Het dorp als doe-het-zelfdemocratie

Ouderenvervoer, dagbesteding: in het Brabantse Elsendorp doppen bewoners hun eigen boontjes

ONNO HAVERMANS

Elsendorp-Noord heet het nieuwbouwwijkje van zo'n vijftig huizen. Brabantse humor. Met z'n 1040 inwoners past heel Elsendorp in de oksel van twee provinciale wegen (de N272 en N277). Een ontginningsdorp in de Peel, een eeuw geleden uitgegraven uit de hei. Niks bijzonders aan. Je rijdt er zo voorbij.

Maar Elsendorp heeft pit. Brutaal presenteert het zich als dorp van de toekomst. Leefbaar en prettig om te wonen, dwars tegen de trend van leegloop van het platteland in. Dat zit hem in de bewoners, denkt Willy Donkers, voorzitter van het Dorpsoverleg. "Wij zijn de nazaten van pioniers, we hebben samen dit dorp opgebouwd."

Zeven jaar geleden kreeg Elsendorp de Dorpsvernieuwingsprijs van de Landelijke Vereniging van Kleine Kernen, als beloning voor inspanningen om de leefbaarheid te behouden. De jury was enthousiast over de manier waarop de inwoners zelf hun nieuwbouwplan 'noord' verwezenlijkten en hun eigen zorgteam hadden opgezet. Pluspunt was dat ze de gemeente Gemert-Bakel meekregen. "Oud-burgemeester Van Maasakkers van Gemert gaf ons vertrouwen", zegt Donkers. "Hij zei: de kleine kernen zijn onze kerntaak."

Inmiddels is Elsendorp zo ver dat het zijn succes uitdraagt. Medio november organiseerde het dorp, samen met de provincie en de Vereniging van Kleine Kernen Noord-Brabant een symposium over 'het dorp van de toekomst'. Dat dorp regelt zo veel mogelijk zelf. Het heeft de gemeente minder hard nodig dan de gemiddelde stadswoonwijk.

"Je moet steeds meer zelfvoorzienend zijn als dorp. Subsidies verdwijnen, de gemeente laat meer aan de burgers over", zegt penningmeester Hannie Penninx.

Zo regelen de inwoners van Elsendorp onderling het vervoer voor ouderen en anderen die wat hulp kunnen gebruiken, de dagopvang voor dementerenden draait op vrijwilligers, een groepje ouders gaat zich bij tourbeurt op woensdagmiddag ontfermen over het gehandicapte klasgenootje van hun kinderen.

Toen de dorpswinkel sloot omdat hij niet rendabel bleek, onderzocht het Dorpsoverleg of er behoefte was aan een boodschappendienst, maar dat bleek niet het geval. "Iedereen wist het zelf of met zijn omgeving op te lossen", vertelt Penninx. "Wel misten sommige ouderen de sociale functie van de winkel, waar ze samen koffie dronken. Nu hebben we bijna dagelijks wel een activiteit in het dorp waar met name ouderen aan kunnen deelnemen."

Veel van die activiteiten vinden plaats in de Dompelaar, dorpshuis, sporthal en brede school ineen, het kloppend hart van Elsendorp. Hier is ook de pinautomaat. In veel Brabantse dorpen staat zo'n buurtcentrum, gebouwd met subsidie van de provincie en beheerd door de bewoners zelf. "Een kwestie van vertrouwen en inwoners verantwoordelijkheid geven", zegt Penninx.

Een ontmoetingsplaats is ook het tankstation aan de rand van het dorp. De school zit met 95 leerlingen in de gevarenzone, maar een geboortegolfje biedt hoop voor de toekomst. Dat geldt ook voor de voetbalvereniging, nadat die met de hogere jeugdteams is gaan samenwerken met buurdorp De Rips.

In het Dorpsoverleg is al eens gesproken over de oprichting van een dorpscoöperatie, voor de gezamenlijke inkoop van energie en zorg en mogelijk andere zaken als een brandverzekering of het collectief energieneutraal maken van woningen. "Die coöperatie moet er komen, dachten we vorig jaar. Maar dat kun je niet opleggen", zegt Donkers. "We hebben de structuur, maar het moet van onderop komen."

Die structuur bestaat uit zeven commissies waarin zeventig mensen actief zijn. Het Dorpsoverleg is het onderlinge bindmiddel en de spreekbuis naar de gemeente. "Maar we doen niet aan politiek", aldus Penninx. "Wij nemen de rol van het college van b. en w. niet over", benadrukt Donkers.

Penninx is door de gemeente aangesteld als dorpsondersteuner, als uitvloeisel van de Wet maatschappelijke ondersteuning, voor acht uur per week. Ze coördineert de onderlinge hulp, gaat met mensen in gesprek. "Wat kunnen de mensen nog zelf, wat moeten we voor ze regelen zodat ze zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven? Vaak hebben ze zelf al ideeën over wie kan helpen bij het vinden van een oplossing. Veel mensen melden zich ook uit zichzelf."

Om jongeren erbij te betrekken, is misschien een andere opzet nodig, zegt secretaris Dick de Bruijn, zelf een twintiger. "Door jongeren voor een concrete taak of project te vragen, schrik je ze niet meteen af. Zelf ben ik betrokken geweest bij de organisatie van het Midzomerspektakel, waarbij het dorp van jong tot oud een hele dag bezig is geweest met sport en spel. Dat was te overzien, niet elke week vergaderen. Bij de carnavalsvereniging hopen op we een grotere toestroom van jeugd sinds daar een groep meisjes actief is."

Intussen kijken de jongeren met scheve ogen naar Elsendorp-Noord, vertelt De Bruijn. "Zij kunnen die nieuwbouwhuizen niet betalen. Dus moeten we kijken naar bestaande huizen. Er wonen hier nogal wat 80-plussers, er komen straks dus huizen in de dorpskern vrij. En ook de kerk komt leeg te staan. Kunnen we dat op elkaar afstemmen? Dat is wel een uitdaging voor de komende jaren."

undefined

Andere dorpscoöperaties

In het Drentse Nieuw-Dordrecht ontstond ruim een jaar geleden de eerste dorpscoöperatie. De 1600 inwoners van de voormalige veenkolonie namen veel taken over van de gemeente Emmen. Vlekkeloos verloopt dat nog niet. In het dorp ontstond tweespalt nadat de coöperatie met gemeenschapsgeld een pand opkocht om het te laten slopen en zo ruimte te maken voor nieuwe ontwikkeling.

In Friesland ligt al een poos een blauwdruk voor de dorpscoöperatie klaar, maar een dorp dat die wil uitvoeren, heeft zich nog niet gemeld.

Vergaande plannen zijn er wel in Meeden, Warffum en Zijldijk (Groningen), Hollandscheveld (Drenthe), Haaften (Gelderland), Lierop en Wijbosch (Noord-Brabant) en Heide (Limburg). De meeste initiatiefnemers richten zich op zorg en ouderen, taken waarvoor de uitvoering vanaf dit jaar bij de gemeenten ligt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden