Het domein van Mark Manders

Op de Biënnale van Venetië zijn alle ogen gericht op de Nederlander en zijn mysterieuze sculpturen. Daarna trekt hij zich weer snel terug achter de hoge muren in het Belgische Ronse.

De ijzeren poort kiert langzaam open. Mark Manders, een schuchtere kleine man, verwelkomt het bezoek op zijn ommuurde domein in Ronse, een stadje ten zuiden van Gent, op de grens van Vlaanderen en Wallonië. Binnen de hoge muren lijkt de buitenwereld op slag niet meer te bestaan. Dat is ook de reden dat de kunstenaar er zes jaar geleden neerstreek, op zoek naar een rustige plek om te wonen en te werken, ver weg van de kunstscene. Hij heeft nooit de behoefte gehad om deel uit te maken van 'dat wereldje', vertelt hij. Ook mijdt hij openingen van exposities. Behalve als het om zijn eigen tentoonstellingen gaat. "Dan ontkom ik er natuurlijk niet aan."

We spreken Mark Manders (1968, Volkel) vlak voor zijn vertrek naar Venetië, waar hij Nederland zal vertegenwoordigen op de internationale kunstbiënnale. Ook Lorenzo Benedetti, directeur van de Vleeshal in Middelburg, is aanwezig. Hij heeft samen met Manders de tentoonstelling ingericht in het Nederlandse paviljoen. De expositie omvat vijftien beeldhouwwerken, die een afspiegeling vormen van het oeuvre van Manders.

Serieus genomen
De kunstenaar heeft Trouw uitgenodigd voor een bezoek aan zijn atelier in Ronse, omdat hij daar kan laten zien hoe zijn kunstwerken ontstaan. Hij spreekt met zo'n Vlaamse tongval, dat je zou zweren dat hij een Belg is. Veel mensen denken dat, zegt hij. Affiniteit met dit door Nederlanders vaak 'zwaar onderschatte' land had hij altijd al. Hij groeide op in het Brabantse Volkel. Ook heeft hij al jaren een Belgische galerie. Hoezo zwaar onderschat? "Er wordt in Nederland vaak denigrerend over België gesproken, maar het is een heel fijn land. Ronse ligt ook veel centraler dan de Randstad en Amsterdam ten opzichte van de belangrijke kunststeden Parijs en Londen. Hier word je als kunstenaar nog serieus genomen. In Nederland niet, zeker de laatste jaren niet meer."

Gecoördineerde chaos
Op het 4000 meter grote ommuurde terrein staat een honderd jaar oude textielfabriek. Met vrouw en zesjarige zoon bewoont Manders een deel van het complex, dat hij eigenhandig heeft verbouwd. In de tuin, met uitzicht op de glooiende hellingen van de Ardennen, woekeren de planten en struiken welig. Er staat een kas en in een ren lopen een konijn en drie kippen. Die kippen kocht hij, vertelt de kunstenaar, toen hij in 2010 de Heinekenprijs voor de kunst had gewonnen. Het grootste deel van het prijzengeld besteedde hij aan de aanschaf van zonnecollectoren op het dak van de oude weverij, een gigantisch complex met hoge ruimtes, waarin de kunstenaar diverse ateliers heeft ingericht. In het ene werkt hij met hout, in het andere met ijzer of klei. Ook is er een tekenatelier en heeft hij er een eigen drukkerij en uitgeverij van kunstboeken. Er zouden wel tien kunstenaars kunnen werken, zo groot is het. Maar in zijn eentje heeft Manders de ruimtes moeiteloos gevuld.

Het lijkt wel een slagveld in de oude fabriekshallen. De vloer ligt bezaaid met stukken hout en beton, brokken klei, oude kranten, lappen stof en leer en andere (afval)materialen. Her en der staan meubels en sculpturen die nog lang niet af lijken. Tegen de muren leunen zware balken. En daartussen staan zaagmachines, cementmolens en andere gereedschappen. Manders: "Het lijkt misschien een chaos, maar het is wel een gecoördineerde chaos. Alles heeft zijn plek." Manders maakt zoveel mogelijk alles zelf, al heeft hij wel een assistent. Ook komt zijn vader wel eens helpen. "Hij is een echte vakman. Tot zijn pensionering werkte hij als meubel- en trappenmaker."

De sculpturen van Manders zijn fantasierijk, maar wat ze precies voorstellen is moeilijk te benoemen. Dat doet de kunstenaar ook niet, dat mag de kijker zelf invullen. In zijn beelden verwerkt hij allerlei materialen, van alledaagse gebruiksvoorwerpen tot (zelfgemaakte) meubels. Hij werkt er vaak jaren aan. In zijn atelier staan sculpturen waar hij twintig jaar geleden al aan is begonnen. Ze worden volgens hem alleen maar beter naarmate de tijd eroverheen is gegaan. Als hij 's morgens zijn 'kunstfabriek' binnenloopt, heeft hij wel een plan. Maar dat kan ook zomaar veranderen, als hij onderweg iets tegenkomt. "Meestal ben ik met zo'n 25 verschillende beelden bezig. Met tussenpozen van soms wel jaren werk ik er aan." Hij wijst naar een betonnen platform dat er al jaren ligt. "Sinds kort heb ik een idee wat ik er mee wil doen. Het is bestemd voor het Louvre in Parijs. Er komt een vitrine op, maar wat ik erin ga maken, kan ik nog niet vertellen."

Wat zijn sculpturen extra mysterieus maakt is dat de materialen vaak niet zijn wat ze lijken. Houten planken blijken gemaakt van polyester en bronzen beelden zien eruit alsof ze van klei zijn vervaardigd. Lorenzo Benedetti klopt op een paar zware balken. Ze klinken hol. Manders maakt ze van kunststof die hij zo bewerkt dat ze eruit zien alsof ze van hout zijn. Op de grond ligt een vos. Het lijkt alsof Manders hem net heeft gemaakt. De klei is nog nat. Maar de vos werd twintig jaar geleden al gemaakt en is van brons.

Manders is zichtbaar in zijn element in zijn zelf geschapen kunstuniversum. Bijna bij elk beeld of een aanzet daartoe staat hij stil. Al is het wel wat leeg, vindt hij, nu er twee vrachtauto's vol beelden naar Venetië zijn vertrokken. Vrouwen duiken overal op, vaak zijn het vrouwenhoofden van klei (of is het toch brons?), ingeklemd tussen planken. Ze doen denken aan oude Griekse beelden, maar ook aan de Mona Lisa en zelfs aan de hedendaagse Madonna. Tijdloze oerbeelden van de vrouw? Manders: "Mijn kunst moet los staan van tijd. Ook al heb ik het nu gemaakt, het moet zich ook kunnen verhouden tot kunstwerken die duizenden jaren oud zijn of tot iets wat nog gemaakt moet worden. Ik voel me een soort tijdreiziger die beelden maakt die honderd, maar ook drieduizend jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn."

Nauwelijks bekend
Zo zocht hij in zijn beelden van liggende, in elkaar gekrompen honden naar een stilering die de oude Grieken of Romeinen ook hadden kunnen verzinnen. Zijn honden doen daardoor denken aan de dieren die in Pompeii zijn gevonden, verstold in de lava na de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus. Maar door het brons met klei te bewerken die nog nat oogt, lijkt het of de kunstenaar even weggelopen is van zijn werk.

Manders kan het zich financieel permitteren om zijn ideeën soms jaren te laten rijpen en de tijd te nemen om alles zelf te maken. "Ik heb vanaf het moment dat ik van de kunstacademie kwam, kunnen leven van mijn werk. Dat geeft me een enorme vrijheid." Toch is hij in Nederland bij het grote publiek nauwelijks bekend. Zijn laatste solotentoonstelling was in 2002, in het Kröller-Müller Museum in Otterlo. Nederlandse musea hebben maar weinig werk van hem aangekocht. Het merendeel van zijn beelden bevindt zich in het buitenland, vooral in de Verenigde Staten. De afgelopen jaren had hij solotentoonstellingen over de hele wereld. Ook was zijn werk te zien op grote kunstmanifestaties als Documenta in Kassel. Maar een miskend talent in eigen land voelt hij zich niet. "Het is nu eenmaal zo gelopen. Misschien is er geen behoefte geweest aan mijn werk."

Dat hij nu toch Nederland mag vertegenwoordigen in Venetië, ziet hij dan ook niet als een late erkenning. "Maar ik ben er wel superblij mee om voor zo'n groot internationaal publiek te mogen optreden. En dat ook nog eens tijdens deze jubileumeditie van de biënnale."

Honderd jaar geleden presenteerde Nederland zich voor het eerst op deze kunstmanifestatie. Zestig jaar geleden werd het door architect Gerrit Rietveld ontworpen Nederlandse paviljoen in gebruik genomen. Manders wil met zijn presentatie een 'dialoog' aangaan met Rietveld, met wie hij zich verwant voelt. Net als Rietveld maakt hij ook meubels, al zijn die van hem niet bedoeld om op te zitten. Ook werkt hij sinds 1986 aan een bouwwerk - al is dat wel een imaginair gebouw - waarin alle beelden die hij maakt een plek krijgen. Zelfportret als gebouw heet dit levenswerk.

Manders is vol lof over de architectuur van het Rietveldpaviljoen. Die wil hij niet aantasten. Wel zal hij de ramen dichtplakken met kranten zodat bezoekers niet worden afgeleid. Ook die kranten maakt hij zelf. Ze staan vol met Engelse woorden die in willekeurige volgorde naast elkaar zijn gezet, zodat er alleen maar onzinnige teksten in staan. Manders wil geen gebruikmaken van bestaande kranten, want die zijn gedateerd. En dat past niet bij de tijdloosheid die hij zijn werk wil meegeven. Zelfs als hij papier maché nodig heeft, gebruikt hij zijn eigen kranten.

Op de vloer heeft hij de contouren uitgezet voor een proefopstelling van de tentoonstelling in het Rietveldpaviljoen. Eenmaal in Venetië bleek alles perfect op zijn plaats te staan. Blikvanger wordt een metershoog beeld, een sterk uitvergrote versie van zijn tussen planken geklemde vrouwenhoofden.

Reacties van publiek
Is hij benieuwd naar de reacties van het publiek? "Daar ben ik helemaal niet mee bezig." Hij voegt er meteen aan toe dat dat arrogant kan overkomen. "Dat ben ik niet. Als ik dingen maak, interesseert het me niet of het in de smaak zal vallen bij het publiek. Mijn enige criterium is dat het werk ook stand moet houden in een supermarkt of bij Ikea. Als het daar opvalt is het voor mij interessant genoeg om het te exposeren." Daarom staat in een supermarkt in Venetië, dicht bij het Biënnale-terrein, bij wijze van lakmoesproef ook één van zijn beelden tussen de schappen met levensmiddelen.

Nu eerst de openingsfestiviteiten in Venetië. En daarna? Manders: "Zo snel mogelijk terug naar Ronse om verder te werken. Het liefst ben ik hier, in mijn eigen domein."

'Als ik dingen maak, interesseert het mij niet of het in de smaak zal vallen bij het publiek'

De Biënnale van Venetië, opgericht in 1895, is de belangrijkste manifestatie van hedendaagse kunst ter wereld. Dit jaar presenteren zich 28 landen in de speciale landenpaviljoens met hun belangrijkste kunstenaar(s). Voor Nederland is dat Mark Manders (1968, Volkel), die gekozen werd na een competitie met drie andere kunstenaars. Het Mondriaan Fonds hield voor het eerst een openbare competitie. Voorheen was vaak onduidelijk waarom een kunstenaar werd aangewezen. De jury koos het werk van Manders uit 'om de combinatie van een zeker mysterie met een enorme visuele aantrekkingskracht'. De Biënnale gaat 1 juni open voor het publiek.

Biënnale van Venetië

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden