Het doordringen tot het mysterie van het leven was voor Barnett Newman bittere ernst

De titel van het doek 'Who is afraid of Red, Yellow and Blue' slaat in de eerste plaats op een absoluut geloof in een nieuwe, zuivere, van alle smetten ontdane, Amerikaanse schilderkunst. Met dit doek keert Newman zich tegen de 'verloederde', Europese schilderkunst van met name Mondriaan. Het is een streng geloof in het morele leiderschap van de nieuwe Amerikaanse schildersgroep van o.a. Rotkho, waar Newman de woordvoerder van was. 'Who's afraid of Red, Yellow and Blue' stelt eigenlijk maar één vraag: wie is er bang voor de nieuwe schilderkunst?

In 1948 schreef Newman: “Wij zijn ons aan het bevrijden van belemmeringen als herinnering, associatie, nostalgie, legende, mythe en al die andere zaken die hoog in het vaandel van de West-Europese schilderkunst hebben gestaan.” In 'Who's afraid. . .' is er alleen nog maar de werking van primaire kleuren. Alle conventionele waarden en normen van de geaccepteerde schilderkunst werden door Newman overboord gezet. De kleuren moesten bevrijd worden. Daarmee keerde hij zich tegen het vlakke, egale kleurgebruik van Mondriaan, die de kleur 'opsloot' in een idee. Newman zegt hierover: “Waarom meegaan met deze puristen en formalisten die een hypotheek hebben gelegd op rood, geel en blauw, deze kleuren transformerend in een idee, die ze vernietigt als kleuren?” Primaire kleuren mochten niet gereduceerd worden tot een didactisch of een hoogst 'pittoresk idee', maar moesten letterlijk bevrijd worden. Het doek dat het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit wordt gezien als het hoogtepunt uit Newmans oeuvre. Het was dan ook een klap toen in maart 1986 het doek door een vandaal met een stanleymes werd bewerkt. Wat bezielde de man die de aanslag pleegde eigenlijk?

Tijdens de rechtszitting voerde de agressor het volgende aan: “Ik wilde een discussie aanwakkeren waarom kunst in deze tijd niet vrij is. Het immense rode vlak van Newman ontkent het leven.” Zijn advocaat Korvinus ging tijdens de verdediging in op Newmans belangrijkste thema: de scheppingsdaad. Korvinus haalde de woorden van Newman nog eens aan: de kunstenaar graaft zich als schepper een weg naar een nieuwe wereld. Hij is 'een ware schepper die chaos graaft'. Korvinus wees op het feit dat zijn cliënt een 'sociale sculptuur' zou hebben gemaakt. Deze 'scheppingsdaad' moest dan gezien worden tegen de achtergrond van een verruimd kunstbegrip. Een dus wel heel letterlijke interpretatie van Newmans 'graven in chaos'. . .

Newman wilde vernieuwing stichten in de religieuze betekenis van het woord. Hij ontkende daarmee zijn eigen oorsprong die ligt besloten in de traditie van de West-Europese schilderkunst. Het 'Mondriaan-dogma', zoals hij dat zelf noemde, moest omvergeworpen worden. Met de ontkenning van Mondriaans Kunst openbaart zich het machtsstreven van Newman. Zijn vrouw merkte daarover in een interview met Trouw (19 december 1991) op: “Zijn schilderijen zijn erg machtig en hij was zelf een sterke persoonlijkheid. Hij schilderde alleen het meest essentiële, elementaire.” Zijn schilderijen overdonderen de toeschouwer en dwingen de kijker tot stellingname. Newmans werk is machtig op een religieuze manier. Wie eenmaal opgenomen wordt in 'het rode kleurvlak' van 'Who's afraid. . .' ervaart dat er een zeer sterke werking van uitgaat. De kijker graaft zich als het ware steeds dieper naar de lichtbron. Zo verwijzen zijn verticale lijnen, de zogenaamde zips, naar bliksemstralen of flitsen die voorafgaan aan de scheppingsdaad. Deze 'zips' hebben betrekking op joodse mystieke geschriften waarin wordt gesproken over lichtstralen die een afspiegeling vormen van Zijn goddelijke glans. Voor joden openbaart God zich als een zuiver licht, van alle lichamelijkheid ontdaan. Zijn 'gelaat' is stralend en wordt door joden als hoogste zegen ervaren. Het was deze onzichtbare, onnoembare, onzegbare God, die daar uit het niets (de duistere chaos) het licht aandeed. 'En God zeide: Er zij licht, en er was licht.' (Exodus 1,3). Newmans kennis van de Thora en de joodse mystiek (Kabbalah) en de oude Egyptische filosofie was groot. Zijn werken dragen titels als: 'Genesis' (1946), 'The Command' (1946), ' Abraham' (1949), 'Eve' (1950), 'Adam' (1951-1952), 'Jericho' (1968-1969).

Een ander kunstwerk waar het licht een belangrijke rol in speelt heet Broken-Obelisk. De sculptuur staat bij de Rotkho kapel in Houston, Texas. In 'Broken-Obelisk' wordt het scheppingsmoment uitgebeeld; het scheiden van hemel en aarde, licht en duisternis en de opstijging van de mens naar het goddelijk licht. De gebroken obelisk staat loodrecht op een piramide die geheel volgens Egyptische schaal werd nagebouwd. Newman zegt over het wezen van het Egyptische denken dat de grond van het bestaan 'een dood-in-het-leven en een leven-in-de-dood' is. De Egyptenaar is in zijn opvatting een tragisch wezen. De heidense culturele uitingen, waar Newman het christendom voor een deel toe rekende, bedienden zich daarentegen van de dramatiek die heeft geleid tot verregaande verfijning en gevoelsmatige schoonheid.

De tragische kunst waar Newman naar streefde was er een van de zuivere geest. Voor zijn doeken maakte hij niet, zoals zijn Europese collega's, traditionele schetsen, maar berekeningen van verhoudingen. Dit 'geestelijk' schetsen sluit nauw aan bij het kabbalistisch spel van het zogenaamde kosmisch meten.

Er is nog een ander religieus aspect in het werk van Newman dat nauw samenhangt met de joodse opvatting over tijd en ruimte. In plaats van het manipuleren van de ruimte gaat het in Newmans werk allereerst om het beleven van de tijd. Tijd is gebonden aan ruimte en plaats. In het joodse denken wordt plaats aangeduid met Makkom (een van de geheime namen van God), de plaats waar het tijdloze zich openbaart. Newman schiep in zijn doeken zo'n plaats. Achter een voorhangsel van transparante kleurlagen ligt onzichtbaar de Ziel van de schepping verborgen. Deze ziel heeft veel gemeen met de onuitsprekelijke joodse God die de naam YHWH draagt en die door orthodoxe joden nooit is uitgesproken. Zij vervangen deze benaming door 'Adonai', 'Heer', 'Elohim' en 'G.d'.

Engelen, profeten en heiligen fungeren slechts als tussenpersonen en brengen de gelovigen naar en voor God. Op dezelfde wijze leidde Newman ons voor zijn mystieke waarheid die zich openbaarde in de rode vuurzee van 'Who's afraid. . .'. In een artikel 'The Sublime is now' schetste hij zijn beweegredenen om te schilderen. Hij spreekt hierin de behoefte uit om diep in het wereldmysterie te willen doordringen om zo 'metafysische geheimen' te onthullen.

Newmans werkwijze past geheel in de joodse traditie. Uit de taal (zijn geschriften en de titels die hij gaf aan zijn schilderijen) rijzen de beelden haast vanzelf op. In 'Who is afraid. . .' gaan woord en beeld perfect in elkaar op. Vorm en inhoud vallen samen in de ernstige houding die het kunstwerk en zijn schepper aannemen.

De ernst waarmee Newman betekenis gaf aan het ideaal van totale vernieuwing maakt hem tot een van de profeten van de moderne kunst. Zijn geloof in de nieuwe Amerikaanse schilderkunst was onwankelbaar. Er was geen enkele plaats voor ironie. Het was hem bittere ernst. Zo beschouwde Newman zijn atelier als heiligdom waar zelfs Stedelijk-directeur Edy de Wilde geen toegang toe kreeg. Zijn doeken waren alleen voor ingewijden te koop. Newman stond er dan ook op potentiële kopers persoonlijk te leren kennen. Tijdens ontelbare etentjes werden zij door Newman getaxeerd. Velen konden geen genade vinden in zijn ogen en gingen met lege handen naar huis. Degene die wel een schilderij mochten kopen behoorde ongetwijfeld tot een selecte groep ingewijden.

Het is een bijzondere kwaliteit dat de schilderijen van Newman de toeschouwer niet onberoerd laten. Zij dwingen ons tot stellingname en daarom boezemen ze angst in. Wat te denken van de andere aanslag op één van de doeken uit de serie van 'Who is afraid of Red, Yellow and Blue', die plaatsvond in Berlijn. Op tweede Paasdag 1982 beschadigde daar een student het schilderij. De student handelde volgens politie 'uit angst voor het doel'. Angst en vernedering gaan vooraf aan het vernieuwingsproces en vormen er een wezenlijk onderdeel van.

Wat betreft de aanslag op 'Cathedra', een paar weken geleden in het Stedelijk Museum in Amsterdam beschadigd, kan hetzelfde gezegd worden. 'Cathedra' verwijst naar de goddelijke troon of hemelwagen die in oude joodse mystieke geschriften voorkomt.

Met dit doek wilde Newman de ontzagwekkende 'Verborgenheid Gods' weergeven. Dat maakt Newmans kunst machtig en kwetsbaar tegelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden