Het echte vuur in King Sunny is gedoofd

AMSTERDAM - Een frêle man omstuwd door zeventien muzikanten: geen alledaagse aanblik in het popcircuit, waar doorgaans kwartetten de dienst uitmaken. Maar in de Nigeriaanse juju-muziek tel je pas mee wanneer je een veelvoud aan gitaristen, trommelaars en zangers meebrengt.

Voor King Sunny Adé, ongekroonde koning van de juju, is het een alledaagse zaak. Toch wist de tovenaar van weleer woensdag met moeite het halfgevulde Paradiso in Amsterdam te boeien. Zijn magie liet hem in de steek. Ook de van Adé zo vertrouwde wisselwerking tussen podium en publiek sneefde in een overdosis aan zelfgenoegzaamheid.

En dat is wel een anders geweest, want op de kop af vijftien jaar geleden maakte King Sunny zijn Europese debuut in Londen en spoedig daarop zijn Nederlandse entree in een zinderend Vredenburg te Utrecht. Ondertussen bracht 'Rockpalast' de nieuwe sensatie in miljoenen huiskamers. De Nigeriaanse superster King Sunny Adé die in eigen land al jaren aan de top stond, belandde hiermee in één klap op de mondiale popkaart. Met zijn hypnotiserende juju-muziek betoverde hij verwende westerse oren en voeten, tegen die multigelaagde, verende klanken had niemand verweer.

Toch doofde in enkele jaren de publiciteit rond de gedoodverfde keizer van de Afrikaanse pop. Was Adé in 1983 zo'n beetje de enige, in de jaren daarop overspoelde een golf aan ander Afrikaans toptalent het Westen. Youssou N'Dour (Senegal), Salif Keita (Mali), Franco (Zaïre) en Alpha Blondy (Ivoorkust) illustreerden dat het donkere continent nog veel meer lichtende voorbeelden in petto had.

Terugblikkend kun je stellen dat King Sunny is 'misbruikt' in het marketingoffensief van Island Records. Na Bob Marley's dood (1981) zocht het prominente reggae-label naar een even charismatisch artiest. Als een Johannes de Doper had Marley immers al jaren naar Afrika verwezen, dus daar zou het nieuwe heil vandaan moeten komen; uit een voormalige Britse kolonie, liefst Nigeria. De querulante Fela Kuti viel af, zodat het de miljoenen platen verkopende Adé werd. Helaas, de minzame artiest bezat niet het flamboyante van Marley. Bovendien duurden zijn nummers gemiddeld één plaatkant in plaats van drie minuten, zodat moelijk hits waren te behalen.

Dat oude nieuwigheidseffect van King Sunny daverde in Paradiso nog door, mede instandgehouden door enkele schaarse, tussentijdse tournees. Maar de routine waarop de bandleider leunde deed zijn naam geen goed. Het bizarre amalgaam aan instrumenten, zoals talking drums en steelguitar, was nog altijd hetzelfde. Ook de op- en uitbouw van zijn songs bleef ongewijzigd. Spanningsbogen wist hij er niet mee te creëren, zodat je keek naar een kabbelend onderonsje. Naar een vuur dat geen vonken meer, maar uitsluitend rook afscheidde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden