Het doek valt voor de bonbonnière van cabaretière Fien de la Mar

Even is het of je bijna 60 jaar terug in de tijd wordt geslingerd. Van de trappen van het Nieuwe de la Mar Theater schrijdt Fien de la Mar naar beneden. Pal voor het schilderij van haar vader Nap zingt ze haar lijflied: ’Ik wil gelukkig zijn’.

Even knipperen met de ogen, want Fien de la Mar maakte in 1965 al een eind aan haar leven. Dit is Arie Cupé, maar hij zet een prachtige Fien neer. ’Fien’ is opgeroepen om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van ’Doek!’, een boek over de geschiedenis van het Amsterdamse theater aan de Marnixstraat.

Een boek, want het doek valt na 58 jaar voor dit intieme theater. Freek de Jonge is de laatste bespeler, met de voorstelling ’Freek doet de deur dicht’ speelt hij tot en met 31 december, daarna is het gedaan. Op de plek van het theater en de naastgelegen bioscopen Calypso en Bellevue Cinerama moet een heel nieuw theatercomplex verrijzen.

Joop van den Ende, of eigenlijk de VandenEnde Foundation, betaalt de verbouwing die naar verwachting een paar jaar zal gaan duren. De naam, zo werd onlangs bekend, wordt wel in ere gehouden, het complex gaat ’Nieuwe de la Mar Theaters’ heten.

Het Nieuwe de la Mar Theater was in eerste instantie een school. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het pand dienst als aanmeldingskantoor van de Arbeidseinsatz. Er is zelfs een verzetsaanslag op gepleegd, het pand werd door de vlammen grotendeels verwoest. Vlak na de oorlog kwam het verzoek om er een theater van te maken. Aannemer Piet Grossouw en zijn vrouw, de beroemde actrice en cabaretière Fien de la Mar, wilden wel aan die klus gaan staan. En omdat ze een smetteloos oorlogsverleden hadden – Fien had zich bijvoorbeeld nooit bij de Cultuurkamer aangesloten, ze stopte tijdens de oorlog met spelen – kregen ze groen licht van de gemeente.

Na een grote verbouwing was het in 1947 zover, op 31 juli van dat jaar ging het Theater De la Mar open. Fien noemde de plek naar haar vader, Nap de la Mar, omdat hij zo’n belangrijke rol in haar leven en in haar ontwikkeling als artiest speelde. ’Mijn bonbonnière’, zei ze liefkozend. Kranten schreven over een ’fraaie, gezellige, in rood en blauw geverfde theaterzaal’ waar plek was voor 300 mensen. De stoelen, met rieten rugleuning, stonden los van elkaar in halve cirkels.

Fien de la Mar bracht in haar theater een mix van cabaret en (licht) toneel, stukken waar zij natuurlijk een hoofdrol in speelde. Alleen was ze niet zo’n beste directrice. Daar was haar grillige karakter debet aan, maar ook bleek dat 300 stoelen te weinig was voor een gezonde exploitatie. Het deed Fien pijn afstand te doen van haar theater. Ze zwoer na de verkoop nooit meer een voet over de drempel te zetten. Die belofte werd pas na haar dood in 1965 gebroken, toen haar lichaam in de foyer werd opgebaard.

In 1952 kwam er dus een nieuwe eigenaar, liever gezegd: drie. Paul Kijzer en Piet Meerburg, afkomstig uit de bioscoopwereld, wilden zich wel ontfermen over het theater als er aan twee voorwaarden werd voldaan: minstens 500 stoelen en gegarandeerde publiekstrekkers. Daarvoor zochten ze hun heil bij Wim Sonneveld, in die dagen al een succesvol artiest. Hij stemde toe en het theater kreeg zijn huidige naam.

De eerste productie van Sonneveld was de ’muzikale detective-parodie’ ’Het meisje met de grote voeten’. Een ramp, zowel artistiek als financieel. Maar de daarna in allerijl gemaakte ’Bloemlezing’ trok de mensen en masse naar het Nieuwe de la Mar.

Een aantal jaren later maakte ook Wim Kan de overstap naar de Marnixstraat en werd zo een tweede belangrijke pijler voor het theater. De achterste kleedkamer, ook meteen de grootste, was altijd voor ’Mijnheer Kan’. Aangezien hij maanden achtereen stond te spelen, richtte zijn vrouw Corry Vonk de kleedkamer in als een klein huiskamertje. Sonneveld zelf nam genoegen met een van de kleine hokjes aan de overkant van de gang. Rond de spiegels zitten lampjes met een ijzeren korfje van kippengaas eromheen. Die zijn er nog steeds trouwens.

Na Sonnevelds dood in 1974 heeft Piet Meerburg het nog – ongesubsidieerd! – volgehouden tot 1987, toen is de huidige Theatercombinatie ontstaan. Een foutje van toenmalig cultuurwethouder Minnie Luimstra. Zij dacht dat pal achter het La Mar Theater Bellevue lag, met zijn ingang aan de Leidsekade. Niets is minder waar: er bestaat geen doorgang en de twee theaters liggen hemelsbreed niet op één lijn. Maar het betekende de zoveelste doorstart voor Fiens theater.

Hanneke Rüdelsheim, directeur van de Theatercombinatie van 1987 tot 2000, memoreerde bij de boekpresentatie dat Freek de Jonge bij opkomst ooit zei: Goedenavond dames en heren, welkom in het kutzaaltje van het De la Mar. Ze moest het beamen: „Maar wel een héérlijk kutzaaltje.” Zij en Freek doelden op de beperkingen van het gebouw. Het Parool omschreef dat eens treffend met: ’Maxi moet wachten als Mini staat te douchen’. Het is, zeker naar huidige maatstaven, te klein, te krap en te benauwd. Soms moeten hele decorstukken in de vrachtwagen blijven staan, omdat ze niet passen op het toneel van 9 bij 6 meter.

De stoelen voor het publiek zijn meer dan versleten en er is bijzonder weinig beenruimte. Tot voor enkele jaren terug was het er snikheet, vooral als het buiten zomers weer was. Er is nog wel een airconditioning geïnstalleerd, maar die mocht niet baten. Voor een grootscheepse verbouwing had de gemeente geen geld.

Particulier Joop van den Ende mag dat nu opknappen. Geheel in de lijn van hoe Fien de la Mar en haar man ook ooit begonnen. Met een droom, een theater voor de stad waar kleinkunst, cabaret, show, revue en licht toneel (blijspelen, kluchten) in lange series zouden kunnen spelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden