'Het duurde even voor ik liefde kon geven aan mijn pleegkinderen'

Didi en haar pleegmoeder Marlène Truideman.Beeld Olaf Kraak

Nederland telt miljoenen vrijwilligers. Wie zijn deze mensen en waarom doen ze dat 'gratis' werk? Vandaag het laatste deel van een serie. Marlène Truideman is al 17 jaar pleegouder.

Haar wc hangt vol met spreuken over pijn en geluk. 'Lijden maakt een mens sterker.' In haar glazen kasten staan foto's van kinderen en lieve briefjes aan 'tante Marlène.' In de woonkamer kwetteren de parkieten vrolijk tegen de Surinaamse radiozender in.

Marlène Truideman (64) is al 17 jaar pleegouder. Ze vangt kinderen op die door omstandigheden niet bij hun echte ouders kunnen wonen. Op dit moment woont de 12-jarige Didi bij haar. Truideman wilde eigenlijk altijd al pleegouder worden, vertelt ze op de bank, met een kop thee in de hand. "In Suriname is zoiets heel gewoon. Daar doet iedereen dat, meestal binnen de familie."

In 1987 is ze naar Nederland gekomen om haar zoon naar een betere school te kunnen sturen. Ze ging met haar gezin in de Bijlmer wonen. Na een periode van wennen kwam het idee ook hier op. "Ik zat met mijn kinderen televisie te kijken. 'Goede Tijden Slechte Tijden'. En toen kwam er tussendoor een oproep om pleegkinderen op te vangen."

"Mijn kinderen keken me aan. Mama dat moeten we doen. Dat heeft u altijd gewild. En, zeiden ze, wij zullen helpen." Ze knikt. "Maar ik houd er niet van om dingen impulsief te doen." Stilte. "En ja, daarna had ik een tijd lang geen feeling om het te doen."

Bijlmerramp

Truideman is haar zoon Guillermo (16) en dochter Graciella (14) verloren tijdens de Bijlmerramp in 1992. Toen het vliegtuig neerstortte, was ze even wat spullen wegbrengen met haar man. "We zaten voetbal te kijken toen mijn man vroeg of ik meeging. Eerst zei ik nee, maar mijn zoon zou zes dagen later 17 worden, dus ineens bedacht ik dat mijn man iets wilde bespreken over zijn cadeau." Dus ging ze toch. "Ik zei nog: we blijven niet te lang weg."

Ze vindt het moeilijk om over die tijd erna te praten. "Het eerste jaar leefde ik als een zombie. Als de zon scheen, bleef ik in bed; alleen als het regende voelde ik me beter. Vrolijkheid en kinderen kon ik niet verdragen. Maar mijn geloof en de dominee hebben geholpen bij de verwerking", zegt ze.

Ongeveer zeven jaar na de ramp zag ze weer een oproep voor pleegouderschap op televisie. "Het leek wel een soort teken", zegt ze met een verbaasde blik. "Ik vertelde Stan over wat de kinderen destijds hadden gezegd en vroeg: voel je ervoor? Hij wilde eerst niet. Maar ik kon het niet van me af zetten. Toen heb ik toch maar eens gebeld om te vragen naar de voorwaarden. Er was grote behoefte aan pleegouders. Uiteindelijk zei hij: oke, we doen het. Eerst alleen voor een dagje of een week, om de ouders te ontlasten", vertelt Truideman, inmiddels weduwe.

Dat ze het gingen doen, was ergens onvermijdelijk, denkt ze. "We houden erg van kinderen." Vervanging of een gat opvullen is nooit de reden geweest, zegt ze. "We wilden gewoon iets betekenen voor kinderen die iets hadden meegemaakt. Hoewel het geen kwaad kan dat je zelf ook een rugzakje hebt."

Op schoot

In 2000 was het zo ver. De vierjarige Sharon kwam bij hen in huis. Eerst voor twee weekenden in de maand, uiteindelijk bleef ze jaren, vertelt Marlène trots. Maar, het was niet altijd gemakkelijk.

"Ze was claimerig en wilde de hele tijd bij me zijn. Logisch, want ze kreeg die liefde thuis niet, en ze voelde dat ik hem wel had. Maar ik was erg bang voor die band. Als ze op schoot kroop, maakte dat veel los. Ik verstijfde, want mijn Graciella deed dat ook altijd." Ze is even stil. "Het duurde even voordat ik de liefde kon geven."

Heeft ze haar pleegkinderen over haar kinderen verteld? Niet uit zichzelf. Uit bescherming van de pleegkinderen, legt ze uit. "Die kinderen zijn erg bezig met zichzelf. Ze hebben het moeilijk genoeg met hun eigen verleden. Ik ga ze niet met dat van mij opzadelen." En als ze het vragen? "Dan vertel ik er eerlijk over. Didi heeft er pas vorig jaar naar gevraagd."

Truideman wil graag het pleegouderschap promoten. "Er is nog steeds veel behoefte aan gezinnen. Ik zeg altijd tegen familie: wat als er jullie iets overkomt?"

Het moet trouwens wel bij je passen, zegt ze erbij. "Je moet veel geduld hebben. En duidelijk zijn. Structuur kunnen aanbrengen en eerlijk zijn. Ook moet je ze gunnen dat ze uiteindelijk teruggaan naar hun eigen familie, als dat weer kan. Sommige pleegouders vinden dat moeilijk."

Ook de kinderen zitten weleens met een loyaliteitsconflict. "Kinderen zijn van nature loyaal aan hun eigen familie", vertelt ze. "Wij hebben wel meegemaakt dat kinderen erg boos en gefrustreerd waren omdat er hier veel gelachen werd. Je moet ze vooral veel tijd geven."

Zij en Stan hebben nog nooit een pleegkind opgegeven, vertelt ze met trots in haar stem. Neem Didi, die nu bij haar woont. Ook zij had veel problemen toen ze vijf jaar geleden kwam. "Wilde niet aangeraakt worden, had veel nachtmerries, schreeuwde soms ineens. We dachten toen: gaan we dit wel volhouden?"

"Nu is ze erg aanhankelijk. Tante, zegt ze, mag ik een brassa van u?" Truideman grijnst. "Ik mag nu voor haar zorgen tot haar 18de," vertelt ze. "Daar ben ik wel trots op. En ik weet zeker, zij ook", zegt ze met een knikje naar boven.

Trouw-Kerstconcert

Het Trouw-kerstconcert, dat in samenwerking met Omroep Max op Eerste Kerstdag wordt uitgezonden, is een eerbetoon aan de vele vrijwilligers in het land. De uitzending begint om 13.20 uur op NPO 1.

Lees ook aflevering 1 uit deze serie, over vrijwilliger Paul Terpstra: Vrijwilliger ben je ook voor jezelf

Lees hier aflevering 2: Lies Saelman (89), de 'burgemeester van Nieuw Sloten', is haar hele leven al vrijwilliger 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden