Het duistere continent van Per Olov Enquist

Liefde is net radium: van de straling ga je dood. De Zweedse schrijver Per Olov Enquist (1934) was in Nederland vanwege zijn nieuwe historische roman 'Blanche en Marie'. Die gaat over de liefdes van twee markante vrouwen: Nobelprijswinnares Marie Curie en zenuwpatiënte Blanche Wittman.

Dit is porno, dacht Per Olov Enquist bij het zien van een groot, 19de-eeuws schilderij (3 x 1,5 meter) in het Parijse ziekenhuis La Salpêtrière. Op dat schilderij staan zestien keurige, in het zwart geklede heren- medici, wetenschappers en schrijvers- die samen kijken naar één vrouw. Haar schouders zijn bloot, haar borsten nauwelijks bedekt, haar ogen gesloten, ze is in trance, flauwgevallen of bedwelmd. Blanche Wittman heet deze zenuwpatiënte, die hier als studieobject wordt bekeken en besproken. Ook Enquist keek naar haar op het doek en dit viel hem op: ,,Zij heeft een heel klein, moeilijk te interpreteren lachje om haar mond, alsof ze de hele situatie onder controle heeft.''

Dat wonderlijke lachje van een vrouw die zich als een circusaap moet laten bekijken: dát wilde hij begrijpen, zegt Enquist (rijzig postuur, zachte stem) in een Amsterdamse hotellobby. In langzame, met ironische grapjes gekruide zinnen legt de schrijver uit wat hij in zijn romans wil onderzoeken. Namelijk: ,,Het duistere continent van het menselijk wezen.''

Zijn historische romanpersonages zijn vaak verlicht: ze zijn artsen of wetenschappers, ze geloven in de ratio, hebben vooruitstrevende ideeën. Maar vroeg of laat overspoelt het duister ze toch: het irrationele, het troebele in henzelf en hun omgeving blijkt vaak krachtiger dan de rede.

Zo vergaat het bijvoorbeeld de moderne arts Struensee in 'Het bezoek van de lijfarts', de indrukwekkende roman waarmee Enquist in 2001 ook in Nederland doorbrak. Struensee wil de geesteszieke Deense koning Christian VII redden en meteen ook het land bevrijden van achterlijke tradities als het lijfeigenschap. Maar hij raakt verliefd en verstrikt in de intriges van het verziekte, liederlijke Deense hof en wordt ten slotte onthoofd.

,,De filosoof Adorno schreef in de jaren vijftig, vlak na de atoombom: 'aan het eind van de Verlichting staat de wereld in brand''', vertelt Enquist. Zo ziet de schrijver het ook: de ratio roept weerstand op maar heeft ook zelf een vernietigende kracht. Dat geldt zeker voor de verlichte Marie Curie, die maar liefst twee keer de Nobelprijs ontving. Zij ontdekte onder meer het element radium, dat in hoge doses dodelijk is. In Enquists nieuwe roman is deze beroemde onderzoekster de tegenspeelster van Blanche, 'Koningin van de Hysterica's' en modelpatiënte van de zenuwarts Charcot.

,,Ik gebruik alle feiten die ik kan vinden'', zegt de schrijver, die al meer dan veertig jaar boeken schrijft waarin hij feiten en fictie geraffineerd combineert. Zijn vroegere werk is wel gekwalificeerd als 'new journalism' of 'documentaireromans', zijn laatste boeken zijn historische romans, die stevig zijn geworteld in de historische feiten. ,,De realiteit is er, waarom zou ik haar niet gebruiken'', zegt Enquist.

De schrijver doet zijn research heel grondig: ,,Het is mijn plicht om alle feiten te kennen.'' Zo las hij voor 'Het bezoek van de lijfarts' werkelijk elke letter over die krankzinnige Deense koning en zijn rol in de Deense geschiedenis. Paleizen, kastelen, huizen, alle mogelijke locaties bezocht hij ook. Tijdens een jarenlang onderzoek bracht hij de feiten, maar ook de 'donkere plekken' in kaart, die hij bijvoorbeeld zo invulde: ,,'Het bezoek van de lijfarts' is een liefdesverhaal, met seksscènes dus. Als ik schrijf dat Struensee en zijn geliefde naar bed gaan, dan weet ik niet wat ze zeiden en deden. Maar ik kan het wel reconstrueren: ik wil weten waar het bed precies in de kamer stond en hoe laat ze naar bed gingen.''

Ook voor 'Blanche en Marie' (waaraan hij al sinds 1988 schrijft) verdiepte Enquist zich intensief in de geschiedenissen van deze twee bijzondere vrouwen. Tonnen materiaal zijn er over de Pools-Franse Marie Curie (1867-1934), die een kortstondige affaire met een getrouwde man had en zich daarmee de verachting van heel Frankrijk op de hals haalde. Zij was een echtbreekster en had daarom geen recht op haar tweede Nobelprijs in 1911, zo luidde de internationale publieke opinie.

,,Zelfs in Zweden vragen mensen me: is het echt waar dat de Nobelprijs-commissie Marie Curie een brief stuurde met de boodschap: blijf in Parijs, weiger de Nobelprijs?'' En dat is dus echt waar, zegt Enquist, die zelf vaak genoemd wordt als geschikte kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur: ook de Zweedse commissie wilde zich liever niet afficheren met een vrouw met losse zeden. Maar Curie trotseerde de lastercampagne en nam de prijs wel in ontvangst.

Ook over Blanche Wittman is veel geschreven, en niet door de minsten: door Sigmund Freud bijvoorbeeld, die de assistent was van J.M. Charcot (1825-1893), directeur-geneesheer van het beroemde psychiatrische ziekenhuis La Salpêtrière. ,,Ik was al in de jaren zestig geïnteresseerd in de rare dingen die daar gebeurden, in Charcots experimenten met hysterische vrouwen'', zegt Enquist. Hij koos er in zijn roman uiteindelijk voor om modelpatiënte Blanche het verhaal te laten vertellen.

,,Waarom? Iedereen beschreef haar, analyseerde haar, maar zij zweeg. Zij schreef nooit één woord, we weten zelfs niet of ze wel kon schrijven. Dat is een feit.'' En dus spreekt en schrijft zij wél in de romanwereld van Enquist, over haar vriendschap met Marie Curie en haar liefde voor Charcot, de wetenschapper die haar 'hysterie' onder meer probeerde te doorgronden met behulp van hypnose.

,,Charcot was ook een verlichte wetenschapper, maar hij faalde, omdat hij niet sprák met de vrouwen. Freud deed dat later wel en dat was het begin van de psychotherapie.'' Nee, hij bewondert Charcot niet, zegt Enquist: ,,Maar we moeten hem vergeven, omdat hij iets heel moeilijks probeerde te doorgronden: het onbekende continent van de menselijke geest.''

Over hysterie, de dodelijke straling van radium, maar ook over de destructieve kracht van de liefde gaat 'Blanche en Marie'. Liefde is 'als een brandijzer in een dier'- dat beeld (geleend van Racine) gebruikt Enquist in verschillende romans. Maar: ,,Je moet tússen de beelden zoeken, niet erin'', schrijft Enquist in 'Blanche en Marie'. Het is een sleutel voor zijn lezers, die zelf de open plekken tussen zijn suggestieve, ambigue woorden moeten invullen. Het lijkt ook een luisterinstructie voor de gesprekspartner van deze bedachtzaam formulerende schrijver: ,,Het gaat om de straling ertussenin...''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden