Het Duitse Schwerin is een magneet voor vluchtelingen, maar werk is er niet voor ze

Beeld Hollandse Hoogte / Laif

Wie wordt de nieuwe bondskanselier: weer Angela Merkel (CDU/CSU) of toch Martin Schultz (SPD)? In aanloop naar de verkiezingen van 24 september reist chef economie Erik van Zwam langs de vroegere grens van West- en Oost-Duitsland, op zoek naar de kracht en zwakte van de Duitse economie. Deel 1: Vluchtelingen in Schwerin

Werk, dat is het woord dat in alle gesprekken valt in Schwerin. Toen bondskanselier Angela Merkel in augustus 2015 zei “Wir schaffen das”, zette ze de poorten wagenwijd open voor vluchtelingen. In twee jaar tijd arriveerden er maar liefst 1.278.700 asielzoekers voornamelijk uit Syrië, Afghanistan en Irak. In het kader van gezinshereniging zullen nog vele familieleden hun vader of man achterna reizen. Of hun integratie gaat lukken, hangt van dat ene woord af: werk.

Schwerin, de hoofdstad van de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, ligt in de voormalige DDR, hoog in het noorden iets onder de Oostzee. Het Bundesland heeft de minste vluchtelingen in Duitsland opgenomen. De hertogenstad is omgeven door uitgestrekte meren. In het hart staat het kolossale slot dat herinnert aan middeleeuwse gloriedagen.

De stad met zo’n honderdduizend inwoners is een magneet voor asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en op het platteland van Mecklenburg-Vorpommern waren gehuisvest. De laatste twee jaar vestigden zich zeker 3400 vluchtelingen in Schwerin. Vooral omdat er woningen zijn in grote oude flats in de wijk Große Dreesch, woonkazernes uit het communistische tijdperk. Duitsers trekken er weg. Große Dreesch ligt ruim zes kilometer van het gerestaureerde pittoreske hart van Schwerin met zijn eeuwenoude vakwerkhuizen, zijn monumentale pleinen en steegjes met winkeltjes.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld RV

Lik-op-stukaanpak

Inmiddels is één op de drie Schwerinners gepensioneerd; zij genieten van de rust in de stad en de omliggende natuur. Schwerin is prachtig, brandschoon, doodstil en, zoals asielzoekers het beschrijven: er valt niets te beleven, vooral ’s avonds niet. Na zes uur is de historische binnenstad uitgestorven. De vele jongemannen, in afwachting van de komst van hun gezinsleden, vervelen zich.

Met een kleine groep minderjarige asielzoekers ging het hier vorig jaar oktober mis. Ze gingen op de vuist met Duitse jongeren op de centrale Marienplatz waar alle trams en bussen een stop maken. In januari dit jaar doken enkele tientallen minderjarige asielzoekers op met knuppels en ijzeren staven. Tijd voor de politie en de gemeente om in te grijpen.

Andreas Ruhl is plaatsvervangend burgemeester en verantwoordelijk voor de opvang en integratie van asielzoekers. “Het was een harde kern. Agressief. Ze wilden zich niet aanpassen. Ze bepalen de beeldvorming en dat heeft een afschrikwekkende effect op de bevolking.” Samen met politiecommissaris Ingo Renk is Ruhl met een lik-op-stukaanpak gekomen: straatverboden en het strafrechtelijk vervolgen bij letsel of belediging. Tegelijkertijd zijn de jongemannen elders ondergebracht en gaan ze nu naar school voor de basiscursus Duits en cultuur: de B1. “We hebben duidelijk de grens getrokken, maar ook kansen geboden”, zegt Ruhl. Renk zwijgt en knikt instemmend.

Op de Marienplatz is nu permanente videobewaking, tegen de Duitse gewoonte in. Er staan regelmatig preventief politiebussen. De kou lijkt uit de lucht. Maar de rechts-populistische partij Alternative für Deutschland (AfD) spint er garen bij. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen haalde de AfD al tien procent van de stemmen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Hollandse Hoogte / dpa Picture-Alliance GmbH

Geen echte ‘welkomstcultuur’

In het oosten van Duitsland heerst niet echt een ‘welkomstcultuur’ meer, zoals in het westen, zo blijkt uit een studie van de Bertelsmann Stichting. Er is angst dat vluchtelingen de schaarse banen zullen inpikken. In de bestuursstad Schwerin is de werkloosheid nog steeds hoog met 9,2 procent. De stad is een dienstencentrum en heeft nauwelijks industrie en productiewerk.

Dagelijks komen vele vluchtelingen, vooral Syriërs, naar het winkeltje van het Patenschaftsbüro in hartje Schwerin. Allemaal hebben ze papieren die ingevuld moeten worden, vragen waarom het zo lang duurt voordat ze een verblijfsvergunning krijgen, wanneer hun gezin kan overkomen en waar ze werk kunnen vinden. Het is een jonge organisatie gestart door Syriërs die hun landgenoten helpen. Vluchtelingen worden gekoppeld aan een Duitser uit Schwerin, die Paten wordt, peetvader of -moeder, en helpt.

De Syriër Mahamad Noor Aldghim is betrokken bij de organisatie. Hij oogt vermoeid na een nachtdienst van twaalf uur, maar is toch naar de winkel gegaan om mensen bij te staan. “Duits leren en dan werken”, is zijn devies. Het betekent voor hem de Duitse cultuur leren begrijpen en dat is moeilijk voor een Syriër. “Alles is hier zo anders. Het pünktlich zijn, is moeilijk voor een Arabier. We hebben warm bloed, maar we moeten leren koud bloed te krijgen en ons precies aan afspraken te houden. Ik heb mijzelf gedwongen pünktlich te zijn.”

Plaatsvervangend burgemeester Ruhl voorziet problemen met banen. Vooral de eerder genoemde jongemannen die nu een taalcursus krijgen, ziet hij zo terugvallen in hun criminele gedrag als ze hun B1 hebben afgerond en willen gaan werken. Ze kunnen zich aanmelden voor vervolgcursussen om beter Duits te leren, maar werk vinden in Schwerin?

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Hollandse Hoogte / dpa Picture-Alliance GmbH

Typische problemen

Toch is er behoorlijk wat werk in Duitsland. Uit onderzoek van het Instituut voor Economie (IW) blijkt dat twee derde van de Duitse bedrijven vluchtelingen in dienst wil nemen. Het advies- en accountantskantoor PWC berekende dat in 2030 er 800.000 banen niet ingevuld kunnen worden, vooral in het voormalige Oost-Duitsland. Technische vakkrachten, ook in overheidsdienst, worden dan node gemist. Slechts achttien procent van de vluchtelingen die de laatste twee jaar naar Duitsland is gekomen, heeft volgens IW een beroepsopleiding gehad of de universiteit bezocht. Deze mismatch is niet het enige probleem.

Christiane Karius is de eigenaar van Red Rebane, een bedrijfje dat met de hand kwalitatief hoogwaardige rugzakken en tassen op bestelling maakt. Hij had dertien maanden een Syrische asielzoeker in dienst. Ondanks de goede bedoelingen ging het mis. De man had ervaring met de naaimachine. “Hij was gewend aan productie draaien en werkte daarom veel te snel waardoor veel duur materiaal werd verspild.” De communicatie ging moeizaam, omdat hij de Duitse taal nog slecht beheerste. Zijn werknemer wilde na enige maanden onder werktijd bidden, vrijdags om drie uur naar de moskee en vrijgesteld worden voor de Ramadan. “We hebben dat geregeld.” Het ging fout toen de Syrische jongeman geen opdrachten wenste aan te nemen van de Duitse vrouw die het atelier leidt. “Ik heb hem gezegd dat hij haar gezag moest accepteren. Dat kon hij niet en toen haakte hij af.” Karius zit met een kater. Hij somt de typische problemen op waar Duitse werkgevers in hun omgang met nieuwkomers tegen aanlopen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld RV

Gettovorming

Schwerin mag veel woningen te bieden hebben, er is weinig werk. De concentratie vluchtelingen in de wijk Große Dreesch kan tot gettovorming leiden, bevestigt ook Ruhl. De gemeente probeert de monotone, uitgeleefde flatgebouwen op te knappen, maar Schwerin is een arme gemeente met een schuld van 200 miljoen euro, dus snel gaat dat niet.

Blijft de vraag: gaat het lukken met de integratie van vluchtelingen in Schwerin? Ruhl en Renk kijken elkaar aan. “Ja, wir schaffen das. Maar extra geld van Mecklenburg-Vorpommern én uit Berlijn maakt het makkelijker de problemen op te lossen.” Er volgt enige aarzeling, maar dan zegt Ruhl: “Nog zo’n stroom vluchtelingen als in 2015 redden we geen tweede keer.” En dan te bedenken dat Schwerin maar een heel klein percentage vluchtelingen heeft opgenomen in vergelijking tot de rest van Duitsland.

• Rakan Alabeid, Syriër uit Damascus, 1 jaar in Duitsland

Beeld RV

Alabeid is met zijn vrouw Asma en drie kinderen naar Duitsland gekomen. Een zoontje is in Schwerin overleden in het ziekenhuis als gevolg van een medische fout. Het drama sterkt hem om nog beter te presteren voor zijn gezin. Alabeid volgt de cursus B1. Hij is analfabeet, maar kan nu zijn eerste woorden in het Duits schrijven. In Arabisch kan hij niet lezen of schrijven. Na zijn B1 wil hij meteen aan het werk. Waar maakt hem niet uit: Bremen, Hamburg of München. Hij is automonteur, maar wil ook als vrachtwagenchauffeur werken, dan moet hij examen doen en dus kunnen lezen en schrijven. Alabeid weet een ding zeker: hij gaat nooit meer terug naar Syrië. In heel beperkt Duits zegt hij: “Ik wil Duitsland bedanken omdat het land mij heeft opgevangen. Geen Arabisch land heeft dat voor mij gedaan.”

• Mohamad Ali Ali, Syriër uit Aleppo, 1 jaar in Duitsland

Beeld RV

Ali Ali oogt vermoeid. Hij slaapt slecht en heeft wallen onder zijn ogen. Sinds zijn vlucht drie jaar geleden heeft hij zijn vrouw en zijn negen kinderen niet gezien. Zij zijn nu in Istanbul. Hij heeft dringend geld nodig voor reisdocumenten. Bij de Syrische ambassade in Turkije kost een paspoort normaal 400 euro, maar nu ineens 700 euro. Hij moet 7000 euro ophoesten om zijn gezin naar Duitsland te halen.

Ali Ali wil werk. Zolang hij geen werk heeft, helpt hij bij Paten jonge vluchtelingen. Schwerin is geen beste stad voor hen. “Zelfs met de feestdagen is het hier uitgestorven, zo rustig. Overal ligt de verveling op de loer.” Voor hemzelf telt maar een ding: werk. Officieel mag hij nog niet werken, want hij heeft zijn integratie- en taalcursus B1 nog niet afgesloten. “Bijna”, zegt hij.

In Syrië was hij kleermaker en produceerde hij voor het bekende Duitse kledingmerk Tom Tailor. Nu pakt hij alles aan. Zo gauw zijn gezin over is en hij zijn B1 heeft, vertrekt hij naar Noordrijn-Westfalen, richting Hessen. Zijn ogen lichten wat op: “Daar is veel werk en kan ik goed verdienen.”

• Alem Alsayare ,Syriër uit Homs, 20 maanden in Duitsland

Beeld RV

Alsayares ogen stralen. Het leven lacht hem toe in Schwerin. Hij vluchtte toen hij twee vrienden verloor in Syrië. De een dood gemarteld in de gevangenis. De ander doodgeschoten. De vlucht vanuit Homs duurde 45 dagen. Hij vluchtte naar Beiroet, nam een vliegtuig naar Turkije, stak daar met een bootje de zee over. Via Griekenland, Macedonië en Servië belandde hij vijftien dagen in een Hongaarse gevangenis. Zonder geld schopten ze hem het land uit. Via Belgrado wist hij Duitsland te bereiken. “Overal om mij heen zag ik vluchtelingen zonder hoop”, zegt hij over zijn reis.

In Rostock, in een hal met vluchtelingen, ontmoet hij een man die vragen stelt. Alsayare heeft in Syrië Duits geleerd om in Duitsland te studeren. Hij antwoordt. De man bleek de minister van binnenlandse zaken van Mecklenburg-Vorpommern. Na het weekend had hij een baan als adviseur van de minister. Inmiddels werkt hij voor het ministerie van onderwijs en geeft les.

Uit eigen ervaring weet hij: “Werk lost veel problemen op voor vluchtelingen.” Zijn werk gaf hem de kans zich te ontplooien. Alsayare heeft inmiddels een uitgebreid netwerk aan Duitse vrienden. Duitsland heeft hem hoop gegeven. “Hier is geen repressie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden