Review

Het donker met iemand delen

De ontdekkers van het radium raakten zelf radioactief besmet. Rond deze pioniers, onder wie Madame Curie, spint Per Olov Enquist een grootse roman over licht en donker, liefde en dood.

De nieuwste roman van de Zweedse schrijver Per Olov Enquist is meteen in het Nederlands vertaald onder de titel 'Blanche en Marie'. Het zal wel met toestemming zijn van de auteur, maar het is toch jammer dat niet gekozen is voor de letterlijke vertaling: 'Het boek van Blanche en Marie'. In deze titel wordt benadrukt dat we met literatuur, met verbeelding te maken hebben en dat de twee personages, Blanche en Marie, door middel van de verbeelding met elkaar in literair verband zijn gebracht. Het lijkt een kleine kwestie, maar die is toch van belang, omdat Enquist in zijn 'Dankbetuiging' achteraf beweert: ,,Dit is een roman. Ik heb feitenmateriaal gebruikt met de duidelijke opzet een roman te schrijven en daarom zal ik de werken waarvan ik gebruik heb gemaakt, niet vermelden.''

Zo heeft hij het tientallen jaren gedaan, met toenemende listigheid. Dit keer brengt hij twee liefdesgeschiedenissen bij elkaar: van Blanche Wittman en van Marie Curie. De laatste kent iedereen, want zij is de tweevoudige Nobelprijs-laureaat en heeft de ontdekking van het radium op haar naam staan. Haar man, Pierre, ontviel haar al vroeg door een ongeluk en daarna ging zij een overspelige relatie aan met de gehuwde Paul Langevin.

Blanche kent vrijwel niemand, hoewel zij aan het eind van de 19de eeuw zestien jaar lang het paradepaardje was van de beroemde professor Jean-Martin Charcot, die haar in een Parijs ziekenhuis liet optreden als medium, voor een zaal met belangstellenden, onder wie Sigmund Freud, zijn assistent. Enquist neemt aan dat er tussen Blanche en Charcot een intense liefdesband heeft bestaan en in de roman is die veronderstelling ook werkelijkheid geworden.

De twee verhaallijnen komen bij elkaar doordat Blanche na haar optreden als 'koningin van de hysterie' in dienst komt bij Marie: zij maakt de ontdekking mee van het lichtgevende radium, dat zij met eigen handen wint uit het erts pekblende.

Aanvankelijk is deze ontdekking alleen iets positiefs, een wetenschappelijke, maar ook wereldbeschouwelijke innovatie, maar al gauw blijkt het licht ook een duistere kant te bezitten, namelijk die van de radioactiviteit. Voor Blanche heeft het enorme gevolgen: zij wordt in de loop van de tijd 'gesnoeid', dat wil zeggen dat zij haar twee benen en een arm moet missen. Zij beweegt zich voort in een kist op wieltjes, onder de hoede van Marie, die haar, misschien uit schuldgevoel, in huis heeft genomen.

Met de ene hand die haar romp nog rest schrijft zij een dagboek, waaruit Enquist veelvuldig citeert. Het is, neem ik aan, een fictief dagboek en het speelt een cruciale rol in de roman. De liefde overwint alles. Deze woorden, in het Latijn, staan als motto boven dit dagboek. Het moet ook Blanche's drijfveer zijn geweest, want als zij Marie bijstaat in de commotie rond haar overspel (bijna ontging haar daardoor de Nobelprijs) voert zij haar eigen gedistantieerde liefde op voor professor Charcot. Nooit heeft zij aan die liefde toegegeven, alleen op het eind is die geconsumeerd. Het is een passage in de wereldliteratuur die zijn weerga niet kent, de roman eindigt ermee en geeft een aangrijpend beeld van de overgang van leven naar dood door de seksuele liefde.

Het radium, een nieuw element dat de wetenschap aan het leven heeft toegevoegd, letterlijk een element van de verlichting, heeft een dodelijke uitwerking; niet alleen de gemutileerde Blanche, ook Marie moet dat ondervinden, zij het minder in fysieke dan in psychische zin. Haar reputatie komt op het spel te staan als zij de geheime verhouding met Langevin aangaat, en diens vrouw de brieven van Marie onderschept en in de krant openbaar maakt. Het schandaal wordt nog vergroot door opmerkingen over haar Poolse en vermoedelijk Joodse afkomst. Weg met deze allochtoonse in de Franse samenleving.

Toch is de roman in zijn geheel, ik kan hem althans niet anders lezen, een hooglied, een poëtisch verteld verhaal over, inderdaad, de liefde die alles overwint. De torso van Blanche heeft in betere tijden, toen zij een mooie vrouw was en de sterhysterica van Charcot, de liefde gekend en haar grote liefde in zijn donkerste momenten, vlak voor zijn dood, het licht laten zien. 'Het donker met iemand delen', dat is de uitdrukking die in deze roman staat voor de diepste vereniging.

Blanche krijgt in dit boek het meeste stem. Dat komt door het gebruik van haar dagboeken, waaruit in cursief voortdurend wordt geciteerd. Deze boekjes, drie in getal -het gele, het zwarte en het rode boek- vormen nu de onderafdelingen van de roman van Enquist, als om aan te geven dat het boek dat Blanche eigenlijk wilde schrijven over de liefde, nu wel degelijk geschreven is met de roman 'Blanche en Marie'. Iedereen heeft een verhaal, staat ergens, maar als je al die verhalen op elkaar legt, blijft er geen verhaal over. Enquist heeft grotendeels gekozen voor het verhaal van Blanche, voor haar visie op haar eigen leven en op dat van Marie, beide levens met 'in het middelpunt een stof, radium geheten, raadselachtig licht uitstralend, fladderend als de liefde, nog niet dodelijk'.

De dood komt pas later, maar onvermijdelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden