Het douceurtje van Bush

Volgens de orthodoxie van het economische liberalisme zijn markten autonome stelsels. Ze hebben hun gebreken en ze kunnen zelfs ernstig in het ongerede raken maar hun zelfreinigend vermogen is in principe onbeperkt. Overheden moeten dus hun handen thuis houden, ook al staan ze onder druk van ontevreden burgers die van het falen van de markt nadeel ondervinden.

De pressie die uitgaat van ontevreden banken is kennelijk een andere zaak. Al hebben de banken de kredietcrisis grotendeels aan zichzelf te wijten, de Federal Reserve en het Amerikaanse ministerie van financiën hebben in het afgelopen half jaar keer op keer astronomische bedragen in de geldmarkt gepompt, alleen al in december 64 miljard dollar.

Nu blijkt dat zelfs die genereuze hulp niet voldoende is om de neergang van de economie een halt toe te roepen, heeft George Bush twee weken geleden nog iets anders bedacht: een directe uitbreiding van de bestedingsruimte voor de individuele consument. Als hij het Congres voor zijn plan meekrijgt, ontvangt elke belastingbetaler deze zomer 800 dollar op zijn rekening en een echtpaar het dubbele. De opdracht is simpel: zo spoedig mogelijk uitgeven om daarmee de kwakkelende economie een acute groei-impuls te geven.

De aankondiging van deze stimuleringsmaatregel lijkt nog weinig te hebben uitgehaald, deels wellicht omdat deskundigen het bedrag te laag vinden. Maar omdat alleen dit plan al meer dan 100 miljard dollar zal kosten en Amerika met enorme schulden worstelt, zal er vooralsnog niet veel meer in zitten.

Op buitenstaanders – en daartoe reken ik mijzelf – maakt zo’n geldinjectie een nogal primitieve indruk. Is er niets anders te bedenken dan een handvol dollars uitdelen aan de bewoners van een kolossaal groot en economische hoog ontwikkeld land? Zijn er geen intelligentere maatregelen te bedenken om een dreigende recessie af te wenden?

Het antwoord heeft direct te maken met de aard van de Amerikaanse economie die door en door een consumer society is, met mass consumption als het grote doel. Vooral de massale productie van verbruiksartikelen die de economie moet opstuwen en de aanschaf van die artikelen wordt de burger als de vervulling van zijn dagelijks bestaan voor ogen gehouden. Dus ligt het voor de hand, haperingen in deze consumentistische geestdrift – zoals die nu blijkbaar worden gevreesd – met direct daarop gerichte middelen te lijf te gaan.

Het is wellicht een nogal gezochte vergelijking maar ik moest bij dit bericht onwillekeurig denken aan de manier waarop de Nederlandse sociaal-democraten in de jaren dertig van de vorige eeuw de destijds diepe economische depressie hebben aangepakt. Ze hadden terecht geconstateerd dat het verwachte automatische herstel van de economie te lang achterwege was gebleven zodat overheidsinterventie moest worden overwogen. Daartoe lanceerden ze in 1935 het roemruchte Plan van de Arbeid, een vroege manifestatie van het Keynesiaanse denken, dat niet lang nadien door Nederland en tal van andere Europese landen zou worden omhelsd.

Evenals Bush vandaag de dag beoogden de opstellers van het Plan wat zij noemden ’koopkrachtvermeerdering voor de gemeenschap als geheel’ met het effect ’een vraag naar meer verbruiksartikelen’. Daartoe stelden zij diverse maatregelen voor onder meer een verlaging van vaste lasten, zoals van de huren van woningen en bedrijfsgebouwen.

Maar de grote stoot tot het bedwingen van de crisis moest van een andere kant komen: door het uitvoeren van ’werken van algemeen nut’, in opdracht van de overheid die daartoe leningen diende aan te gaan. Dit laatste werd niet bezwaarlijk geacht omdat de kosten zich langs verschillende wegen zouden terugbetalen.

Bij de keuze van de uit te voeren openbare werken ging men bedachtzaam te werk. Voorrang moest worden gegeven aan werken die waren stilgelegd of reeds in uitvoering genomen, zoals verbeteringen aan wegen, bruggen, spoorwegen, riolering, ontginning en ontwatering. Ambitieuzer waren plannen tot gerichte industrialisatie, nader op werkgelegenheidseffecten te inspecteren. En door dit alles, zo kon men uitrekenen, zou een aanzienlijk deel van de werklozen – zij het bij wijze van ’werkverschaffing’ – aan de slag kunnen komen.

De vergelijking met de huidige Amerikaanse aanpak is informatief omdat ze laat zien dat in overeenkomstige situaties socialisten in de markt interveniëren en zo nodig de nationale infrastructuur aan een verbouwing onderwerpen terwijl marktgelovigen – ’kapitalisten’ – zoals Bush het bij een douceurtje aan de kiezers laten.

Maar er is nog een ander interessant verschil. Destijds gold werkloosheid als de grote vloek. Heel de maatschappij stond in het teken van productieve arbeid die een redelijk bestedingspeil moest garanderen. Momenteel staat juist de zorg om dat bestedingspeil centraal, mogelijk – zoals nu in Amerika – geschikt om de werkloosheid terug te dringen. Twee tijdperken, twee ideologieën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden