Review

Het doorbreken van de stilte

De debuutroman van de Indiase schrijver Raj Kamal Jha (1966), 'The Blue Bedspread', is in het Nederlands verschenen onder de titel 'De blauwe beddensprei'. In geen enkel opzicht lijkt zijn boek op de romans die landgenoten zoals Salman Rushdie schreven. Het is geen vuistdikke roman geworden, Jha voelt zich het meest op zijn gemak met heel eenvoudige, bijna kale taal.

Wanneer de vuilnismannen staken, heeft het trotse Amsterdam binnen de kortste keren veel weg van een stad als Calcutta: vanaf het Centraal Station moet je tussen uitpuilende prullenbakken en slordige hopen rottend huisvuil door laveren om het centrum van de stad te kunnen bereiken. De lucht is verzadigd van een weeïge geur van bedorven afval, maar de krioelende mensenmassa lijkt zich er nauwelijks om te bekommeren. De lounge van het hotel waar ik een afspraak heb, overvalt me als een weldadige oase van comfort. Daar ontmoet ik Raj Kamal Jha, een opvallende nieuwkomer in de Indiase literatuur, die de laatste jaren met schrijvers als Salman Rushdie, Vikram Seth en Arundhati Roy internationaal stevig aan de weg timmert.

,,Jha is het hengstveulen in een indrukwekkende stal van raspaarden'', orakelde India Today al. Het uiterlijk van de schrijver, zijn hoofd omkranst door een weelderige bos krullend haar waarachter de donkere ogen half schuilgaan, lijkt dat beeld te versterken. Maar zodra Jha begint te praten, blijkt hoe dit soort etiketten je op het verkeerde been kan zetten: ,,Ik kan me er niet tegen verweren'', zegt hij verontschuldigend, ,,voordat je het weet gaan de media met je aan de haal. Maar het enige wat ik gemeenschappelijk heb met die andere schrijvers is het biologische toeval dat we in hetzelfde land geboren zijn. Mensen hebben tegenwoordig een vooropgezet idee van wat Engelstalige Indiase literatuur aan kenmerkende eigenschappen heeft. Ik denk dat dat langzamerhand wel zal slijten naarmate er meer nieuwe auteurs met een eigen geluid op de markt zullen komen.''

'The Blue Bedspread', zijn debuutroman, die gelijktijdig in het Engels en het Nederlands ('De blauwe beddensprei') verschenen is, lijkt inderdaad in geen enkele opzicht op de boeken van zijn beroemde collega's. Het is geen vuistdikke roman, maar een bescheiden werkje van nog geen 175 bladzijden. Zoekt Rushdie het in een fantasierijke constructie waarin culturele, politieke en persoonlijke geschiedenissen met elkaar verweven worden, Jha kiest voor de micro-wereld van het gezin en houdt van het sprekende detail: ,,Ik voel me het meest op mijn gemak met heel eenvoudige, bijna kale taal. Woorden leiden me eigenlijk af van wat ik te vertellen heb: als ik schrijf heb ik er eigenlijk te veel in mijn hoofd. Het liefst had ik gezien dat het boek nog eens half zo dun was geworden.'' Zijn benadering heeft veel weg van die van een dichter, maar uitgezonderd 'een paar slechte gedichten' waarmee hij vergeefs probeerde indruk te maken op een schoolvriendinnentje houdt Jha zich niet met poëzie bezig. Zijn manier van schrijven is eerder terug te voeren op zijn journalistieke achtergrond en zijn dagelijks werk als redacteur bij 'The Indian Express': ,,Als journalist ben ik me er voortdurend van bewust dat de mensen maar heel kort hun aandacht ergens bij kunnen houden'', zegt hij. ,,Anno 1999 is het bijna ondoenlijk mensen aan het lezen te krijgen. Alles wordt tegenwoordig zo tot in details uitgeplozen, dat je zelf nauwelijks meer hoeft na te denken: één raket op Belgrado en er staan honderd experts klaar om het allemaal van commentaar te voorzien. Zo vertellen ze je alles en eigenlijk niks. Ik concentreer me daarom op kleine hoofdstukjes om de tijd van de lezers niet te veel in beslag te nemen en omdat ik wil dat de lezer dat wat ik weggelaten heb, met zijn eigen verbeelding kan invullen. Ik hou zelf ook het meest van boeken en films die je die vrijheid geven. Het daagt je uit maar het is ook een teken van respect.''

'De blauwe beddensprei' beschrijft een dag uit het leven van een man van middelbare leeftijd, die in een huis aan een nauwe straat in Calcutta een verhaal op papier probeert te zetten. In de kamer naast hem ligt een pasgeboren baby, gewikkeld in een ziekenhuisdeken. Stap voor stap, hoofdstuk voor hoofdstuk, onthult de hoofdpersoon het geheim dat hij met zich meetorst en krijgt de lezer via een aantal flashbacks inzicht in de omstandigheden waarin de man terecht is gekomen. Met sobere, maar doeltreffende beelden weet Jha een wereld op te roepen waarin seksuele agressie en fysieke mishandeling met de blauwe beddensprei der huiselijke intimiteit worden bedekt: ,,Het boek gaat op de eerste plaats over het onder woorden brengen van het onuitsprekelijke'', zegt Jha. ,,De schrijver van het verhaal heeft er 45 000 woorden voor nodig nodig om uiteindelijk op het laatst de verlossende acht woorden te kunnen zeggen. Als hij ten slotte voldoende moed bij elkaar heeft geraapt, verpakt hij het nog in een gedroomde scène, om via een beeld de drukkende last van zijn schouders te kunnen gooien. Het decor van het verhaal is autobiografisch: ik heb de eerste vijftien jaar van mijn leven in Calcutta doorgebracht. Met mijn ouders, broer en twee zussen deelde ik een vrij kleine ruimte. Vanaf het balkon had je uitzicht op een fabriek met een rode vlag en een duivenkooi. Ik keek er praktisch iedere nacht naar, omdat ik veel last had van slapeloosheid. Zo druk als het overdag was met geschreeuw van mensen en getoeter van bussen - ons huis lag aan een hoofdstraat - zo stil was het 's nachts. Maar niemand begreep dat ik de slaap niet kon vatten. Het beeld van dat nachtelijke uitzicht staat in mijn geheugen gegrift. Voor mij was dat de definitie van het begrip eenzaamheid. Ik besloot dat mijn boek daarover zou moeten gaan: het doorbreken van de stilte. Het achtste hoofdstuk, 'de blauwe beddensprei', schreef ik het eerst en van daaruit zijn de andere verhalen voortgekomen. Het was een soort foto uit een familiealbum. Op een gegeven moment ga je andere foto's toevoegen en ontstaat er een serie, die samenhang krijgt als je erdoorheen bladert.''

Toen Jha nog heel jong was, was schrijven voor hem al letterlijk een fysieke noodzaak. Hij had ernstige last van spraakstoornissen en pogingen hem van het stotteren af te krijgen, liepen op niets uit. Maar hij ontdekte hetzelfde als de hoofdpersoon in zijn roman: 'Als je het moeilijk vindt om iets te zeggen, als de woorden in je borst verstrikt raken en je lippen trillen alsof het winter is, kun je ze altijd opschrijven'. Jha: ,,Mijn pen stotterde niet, hoogstens raakte mijn inkt op. Maar dat kon ik zo weer aanvullen. Dat was een enorme opluchting. Daar komt bij, dat op iets latere leeftijd de wereld van het boek een geweldige bevrijding voor mij was. Er was in de samenleving om me heen niet veel om mijn verbeelding te stimuleren. Tot enkele jaren geleden kon je in India op de televisie maar naar één kanaal kijken, dat door de regering gecontroleerd werd en vooral slaapverwekkende speeches van politici uitzond. Met de radio was het precies hetzelfde. In de meeste Indiase families, zeker in middenklassemilieus, wordt er niet veel met elkaar gepraat. Er heerst een cultureel taboe op het uiten van je gevoelens en het wordt beslist niet aangemoedigd. Ik kan me niet herinneren dat mijn vader ooit tegen mij gezegd heeft dat hij van me hield. Het respect voor het individu is bij ons niet zo sterk ontwikkeld als in de meeste westerse democratieën: wie je bent wordt bij ons eerder gedefinieerd door de familie waar je uit komt, de buurt of de kaste. Binnen ons gezin was dat ook zo: je voelde je eerder op je gemak met je vrienden, dan met je broer of zussen. Het besef dat die communicatie er wel moet zijn, begint pas de laatste tijd tot Indiase families door te dringen.''

In 1988 liet Jha Calcutta achter om in Los Angeles een universitaire graad in de journalistiek te halen. In tegenstelling tot een aantal vrienden die in Amerika bleven hangen, greep hij na de voltooiing van zijn studie de eerste de beste gelegenheid aan om naar Calcutta terug te keren. Maar lang hield hij het in zijn geboortestad niet uit en zodra de gelegenheid zich voordeed verhuisde hij naar New Delhi, waar hij nu nog steeds woont en werkt: ,,Als je wilt leven moet je je aanpassen aan de wereld om je heen'', legt hij uit. ,,Calcutta is een stad die het moeilijk vindt om haar verleden los te laten. Het ironische is, dat het een heel sensitieve stad is, maar juist als ze je zinnen op scherp heeft gezet, realiseer je je dat je er niet kunt blijven. Er hangt een sfeer van verval, die je naar de keel grijpt. Veel jonge mensen trekken er dan ook weg. Nu kom ik er alleen nog maar om mijn familie op te zoeken.''

Hoewel ook New Delhi een stad is waar het oude en het nieuwe India elkaar raken, voelt Jha toch een grote terughoudendheid om die tegenstellingen tot onderwerp van zijn romans te maken: ,,De armoede is er zo overweldigend'', zegt hij, ,,als ik 's avonds laat van mijn werk naar huis rijd en voor een rood licht moet stoppen, komen er onmiddellijk kinderen van vier, vijf jaar bij je auto bedelen. Als westerse toerist zou je met intellectuele middelen dat proberen te rationaliseren om het te kunnen verdragen, want je zou geschokt zijn als je zag hoe hele families de nacht op straat doorbrengen. Maar ik heb geen excuses, want het is mijn land, mijn wereld. Ik zou dat in een roman willen verwerken, maar weet dat ik dat nooit kan doen omdat ik zelf nooit op straat heb geleefd. Je kunt er dan geen authentiek beeld van geven, hooguit een journalistiek verslag. Je hart zegt: daar moet je over schrijven, maar je geweten zegt: niet doen. Van die twee is het geweten toch mijn belangrijkste raadgever. Ik houd ervan gewone mensen te observeren. Soms gebeurt er iets dat hun leven volkomen op zijn kop zet. Hoe reageren ze dan? Dat is wat mij als schrijver interesseert. Het is natuurlijk bizar dat ik hier nu in dit comfortabele hotel zit, omdat ik toevallig een boek heb geschreven. Ik heb geluk gehad, maar ik ken de andere kant van de medaille: dat maakt het heel eenvoudig voor me om mijn prille succes te relativeren.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden