Het dier als object: wie bekommert zich om de Brabantse destructiekampen?

Gekke-koeienziekte, varkenspest - steeds massaler worden dieren het schuldloze slachtoffer van onze antropocentrische samenleving die de menselijke soort beschouwt als maat van alle dingen en het dier slechts ziet als willoos object van economische uitbuiting. De Nederlandse antropologe Barbara Noske trekt hier al sinds jaar en dag tegen ten strijde. “Bij mensen beginnen pas belletjes te rinkelen als de eigen soort in het geding is.” Barbara Noske: Huilen met de wolven - een interdisciplinaire benadering van de mens-dierrelatie (herdruk 1992), Van Gennep, Amsterdam.

Barbara Noske (47), senior fellow aan de faculteit voor milieustudies van de universiteit van Toronto, spreekt met gezag (“ik ben een van de weinige sociale wetenschappers die de dier-mensrelatie niet bekijkt door de bril van het antropocentrisme, een denkrichting die onze soort beschouwt als maat van alle dingen.”). Haar dissertatie 'Huilen met de wolven' uit 1988, ook in het Engels vertaald, wordt internationaal als baanbrekend beschouwd.

Wat niet wel zeggen dat de 'antropologische dierkunde' die de Nederlandse propageert, onder vakgenoten en sociologen onomstreden is. Negen jaar geleden zei Noske al: “Men vat dit samengaan van mens- en dierwetenschappen op als een soort wetenschappelijke heiligschennis.” In die houding is, meldt ze via de telefoon, weinig verandering gekomen. “Ook nu nemen hoogleraren studenten die over de rechten van het dier beginnen, niet serieus.

“Zo gauw je de mens beziet vanuit het perspectief van het dier ben je plotseling geen menswetenschapper meer. Vragen die je als academicus stelt moeten passen binnen bepaalde denkkaders, daarbuiten mag je niet gaan, anders word je weggehoond en kom je niet aan de bak. Toen men aan de universiteit van Amsterdam merkte dat ik, als studente antropologie, me met dieren bezighield, vond men dat pervers: 'Jij bent zeker uitgekeken op mensen.'

“Die starre houding heb ik overigens niet alleen bij antropologen en sociologen meegemaakt, maar ook bij natuurwetenschappers. Zo vroeg ik in een werkcollege ecologie waar een film werd getoond over parende zeemeeuwen, hoe het zat met het lustgevoel van die dieren. Iedereen was woedend: zoiets vraag je niet als wetenschapper in spe. Die sfeer is nauwelijks veranderd. Ik proef haar zelfs hier in Canada waar, net als in de VS, de animal rights movement veel sterker is dan in Europa.”

Via Internet en e-mail is Noske goed op de hoogte van de situatie rond de varkenspest in haar vroegere vaderland. Ze reageert scherp: “Stel dat in Noord-Brabant een aantal gevallen van het Ebola-virus wordt geconstateerd. Gaat men dan ook alle niet-besmette buurtbewoners afmaken, in de hoop zo de epidemie tot staan te brengen? En zal mevrouw Els Borst van gezondheidszorg de bevolking via de media kond doen van het feit dat alle tot twee weken oude baby's uit voorzorg worden 'geëuthanaseerd'? Het lijkt me niet ondenkbaar dat men daar op het Binnenhof toch eerst een stief kwartiertje over zou willen debatteren.”

“Dieren daarentegen zijn vogelvrij. Ze mogen blijven leven zolang dat de mens goeddunkt, maar als hun dood ons beter uitkomt, bijvoorbeeld omdat anders een kopersstaking dreigt (zie de BSE-affaire), dan vertrekken ze en masse naar de destructieplaatsen. Daar worden ze, net als in Auschwitz met mensen gebeurde, aan de lopende band vergast of anderszins de dood in gejaagd door afgestompte killers die even later met de afgehakte koppen smijten.”

“Men hanteert bij het vernietigen van dieren hetzelfde versluierde taalgebruik als vroeger de nazi-beulen: 'Endlösung' voor de holocaust, 'ruimen' voor het executeren van tienduizenden gezonde varkens en koeien.

“Terecht nam de beschaafde wereld met afschuw kennis van de medische experimenten die nazi-artsen op joodse kinderen hadden uitgevoerd. Maar wie bekommert zich om het lot van de miljoenen dieren die aan verminkende of dodelijke stoffen worden blootgesteld ten behoeve van de voedings-, huishoud-, 'schoonheids'- en geneesmiddelenindustrie?”

“Als ik, dochter van een moeder die geridderd is vanwege haar moedige daden in het verzet, de vergelijking trek tussen slachthuizen en de nazi-vernietigingskampen, zijn de meeste mensen geschokt. Ze vinden het leggen van zo'n verband absurd en onbehoorlijk. Bij mensen beginnen pas ethische belletjes te rinkelen als de eigen soort in het geding is.”

“Zo schrijft G. Durlacher, die Theresienstadt en Auschwitz overleefde, in een van zijn boeken dat de joden 'als vee in veewagens' naar de kampen werden vervoerd. Ik heb hem daar tijdens zijn leven over aangesproken. Ik vroeg: 'Is het in uw ogen moreel wel verdedigbaar dat dieren in veewagens naar slachtplaatsen worden gebracht? Want ook zij lijden onderweg aan honger, dorst, pijn en angst voor het onbekende. En menig dier sterft tijdens het transport door verstikking. Eenmaal aangekomen is het abattoir voor dieren een even reële hel als Auschwitz dat voor de joden was. Ze ruiken bloed, voorvoelen hun naderende einde en moeten vaak toch nog uren wachten.”

“Een gevoelig iemand als Durlacher stond best open voor mijn argumenten. De meeste andere mensen echter niet. Voor hen zijn dieren alleen objecten, zonder geschiedenis of emoties. Natuurlijk, een dier hoort, ziet, ruikt, voelt, proeft en beleeft de wereld op zijn eigen manier, maar dat wil niet zeggen dat die zintuiglijke en emotionele indrukken minder reëel zijn dan de onze. Toch denken de meeste mensen dat en zeggen dus dat vissen geen pijngevoel kennen. Tsja. . .”

Volgens Barbara Noske hangt een en ander sterk samen met het feit dat in ons geseculariseerde Westen de rangorde van het joods-christelijke scheppingsverhaal nog altijd domineert. Daarin staat de cultuur boven de natuur, wordt de mens boven het dier geplaatst. “Het is veelzeggend dat je onder ecologen dezelfde misvatting tegenkomt als vroeger onder veel christelijke denkers, namelijk dat de niet-menselijke natuur, inclusief de dieren, passief op ons, mensen, ligt te wachten tot wij er structuur en zin aan geven.”

“Dat is een arrogante manier van denken die totaal niet strookt met de werkelijkheid. De natuur heeft waarde in zichzelf. Dat had ze al miljoenen jaren voor onze soort zijn intrede deed en dat zal zo blijven, ook als er niet langer zingevende menselijke subjecten op aarde rondlopen.”

“Het industrieel-technologische wereldbeeld waarmee wij nu leven heeft de dieronvriendelijkheid van het christendom overgenomen. Ons laat-kapitalistische systeem ziet het dier louter als economische hulpbron, als schakel in het produktieproces. De verzorging wordt daar op afgestemd.”

“Dat gaat soms zover dat men zorgvuldig berekent of het nog wel economisch nut oplevert om dieren die bij slachthuizen op hun dood staan te wachten, voer en water te geven. In veel gevallen luidt het oordeel 'nee' en dus laat men in Australië schapen bij het abattoir sterven van de dorst. In feite zijn we met de secularisatie van de regen in de drop gekomen. Het christendom had tenminste nog het besef dat de natuur, als onderdeel van Gods schepping, respect verdiende. Je kon er niet alles mee doen. Nu hebben we er een ding van gemaakt, zonder enige normatieve kracht.”

“Deze kille manier van economische exploitatie heeft niet alleen sterk negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het leven van dieren, maar ook voor dat van de mens. Zo kun je je afvragen of het levenslang geven van antibiotica aan varkens en andere dieren wel zo gezond is voor de mensen die later het vlees eten. Maar de bio-industrie kan niet zonder antibiotica, want de 'levenslange' opsluiting in overvolle stallen en legbatterijen ondermijnt het fysieke en psychische immuniteitssysteem van dieren en dus hun productiviteit. Om dit op te vangen stopt men ze vol kunstmatige afweermiddelen. Varkens, runderen of kippen met stress hebben immers minder vlees aan de botten en zijn op de markt minder waard. Zo simpel ligt het.”

Landbouwminister Van Aartsen heeft onder invloed van de pestepidemie verbeteringen beloofd: de huisvesting en het vervoer van varkens worden verbeterd, het aantal bedrijven wordt fors ingekrompen. Voor Barbara Noske alleen het zoveelste bewijs dat alles wat met dieren te maken heeft wordt afgestemd op het economisch nut. “Die varkenspest kost de regering te veel geld en daarom die maatregelen. Denk maar niet dat het belang van de varkens vooropstaat. Zo wil men weliswaar het aantal varkenshouderijen drastisch beperken, maar wat overblijft zijn industriële mega-farms.”

“Bij al dit soort maatregelen is het niet de mens die zich aanpast aan het dier, maar omgekeerd. Het zou mij daarom niet verbazen als men over een tijdje middels genetische manipulatie varkens gaat fokken die fysiek en psychisch bestand zijn tegen overvolle hokken en betonnen vloeren. Beesten die geen behoefte meer hebben aan spel, aan sociaal contact met soortgenoten, maar die tevreden zijn met hun door ons mensen opgedrongen lot van kunstmatige productierobot.”

Begrijpt Noske de ogenschijnlijk absurde emotionaliteit waarmee varkensboeren die hun brood verdienen met het massaal fokken van varkens voor de slacht, reageren op het bericht dat hun hele veestapel moet worden afgemaakt?

“Ja. Ondanks de massaliteit van de bio-industrie en het daarmee gepaard gaande proces van depersonificatie - vroeger kende de boer elk varken bij naam, tegenwoordig gaat het individuele dier op in de massa - blijven het levende wezens. Dat besef laat zich nooit helemaal verdringen en komt soms, zoals bij de epidemie, ineens weer boven.”

“Schizofreen is het natuurlijk wel. Maar de mens gedraagt zich zo vaak 'gespleten' als het om dieren gaan. Je ziet dat ook bij jagers: Wir töten was wir lieben. Die rare contradictie lijkt me inherent aan de condition humaine.”

“Het heeft er, denk ik, mee te maken dat de mens diep van binnen beseft dat hij veel dichter bij het dier staat dan hij, zeker in onze 'verlichte' tijd, wil toegeven. Ook al benadrukken we haastig dat de biologische kanten die wij met het dier gemeen hebben - geboorte, dood, honger, dorst, behoefte aan slaap, aan seks - slechts het materiële residu zijn uit een ver, dierlijk verleden, in ons hart weten we wel beter. Af en toe breekt het besef door dat er tussen mens en dier een duidelijke continuïteit bestaat; allebei zijn ze immers natuurlijke wezens. Dat inzicht verklaart ons tegenstrijdige gedrag tegenover dieren.”

Toch lijkt in het Westen verzet te ontstaan tegen de strikte scheiding tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving. Niet alleen ecologisch, maar ook filosofisch en religieus. Met name in kringen van New Age streeft men naar grotere eenheid en heelheid. Kunnen dieren van die stroming meer verwachten? Barbara Noske betwijfelt dat: “Het blijft allemaal zweverig, narcistisch, elitair. Het vertaalt zich niet in concrete actie op de werkvloer van het abattoir. Dieren hebben er dus weinig aan. Ook verzuimt men harde, concrete discussies aan te gaan met mensen die zich bezighouden met genetische manipulatie, oftewel met het nog efficiënter exploiteren van de natuur.”

“Men beseft in New Age-kringen te weinig dat hier uit puur winstbejag een nieuwe evolutie wordt gecreëerd waarvan de gevolgen, inclusief de gevaren, volstrekt niet te overzien zijn. De markt is god geworden en die god schept zijn eigen artefacten. De aanhangers van New Age staan erbij en kijken ernaar, net als de meeste anderen.”

Tot slot vertelt ze hoe 20 jaar geleden Deense artsen die voor Amnesty International werkten, martelproeven op varkens deden. “En hoewel Amnesty geen opdracht tot de proeven had gegeven werden de resultaten in dankbaarheid aanvaard. Echt, dieren zijn totaal rechteloos.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden