Het dictaat van de politieke lach

Maart 2002: winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen Pim Fortuyn (l) passeert de verliezende Ad Melkert na het tv-debat.Beeld FOTO MARCEL ANTONISSE, ANP

Pim Fortuyn gaf het politieke theater op televisie een nieuw gezicht: dat van de oneliner, de lach, het cabareteske. Dat was tien jaar geleden: waar staan we nu?

Een relletje in het parlement, een opstootje bij 'Pauw & Witteman': de opwinding daarover ebt meestal snel weer weg. Maar de discussie over de verruwing van de journalistiek, waaraan Job Cohen te gronde gegaan zou zijn, houdt de gemoederen nu al langer dan gewoonlijk bezig. En dat is niet voor niets. Het aftreden van Cohen, de rel rond Naema Tahir, Andreas Kinneging en Rutger Castricum, het blijvende succes van Geert Wilders; het lijkt immers allemaal met elkaar samen te hangen: het laat zien hoe afhankelijk politiek is geworden van journalistiek. En daarmee stelt het ook confronterende vragen aan onszelf, want journalistiek kan niet zonder publiek, zonder ons, zonder lezers en kijkers. Als Nederlanders niet allemaal zouden aanschuiven voor 'Pauw & Witteman' en 'De Wereld Draait Door', dan zou het politieke landschap er misschien heel anders uitzien, tenminste, daar lijkt het sterk op.

Het beruchte debat
Interessant is daarbij dat Witteman maandag nog op tv het beruchte debat met Melkert, Fortuyn en Dijkstal interpreteert als het moment waarop Nederland wakker werd en begreep dat politici zoals Melkert hadden afgedaan en politici als Fortuyn de toekomst hadden. Deels heeft hij gelijk: Fortuyn werd door Ad Melkert volkomen genegeerd, en dat was op zijn zachtst gezegd onhandig. Maar Fortuyn brak dan ook heel rigoureus met een Nederlandse politieke traditie, die na de verzakelijking van de PvdA, na het bewind van Kok, heel vast verankerd was geraakt, ook bij het publiek: politici zijn techneuten die weten hoe ze het land moeten regeren. Af en toe schuiven ze aan voor een lijsttrekkersdebat, maar verder moet de kiezer op grond van het partijprogramma en de Zendtijd voor Politieke Partijen maar uitvogelen waar hij of zij op stemt.

Het is een traditie die nog stamt uit de verzuiling: als ik op mijn zuil stem dan zit het wel goed, en laat die mensen in Den Haag het verder maar uitzoeken. Een beetje zoals Europa tot voor zeer kort geregeerd werd. Die desinteresse kwam briljante bestuurders die altijd een nerd waren gebleven, bestuurders als Melkert natuurlijk goed uit. Maar zijn type politicus was toen nog heel gewoon en geaccepteerd. Dat dreigen we wel eens te vergeten.

En daar was Fortuyn
En daar kwam opeens Fortuyn die ontdekte dat de Nederlandse kiezer een publiek vormt en de tv een podium. Hij ontdekte dat niet alleen, maar gaf het nieuwe politiek theater ook meteen een invulling: die van de provocerende oneliner, de lach, het cabareteske. Politiek was opeens leuk om naar te kijken en het valt niet te ontkennen dat onze interesse in politiek sindsdien fors is toegenomen.

De vraag is wel of we zo blij moeten zijn met de manier waarop het publieke debat zich ontwikkelt. Tien jaar na het beruchte Fortuyn-debat is politiek alleen nog maar 'leuk', wordt er op tv nauwelijks meer een inhoudelijk debat gevoerd, en lijkt het openbaar debat een pingpongspel tussen Geert Wilders en de talkshow-hosts. Geert zegt iets, Matthijs nodigt iemand uit, bij Pauw en Witteman ontstaat een nieuw relletje, daar reageert Matthijs weer op, enzovoorts. De politici die het geluk hebben uitgenodigd te worden, hebben vijf minuten om hun zegje te doen. Als ze dat niet lukt, hebben ze afgedaan, en dat is vrij dramatisch, want deze talkshows lijken langzamerhand de enige manier om bij de kiezers in the picture komen.

Cabareteske vertoning
Na het aftreden van Cohen tekenen zich in deze discussie duidelijk twee kampen af: zij die vinden dat politici zich nu eenmaal moeten aanpassen aan de nieuwe situatie - Femke Halsema kon tenslotte ook denken in one-liners - en zij die Cohen verdedigen: Cohen werd het slachtoffers van hufterige journalisten, van de verruwde journalistieke zeden.

In beide redeneringen wordt er voetstoots vanuit gegaan dat er maar één manier is om het Nederlandse publiek te bereiken: meedoen aan de cabareteske vertoning die doorgaat voor openbaar debat, of vasthouden aan je recht een grijze muis te blijven.

Maar hoe komt het eigenlijk dat we dit cabaret zijn gaan beschouwen als de enige vorm van theater, alsof het publiek alleen van lachen, gieren en brullen houdt (laten we het dus maar over het theater van de lach hebben, en niet over cabaret, dat nog wel wat meer nuances toelaat). Zijn we vergeten dat er ook nog een andere vorm van toneel bestaat, dat een publiek, ook het kiezerspubliek, misschien wel eens meegesleept en geïnspireerd wil worden? Dat er andere podia zouden moeten bestaan dan dat van de kleinkunst in zijn meest cynische variant? Dat er nog zoiets bestaat als theater dat de acteurs, het publiek, het woord en het gebaar serieus neemt?

Wat heeft toneel met politiek te maken, zult u misschien zeggen. Dat is waarschijnlijk een typisch Nederlandse reactie. In Nederland, vooral in het protestante deel ervan, staat theater, acteren, in een kwade reuk: er hangt een geur van bedrog omheen, van iets dat niet echt is en niet inhoudelijk. Niet zozeer zolang dat acteren zich beperkt tot het toneel, maar wel zodra dat ambacht daarbuiten wordt ingezet. Dat lijkt niet zo'n probleem, maar dat kan het wel worden als het aloude politieke ambacht van de retoriek en de redevoering, geheel verwaarloosd wordt. In Nederland worden we van een redevoering een beetje giechelig, en zodra iemand met verve een vergezicht schetst worden we wantrouwig, vinden we hem een aansteller.

Dat is trouwens niet alleen een Nederlandse reactie, ook Amerikanen hoor je wel klagen over de 'mooie woorden' van Barack Obama: iemand die zulke mooie speeches kan houden, die zal wel niet te vertrouwen zijn. Nu is het natuurlijk altijd zaak te controleren of de woorden van politici ook in daden worden omgezet, maar Obama heeft met zijn speeches wel ontelbare Amerikanen geïnspireerd. En Nederlanders bovendien. Inspireren, engageren, verbinden: Nederlandse politici zijn vergeten hoe dat moet, als ze het in onze vormvijandige traditie al ooit hebben geweten. Het publiek is vergeten dat het daar behoefte aan heeft.

Calvinistische traditie
Overigens zou juist het vervagen van de calvinistische traditie hier ook debet aan kunnen zijn. Een volk dat niet meer gewend is eens per week een tijdje naar de dominee te luisteren, heeft misschien ook niet meer het geduld om politici langer dan vijf minuten aan te horen. Maar dat neemt niet weg dat het verlangen naar een inspirerend verhaal, naar overtuigend leiderschap blijft bestaan. En wanneer hebben we een Nederlandse politicus het laatst een speech horen uitspreken? Bij de zendtijd voor politieke partijen? Ziet u Rutte al een redevoering houden? Of Wilders? De vaderlijke Cohen dan?

De vergelijking met het buitenland is treffend: niet alleen Obama, maar ook Merkel en Sarkozy zien we voor het spreekgestoelte staan terwijl ze, nu eens bloedserieus dan weer met een glimlach of kwinkslag, hun zaak verdedigen. Balkenende en Rutte lijken ons alleen even in het voorbijgaan een paar woorden te gunnen, als ze een microfoon onder hun neus krijgen. Daarbij was onze laatste en is onze huidige premier verstard in een expressie: de bezorgde blik en de eeuwige glimlach.

Natuurlijk speechen politici wel eens, op een partijcongres of in de Tweede Kamer, maar alsof er sinds de tijden van Ad Melkert niets is gebeurd, doen we een beetje alsof wat daar gebeurt het grote publiek nauwelijks aangaat. Behalve als er een relletje is, als het gênant en lollig wordt. 'Doe es even normaal man!'

Misschien zijn Nederlandse politici zich nooit bewust geweest van het feit dat Nederlandse kiezers een publiek vormen, dat meer mag verwachten dan een geïrriteerde snauw aan een lastige journalist, of een gladde oneliner met grote amusementswaarde. En dat heeft zeker veel te maken met onze cultuur, die een afkeer heeft van grote woorden.

Maar een democratie kan niet zonder een forum: de plek waar de burgers samendrommen en de politicus zijn of haar beleid en visie moet verdedigen. Dat dit forum in onze tijd de televisie is, lijdt weinig twijfel. Daaraan zullen ook Nederlandse politici moeten wennen, zij kunnen zich niet langer opsluiten in de parlementsgebouwen tot het weer eens verkiezingstijd is. Maar in Nederland hebben politici het forum nauwelijks gezien, ze zijn meteen van het forum naar het Circus Maximus, naar de arena gestuurd om deel uit te maken van de spelen, ter vermaak van het grote publiek. En op het forum is inmiddels geen mens meer te bekennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden