Het donderde in Keulen

Op weg naar Leiden, naar een fijne, kleine tentoonstelling over een Japanse berg, hoorde ik het in Keulen donderen. Op mijn telefoon zag ik steeds meer berichten over wat zich daar op Oudejaarsnacht in en om het centraal station zou hebben afgespeeld.

De frase 'het in Keulen horen donderen' drukt eigenlijk iemands grote verbazing uit, al betekent zij, volgens het Genootschap Onze Taal, oorspronkelijk iets anders. Zij hield in dat iets je onverschillig liet, koud, het ging langs je heen.

Wel, onverschillig lieten de gebeurtenissen in Keulen me niet, ze maakten me juist nogal onrustig, vooral toen ik in de trein over de chaos van die nacht las, de paniek, de huilende vrouwen, en de onmachtige politie.

Later sprak de politie van een duizendkoppige menigte van mannen van Noord-Afrikaanse afkomst, die aanvankelijk willekeurige mensen bestookte met vuurwerk op het plein tussen het station en de Dom. Die menigte werd verspreid toen het te bont werd, maar keerde later groepsgewijs terug om na twaalven in een tumultueuze, overvolle stationshal vrouwen te sarren, te belagen, te betasten en aan te randen. En te beroven.

Al naar gelang de stelling die je betrok in het rumoer dat dagen later op het internet luider werd, kon je afgeven op het zwijgen van de linkse media, op Gutmenschen, op falend integratiebeleid, op vluchtelingen, op de islam, op Merkel of gewoon op de politie, maar niemand wist nog echt zeker hoe het nu met die daders zat, of om hoeveel mannen het ging, daarvoor was de chaos van die nacht te groot.

Volgens de één spraken ze goed Duits, althans in hun scheldwoorden, volgens de ander waren ze onverstaanbaar en hadden ze asieldocumenten bij zich; volgens sommigen waren ze losgeslagen en dronken, en volgens anderen ging het juist om een georkestreerde misdaad, waarbij de aanrandingen eigenlijk afleidingsmanoeuvres waren voor de roof van geld en telefoons. Wat je vaker hoorde, was dat ze als groep opereerden en daarbij veel dédain voor hun slachtoffers toonden. De gevolgde tactieken van omsingeling deden denken aan verkrachtingstaferelen op het Tahrirplein in Caïro.

Die chaos, die speelde nog door mijn hoofd; dat in die hal bepaalde uitgangen waren gesloten, dat je geen kant op kon, dat de hal een soort fuik was geworden voor degenen die er per trein of S-Bahn waren aangekomen.

De gebeurtenissen in die stationshal zijn zeer schokkend, en het zal veel minutieuze recherche-arbeid kosten om daders in die amorfe, veelkoppige menigte aan te wijzen, vooral als zelfs slachtoffers niet konden zien bij wie welke hand hoorde die hen betastte.

Wir schaffen das.

Werkelijk?

Kan een rechtsstaat bij zo massale inbreuken nog goed functioneren? Die rechtsstaat verlangt 'concreet bewijs'. Die moet die hand zien, en zien van wie die hand is.

Er waren er die het oorlogsrecht in stelling wilden brengen. Ik dacht aan de 'fabriekstheorie' van het Demjanjukproces. Wie meedeed in de concentratiekampen is schuldig.

Maar ik dacht eraan uit onmacht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden