HET DILEMMA VAN DE UNOSOM: WIE IS WIE IN SOMALIE ?

In Mogadishu verwordt Unosom, de VN-operatie in Somalie, tot de zoveelste clan in de voortgaande strijd. De Unosom beraadt zich op het zenden van troepen naar de uitgestrekte gebieden, waar de nomaden sinds jaar en dag hun zaken proberen te regelen zonder inmenging van overheidsorganen. Ook daar zal Unosom moeten oppassen niet betrokken te raken bij gevoelige tegenstellingen tussen clans, traditionele leiders en politici.

De eenmans-demonstrant noemt zich voorzitter van een Somalisch verbond van hulporganisaties. Hij verheugt zich zichtbaar op de komst van Unosom-troepen, met de internationale hulporganisaties in hun kielzog. Zijn organisatie is er helemaal klaar voor om de binnenstromende gelden straks op de juiste plekken te bezorgen, zegt hij.

Jammer dat hij zijn playboy-manieren tegen heeft, plus nog wat lokale omstandigheden. Neem het ziekenhuis. Een dokter is er even niet, en ook niemand van de directie, zo laat een met AK-47 gewapende portier weten. Een vader en moeder - zo op het oog straatarme nomaden - huizen met een doodziek zoontje op de binnenplaats. De man vertelt dat de half bewusteloze zoon lijdt aan malaria.

“Voor alles moet je hier betalen”, klaagt hij. “Dat ziekenhuis is in handen van een kliek doktoren, clangenoten uit Mogadishu”, verklaart een buitenlandse hulpverlener de puinhoop. “Ze zijn er nooit, de patienten kunnen hun geen zier schelen, behalve als het op betalen aankomt. Diverse hulporganisaties hebben vruchteloos geprobeerd orde op zaken te stellen. Hun medicijnen verdwijnen op de zwarte markt, tot in Dubai aan toe.”

Wie is wie, in dit land zonder administratie? Is de demonstrant aan de poort, ondanks zijn allerminst vertrouwenwekkende voorkomen, wellicht toch een deugdzame voorzitter van een bonafide organisatie? Want die bestaan wel degelijk, en zonder die Somalische organisaties, die bekend zijn met de culturele mijnenvelden, zijn alle pogingen van VN en particuliere hulporganisaties het land weer op te bouwen tot mislukken gedoemd.

Veel Somaliers dingen naar de gunsten van de Unosom. Maar de Unosom in het noordoosten van Somalie laat op zich wachten. Er is al wel een kantoor, met een handvol medewerkers, maar er zijn geen blauwhelmen. Eerst zouden er Duitsers komen, daarna Indiers. Maar ze komen niet. “We hebben gewoon niet genoeg troepen”, zegt John McAteer, hoofd van de Unosom-missie in Noordoost-Somalie.

“Veel landen hebben troepen toegezegd, maar ze komen niet over de brug.”

Voorlopig beperkt de Unosom zich dus tot 'waarnemen': inschatten hoe de bevolking staat tegenover ingrijpen ('gematigd positief', aldus McAteer), en wat het leiderschap ervan verwacht. Maar wie is het leiderschap? “Ik weet niet wat de waarheid is achter alle claims van leiders. Ik weet zelfs niet of we die waarheid ooit boven tafel krijgen”, zegt McAteer.

In het kantoor vergadert vandaag een Amerikaanse missie met regionale vertegenwoordigers, die zijn uitgenodigd door Unosom. Buiten op de gang staan enkele Somaliers met aktentassen. Ze klagen dat ze gediscrimineerd worden.

“Die zijn hier binnengedrongen met het verhaaltje dat ze tot de uitgenodigde delegaties behoren”, verzucht een medewerkster.

De Somalische samenleving zou zo overzichtelijk kunnen zijn. Ze bestaat vrijwel geheel uit een en hetzelfde volk, met een taal, een religie, een cultuur. Maar ze is verdeeld over ettelijke clans. Het woord 'clan' dekt een ernstig vervuild begrip. Volgens de Somalische mythe zijn alle Somaliers nazaten van een stamvader. Maar de stam splitste later in een zestal grote 'clans': de kabils.

Ook de kabils splitsten zich op in meerdere 'subclans'.

Zoals eskimo's 26 namen voor even zovele soorten sneeuw hebben, zo onderscheiden de Somaliers hun verschillende clanniveaus: de jibsins, de jilib, de laf, en de meest recente familie-eenheid, de jifo. Daartoe behoren de directe verwanten van vaderszijde. Westerlingen noemen alle verscheidene clanniveaus gemakshalve 'clan' of 'subclan', wat in gesprekken met Somaliers tot hilarische spraakverwarringen kan leiden.

Elke Somalier leert vanaf de tijd dat hij begint te spreken een rits (mannelijke) voorvaders uit zijn hoofd, tot aan de stichter van de kabil.

Somaliers kijken ervan op dat wij vaak niet verder komen dan de naam van onze opa. “Hoe weet je dan of je niet trouwt met je achternicht?”, vragen ze verbaasd. Ons systeem met achternamen en bevolkingsregisters komt ze hopeloos ingewikkeld voor.

Zo'n twintig generaties geleden leefde volgens de overlevering Darod, stichter van de kabil der darods. De darods leven tegenwoordig verspreid over grote delen van NoordSomalie, het westelijke randje van Ethiopie, en in het zuiden van Somalie. Elke darod kan zijn eigen stamboom opzeggen tot aan stamvader Darod.

De Somalische verdeeldheid valt deels te verklaren uit het streven naar eenheid, meer in het bijzonder een eenheidsstaat. Toen de westerse kolonisatoren hun messen door de Afrikaanse taart trokken, werden de Somaliers verspreid over vijf staten: het Franse Djibouti, het Britse Somaliland, het Italiaanse Somalie, Ethiopie, en het Britse Kenia. Rode draad in de Somalische politiek na de onafhankelijkheid in 1960 was het streven naar een Somalische staat. Somaliland en Somalie voegden zich vrijwillig samen. Bovenaan de agenda van de politieke klasse prijkte het lot van de door erfvijand Ethiopie gekoloniseerde Somaliers.

In 1977 begon de toenmalige president, generaal Siad Barre, een oorlog met Ethiopie om de door etnische Somaliers bewoonde Ogadenwoestijn. De oorlog verliep rampzalig, niet in de laatste plaats omdat bondgenoot Sovjet-Unie overliep naar Ethiopie. In de chaos na de smadelijke nederlaag poogde een stel ontevreden officieren, voornamelijk behorend tot de majertens - een subclan van de Darods - een staatsgreep te plegen.

Vanaf dat moment voerde de in het nauw gedreven Barre een onbeschaamde clanpolitiek om zich in zijn benarde positie te handhaven. Hij bevoordeelde sommige clans om hun steun te verwerven, en onteigende andere. De manipulaties van clanbelangen zaaiden het zaad voor de burgeroorlog, die uiteindelijk in 1991 tot Barres val zou leiden.

Misschien had het Somalische nomadenvolk nooit in een staatsbestel geperst moeten worden. De staat zorgde voor extra verdeeldheid, naast die tussen de clans. De geurbaniseerde staatsvertegenwoordigers kregen nooit bijster veel vat op het platteland. Nog steeds leidt daar ongeveer tweederde van de bevolking een in essentie onaangetast nomadisch geiten- en kamelenhoedersbestaan. Twee bestuursvormen zijn gedurende de onfortuinlijke periode vanaf 1960 naast elkaar blijven voortbestaan: die van een staat naar Westerse begrippen en die van de traditionele clanbesturen, waarop de staat met wisselend succes vat probeerde te krijgen.

Aan het hoofd van de Somalische 'nomadendemocratie' staan gekozen clanleiders.

Conflicten, meestal over waterputten en weidegronden, worden door deze leiders uitgepraat of uitgevochten met behulp van allianties van verwante clans tegen minder verwanten. De hoogste clanleiders - de koningen (boqors), de islans en de sultans - worden gekozen uit de zonen van adellijke families. Op lokaal niveau besturen gekozen ouderen, die afgezet kunnen worden bij gebleken onkundigheid.

Sommige ouderen hebben specifieke taken. Een belangrijke taak is weggelegd voor de naabadon, letterlijk: vredesstichter. Bij onenigheden wordt hij erop uitgestuurd om te praten over herstel van de verstoorde verstandhouding. Als basis voor de betrekkingen tussen de clans dient een (ongeschreven) 'grondwet', de heer.

Basisprincipe van de heer is: genoegdoening. Gevangenisstraffen bestaan niet, om de doodeenvoudige reden dat je een cel nu eenmaal moeilijk achter een kameel kunt aanslepen. “Als iemand een moord pleegt, dan moet de moordenaar dood”, vertelt een naabadon. “Als de moordenaar ontvlucht, dan wordt iemand anders van zijn clan gedood: niemand kan per slot van rekening vluchten zonder medeweten van zijn clan. Als iemand per ongeluk gedood wordt, dan kan de clan de bloedwraak afkopen met bloedgeld, meestal in de vorm van kamelen. Ook voor misdaden als diefstal moet de clan betalen voor de misdaden van een van de leden.”

Nu de staat geimplodeerd is, nemen de traditionele clanbesturen het 'politieke' gezag weer over. Maar de vervanging verloopt niet naadloos.

Vervolg op pagina ZZ 2

Vervolg van pagina ZZ 1

Honderdduizenden Somaliers die woonden in de etnisch gemeleerde steden zijn door de burgeroorlog op drift geraakt en hebben hun toevlucht gezocht tot hun traditionele clangebieden. Onder de teruggekeerde verloren zonen bevinden zich ook de voormalige politici, ambtenaren en militairen die tijdens de burgeroorlog op clan gebaseerde strijdmachten en politieke partijen hebben gevormd.

Zij proberen zitting te krijgen in de traditionele besturen, die daardoor danig van karakter veranderen. Van oudsher hadden de clanbesturen slechts lokale macht. Maar de nieuwkomers roeren zich ook in de 'nationale' politiek, met behulp van hun clangebonden, vaak stevig bewapende organisaties, die Engelstalige namen hebben waarin meestal wel het adjectief 'democratisch' of 'nationaal' voorkomt. Die organisaties en hun leiders, kortweg te betitelen als 'politici' en 'warlords', worden door de Verenigde Naties gezien als de voornaamste vehikels voor het herstel van het land.

Onder auspicien van de VN zijn in Addis Abeba twee 'verzoeningsconferenties' gehouden, waarop meer dan een dozijn politiek-militaire organisaties bewogen werden tot afspraken over het landsbestuur. De traditionele 'elders', die zich niet kunnen beroepen op een organisatie, stonden in Addis Abeba goeddeels aan de zijlijn. De afspraken op de conferenties hebben niet tot vrede geleid, maar vormen wel een blauwdruk voor de toekomst.

Onder de oppervlakte heersen volgens ingewijden spanningen tussen de traditionele leiders enerzijds, en de 'politici' en 'warlords' met hun partijen en milities anderzijds. Deze handige stadsjongens, die hun buitenlandse talen kennen, poseren tegenover de buitenwereld als 'de' clanvertegenwoordigers, in hun ambitie naar ministers- en andere posten in een toekomstig staatsbestel.

Zij zouden de eerstverantwoordelijken zijn voor de 'gevechten tussen de clans' die het land teisteren. In werkelijkheid zouden de clans tegen wil en dank worden meegesleept in de gevechten van de politici.

Volgens deze analyse kleven de politici als poep onder de schoenen van de traditionele leiders. “Een sultan kan onmogelijk publiekelijk klagen over de zich opdringende professionele bestuurders. Dat zou hem de kop kunnen kosten”, legt een Somalier uit. “Omdat elke vijandelijke clan ook een georganiseerde politiek-militaire organisatie heeft, kunnen de traditionele leiders zich niet ontdoen van de bescherming van 'hun' politiek-militaire club.”

Die analyse klinkt aannemelijk, en biedt het voordeel dat zij de schuldigen aan het Somalische drama aanwijst. Maar inherent aan deze theorie is, dat buitenstaanders - ongeacht of ze nu journalist zijn of VN-medewerker - haar moeilijk op waarheid kunnen controleren.

Een bezoek aan de raad van elders van de stad Galdogob leert dat hier elk zichtbare onderscheid tussen politici en elders is vervallen. De stad draagt dezelfde sporen van oorlog als de meeste andere steden. Duizenden vluchtelingen uit Mogadishu en Kismayo huizen in 'toekoels' - een soort molshopen, opgetrokken uit takken en plastic. Een groot complex van een agrarische school is aan puin geschoten, een waterput is met dynamiet onklaar gemaakt.

In de raad van elders in Galdogob hebben zitting een piloot, die tegenwoordig in zijn onderhoud tracht te voorzien met het hoeden van geiten en kamelen, een voormalige adviseur van het ministerie van economische zaken en een voormalige kolonel. De raad wordt voorgezeten door een man die tevens de voorzitter is van de 'Somalische Nationale Democratische Unie', een lokale partij die is opgezet door het SSDF, het Somalisch Democratisch Reddingsfront.

Het SSDF is een van de politiekmilitaire organisaties die door de VN betrokken zijn bij de onderhandelingen over een nieuw Somalie. Dit Reddingsfront beheerst het gehele noordoosten van Somalie, het grondgebied van de majertens. Dankzij de gezamenlijke inspanningen van SSDF en lokale besturen is het in de hele regio tamelijk rustig.

Maar in de regio rond Galdogob is de rust van betrekkelijk korte duur. Hier voerde het SSDF strijd met het USC, het Verenigd Somalisch Congres, van Somalies beruchtste warlord: generaal Aidid. Aidids USC en het SSDF hebben in mei de vrede getekend op een bijeenkomst in Mogadishu van elders en politici van beide partijen. Nota bene een bijeenkomst geheel buiten de bemiddeling van de Unosom om.

Arme Unosom. Volgens sommige Somaliers was die er helemaal niet gelukkig mee, dat het SSDF vrede sloot met Aidid, 'achter de rug om' van de verantwoordelijke VN-bestuurderen. De Unosom zou zelfs geprobeerd hebben de overeenkomst te frustreren, door beide partijen uit te nodigen op een bijeenkomst onder voorzitterschap van de Unosom.

“De dag nadat de vrede tussen USC en SSDF getekend was, en het akkoord bekend werd gemaakt over de radio van Aidid, begonnen de Amerikanen Aidids radio te bombarderen”, beweert een Somalier. “Zie je wel dat de VN hier zijn met andere bedoelingen, die ze verborgen houden voor de Somaliers?”

Of het verhaal waar is of niet, het tekent het groeiende wantrouwen dat veel Somaliers aan de dag leggen over het VN-optreden. En het maakt bovendien duidelijk, hoe hels moeilijk het voor de VN is om buiten de hoogst ondoorzichtige conflicten te blijven die sluimeren tussen lastig te definieren partijen.

Zo is het SSDF volgens waarnemers ernstig verdeeld tussen zijn militaire leider, die zijn clanbasis in het zuidelijke majerten-gebied heeft, en de politiek leider met zijn basis in het noorden. De politiek leider was, aldus ingewijden, tegen het akkoord met Aidid. Het Front zou op springen staan. En als de Unosom niet uitkijkt, veroorzaakt een betere verstandhouding met een der beide zijden een nieuwe clanoorlog, te vergelijken met die tussen Aidid en zijn rivaal, 'president' Ali Mahdi.

“De VN moeten onmiddellijk stoppen met praten met de facties van politici en warlords”, meent een Somalier. “Zodra je probeert de nationale staat te herstellen door sultans, politici, of wie dan ook extra macht en titels te geven buiten hun eigen clangebied, krijg je onherroepelijk nieuwe clanbotsingen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden