Het doel heiligt de middelen

Is het terecht om de identiteit van verdachten van ernstige misdrijven voluit te openbaren, vraagt Willem Breedveld. Ik vraag me af welke motivatie het Openbaar Ministerie (OM) heeft om de identiteit van verdachten volledig te openbaren. Is de zware criminaliteit toegenomen, zijn er meer onoplosbare zaken, zijn de verdenkingen bij zware misdrijven sterker dan die bij minder ’zware jongens’? Wanneer heeft volledige openbaarmaking toegevoegde waarde?

Als het OM de burger wil inschakelen bij de opsporing, moet zij zich wel realiseren dat niet iedere burger zo braaf het principe van ’eerst rechtmatig bewijs, dan pas schuldig’ hanteert. Gevoelsmatig heb ik zelf ook altijd de neiging er bij een verdachte van uit te gaan dat hij de dader is. Daarbij word ik afgeleid door de ernst van de verdenking, maar vooral de berichtgeving. Soms is de formulering zo stellig en tendentieus dat je als burger veel objectiviteit en beoordelingsvermogen moet bezitten om je niet te laten meeslepen. Internet doet daar nog een schep bovenop. Het OM moet daarom oppassen dat zij niet een doos van Pandora opent.

Wim KoolstraAssen

In het midden van de vorige eeuw discussieerden wij op de middelbare school over van alles en nog wat, heel principieel, tot in het absurde. Tegenwoordig is het enige principe dat nog beleden wordt het pragmatisme. Tegen de getraumatiseerde slachtoffers van die mannen op de nationaleopsporingslijst.nl zeggen we dat ze niet op die site moeten kijken; er zit toch een knop aan hun computer. De mannen die met foto en personalia op de lijst prijken, kunnen via hun (ervaren) advocaten in geval van beschadiging zeker hun beklag doen. De afgebeelde gezochten kunnen toch gewoon in persoon naar de rechtszaal komen om de rechter zich ten principale te laten uitspreken?

H.J. HabermehlAlphen aan den Rijn

Het gedrag van criminelen verandert steeds. De criminaliteit verhardt en breidt zich uit. Er wordt voor eigen rechter gespeeld, liquidaties worden ’geregeld, noem maar op. Het begrip ’criminele organisatie‘ is in de loop der tijd niet zomaar ontstaan. Een aantal ijdele strafrechtadvocaten lijkt niet bezig een bijdrage te leveren aan de waarheidsvinding en aan een rechtvaardige rechtspraak.

De magistratuur is als gevolg van een maatschappij die niet stilstaat, gedwongen zijn eigen aanpak te blijven ontwikkelen. Het voorstel om namen en foto’s van verdachten van ernstige delicten te publiceren, is een acceptabel voorbeeld van die ontwikkeling.

Servaas JacobsTiel

’Wie kaatst, moet de bal verwachten’, ’boontje komt om zijn loontje’ en zo kan ik nog wel even doorgaan. Hoewel oud, zijn deze spreekwoorden in dit computertijdperk nog steeds toepasbaar. Wie een ernstig misdrijf heeft gepleegd of daarvan wordt verdacht, heeft een loopje genomen met de integriteit en privacy van een ander. Die heeft zijn recht op privacy verspeeld. Criminelen kunnen zichzelf het beste rehabiliteren door na uitzitten van de straf niet in herhaling te vallen. Het argument ’eenmaal met naam en toenaam op internet, daar kom je nooit meer van af’ geldt zowel voor goed als voor kwaad. Laat dit voor ieder een aansporing zijn om zorgvuldig met ieders privacy om te gaan.

Krijn CoppoolseWijhe

Verdachten die zware misdaden hebben gepleegd en schade aan burgers en de maatschappij hebben toegebracht, dienen achter de tralies te belanden. Een middel hiertoe kan zijn het plaatsen van hun foto’s op een website, zodat burgers de politie kunnen tippen waar ze uithangen. Wel dienen justitie, politie en eventuele andere instanties erop te letten dat er geen verkeerde mensen met hun gezicht op deze website terechtkomen, met alle misverstanden en narigheid die eruit voort kan vloeien. Dus zorgdragen voor meer dan 100 procent accurate controle.

Willem VizeeTiel

Vreemd dat mensen die de identiteit van verdachten zo snel mogelijk bekend willen maken, vaak zelf zeer gehecht zijn aan hun eigen privacy. Velen beseffen kennelijk onvoldoende dat het opheffen van of schuiven met privacyregels uiteindelijk terugslaat op ons allen.

Jan Atze NicolaiLeeuwarden

De Vlaamse filosoof Jan Verplaetse schetste zaterdag in de Verdieping een ironisch vergezicht: Europese richtlijnen zullen in 2020 hebben vastgesteld dat het schuldrecht niet meer bestaat: misdadigers zullen niet meer verantwoordelijk worden gehouden voor hun daden. Er bestaan slechts misdadige breinen. Beslissingen worden immers voorgekookt in het stoofpotje dat brein heet. Vrije wil is een illusie geworden. Het is behoorlijk actueel: rechters in USA en Italië hebben criminelen reeds met minder straf bedeeld vanwege hun criminele brein. We blijven, kennelijk ook in 2020, zoeken naar een van ons onafhankelijke instantie die ons verschoont van onze schulden. In dit opzicht verschillen wetenschappers niet van gelovigen.

S. de Jong Zuidlaren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden