Het echte hart van de kerk klopt plaatselijk

De 94 Nederlands gereformeerde kerken (een kleine 30.000 leden) zijn nogal losjes georganiseerd. Dat heeft alles te maken met hun ontstaansgeschiedenis: het Nederlands gereformeerd kerkverband (NGK) is het resultaat van twee kerkscheuringen binnen 25 jaar. Na de Vrijmaking in 1944 waarbij met prof. Klaas Schilder tienduizenden uit de gereformeerde kerken vertrokken, werd een deel van die vrijgemaakten in 1967 opnieuw buiten de kerk gezet.

Wat deze 'buitenverbanders' bond, was dat ze de gedachte van maar één ware kerk van Jezus Christus - de vrijgemaakte - te ver vonden gaan. Ze hielden aan de affaires een diepe afkeer over van een te strak georganiseerde kerk en machtige synodes. De zelfstandigheid van de plaatselijke kerk, van oudsher hét kenmerk van de gereformeerde kerken, benadrukken ze sterk. Wanneer de Nederlands gereformeerde kerken eens in de drie jaar bijeenkomen om gemeenschappelijke zaken te regelen heet dat ook geen synode, maar slechts 'landelijke vergadering'. En de plaatselijke kerk maakt zelf wel uit of ze zich iets aantrekt van de besluiten van die landelijke vergadering.

De ongeveer 50 afgevaardigden die vandaag voor de vierde zittingsdag in Doorn bijeenkomen, vertegenwoordigen een bont gezelschap. Van de drie genoemde kerkgenootschappen op de rechterflank zijn ze het meest 'links', maar binnen de Nederlands gereformeerde kerken zijn er grote verschillen. In politieke termen loopt de variatie van Groen Links tot SGP. De hoofdstroom wordt gerekend tot de achterban van RPF en GPV, evangelisch en gereformeerd. Het succes van de evangelische beweging heeft de NGK namelijk niet onberoerd gelaten. Nederlands gereformeerde predikanten als Wim Rietkerk zijn populaire sprekers bij de EO, de EO zelf rekent de Nederlands gereformeerde kerken vrijwel integraal tot haar achterban. Ook in clubs die bij de Evangelische Alliantie zijn aangesloten zijn Nederlands gereformeerden vertegenwoordigd.

Die soepele evangelische samenwerking zouden veel Nederlands gereformeerden graag vertaald zien in meer gezamenlijk optrekken met zowel de christelijke gereformeerden als de vrijgemaakten. Zeker wat de christelijk gereformeerde kerken betreft lukt dat plaatselijk goed. In acht gemeentes zijn er gecombineerde kerken.

De contacten met de vrijgemaakten gaan wat stroever - de littekens van de laatste kerkscheuring jeuken nog. Landelijk zitten de verhoudingen tussen de drie kerken echter muurvast. Zowel christelijke als vrijgemaakte gereformeerden gooiden op hun synode in respectievelijk 1995 en 1996 de deur dicht. Hoofdargument: de Nederlands gereformeerde kerken staan te veel afwijkingen van de rechte leer toe. In kerkelijke termen: ze springen te soepel om met handhaving van belijdenisgeschriften.

Voor de Nederlands gereformeerde kerken zich vanmiddag buigen over de vraag 'wat nu?' worden ze toegesproken door de vertegenwoordigers van beide andere kerken, die bij de bespreking over de 'kleine oecumene' zijn uitgenodigd. De vraag is hoe de toon van die toespraken zal zijn. Staat de deur nog op een kier, of wordt de NGK vriendelijk doch streng opgeroepen haar kudde beter op de rechte paden te houden?

De NGK kan drie kanten op, zegt mr. A. Wattèl, voorzitter van de landelijke vergadering: “Of we komen tegemoet aan hun eisen, of we doen de boeken dicht en we zien wel welke nieuwe openingen God geeft, of we proberen de gesprekken voort te zetten, vooral om de ontwikkelingen op het grondvlak niet te belemmeren.” Wattèl meent dat zeker dat laatste pleit voor doorgaan. “Het gaat er immers over hoe je de Bijbel vertaalt naar je ongelovige buurman. Althans, daar zou het volgens mij over moeten gaan. Als je het er over eens bent dat de boodschap van het Evangelie in onze samenleving moet klinken, dan is het toch niet sterk als je zo verdeeld blijft optrekken.”

Maar de vraag is, of de Nederlands gereformeerde kerken nog zoveel energie moeten spenderen aan gesprekken die telkens weer niets opleveren. Kunnen ze niet beter aansluiting zoeken bij het orthodoxe smaldeel van de Samen-op-Wegkerken?

Wattèl: “Ik vrees dat dat een brug te ver is. Ik sluit niet uit dat het in de toekomst ooit gebeurt, maar als je dat doet, weet je zeker dat je afscheid neemt van je contacten in de kleine oecumene. Ik vraag me af of we daar al aan toe zijn. Maar het is natuurlijk duidelijk dat kerkgrenzen veranderen. Over tien jaar zullen de kaarten ongetwijfeld anders liggen. Maar vooralsnog houd ik me maar bij het woord van Jezus: 'Als iemand u prest een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem mee'.”

Wattèl, in het dagelijks leven belastingadviseur bij KPMG, is zelf ouderling in Heemstede-Haarlem. Daar maakt hij van nabij mee hoe er aan de basis goed met de christelijke gereformeerden wordt samengewerkt. Verder zijn er in zijn kerk vrouwelijke diakenen, wat in de NGK geldt als een indicatie voor de 'ligging'. Omdat de meningen hierover zo verdeeld zijn, besloot de landelijke vergadering drie jaar geleden deze kwestie aan de plaatselijke kerken over te laten. Met het gevolg dat er nu een verzoek is ingediend om ook vrouwelijke ouderlingen (en dus in het verlengde daarvan vrouwelijke voorgangers) mogelijk te maken. Die discussie moet over enkele weken plaatsvinden, maar tot een concreet besluit zal het nog wel niet komen. Ongeacht de landelijke richtlijnen zijn in diverse Nederlands gereformeerde kerken al vrouwelijke ouderlingen actief. Wattèl spreekt niet tegen dat het een kwestie van tijd is of ook dit onderwerp zal worden vrijgegeven, “maar dat hoeft de discussies erover nog niet te ontkrachten”.

Die discussies gaan over de vraag hoe tijdgebonden de Bijbel over de vrouw is. Dus over het gezag van de Bijbel. Daarmee ligt meteen het teerste punt op tafel. In de NGK gebeurt dat al openlijker dan in de beide andere kerken van de kleine oecumene, maar geen van drieën ontkomt aan de indringende vragen waarvoor gelovigen staan als ze de Bijbel letterlijk nemen. Er bestaat grote huiver echt door te praten, omdat men elders ziet hoe die discussies over het Schriftgezag kunnen aflopen. Als je eenmaal aan een draad van het breiwerk begint te trekken, wat houd je dan nog over?

Vandaar ook dat met name voor de christelijk gereformeerden de kwestie van de vrouw-in-het-ambt geldt als toetssteen voor rechtzinnigheid. Wattèl: “We zouden de samenwerking verder onder druk zetten als er nu vrouwelijke ouderlingen komen.”

Dat neemt niet weg dat er in verschillende Nederlands gereformeerde kerken al vrouwelijke ouderlingen zijn, wat het relatieve belang van de landelijke vergadering nog eens onderstreept. Wattèl erkent dit: het echte hart van de kerk klopt plaatselijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden