'Het echte drama zit in kleine hoekjes'

Morgen viert H. Bernlef in het Filmmuseum in Amsterdam zijn 63ste verjaardag én het feit dat hij exact veertig jaar schrijver is. In 1960 debuteerde hij met de dichtbundel 'Kokkels'. Hij viert zijn verjaardag op een wijze die de lezers niet zal verbazen: met de presentatie van een nieuw boek, de stevige roman 'Boy'. In de afgelopen vier decennia toonde Bernlef zich als dichter, romanschrijver en essayist uitzonderlijk productief: ,,Het komt neer op bijna twee boeken per jaar.''

Het omvangrijke oeuvre van Bernlef bevat zowel een enorme diversiteit aan literaire vormen en onderwerpen, als een grote intellectuele en thematische eenheid. ,,Toch zijn er mensen die zeggen: die Bernlef doet steeds hetzelfde'', zegt de schrijver.

Misprijzend blaast Bernlef, gezeten achter de lange, houten tafel in zijn woonkamer, de rook van zijn sigaret in de lucht. ,,Pfff. Dat hoor je vaak over kunstenaars die al een tijdje bezig zijn. Maar dat kan natuurlijk ook niet anders. Op een gegeven moment zit er een blauwdruk in je hoofd en van daaruit zoek je de wereld af. Het probleem is niet het zoeken van een verhaal. Er zijn verhalen genoeg. Het gaat er om: is het een verhaal waar ik iets mee kan? Logisch dat er dan boeken uitkomen die qua inhoud en stijl overeenkomsten vertonen. Het komt uit één hoofd.''

De blauwdruk in Bernlefs hoofd begon zich al te vormen voor het verschijnen van zijn debuut, toen hij in 1958 met zijn schoolvrienden Gerard Bron en Gerard Stigter (beter bekend onder het pseudoniem K.Schippers) het tijdschrift Barbarber begon. ,,Er werd in die tijd alleen maar gesproken over het drama. Maar dat drama kan natuurlijk alleen maar ontstaan op een ondergrond van het ondramatische. De kracht van het tijdschrift Barbarber was dat wij nu eens een tijdje aandacht besteedden aan dingen waar niemand zich mee bezig hield. Ik vergelijk het wel eens met honderd auto's die van Amsterdam naar Den Haag rijden, waarvan er één tegen een boom knalt. Dat komt dan in de krant of in een roman. Maar niemand hoort ooit nog iets over die 99 auto's die keurig in Den Haag zijn aangekomen. Wij wilden het tijdelijk eens over die 99 hebben.''

Bernlef lacht. ,,Ik heb mijn hele leven al belangstelling voor het schijnbaar nutteloze. Mijn kop is daar ook naar gaan staan. Ik heb geleerd dat het vaak een schijnbaar onbetekenend detail is, dat de kern van het drama bevat. Ik herinner me een mooi voorbeeld uit een film van de Zweedse regisseur Bo Widerberg, '°Adalen', over een arbeidersopstand die bloedig wordt neergeslagen. In de film wordt de stakingsleider doodgeschoten. In een soort optocht brengen ze het lijk naar zijn huis. Twee mannen leggen de man op de eetkamertafel en trekken hem zijn schoenen uit. Zijn vrouw kijkt naar dat tafereel, loopt naar de kast, pakt er een paar schone sokken uit en doet die aan de voeten van de dode -want in het paar dat hij aanheeft zit een gat.''

Bernlef slaat met de vlakke hand op tafel. ,,Pamm! Dáár gaat het om. Echt dramatisch zou het zijn als de vrouw zich huilend en schreeuwend op het lichaam zou werpen. Maar dit is ontelbaar veel mooier, subtieler en beter, ook als beeldrijm: een man die net een kogel in zijn lijf heeft gekregen, heeft een gat in zijn sok, wat door de vrouw liefdevol wordt bedekt.'' Nu zwaait de wijsvinger van de schrijver door de lucht. ,,Let goed op! Het echte drama zit in kleine hoekjes verscholen -daar heb ik als schrijver oog voor gekregen.'' De opwinding zakt weer pijlsnel weg. Somber zegt Bernlef: .,,Tegelijk weet ik wel dat er mensen zijn die over dit soort details heen lezen. Dat zijn ook de mensen die zeggen: in die boeken van Bernlef gebeurt geen sodemieter. Maar dat vinden ze omdat ze die details niet oppikken. Nou ja, het zij zo: je kan toch niet voor iedereen schrijven.''

Bernlef is verre van een modieuze schrijver. Hij laat zich slechts leiden door wat zich toevallig in zijn hoofd aandient. ,,Tegenwoordig grossiert iedereen in dikke boeken. Waar dat nou vandaan komt, weet ik ook niet. 'Boy' is ook een dik boek. Men zou misschien kunnen denken: oh, Bernlef wil ook meedoen. Maar zo is het niet. Een romangegeven heeft gewoon zijn eigen omvang. Als het aan mij ligt is het: hoe korter, hoe beter.''

Ook Bernlefs grootste succes, de roman 'Hersenschimmen' (1984), waarin van binnenuit wordt beschreven hoe een man dementeert, trof de schrijver als bliksemslag bij heldere hemel. ,,Ik wist totaal niet wat ik had aangericht. Dat was maar goed ook, want anders was ik zo zenuwachtig geworden, dat het me nooit gelukt was.'' Inmiddels zijn er een half miljoen exemplaren van de roman verkocht. ,,Ik krijg wel eens de zenuwen van dat boek, omdat ik daar altijd en eeuwig aan wordt opgehangen. Maar ja, tegelijk denk ik: het zal je probleem maar wezen. Wel meer auteurs hebben daar last van gehad. Nabokov werd altijd aan zijn kop gezeurd over 'Lolita'. Alsof hij niets anders had geschreven! Enfin.''

'Hersenschimmen' was dus geen poging een goedverkopend onderwerp bij de kop te pakken, maar het zoveelste bewijs van Bernlefs fascinatie voor het geheugen, de waanzin waaraan mensen ten prooi kunnen vallen en de manier waarop de hersenen werken. Al ver voor 'Hersenschimmen' hield hij zich daarmee bezig, en na het boek kreeg het opnieuw vorm in de roman 'Eclips' (1993), waarin iemand wordt beschreven die de richting in de taal totaal kwijt is en die bij stukjes en beetjes de wereld en de taal weer met elkaar in overeenstemming weet te brengen.

,,In zekere zin is 'Boy' uit 'Eclips' voortgekomen'', zegt Bernlef. ,,Het is een volgende stap.'' In 'Boy' vraagt de verslaggever William Stevens zich af: Hoe schrijf je het portret van een jongen die nooit van zijn leven één woord heeft uitgebracht? ,,Dat is de vraag die mij ook mateloos intrigeerde'', zegt Bernlef. ,,Ik dacht: hoe zou het zijn als iemand, een doofstomme, de taal niet tot zijn beschikking heeft, ook niet in zijn denken. In eerste instantie zou je zeggen: dit verhaal kan niet geschreven worden. Maar zodra ik dat denk, weet ik: nu ben ik op het goede spoor.''

Toch liet Bernlef het idee een tijd op zijn bureau liggen. Hij zag geen goede ingang tot het verhaal. Totdat hij op de televisie een aantal programma's zag over het allereerste begin van de cinema. ,,Het voerde me terug naar het begin van de eeuw, de tijd van enorme ontdekkingen, waarvan de film misschien wel de meest wonderbaarlijke is. Het is heel moeilijk voor te stellen wat voor een enorme indruk dat toen gemaakt moet hebben. Dat je de werkelijkheid kon vastleggen zoals die is. Niet als een foto, als een gestold beeld, maar op een bewegende, niet van echt te onderscheiden manier. Ik heb het over de tijd vóór het drama, toen men alleen beelden vertoonde van een schip op zee of de rollende branding. Stukjes uit het leven. Daarmee was iets onsterfelijks gecreëerd.''

Op dat moment kwamen die twee elementen, die doofstomme jongen en de stomme film samen in het hoofd van Bernlef. ,,Ze rijmden op een of andere manier met elkaar. De jongen, Boy, en die wereld moesten iets met elkaar te maken krijgen. Het móest ook in het begin van de eeuw spelen -toen kwamen er ook nog gevallen van doofstommen voor die nog nooit op een of andere manier in aanraking waren gekomen met de taal.''

Bernlef bekeek talloze stomme films op video en las een meter boeken over het onderwerp. ,,Maar ik wilde vooral niet verzanden in het schrijven van een historische roman. Daar bedoel ik mee: aan het handje lopen van het historisch materiaal. Alles laten zien wat je weet. Dat vind ik lelijk en vervelend. Ik laat het materiaal net zo lang bezinken totdat datgene boven komt voor het verhaal, waarvan mijn brein heeft beslist dat het nodig is. Zo werkt dat.''

Vervolgens verplaatste Bernlef het verhaal naar Flatbush, een buurt in Brooklyn, New York. Hij kende de plaats al omdat hij er voor het schrijven van zijn roman 'Witte stad', die op Coney Island speelt, vaak was geweest. Toen het decor eenmaal was gebouwd, kwam William Stevens, de verslaggever van de Flatbush Chronicle er binnenwandelen. Stevens wordt gegrepen door het verhaal van Boy, die is gearresteerd voor de moord op Polly Todd, een sterretje uit de doofstomme film, en gaat op onderzoek uit. ,,Boy is een raadsel'', zegt Bernlef. ,,Die is leeg van taal. Dus zijn verhaal kan zich -anders dan in 'Hersenschimmen'- alleen maar via het verslag van zijn omgeving ontwikkelen.''

Voor de goede orde: Bernlef werkt niet -zoals Vestdijk of Mulisch- met schema's, maar geeft zijn onbewuste de kans de roman te sturen. ,,Dat vind ik spannend: uit te gaan van de bekende wereld en die wereld steeds vreemder te maken. Toch behoor ik niet tot het soort kunstenaars dat het mysterie alleen maar wil vergroten. Ik ben zelf ook hogelijk geïnteresseerd hoe mijn brein werkt.''

Zelf heeft Bernlef het zich ook vaak afgevraagd: hoe onstaat het een uit het ander? Zijn handen tekenen een vel op het tafelblad en voor hem verschijnt een gedicht. ,,Van het maken van een gedicht wordt wel gezegd: de eerste zin krijg je cadeau. En zo doet het zich ook voor. Opeens is die zin er, die wordt bepaald door ritme en klank. Een schrijver begint dus net als een componist, maar bij een schrijver schieten er meteen woorden in. Bij een componist blijven het klanken. Vervolgens komen uit de eerste zin de volgende voort. Maar dan begint het al te schuiven, want zodra je met woorden te maken hebt, is er sprake van betekenis en sluiten dingen elkaar uit. Hoe verder ik ga in een gedicht, hoe verder ik van de oorsprong afraak. Ik sluit steeds meer uit. Er kan steeds meer niet.''

Bernlef speelt met zijn vingers op een onzichtbare piano. Hij steekt een nieuwe sigaret op. Peinst. ,,De processen die zich in mijn hoofd afspelen tijdens het schrijven gaan zo razendsnel, dat ik die later nooit kan reproduceren. Zelfs als ik alle versies van een boek achter elkaar zet, kan ik niet meer nagaan waarop het een in het ander is veranderd. Die gedachtensprongen kan ik niet reconstrueren. Dat noemt men dan intuïtie of onbewuste kennis, of wat dan ook. Maar het komt er op neer dat ik het gewoon niet meer weet.''

,,Ik tast in het duister. Achteraf maakt het ook niets meer uit: het boek is er.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden