het vergaat niet alleen egels zo. Menige waterweg heeft zulke dieronvriendelijke oevers dat bijvoorbeeld trekkende reeën er niet tegen op kunnen klauteren en verdrinken. Als trekweg voor dieren die de dekking van een oevervegetatie nodig hebben, zijn ze al helemaal ongeschikt.

De gemeente Amsterdam doet er nu iets aan. De dienst Riolering en Waterhuishouding Amsterdam streeft naar verbetering van de waterkwaliteit door middel van planten en naar het terugdringen van tropisch hardhout of geïmpregneerd Europees hout in beschoeiingen. De dienst kreeg al bekendheid door het aanleggen van 'floatlands', met oeverplanten begroeide vlotten in de Amsterdamse grachten. De planten zuiveren het water door er voedingsstoffen aan te onttrekken. De vlotten zorgen voor bescherming van de oever door de golfslag te temperen. Ze bieden een schuilplaats voor vissen en insecten en nestgelegenheid voor watervogels en zoogdieren.

Het gemeentelijke bureau stadsecologie bedacht het Ecolint, een weg voor de natuur, waarlangs planten en dieren zich kunnen verplaatsen tussen het Nieuwe Meer en het Amsterdamse Bos enerzijds en het Nieuwe Diep, het Flevopark en de Diemerzeedijk aan de oostkant van Amsterdam anderzijds.

PLAN RINGSLANG Het Ecolint wordt ook wel het Plan Ringslang genoemd. De ringslang is het Amsterdamse voorbeeld van een diersoort die steeds meer wordt verdrongen door wegenaanleg en woningbouw. De ringslangenpopulatie aan de Amstelveense Poel had vóór 1935 verbinding met het nog steeds vrij grote leefgebied in Amsterdam-Oost, op de Diemerzeedijk en op het PEN-eiland. Ze zijn nu gescheiden door woonwijken en voor ringslangen ongeschikte gebieden.

Het voorbeeld van deze Amsterdamse ringslangen staat niet alleen en is ook niet typisch Amsterdams. Vroeger kende ons land uitgestrekte leefgebieden voor allerlei dieren, met maar een enkel gehucht en wat landwegen. Dieren konden vrij trekken waarheen zij wilden. De dorpen breidden zich uit en overal in het land doorkruisen snelwegen het gebied, waardoor geschikte leefgebieden geïsoleerd raken en steeds kleiner worden. Kleine populaties hebben weinig overlevingskracht. Waar weinig planten of dieren van een soort leven, treedt inteelt op. Een ziekte kan in korte tijd het bestand decimeren. Door de vele barrières kunnen andere soortgenoten de populatie niet bereiken en komen versterken. Daar is maar één oplossing voor: de versnippering van het landschap compenseren door ecologische verbindingen tussen de verschillende kleine leefgebieden te maken. Dat is de bedoeling van het Ecolint, dat niet alleen een ecologische verbindingsweg voor ringslangen moet worden, maar ook voor veel waterdieren. Vaarten met rechte, harde oevers zijn voor de meeste waterdieren ongeschikt. Vissen zoeken begroeide plekken langs oevers op, die bescherming bieden tegen belagers of van waaruit zij op hun beurt op prooi kunnen loeren. Padden, salamanders en kikkers moeten het hebben van lage drassige oevers.

BREDE GORDEL In opdracht van de dienst Riolering en Waterhuishouding maakte het Ingenieursbureau Amsterdam een schetsontwerp om de bestaande waterlopen aan de zuidkant van Amsterdam voor dieren aantrekkelijker te maken. Niet als een smalle weg door overigens diervijandig gebied, maar een brede gordel van verschillende waterlinten. Dat moet wel, omdat de verschillende diersoorten verschillende eisen aan de wateren stellen. Hoe gaat het eruitzien?

Tussen het Amsterdamse Bos en de oevers van de Amstel zijn verschillende groene verbindingen. Er liggen drie stroken parkbos door de wijk Buitenveldert, die het Bos verbinden met het Amstelpark. Daar zijn vorig jaar de oevers van de sierwateren vlakker gemaakt. Dan is er het Kleine Loopveld langs de Kalfjeslaan, waar populieren- en wilgenbos al sinds vele jaren de toon aangeven en het fluitenkruid in mei het aspect bepaalt. Dit oude loopveld van de vroegere veenderij was als natuurstrook bedoeld, maar bood helaas weinig variatie. In het afgelopen jaar heeft het loopveld aan een zijde een aangepaste oever heeft gekregen. Er zijn paddenpoelen gegraven met moerasachtige stukjes met een lagere begroeiing. De slootjes krijgen zeer flauwe taluds met een geleidelijke overgang van nat naar droog. Er groeit al flink wat riet.

PLASBERM De ringvaart van de Middelpolder direct ten zuiden van de Kalfjeslaan heeft een plasberm gekregen, wat een ononderbroken verbinding met de Amstel betekent. Die flauw glooiende oever zal begroeid raken met water- en oeverplanten, ruigtkruiden en hoog gras. Om de doorstroming niet te belemmeren zijn de wateren in het midden uitgediept.

De groene oevers van de Amstel dringen ver de stad in. Er zullen plasbermen worden aangelegd tot het Maarten Luther Kingpark op de westoever bij de Utrechtse Brug en tot aan het bedrijventerrein Overamstel op de oostoever. Daar op de oostoever ligt ook het volkstuincomplex Amstelglorie, waar de oevers sinds kort natuurlijker worden beheerd, waar wallen van snoeihout en gevelde boomstammen worden gemaakt en een grote composthoop op ringslangen wacht als overwinterings- of broedplaats. Er bestaan plannen voor een oeverbos langs de oostelijke Amsteloever.

DROOGMAKERIJ Amsterdam-Oost bestaat grotendeels uit de Watergraafsmeer, een droogmakerij uit de zeventiende eeuw. De Ringvaart ligt er nog, met drijvende waterplanten zoals waterlelies. Deze en andere hoofdwaterlopen krijgen natuurlijke oevers, zoals de ringvaart aan de Kalfjeslaan. Knelpunt in de verbinding met de Watergraafsmeer is het industriegebied tussen de Duivendrechtse Vaart en de Weespertrekvaart. Hier moet het aan te leggen Riversidepark en een natuurvriendelijk beheer van de spoordijk richting Utrecht en van de westoever van de Weespertrekvaart een oplossing bieden.

Natuurlijk wordt in de komende jaren goed gekeken of de maatregelen het gewenste resultaat hebben. Er zijn vijf diersoorten gekozen, die direct met water te maken hebben en gemakkelijk waar te nemen en te herkennen zijn: snoek, ringslang, oeverlibel, kleine karekiet en wezel. Hun voorkomen geeft aanwijzingen dat het Ecolint als trekweg, leefgebied en rustgebied inderdaad functioneert. Alle vijf soorten staan aan het einde van een voedselketen. Als zij aanwezig zijn, betekent het automatisch dat de dieren die ze eten er ook voorkomen.

De aanleg van plasbermen betekent in elk geval een grotere verscheidenheid aan mooie oeverplanten en bijbehorende insecten. En dat te water geraakte egels zonder moeite op de wal kunnen komen. Al biedt het drukke verkeer in en om Amsterdam ook zonder steile oevers egels weinig kans op een lang leven.

Natuur deze week

Het krioelt van de spinnen. Hun webben zien er op een mistige morgen bepareld met druppels prachtig uit. Hangmatspinnen bedekken soms hele struiken met hun horizontale baldakijnwebben. Kruisspinnen en herfstspinnen maken verticale wielwebben. Maar het meest spectaculair zijn de fijne draden, waaraan microspinnetjes zich door de wind laten meevoeren. Die vliegdraden blijven achter op bomen, struiken en planten en kunnen als een zilver glanzend laken hele heidevelden in een spooklandschap veranderen. - Dagpauwogen, kleine vossen en roesjes hebben een velig heenkomen voor de winter gezocht in schuren, holle bomen, stallen, grotten en huizen. - Het aantal 's nachts vliegende insecten neemt drastisch af. Vleermuizen komen al even na zessen te voorschijn. Ze vliegen al vroeg in de avond om nog zoveel mogelijk nachtvlinders, muggen en kevers te vangen. - Vogels die uitsluitend van vliegende insecten leven, trekken weg naar het zuiden. Nu zijn nog de laatste boerenzwaluwen te zien, vaak verenigd in meer of minder grote troepen op luwe plekken aan het water, waar nog wat insecten zwermen. - Goudhaantjes waren vroeger als broedvogel zeldzamer dan tegenwoordig. Toch zie je ze in de broedtijd niet in steden en grote dorpen, omdat ze voor hun nestbouw gebonden zijn aan sparren. Nu komen de eerste goudhaantjes weer in stadsparken en -tuinen, waar je ze het hele winterhalfjaar kunt tegenkomen. - De eerste trekkende sijzen arriveerden vorige week. In kwebbelende troepjes streken ze neer in de elzen om zich te goed te doen aan het bruine zaad uit de elzenproppen. - Gaaien hamsteren eikels en hazelnoten, die ze op allerlei plekken begraven om vervolgens te vergeten waar ze die verstopt hebben. Er is nu ook wel trek van kleine gezelschappen gaaien uit noordoostelijker streken te zien. - Het is volop paddestoelentijd. Gewone zwavelkopjes en zwerminktzwammetjes komen massaal te voorschijn op vermolmde stronken, die na het vellen van de bomen in de grond zijn blijven zitten. Vooral in tuinen en parken komen knol-, grote en spitsschubbige parasolzwammen op. De bekende rode, wit gepikkelde vliegenzwammen zijn vooral te vinden onder berken en dennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden