Het dier als kunstobject

Overal duiken geprepareerde dieren op: in hippe cocktailbars, in huiskamers. In de beeldende kunst was deze trend al eerder zichtbaar. Museum Arnhem haakt in op deze ontwikkeling.

Het is al even geleden dat op een ochtend het konijn dood in de tuin lag. Zijn kopje lag er naast. Afgebeten, waarschijnlijk door een steenmarter. Nog steeds staat dat weerloze kopje met pluizige oortjes op het netvlies. Het voelde wreed om het te bedekken met aarde.

Op de tentoonstelling 'Beauty of the Beast' in Museum Arnhem ligt net zo'n aandoenlijk konijnenkopje in een vitrine. Alleen kreeg dit huisdier een tweede leven, als broche. Net als twee dode mollen die 'hergebruikt' werden tot slofjes. En dan staan er ook nog extravagante schoenen met hoge hakken, gemaakt van een stel paardenhoeven. Een zaal verder gloeien de ogen op van een vos die werd 'vermaakt' tot handtas.

Taxidermie, het opzetten van dode dieren, is terug van weggeweest. In de negentiende eeuw was het erg populair. Daarna raakte het uit de gratie en op een gegeven moment was het ongepast: een opgezette fazant of pauw op de schoorsteenmantel. Laat staan dat je met een bontkraag met vossenkop of hoed met opgezette kolibrie de straat opging.

Nu duiken de geprepareerde dieren overal weer op, niet alleen in hippe cocktailbars en trendy conceptstores met speciale merken en producten, maar ook in huiskamers. Er zijn cursussen waar mensen kunnen leren hoe ze zelf een (huis)dier kunnen opzetten. Ze kunnen ook op eigen houtje aan de slag. Op internet worden doe-het-zelfpakketten aangeboden, met instructies en alle ingrediënten die nodig zijn, zoals een stanleymes, naald en draad, alcohol en niet te vergeten een dood dier.

In de beeldende kunst was deze trend al eerder zichtbaar. De Britse kunstenaar Damien Hirst werd in de jaren negentig wereldberoemd met het hergebruik van dode dieren. Tot zijn bekendste en ook meest controversiële werken hoort een opgezette haai op sterk water. Ook stelde hij een paard en een schaap tentoon in een aquarium vol formaldehyde. In Nederland veroorzaakte kunstenares Tinkebell tien jaar geleden rumoer met een tas, gemaakt van het velletje van haar eigen kat. Ook in de modewereld is de 'dierlijke' trend populair. Op de catwalk zijn vogelveren en vleugels helemaal 'hot'.

undefined

Tasje van Tinkebell

Museum Arnhem, dat een belangrijke collectie Nederlandse sieraden heeft vanaf 1970, haakt in op deze ontwikkeling met de tentoonstelling 'Beauty of the Beast'. Ook ontwerpers van accessoires en sieraden maken de laatste jaren in toenemende mate gebruik van opgezette dieren, ontdekte conservator Eveline Holsappel. Ze bracht twintig internationale kunstenaars bijeen die 'dierlijke' sieraden, schoenen en mode-accessoires maken.

De expositie is nadrukkelijk niet bedoeld om te shockeren, zegt Holsappel. Daarom heeft ze lang nagedacht of ze het veelbesproken tasje van Tinkebell wel moest exposeren. "Ik was bang dat het meteen alle aandacht naar zich toe zou trekken." Het tasje kreeg uiteindelijk toch een plek, omdat Tinkebell als een van de eerste kunstenaars in Nederland de relatie tussen mens en dier ter discussie stelde. De conservator heeft zich voor niets zorgen gemaakt. Het tasje steekt wat bleek af bij de andere objecten. Die zijn vaak een stuk gewaagder, omdat daarin (de kop van) het donordier duidelijk herkenbaar is verwerkt.

Boze dierenactivisten hebben zich nog niet gemeld bij het museum. Holsappel heeft voor de zekerheid de Partij voor de Dieren gesproken. Holsappel: "Die zag geen probleem, omdat geen van de kunstenaars dieren heeft gedood om aan werkmateriaal te komen." Sommigen hebben altijd een tas bij zich om roadkill te verzamelen: dieren die zijn omgekomen door het verkeer. Anderen halen hoeven, vachten en ander restafval van dode dieren op bij slachterijen. Ook zijn er kunstenaars die afspraken hebben gemaakt met bestrijders van ongedierte of met boeren die kraaien afschieten. Opmerkelijk is dat het merendeel van de deelnemers aan de expositie vegetariër is. "Het zijn stuk voor stuk mensen die integer met dieren omgaan. Ze willen laten zien hoe mooi dieren zijn, zelfs het ongedierte dat we bestrijden, en ons zo ook dichterbij de natuur brengen."

undefined

Waarom, waarom?

Het gaat niet alleen om esthetiek op deze tentoonstelling. De kunstenaars willen ook vragen oproepen. Want waarom kopen we bijvoorbeeld wel elke twee jaar een nieuwe sjaal die niet verantwoord is geproduceerd, maar hebben we moeite met het vossenbontje van oma dat wel drie of vier generaties meegaat? Waarom dragen we wel leren schoenen en eten we vlees, maar vinden we het morbide om van ons dode huisdier een tas of sieraad te maken? Waarom wordt de ene muis liefdevol verzorgd en eindigt de andere in een val?

In de negentiende eeuw was het opzetten van dieren een ware rage. Door de industriële revolutie werd de afstand tussen mens en natuur groter. Als reactie daarop groeide zowel in het interieur als in de mode de belangstelling voor 'dierlijke' versieringen. Op grote schaal werden veren, schildjes van kevers, vossenvachten en delen van exotische dieren verwerkt. Het verschil met nu is dat de dieren daar speciaal voor werden gedood. Onomstreden was dat ook toen niet. Het gebruik van vogels leidde tot de oprichting van de 'Bond ter bestrijding eener gruwelmode', de voorloper van de huidige Vogelbescherming.

De huidige populariteit van opgezette dieren heeft volgens Holsappel niet alleen te maken met een romantische hang naar de natuur. "Er is behoefte aan authenticiteit. Mensen willen iets hebben wat uniek is. Ook het ambachtelijke spreekt weer tot de verbeelding." Vroeger was taxidermie het domein van mannen, jagers die wilden pronken met hun jachttrofeeën. Nu zijn het vooral jonge vrouwen die zich ermee bezighouden. Ook de meeste kunstenaars in Arnhem zijn jong en vrouw. Holsappel: "In Londen zitten de cursussen voor taxidermie vol met vrouwen, vrijwel allemaal dertigers." Zij valt ook in die categorie, maar nee, ze heeft zich nog niet op deze hobby gestort. "Bij de opening van de tentoonstelling liep hier een dame rond met een halssieraad waarin een eendekop was verwerkt. Prachtig, maar ik houd het zelf liever bij een vleugeltje in mijn haar."

De schoonheid van het dier staat voor veel kunstenaars centraal. Fascinerend mooi zijn ze ook, de vossen, zeepaardjes, kolibri's, ratten en padden die een tweede leven kregen in een sieraad of accessoire. Maar de verwondering over die morbide schoonheid kan ook zomaar omslaan in weerzin. Het prachtige vosje met een vogeltje op zijn kop, blijkt in staat van ontbinding. De (gouden) maden kruipen uit zijn oren en zijn een prooi voor het vogeltje, net als in de echte natuur.

Je gaat ook anders kijken naar dieren en je realiseren hoe complex de relatie tussen mens en dier is. Want neem dat muisje, dat kunstenaar Kate Gilliland verwerkte in een sieraad. Ze vond het dood op de badkamervloer. Het beestje lag er zo vredig bij dat ze het een mooie laatste rustplaats wilde geven. Ze maakte een klein zilveren kistje voor het diertje dat gedragen kan worden als een medaillon aan een halsketting. Waarom noemen we dit muisje ongedierte dat bestreden moet worden? Waarom vertroetelen we sommige dieren als huisgenoten en zien we andere als plaag? Het zijn vragen die meer kunstenaars opwerpen.

undefined

Kleurrijke parkiet

De hedendaagse objecten worden afgewisseld met stukken uit de negentiende eeuw. Jurken werden toen versierd met kevers en kleurige veren. Op hoeden werden soms hele vogels geplaatst. Vooral de kolibrie, het kleinste vogeltje ter wereld, was populair. De kopjes werden zelfs in oorbellen verwerkt. Ook hedendaagse kunstenaars maken graag gebruik van vogels. Alleen hebben de kolibries plaatsgemaakt voor parkieten, mussen, spreeuwen en puttertjes. Vooral de kleurrijke parkiet duikt regelmatig op. Je kunt er zelfs een beha van maken, laat Emily Valentine zien. Tijdens een vakantie vergat haar vriendin die op haar twee grasparkieten paste, de kooi 's nachts binnen te zetten. De beestjes vroren dood en op verzoek van Emily stopte haar vriendin de vogels in de diepvries. Ze liet ze opzetten en maakte er een beha van. Op de cups prijken de kopjes van de vogels, op de sluiting hun staarten. Macaber? Nee hoor, ze heeft haar twee lievelingen een nieuw leven gegeven.

'Beauty of the Beast, sieraden en taxidermie', t/m 10 mei in Museum Arnhem.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden