Het dorp, de dode, de regen

Simenon, meester van de couleur locale, verdient een revival

"Als ik met een klacht bij mijn huisarts kom, adviseert die mij om een roman te schrijven," vertelde Georges Simenon in de jaren zestig aan een interviewer. Ettelijke honderden romans heeft de Belgisch-Franse auteur geschreven, aanvankelijk pretentieloze potboilers waarmee hij de technische kanten van het schrijven in de vingers wilde krijgen: het waren voornamelijk politieromans en voor die dagen gewaagde, licht pornografische verhalen, romans galants, die hij publiceerde onder 27 pseudoniemen, waaronder nogal buitenissige zoals 'Gom Gut' - dat eigenlijk de naam van een merk lijm was.

Simenons carrière kreeg aan het eind van de jaren twintig een nieuwe dimensie toen de boot waarop hij woonde en werkte moest worden gerepareerd in de haven van Delfzijl. In een terugblik schreef hij: "Ik zie me nog op een zonnige morgen zitten in een café dat, meen ik, 'Het Paviljoen' heette. Dronk ik die morgen een, twee of zelfs drie glaasjes jenever, eventjes gekleurd door enkele druppels bitter? In elk geval begon ik na verloop van een uur, ietwat dommelig, in mijn verbeelding de breedgebouwde en onaandoenlijke figuur te ontwaren van een heer die, naar het me voorkwam, een aanvaardbare commissaris kon worden. In het verdere verloop van die dag voegde ik aan deze figuur nog enkele requisieten toe: een pijp, een bolhoed, een dikke overjas met fluwelen kraag."

Enkele dagen later stond het eerste boek over commissaris Jules Maigret al op papier. De twee vroege Maigrets - inmiddels een jaar of tachtig oud - die De Bezige Bij dezer dagen in nieuwe vertalingen uitbrengt, laten nog steeds goed zien wat de charme ervan was. In een tijd waarin het genre van de speurdersroman (zo heetten die boeken in die dagen) gedomineerd werd door weinig realistische figuren als Sherlock Holmes en Hercule Poirot, kwam Simenon met een schijnbaar uit het gewone leven geplukte middelbare commissaris, degelijk getrouwd met de weinig opwindende mevrouw Maigret, een hoofdfiguur van misdaadromans die nauwelijks spannend waren te noemen. De onderzoeksmethode van de commissaris bestond er vooral in, zich zoveel mogelijk van de sfeer op de plaats delict onder te dompelen, om zo de mogelijke beweegredenen van de dader te doorgronden. En die sfeer wist Simenon keer op keer meesterlijk te treffen.

'Het lijk bij de sluis' en 'De gele hond' spelen zich beide aan het water af - een omgeving die Simenon vaak inspireerde tot prachtige passages. Een hoogtepunt in het eerste boek is de beschrijving van de fietstocht van 68 kilometer die de commissaris maakt van het plaatsje Dizy naar het stadje Vitry-le-François, langs het lijnrechte kanaal, van sluis tot sluis, in de stromende regen.

'De gele hond' speelt in het havenstadje Concarneau, waar Maigret gedetacheerd is wanneer er aanslagen en een moord worden gepleegd op een groepje plaatselijke notabelen. De jonge inspecteur Leroy wil de zaak volgens de modernste wetenschappelijke methodes oplossen. Maigret daarentegen verlaat nauwelijks de gelagkamer van hotel de l'Amiral, waar hij de vaste gasten observeert en zelf doorgaans al vroeg aan een eerste biertje begint. De commissaris is, in het moderne managersjargon, bepaald geen team player. Ook in dit boek is het de beschrijving van de kleinburgerlijke sfeer, van de herfstregens en van de bijna nog feodale gezagsverhoudingen in het stadje, die de lezer bijblijft. Het is trouwens opmerkelijk hoe groot de rol van de standenmaatschappij nog is in de vier hier besproken boeken van Simenon.

Het succes van de Maigret-verhalen bood Simenon uiteindelijk de ruimte voor het schrijven van zijn belangrijkste boeken: de romans die de schrijver zelf romans durs noemde, harde boeken. In de politieromans over Maigret komt alles - de wet van het genre schrijft het voor - uiteindelijk, al is het soms min of meer, op zijn pootjes terecht, en zegeviert het recht, een enkele maal in een door de commissaris eigenhandig licht gecorrigeerde vorm.

In de 'romans durs' daarentegen, laat Simenon zijn pessimisme doorgaans de vrije loop. De Bezige Bij brengt ook twee van deze romans uit in nieuwe vertalingen. Het zijn voor Simenon kenmerkende boeken. Het geordende, kalme, niet echt bevredigende, maar ook weer niet onbevredigende bestaan van een personage wordt ontregeld en verwoest doordat hij gehoor geeft aan een hoogst onverstandige, maar onweerstaanbare opwelling. Het leidt tot een catastrofe, die niet uitmondt in berouw, maar in loutering omdat alles kennelijk zo moest zijn - het troostende besef dat men eindelijk met zichzelf samenvalt.

'Brief aan mijn rechter' - dat Simon Vestdijk beschouwde als een van de hoogtepunten in Simenons werk - blijkt de tand des tijds uitstekend te hebben doorstaan. Het is een welhaast volmaakte roman, deze biecht van een plattelandsarts bij wie de vlam in de pan slaat wanneer hij op een regenachtige avond zijn trein mist en kennis maakt met een eigenlijk in geen enkel opzicht bijzondere vrouw. Het verhaal van hun liefde, en van de manier waarop die naar een onontkoombare tragische ontknoping voert, wordt verteld in een straf tempo, met een weelde aan subtiele psychologische details, en laat de lezer geen moment los.

Dat ook een mindere Simenon gelukkig toch nog altijd een Simenon is, blijkt ten slotte uit 'De burgemeester van Veurne'. De personages zijn in deze roman veel talrijker en wellicht mede daardoor schetsmatiger dan in 'Brief aan mijn rechter'. Ook in dit boek lijkt de hoofdpersoon, de burgemeester van een Vlaams stadje, tevens sigarenfabrikant, door iedereen aangesproken met 'Baas', zijn leven geheel op orde te hebben. De greep die hij als parvenu zo moeizaam op het stadje heeft weten te krijgen, verliest hij echter definitief in een reeks door Simenon mooi terughoudend uiteengezette politieke en persoonlijke verwikkelingen.

Simenon was een rasschrijver. Heerlijk dus, dat we nu weer over een aantal van zijn romans kunnen beschikken. Het enige wat ik miste: de prachtige omslagen die Dick Bruna indertijd ontwierp voor de Zwarte Beertjesuitgaven.

Georges Simenon: De gele hond. (Le chien jaune) Vert. Reintje Ghoos en Jan Pieter van der Sterre. De Bezige Bij; 192 blz. euro 15

Georges Simenon: Het lijk bij de sluis. (Le charretier de la providence) Vert. Anne van der Straaten. De Bezige Bij; 192 blz. euro 15

Georges Simenon: Brief aan mijn rechter. (Lettre à mon juge )Vert. Hans van Cuijlenborgh. De Bezige Bij; 256 blz. euro 15

Georges Simenon: De burgemeester van Veurne. (Le bourgmestre de Furnes) Vert. Rokus Hofstede. De Bezige Bij; 272 blz. euro 15

Sinds september zijn ook nieuwe uitgaven beschikbaar van de romans 'De blauwe kamer' en 'De premier' en twee Maigretverhalen:

'Een misdaad in Holland' en 'De danseres van de Gai- Moulin'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden