Het dorp is woest

In het westelijke puntje van Noord-Brabant maakt het dorp Hoogerheide (8200 inwoners) een drama mee. Jesse Dingemans (8) werd op zijn school om het leven gebracht. Er is een verdachte; maar of die echt de dader is, is nog niet duidelijk. Donderdag werd de jongen begraven. Hoe hanteert een dorpsgemeenschap een nachtmerrie?

De lijkwagen was klein, wit en speciaal bedoeld voor kinderen: op de zijkant twee wolkjes en een stralend zonnetje. Achterop stond in grote letters ’Dag, kleine lieve Jesse’. Elders in Hoogerheide kregen mensen rillingen over de rug toen, tien minuten voordat de rouwstoet bij de OLV Hemelvaart-kerk aankwam, de klok begon te luiden. Je hoefde er niet met je neus bovenop te staan, zeiden ze later, om te voelen hoe verschrikkelijk het was.

De handvol toeschouwers bij de kerk hield de adem in toen de kist uit de wagen kwam. Een kleine, witte kist. Met twee blauwe ballonnen eraan. Er kwam ook nog een Pooh-achtige speelgoedbeer uit de lijkwagen, met een rood hemdje.

Toen de kist binnen was gingen de deuren van de kerk dicht – de uitvaartmis voor Jesse Dingemans (8), vorige week vrijdag om het leven gebracht in zijn school, was alleen toegankelijk voor ruim 400 genodigden, waaronder zijn klas. Groep vijf van de rooms-katholieke Klim-Op school kwam dik ingepakt, de ritsen van hun jacks helemaal naar boven en de capuchons strakgetrokken, om even voor elf uur naast hun ouders door de stormregen aangelopen. Op de ouders hadden de rukwinden meer vat dan op de kinderen. De ouders probeerden omklappende paraplu’s in bedwang te houden en tornden krom tegen de wind op. De kinderen, zoveel kleiner, liepen rechtop.

Gaf Hoogerheide donderdagochtend massaal gehoor aan de wens van Jesse’s ouders om hem in besloten kring te begraven? Waren ze daarom – een handvol uitzonderingen daargelaten – thuisgebleven? De dranghekken bij de kerk stonden er in elk geval overbodig bij.

Er was de lange mevrouw, het haar druipend van de regen. Zij snapte eerlijk gezegd niet waar haar dorpsgenoten bleven. ,,Dit is toch het laatste wat je nog voor hem kan doen’’, zei ze, zoekend rondkijkend. Er was de zwijgzame oudere meneer met de geruite pet. Er was het Belgische echtpaar dat even de grens over was gefietst om Jesse een laatste groet te brengen. ,,Camera’s genoeg, daar mankeert het niet aan’’, zei die vrouw sceptisch, met een blik op de vier tv-ploegen achter een hek. ,,Maar daar krijg je je kind niet mee terug.’’

En er was de mevrouw die het schandalig vond dat bijna alle winkels op een ochtend als deze open waren. Nee, niet de bank recht tegenover de kerk, want daar hingen briefjes op de ruiten: dicht tot 13 uur. Maar wel de Blokker ernaast, en alle winkels verderop. ,,Alleen vrijdagavond is de koopavond afgeblazen’’, zei ze, ,,en terecht. Een schadepost was dat toch niet, want de mensen komen op het moment niet buiten. M’n dochter kwam bij de snackbar en die man zei: ik heb nog niet de helft van m’n gewone omzet.’’ Ze hekelde ook het hotel op de hoek, dat een kamer verhuurde aan een paar fotografen. Vandaar hadden ze een betere blik op het pleintje voor de kerk. En ze prees het hotel naast de kerk, dat de verregende mensen een kop koffie serveerde. Gratis, ’want ik wil niks verdienen aan de dood van Jesse’, zoals de hotelbaas zei.

Maar waar waren de inwoners van Hoogerheide dan nu, op de ochtend van Jesse’s begrafenis? Aan het weer kon hun afwezigheid niet liggen. Want afgelopen zondag, tijdens de stille tocht, was het ook slecht weer geweest, en toen kwamen er 1500 mensen.

Misschien bleef Hoogerheide nu wel weg uit boosheid. Een boosheid van de onmachtige soort, die nergens naartoe kan. Boosheid die naar binnen slaat en die niet wil praten. Niet met elkaar, en zeker niet met journalisten – het volk dat bij rampen je dorp even snel binnenkomt en je op je beroerdste momenten voor de camera onmogelijke vragen stelt, als ’Wat ging er door u heen?’; dat het antwoord nauwelijks afwacht en het statief, zoef, alweer inklapt – op naar de brand in Putte, even verderop.

Die diagnose, de mensen bleven weg uit boosheid, stelt een grijzende mevrouw in elk geval. Ze woont al decennia in Hoogerheide maar is er niet geboren (,,En dan kom je er toch nooit echt tussen – dit is Brabant’’). Van zichzelf moest ze er vanmorgen bij zijn. Ze kent het dorp onderhand goed genoeg om aan te voelen ’wat er braait’, zegt ze. Ze wil dat wel vertellen, maar dan zonder naam erbij. ,,Wat de mensen op het moment drijft is, zeg maar gerust: woede. Ze zijn inwendig razend. Hun wereld is opeens niet meer veilig. Ze dachten altijd dat geweld, moord en doodslag, iets uit de grote stad was. En nu is het hier en ze weten niet wat ze moeten denken. Allerlei verhalen doen de ronde. Eerst was het: een vader heeft het gedaan. Toen was het: een man met een bivakmuts. Toen was het: er is iemand gepakt en het is een Antilliaan of een Surinamer. Maar dat zijn geen begrippen die hier nou zoveel betekenen, want die heb je hier niet veel. Je hebt hier de laatste tijd in de buurt veel inbraken en die worden gepleegd door Polen, maar dat mag je ook bijna niet hardop zeggen. Toen kwamen de verhalen over het waarom. De dader kwam de school in om te stelen, zegt de een. Je gaat toch geen school binnen om te stelen terwijl alle juffen en alle kinderen er zijn, zegt een ander. Ik weet, op de sportvereniging van mijn man hebben ze van de week op het punt gestaan om een andere Antilliaan in het dorp eens even met z’n allen aan de tand te gaan voelen. Volgens hen heeft de politie de verkeerde te pakken. Waarom anders ontkent die man al bijna een week?’’

Zij weet zelf ook niet zo zeker of de verdachte wel de dader is – Julien C., 22, zoon van een Surinaamse moeder en een Antilliaanse vader, die nu af en toe leeft in het nieuwe gezin van z’n moeder, die met een Nederlandse man een klein zoontje heeft dat bij Jesse op school zat. Het kan. Het kan ook van niet. Maar als hij de dader is, snapt ze niet hoe je een bijna volwassen zoon die al eens een roofoverval pleegde in een supermarkt in Breda, kunt opnemen in een gezin met een jong kind. ,,Die ouders hebben zichzelf heel erg overschat. Dat ze zo’n jongen, met zo’n voorgeschiedenis, wel even op het rechte spoor zouden brengen. Niet alleen Jesse’s familie heeft levenslang. Ook, als ie tenminste bekent, dat stiefgezin.’’

Twee dagen eerder, op sinterklaasdag, is de atmosfeer in Hoogerheide ook al anders dan gewoon: grimmig en gejaagd. Tussen de buien en de windstoten door haasten, voor sinterklaasbegrippen weinig, mensen zich toen in de Raadhuisstraat van Intertoys naar Zeeman, van Zeeman naar het Kruidvat, van het Kruidvat naar de bakkerijen van Wilbrink of Van Egeraat. Een enkele winkelende man draagt een groen/bruin gevechtspak. Die is vermoedelijk van de legerbasis Woensdrecht, ooit doelwit van protest tegen kernkoppen, die tegen Hoogerheide aan ligt en waar heel wat dorpelingen werken. Maar al wordt er op sinterklaasdag wel een beetje gewinkeld, op ’gezellige drukte’ lijkt het niet. Het is niet druk en niet gezellig in de winkels van de Raadhuisstraat. In de horeca zie je ook al dagen geen kip, klagen die ondernemers.

In de stiltekapel van de kerk is geen mens, maar meer dan dertig brandende kaarsjes getuigen van eerdere bezoekers. Op het gemeentehuis hangt de vlag halfstok. Binnen, in de hal van het cirkelvormige gebouw, is een tafel met het condoleanceregister voor de vermoorde Jesse Dingemans. Op een glazen paneel staat in gegraveerde letters ,,Jesse Dingemans. Zijn naam staat vanaf 1 december 2006 ongewild in ons geheugen gegrift.’’ Als je de tijd neemt om gade te slaan wie er op dat register afkomen, valt op dat het vrouwen zijn, meestal oudere. Maar dat kan ook liggen aan het uur van de dag.

Moord op een kind op een school, dat hoort niet – een school hoort veilig te zijn, net zoals het bij een kind thuis veilig hoort te zijn. Maar net zoals families dat soms toch niet zijn, en (wat de politie noemt) ’familiedrama’s’ wel degelijk bestaan, zo komt ook moord op een kind op school wel eens voor. Al is Jesse Dingemans in Nederland wel de eerste. Want de paar eerdere geweldsexplosies binnen Nederlandse schoolmuren gingen om eerwraak (Veghel, De Leijgraaf, 1999, vijf gewonden) of conflicten met de school zelf (Den Haag, Terra College, 2002, 1 dode).

Maar Jesse Dingemans is ter wereld niet het eerste slachtoffer van moord op een kind binnen de muren van een school. Zo hielden de Boomtown Rats in 1979 een hit (,,I don’t like Mondays’’) over aan het absurde antwoord dat een Californisch meisje van zestien gaf op de vraag waarom ze zojuist op een basisschool schietend voor twee doden had gezorgd.

En in 1996 daverde in Schotland het dorp Dunblane (toen 7000 inwoners) op z’n grondvesten toen Thomas Hamilton (44) met vier wapens (waarvoor hij een vergunning had) drie minuten lang het vuur opende op een klasje gymmende kleuters. Er vielen 17 doden: 16 kleuters en de juf. Hamilton, die het faillissement van zijn winkel weet aan de dorpsroddel dat hij pedofiel zou zijn, schoot ook zichzelf dood. ’Dunblane’ leidde ertoe dat het in Engeland moeilijker werd om kleine handwapens te bezitten.

Op de Raadhuisstraat legt een vader op sinterklaasdag zijn rechterwijsvinger op zijn getuite lippen en wijst op het kleine meisje dat op de fiets zijn wandeltempo bijhield. ,,Ga jij maar vast’’, zegt hij tegen haar. ,,Maar, in de buurt blijven.” Ze rijdt op haar fietsje langzaam vooruit, de hoek om, linksaf over het pad langs de bibliotheek. Verderop, tussen woonhuizen, staat het hoofdgebouw van de Klim Op-school; een eindje terug ligt een dependance.

’Houdoe’, zeggen verschillende mensen die de man passeren. ’Houdoe’, zegt hij dan terug.

,,Ik wil wel iets zeggen, maar niet waar zij bij is’’, legt hij uit als z’n dochter een meter of tien verderop rijd. ,,En geen namen erbij. Het is niet goed voor haar om almaar over die moord te horen. En ik wil geen moeilijkheden met mensen in het dorp.”

Zijn dochter zit twee klassen lager dan Jesse. Haar lokaal is op de begane grond. Wat Jesse’s klas is weet hij niet precies. Hij denkt: het lokaal daar op de eerste verdieping, waar de lamellen gesloten zijn. Maar zeker weet hij het niet. ,,En ik vind het niet het moment om dat aan iemand te vragen.’’

Hij zit vol vragen. Op het schoolplein wijst hij het aan. Als de dader de school in kon, dan was de deur blijkbaar niet dicht. En het gebouw heeft twee ingangen. Hier heb je er een, en daar – hij wijst naar de andere kant van een uitbouw – zit er nog een. ,,Als je door deze ingang naar binnen gaat, passeer je buiten de ramen van een lokaal. Kom je door de andere ingang binnen, dan kom je binnen langs een klas. Waarom heeft niemand de dader dan gezien? Of houdt iemand z’n mond – uit angst misschien?”

Dat hij zijn dochter naar school brengt heeft niet te maken met de dood van Jesse. Dat deed hij altijd al. ,,Dat kan ik doen, want ik werk vlakbij’’, zegt hij. Maar nu halen hij of zijn vrouw het meisje ook op. ,,Ik weet ook wel dat Jesse juist onder schooltijd en in het gebouw gedood is. Daar helpt het dus niet tegen, dat wij haar nu ophalen. Maar je wilt toch iets doen. Als je niks zou doen, zou je je helemaal verslagen voelen. Dat voelen we ons toch al.’’ Hij balt zijn vuisten, laat z’n handen dan vallen en dringt tranen terug.

Zijn dochter is weer genaderd. ,,Kusje’’, zegt hij tegen haar, en buigt zich voorover. Ze geeft hem een kusje. Dan huppelt ze de school in.

Vanmorgen vroeg moest hij even in Bergen op Zoom zijn. Daar gaan de jongste roddels rond. De moord op Jesse zou iets te maken hebben met ’gepest worden’. ,,De man die ik sprak zei: de verdachte kwam z’n kleine halfbroertje helpen. Dat werd gepest.’’ Hij heeft geen idee of het waar is. ,,Dat is ook zo’n probleem. Geen enkele verklaring zou voldoen. Voor de moord op een kind bestaat geen goede reden.’’Op 22 november, verkiezingsdag, deed de Klim-Op school aan de Matthias Wolffstraat nog dienst als stembureau, een van de elf in de gemeente Woensdrecht.

Het CDA, VVD en GroenLinks bleken in de wijk rond de school een beetje minder in trek te zijn dan gemiddeld in de gemeente. Vooral de SP, maar ook de PvdA, was in de wijk rond de school juist meer in trek. Dat gold ook voor De Partij voor de Vrijheid, maar slechts een beetje.

Sinds de moord op Jesse is de school een rouwmonument. Op de lange heg voor de school betuigt niet alleen Hoogerheide, maar heel Nederland z’n medeleven – soms geprint en in een plastic mapje, soms handgeschreven en onbeschermd. Een beverig handschrift, er staat bij dat het uit Capelle aan de IJssel kwam: ,,Dag lieve Jesse, rust in vrede. Dit had je niet verdiend.’’ Behalve bloemen in cellofaan zijn er vooral veel, veel pluchen beesten. Beren – wit, bruin, klein, groot, model Pooh of model Teddy. Een Pink Panther. Een blauw konijn. Een grijze muis. Een lila olifant. Een zelfgehaakte sneeuwman, en een Bob de Bouwer.

Bij bakker Wilbrink, op de Raadhuisstraat, is laat op de middag van sinterklaas een mevrouw druk in de weer met lege bakblikken waar cake in zat. De speculaas en de banketstaaf zijn bijna uitverkocht, dat wel. Maar de normale, verwachtingsvolle atmosfeer van Pakjesavond vindt ze vandaag ver te zoeken. Normaal zou de stormwind die ook deze avond over West-Nederland raast hebben bijgedragen aan het sinterklaasgevoel. Nu niet.

,,Dit weer is precies zoals ik me voel. Er hangt een grauwsluier over me’’, zegt de mevrouw van de bakkerswinkel. ,,Over ons allemaal. Als een klant er niet over begint, praten we er niet over. Over die arme jongen. Maar ook als je er niet over praat, denk je er toch de hele tijd aan. Dat weet je van elkaar. Je durft er eigenlijk niet over te praten omdat je er zo vol van bent.’’

Ze is even stil. ,,Maar ook omdat er zoveel verhalen de ronde doen. Dat de dader in de school op dievenpad was, en dat Jesse hem tegenkwam. Of dat het halfbroertje van de dader zo gepest was, en dat zijn grote broer ’m kwam helpen. Je weet niet wat je moet geloven. En iedereen kent iedereen hier. Ik woon zelf achter de school en mijn zoon heeft vroeger op die school gezeten. Dus je hebt eigenlijk allemaal een relatie met het verhaal.’’

Haar gezicht staat strak terwijl ze praat. Pas bij de vraag of ze de verdachte misschien wel eens is tegengekomen, komt er een lach op haar gezicht. ,,Nee, die kenden we niet’’, zegt ze. Het klinkt bijna opgelucht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden