Het Duitse plan voor Europa

Trouw-journalist Seije Slager werkte in 2011 voor de Duitse krant Der Tagesspiegel. Vorige week reisde hij weer naar Duitsland, om de ontknoping van de verkiezingen van dichtbij te volgen. Met in zijn achterhoofd de vraag: wat betekent de opmerkelijke kracht van het politieke midden in Duitsland voor de rest van Europa?

Duitse politiek is eigenlijk heel simpel, doceert Lars Zimmermann, een jonge CDU'er uit de Berlijnse wijk Pankow. De basisregel luidt: 'Wij zijn verzot op stabiliteit'. Obama zou hier geen schijn van kans maken, voegt hij er nog aan toe. Die beloofde immers verandering.

Het is een verleidelijk verklaringsmodel. En Zimmermann blijkt, een paar dagen later, ook gelijk te krijgen. Terwijl overal in Europa de gevestigde partijen onder druk staan, en het rechtspopulisme in opkomst is, klitten de Duitse kiezers in tijden van crisis juist samen in het midden: twee derde van hen stemde op de traditionele partijen CDU en SPD. De eurokritische partij AfD, Alternative für Deutschland, haalde de kiesdrempel niet eens.

Maar is het werkelijk zo simpel en stabiel als Zimmermann het doet voorkomen? Twee jaar geleden werkte ik in Duitsland. Het was een spannende tijd, want alle zekerheden in de Duitse politiek leken op losse schroeven te staan. Ik kan me de ongelovige blikken van mijn Duitse vrienden herinneren, toen de Groenen in de oerconservatieve deelstaat Baden-Württemberg de verkiezingen wonnen. De partij leek uit te groeien tot een nieuwe volkspartij, die ook burgerlijke kiezers trok. Het gat ter linkerzijde werd opgevuld door de Piraten, die zich van een belangenclub voor opportunistische downloaders ontwikkelden tot een denktank voor democratische vernieuwing. Verkiezing na verkiezing haalden ze tien procent van de stemmen.

Maar bovenal had je natuurlijk Thilo Sarrazin, die met zijn boeken het debat over immigratie en de euro aanzwengelde. Kennelijk bestond er ook in Duitsland een eurokritische onderstroom. Het wachten was op een politicus of partij die dat gevoel vertaalde.

Op een dag belandde ik - vraag niet hoe - op de presentatie van een kookboek vol Brandenburgse streekgerechten. "Waarom hebben jullie Nederlanders eigenlijk een hekel aan ons?", vroeg een man me, terwijl hij zijn bord vol haringsalade schepte. "Wij moeten hier in Noord-Europa samen optrekken, nu ze er in Griekenland een potje van maken!" Ik legde hem uit dat we in Nederland tegenwoordig juist heel gesteld zijn op onze oosterburen, en dat we ons ook best zorgen maken over Zuid-Europa. Daar hief hij gerustgesteld het glas op.

Twee jaar later begin ik te begrijpen waarom sommige van die vernieuwingen niet doorgezet hebben. Bijvoorbeeld bij een persconferentie van de Piraten. Een presidium van vier personen zit op een verhoging en leest drie kwartier lang monotoon punten op, uit een of ander manifest. Links en rechts van mij vallen journalisten in slaap. Is dit nu die beloofde democratische vernieuwing? Het heeft meer weg van een bijeenkomst van de communistische partij van Albanië, halverwege de jaren zeventig. Waarom de Piraten niet geprofiteerd hebben van het NSA-schandaal? "Tja, we hebben er wel een paar persberichten over verstuurd, maar die zijn gewoon niet opgepikt."

Drammerige thema's
De Groenen hebben intussen al hun nieuwe kiezers weer weggejaagd, door campagne te voeren met drammerige thema's zoals een vegetarische dag in bedrijfskantine's. Op het hoofdkwartier van de Groenen mompelt een campagneleider iets over "asymmetrische demobilisering", als hem gevraagd wordt naar al die weggelopen kiezers. Een academische term waarachter de verbittering schuilgaat dat Angela Merkel er met de thema's vandoor is gegaan waar de Groenen wél op hadden kunnen scoren: energie, minimumloon.

Maar de vraag blijft: wat is er gebeurd met die euroscepsis? Het mysterie wordt des te groter als je even doorpraat met Lars Zimmermann. In niets voldoet hij aan het cliché van de conservatieve CDU'er. Hij is 39, en draagt een hip overhemd, geen pak. Hij is voor het homohuwelijk, en voor een coalitie met de Groenen. "Progressieve, liberale mensen van mijn generatie zijn de toekomst van de CDU", zegt hij zelfverzekerd.

Ter rechterzijde van die zichzelf restylende CDU is echter geen partij meer over in het Duitse parlement. Zou mijn kennis met zijn haringsalade zich nog wel vertegenwoordigd voelen door post-ideologische netwerkers als Lars Zimmermann? Uit onderzoeken zoals de Eurobarometer, waarin Europeanen naar hun mening over Europa wordt gevraagd, blijkt bovendien dat de verhouding tussen welwillenden en sceptici in Duitsland niet wezenlijk anders is dan in de rest van Europa.

Maar wat je als Nederlander in Duitsland aanvankelijk niet beseft, is dat de welwillenden en de sceptici hun overtuiging een heel andere inhoud geven dan wij dat in Nederland doen. In Nederland had de VVD in 2005 bijvoorbeeld het lef om een spotje te maken voor het referendum over de Europese grondwet, waarin werd terugverwezen naar de Tweede Wereldoorlog. Het land was te klein. Schandalig politiek opportunisme, zo was de algemene mening, van een elite die ons de Europese eenwording door de strot probeert te duwen!

Applaus
In Duitsland zou het uitblijven van zo'n verwijzing eerder als schandalig worden ervaren. Een paar dagen voor de verkiezingen spreekt Merkel haar aanhangers toe in Hamburg. We moeten in Europa 'niet te hoogmoedig' zijn, bezweert ze, en ze herinnert aan de zeventig jaar vrede die Duitsland aan Europa te danken heeft. Vierduizend CDU'ers barsten los in een applaus dat hoorbaar luider is dan bij andere onderwerpen.

Een dag later gebruikt haar rivaal Peer Steinbrück bijna exact dezelfde bewoordingen, als hij zijn aanhang op het Berlijnse Alexanderplatz toespreekt. Hij waarschuwt zijn gehoor bovendien om niet achter 'rattenvangers' aan te lopen.

Een van die 'rattenvangers' wil wel wat tijd vrijmaken om haar kritiek op Europa toe te lichten. Beatrix von Storch is kandidate voor de AfD, want op die partij doelde Steinbrück natuurlijk met zijn opmerking. Toch zul je ook uit haar mond geen schuimbekkende tirade tegen spilzieke Grieken te horen krijgen. Integendeel, ze spreekt over de 'arme Griekse bevolking', die lijdt onder de van buitenaf opgelegde maatregelen. "De euro verdeelt Europa in crediteuren en debiteuren, en drijft ons zo uit elkaar. Terwijl wij denken dat we in Europa vooruitkomen door als vrienden met elkaar samen te werken."

Haar partijleider Bernd Lucke had tijdens een speech eerder al verklaard dat het voornemen van de regering om immigratie te bevorderen 'prima en volledig juist' is, alvorens enkele kanttekeningen te plaatsen bij de precieze invulling van dit beleid. Misschien praat hij overdreven voorzichtig, want in Duitsland geldt iemand die kritisch praat over zo'n onderwerp al snel als nazi. Maar toch: je hoort Wilders nog niet in zulke ruimhartige termen praten. Sterker nog, je hoort premier Rutte niet eens zo praten.

Europese integratie is een geloof in Duitsland. Zelfs een eurokritische partij als de AfD beperkt zich tot het aanvallen van een paar leerstellingen, maar kan of wil het geloof als zodanig niet helemaal afvallen. Het geloof is ingegeven door een diepgeworteld schuldgevoel over de eigen gewelddadige geschiedenis. En de verlossing van dat schuldgevoel ligt besloten in de beroemde zin die schrijver Thomas Mann in 1953 uitsprak: "Wij moeten niet streven naar een Duits Europa, maar een Europees Duitsland". Wie die denkwijze verwerpt, staat automatisch onder verdenking van rechts-radicale opvattingen.

Daarom is het radicale plan van de AfD, uit de euro stappen, ook geen serieuze optie voor de meeste Duitsers. Het zou betekenen dat Duitsland zich afkeert van het Europese project. En stabiliteit belooft zo'n experiment al helemaal niet.

Maar betekent de verkiezingsoverwinning van de behoedzame Merkel dan wel stabiliteit? Betekent het dat Duitsland, samen met landen als Nederland, zich ook de komende jaren sterk blijft maken voor een stabiele euro, en dat de landen in Zuid-Europa zich verder moeten onderwerpen aan strenge begrotingsdiscipline?

Nou, het ligt iets ingewikkelder, laat een hoge ambtenaar in Berlijn doorschemeren. We zijn hier bij het deel van het verhaal aanbeland waar niemand zich meer met naam en toenaam laat citeren, omdat uitspraken over de toekomst van Europa politiek gevoelig zijn. Maar als hij zegt "Wij zijn heus geen begrotingsayatollahs", verwoordt hij een algemeen gevoel. In Berlijn zien ze ook wel in dat de economieën in Zuid-Europa schade ondervinden van de extreme bezuinigingsoperaties die ze nu moeten doorvoeren. En dat de daaruit voortvloeiende tegenstelling Noord-Zuid gevaarlijk is voor de samenhang in Europa. Er moet dus iets gebeuren.

Schrikbeeld
Maar wat er in ieder geval niet zal gebeuren, is dat de Duitsers de waarde van de euro op het spel zullen zetten. Het is al bijna een eeuw geleden dat het land getroffen werd door hyperinflatie, maar de herinnering eraan is nog altijd een economisch en politiek schrikbeeld. In de jaren negentig gaf Duitsland knarsetandend zijn sterke D-Mark op, als wisselgeld voor de Duitse eenwording, maar dan wel op de absolute voorwaarde dat die nieuwe munt stabiel zou blijven.

Er zijn twee uitwegen uit dit dilemma. De ene is de aftocht. Terug naar een kleinere groep eurolanden, of zelfs helemaal terug naar een nationale munt. Zodat die munt de economie weer wat meer weerspiegelt. Wie nog een keer de verkiezingsuitslag erbij pakt, weet dat dat voor Berlijn geen serieuze optie is.

De andere uitweg is: vooruit. Geleidelijk aan, stapje voor stapje, werken aan steeds meer instrumenten op Europees, federaal niveau, die ervoor moeten zorgen dat de euro-economieën meer op elkaar gaan lijken. Dus niet alleen maar die vermaledijde drieprocentsnorm, maar ook een bankenunie. En daarna de harmonisatie van belastingen, of afspraken die de lonen meer met elkaar in evenwicht brengen.

Meer Europa, kortom. Voor de Duitsers eigenlijk de enig denkbare oplossing van het dilemma. Er is eigenlijk maar een probleem met deze koers: hij ligt niet zo heel lekker in de andere Europese landen, waar eurosceptische partijen wél invloed hebben op de politieke besluitvorming en het publieke debat. En niet iedereen heeft een even verfijnd gevoel voor de explosiviteit van dat onderwerp. Zoals wij niet helemaal snappen wat het idee 'Europa' voor Duitsers betekent, zo geldt dat omgekeerd net zo goed.

"Hoe denk je dat Nederlandse politici dat gaan verkopen aan hun kiezers?", vraag ik. Ik word niet-begrijpend aangekeken. "Het zou toch geen taboe moeten zijn om een maatregel op zijn eigen merites te beoordelen? Dan hoef je toch niet gelijk in een ideologische discussie los te barsten?", luidt het antwoord. Tot zover het 'samen optrekken tegen de Grieken', dat de man met de haringsalade voorstelde.

Duitsland heeft niet de absolute macht in Europa, en de toekomst ligt open. Maar het is wel duidelijk welke richting ze in Berlijn op denken. En dus kun je ook de contouren al uittekenen van de strijd die de komende jaren in Europa sterker gevoeld zal worden. Die strijd zal allicht minder gaan tussen noord en zuid, zoals de afgelopen jaren. Maar meer tussen de voorstanders van meer en minder Europa.

De Nederlandse politici zijn gewaarschuwd. Ze zullen misschien instinctief geneigd zijn te kiezen voor het land waar ze economisch het meest mee verbonden zijn, het land dat bovendien tegenwoordig weer het voortouw durft te nemen in Europa. Maar die keuze kan ze kiezers kosten.

Het is verleidelijk om naar de opmerkelijke Duitse verkiezingsuitslag te kijken, en te denken: Duitsland is een anker voor een op drift geraakt continent. Maar misschien klopt dat beeld niet. Misschien is Duitsland het oog van een storm die alleen maar harder gaat waaien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden