Het echte verhaal van de Inca’s

Motief op een koningsmantel, Chimú (1300-1450). (Trouw)

Een confronterende tentoonstelling over de cultuur van de Inca’s laat lugubere zaken zien als mensenoffers. De expositie plaatst de bezoeker voor de vraag of dat slechts een verschijnsel is uit een ver verleden of dat ook de moderne mens nog bereid is om zonen en dochters te offeren door hen in uniform naar het grensgebied van leven en dood te sturen.

’Wat wreed, wat luguber”, huivert een bezoekster tijdens een rondleiding over de aan de Incacultuur gewijde tentoonstelling in het Wereldmuseum in Rotterdam. In een vitrine ligt een gemummificeerd mensenhoofd, de uitgesneden tong bungelt er aan een touwtje aan. Conservator Edward de Bock schudt het hoofd. Deze man is eeuwen geleden niet het slachtoffer geworden van een barbaarse daad, maar geofferd voor spirituele doeleinden. De Bock: „Afgesneden hoofden, soms werden ze ook gevild, waren daar net zulke belangrijk symbolen en objecten van devotie als kruisbeelden bij ons.”

In de museumwereld geldt het als not done om menselijke resten te tonen. Daarvan zijn ze zich bij het Wereldmuseum terdege bewust, zegt directeur Stanley Bremer. Maar als je een tentoonstelling brengt over de Incacultuur, kun je niet om het fenomeen mensenoffers heen. De Bock vult aan: „We doorbreken dat taboe omdat we het echte verhaal over de Inca’s willen vertellen.”

De Incacultuur stond de afgelopen jaren vooral in de belangstelling door spectaculaire archeologische vondsten: op de hoogste toppen van het Andesgebergte werden de resten gevonden van geofferde kinderen, tussen de 6 en 12 jaar oud. Sommigen waren ter plekke gedood, anderen waren doodgevroren. De Bock: „Vanuit onze opvatting is het een barbaarse daad om kinderen in eenzaamheid achter te laten op deze ijskoude toppen met nauwelijks voldoende zuurstof. Mensenoffers worden over het algemeen heel negatief beoordeeld in het Westen. Met deze tentoonstelling wil ik laten zien dat we daarmee geen recht doen aan deze cultuur.” De conservator, die promoveerde op de Incacultuur, komt er rond voor uit. Hij wil aan ’positieve beeldvorming’ doen door het volledige verhaal te vertellen over de Inca’s en hun mensenoffers, die naar zijn mening evenveel respect verdienen als ’onze eigen martelaren’.

Want zijn we zelf nu zoveel beter? Met die prikkelende vraag word je meteen bij het begin van de tentoonstelling om de oren geslagen. Daar sta je oog in oog met de reconstructie van het gezicht van het roodharige meisje dat in 1897 werd gevonden in het veen bij het Drentse dorpje Yde. Omdat er een bandje met een schuifknoop een paar keer om haar hals was gewikkeld gaan archeologen er vanuit dat ze waarschijnlijk is geofferd. In Nederland zijn enkele tientallen veenlijken gevonden, de meeste van mannen die vaak door verwurging om het leven zijn gebracht. De moerasgebieden hadden voor de bewoners destijds waarschijnlijk een spirituele betekenis. De Bock: „Het moeras als plaats van een offerdood is vol symbolische betekenis: het is geen land en geen water. Het moeras is de overgang tussen de mensen- en de godenwereld. Het meisje van Yde werd 2000 jaar geleden geofferd om contact te leggen tussen beide werelden, zoals haar jonge lotgenoten de dood werden ingestuurd op de toppen van de Andes, de grens tussen hemel en aarde.”

In de Incacultuur (1250-1532) en pre-Incaculturen in de Andes waren mensenoffers niet aan de orde van de dag. Ze vonden plaats op speciale momenten en dienden als intermediair tussen de wereld van de mensen en die van de goden en voorouders. De communicatie tussen beide werelden was van cruciaal belang voor het in stand houden van de levenscyclus. Het mensenoffer was een ultiem middel om in contact te komen met de andere wereld. De Bock: „De mens werd immers bewust ingelijfd in de wereld van de voorouders.”

Naast vondsten van skeletten en mummies van geofferde mensen zijn talrijke rituele voorwerpen bewaard gebleven die ook op de expositie worden getoond, zoals waterkruiken met afbeeldingen van krijgers met afgesneden mensenhoofden in hun handen en doeken met symbolische voorstellingen. Veel voorwerpen zijn afkomstig uit de collectie van kunstverzamelaar en voormalig Ogem-topman Karel Fibbe, die zijn verzameling aan het Wereldmuseum heeft geschonken. Volgens het museum is dit een van de mooiste Inca-collecties.

Bij geofferde kinderen zijn kostbare voorwerpen en beeldjes gevonden van goud en zilver. Die beelden stellen de kinderen zelf voor en worden capac huchas genoemd. Capac betekent koninklijk en hucha plicht, een verwijzing naar de plicht van de Incakoning om offers te brengen als het belangrijkste staatsritueel. Het bloed van de kinderen waste de koning schoon van ziektes. Het bloed van geofferde mensen werd ook wel gedronken. Ver voor de Incacultuur dronken de Moche’s (0–750 na Chr.) in Peru bloed van hun eigen krijgers om overstromingen af te wenden.

Een spectaculair gouden hoofd toont dat ook het bloed van de elite in de mensenoffercultuur bij de Moche’s rijkelijk vloeide. Bij de Nasca’s (200 v. Chr. – 700 na Chr.) werden gesnelde mensenhoofden gebruikt om in contact te komen met de natuurkrachten, die zich manifesteerden als poema-, condor- en orkagoden. De Andesculturen kenden geen schrift. Schilderingen en sculpturen tonen het mensenofferverhaal.

De expositie is verhelderend, voor een breed publiek aantrekkelijk en beslist een aanrader voor reizigers naar Peru. Maar wat het doet uitstijgen boven het niveau van de doorsnee volkenkundige expositie is dat er ook een link wordt gelegd met het heden. Het mag barbaars lijken en uit een ver verleden tijd om mensen te offeren in het moeras of op de toppen van de Andes. Maar heeft de moderne mens dat echt zo ver achter zich gelaten als we geneigd zijn te denken? Als je een expositie maakt over een beladen thema als mensenoffers, kun je niet om die vraag heen, meent directeur Bremer. Daarom vroeg het museum audiovisueel kunstenaar Claudia Sola om een filminstallatie te maken over het ’eigentijdse mensenoffer’.

De film Hero, Princess, Prince bestaat uit een stortvloed aan beelden uit de actualiteit en van wereldconflicten die Sola heeft geplukt van televisie en internet. Tal van gezichten, van (kind)soldaten tot oorlogswezen, en kleine persoonlijke verhalen flitsen voorbij, in een ongrijpbare opeenvolging en hoeveelheid, net zoals het echte leven zich aandient. Met als universele boodschap dat veel menselijk handelen aan een offer is gebonden. Het is een confronterende vraag die dit filmkunstwerk aan de orde stelt: Zijn we niet net als de Inca’s nog steeds bereid zonen en dochters te offeren door hen in soldatenuniform naar het grensgebied van leven en dood te sturen om zo onze eigen samenleving in stand te houden?

Capac Hucha, zilveren beeldje van meisje dat werd geofferd (1250-1532). (Trouw)
Quipu (1250-1532). De Inca's kenden geen schrift. Quipus vormden hun administratieve systeem. De kleuren van de koorden geven producten aan. De knopen stellen getallen voor. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden