HET DENKEN IS ER

Voor de verkiezingen in Indonesië, donderdag, gelden de striktste regels sinds het 'festival van de democratie' in 1971 voor het eerst werd geregisseerd onder president Soeharto. De oppositie is opgeruimd, vastgezet of veroordeeld tot een marginale rol. Toch wordt in Indonesië druk gespeculeerd over allerhande scenario's als Pak Harto is opgestapt: “Het denken is er en de praktijk zal volgen.”

Links en in de verte staan groepjes kokospalmen, verspreid over de lappendeken van de mooi in elkaar overvloeiende velden, die worden gescheiden door zorgvuldig onderhouden dijkjes. Aan de einder zijn de bergen met wat wolken die voor de aanvoer van het leven brengende water zorgen, zodat er geoogst, geplant en weer geoogst kan worden, tot wel vijf keer per jaar, in een eindeloos repeterend ritme.

Rechts is dan het eigenlijke dorp. De hutjes, meest van natuursteen en met rode dakpannen, gaan verscholen onder bananebomen, koffieplanten en allerlei ander groen, dat hier welig tiert. De wegen zijn niet van zand, maar van asfalt, en het ziet er schoon en opgeruimd uit. Het gehucht telt 753 inwoners - 353 mannen en 400 vrouwen - meldt een groot bord met de laatste volkstelling in 1991. Ze hebben allemaal elektriciteit in hun huisjes en die is nog gratis ook.

Het is een mooi, vredig panorama vanaf het terras op het gigantische, hoog oprijzende familiegraf, net buiten de boerengemeenschap. Hier ligt de moeder van president Soeharto, daar onder die zwartgranieten steen, wijzen kleine meisjes. Het huis waar hij op 8 juni 1921 werd geboren, is niet te bezichtigen. Misschien was het een te schamele hut, want zijn ouders waren arme boeren.

Tot zijn achtste huppelde Soeharto langs de sawa's, waar de rijstplanter nog steeds zijn werk doet. Die mag donderdag zijn stem uitbrengen in het vijfjaarlijkse 'festival van de democratie', samen met 124,7 miljoen anderen van 17 jaar of ouder, danwel getrouwd.

Er worden 425 leden gekozen uit de door het regime goedgekeurde kandidaten voor de Dewan Perwakilan Rakyat (DPR), het 'parlement'. De president wijst 75 anderen aan als vertegenwoordigers van de strijdkrachten. Het leger doet daarmee een stapje terug, want zij hadden altijd honderd man in de DPR. Het Volkscongres, de Madjelis Permusyawaratan Rakyat (MPR), dat bestaat uit de DPR en vijfhonderd vertegenwoordigers van de regio's, organisaties en weer het leger, wijst vervolgens volgend jaar maart een nieuwe president aan.

Zou de rijstplanter weten wat politiek is? Hij hoeft het niet te weten, zo is voor hem beslist. Hij moet werken aan de opbouw. Als hij aan politiek gaat doen, dan wordt het haat en nijd. Kijk maar naar de campagnes. De stemmen hier gaan naar de regeringspartij, de Golkar, dat is al zeker, want dit is Golkar-land, zoals veel dorpen op het platteland.

Een zevenhonderd kilometer naar het westen zitten Mey en haar vriendinnetje, allebei net negentien, te giechelen op een bankje, ergens midden in de metropool Jakarta. Dit is een totaal andere wereld. De wereld van Hard Rock Café en Planet Hollywood, waar drankjes het vijfvoudige kosten van het minimum dagloon, dat vrijwel geen arbeider krijgt. Van de blikkerende wolkenkrabbers, die de skyline van de hoofdstad in tien jaar tijds drastisch hebben veranderd. En van brede, achtbaans boulevards vol ronkende four-wheeldrives en ruimtewagens, waarin de haves, de welgestelden, elke dag af en aan rollen tussen werk en huis-met-zwembad, dwars door de talloze kampongs met soms ten hemel schreiende armoe. Waar aanklampen het devies is voor de meeste van de 10 miljoen inwoners, op zoek naar een beter bestaan. Als je wat wilt bereiken, dan moet je hier in het kloppende hart van de natie zijn.

De meisjes studeren nog. Ze willen wel aan politiek doen, bekennen ze, maar wat is het? Er vragen over stellen durven ze eigenlijk niet, want het is toch wel een enge zaak. Met vriendjes en vriendinnen kletsen ze er wel eens over, maar als hun ouders dat horen, klinkt het meteen van 'kind, kind, blijf daar toch in vredesnaam af'. Wat ze gaan stemmen, is geheim. Megawati Soekarnoputri, die vinden ze wel goed. Waarom? Omdat ze hoog is opgeleid. Maar de dochter van Soekarno, Indonesiës eerste president, mag niet meedoen, die is buitenspel gezet.

De jongens van de campagnes - meisjes zie je er niet zoveel - hebben een eigen idee van politiek. Tot gisteren mochten de drie toegestane partijen in Indonesië - Golkar, PPP en PDI - manifestaties houden om stemmen te trekken. En dat ziet er op straat vervaarlijk uit. Over de volle breedte van de weg komen de jongens aangestoven op hun motorfietsjes. Angstaanjagend zijn ze, met hun blikkerende zonnebrillen en de doeken die ze voor hun gezicht hebben gebonden.

Woensdag is de kleur geel in Yogyakarta, van de Golkar. Knetterend gaan de motortjes op de cadans van de partij-slogan: Gol-kar-stem-men. De dag erop rijdt het rood van de PDI rond, de partij van nationalisten en christenen, die dankzij het regime in Jakarta haar voorzitter Megawati vorig jaar kwijtraakte. Uit protest heeft Mega laten weten niet te gaan stemmen op 29 mei. En gisteren mocht de islamitische PPP met de kleur groen de campagnetijd afsluiten. De 'bintang', de ster, lijkt het goed te gaan doen in de verkiezingen, ten koste van de PDI.

Onherkenbaar zijn de bromfietsjongens op hun dag, dreigend, als terroristen. En zo gedragen ze zich ook. Uitdagend rijden ze op automobilisten in die toch al ver in de berm zijn gekropen en dwingen hen zo het tweevingerige victorieteken te maken (twee van partij nummer 2, de Golkar; PPP is 1, PDI 3). Zweterig en angstig grijnzend steken die de handen buiten het raam om het gewenste symbool te maken. Wie weigert, loopt kans op forse schade aan zijn voertuig: met lange stokken worden de ruiten ingemept.

In de miljoenenstad Jakarta wordt deze manier van politiek nog wat harder bedreven. Daar lijkt het wel of knokploegen van havenots erop uit zijn, de bezittingen die anderen met hard ploeteren wel hebben verkregen, eens lekker in elkaar te stampen. Dat lucht op. De beelden van het geweld zorgen op hun beurt weer voor afschuw bij de kijkers. En de roep om rust, orde en nationale eenheid wordt prompt beantwoord. Zo lijkt het wel een heel systeem.

In Engelstalige kranten, die gewone Indonesiërs niet lezen, buigen hordes analisten zich over het fenomeen. Ze reppen van 'democratisch onvolwassen' en pleiten voor politieke scholing. Dat laatste is zeker nodig om de regeringspartij Golkar op juiste waarde te schatten, als die pleit voor een 'schone' (niet corrupte) regering. En te weten wat de beloftes waard zijn van de andere partijen, die na de verkiezingen vijf jaar lang jaknikken in het parlement, als op commando van het regime.

En zeker worden er dan vragen gesteld. Bijvoorbeeld wat er democratisch is aan het hele systeem van drie toegestane partijen, met gescreende kandidaten, plus de juiste maatregelen om regeringspartij Golkar sowieso te laten winnen - met rond de zeventig procent, want dan lijkt het nog of de anderen echt meedoen.

Tweemaal per jaar komt president Soeharto op bezoek in zijn geboortedorp Kemusuk om te bidden bij het graf van zijn moeder. Een vriendelijke man, vinden de dorpelingen. Hij zwaait en zegt wel eens wat. Op Java is het ongepast te spreken over iemands dood voor zijn verscheiden. Maar na het plotselinge overlijden van Siti Hartina, beter bekend als Tien, zijn vrouw, in april vorig jaar, en zijn al even verrassende als geheimzinnige reis naar Duitsland voor een medische check up, wordt er in Indonesië volop gespeculeerd over het tijdperk na Soeharto. Volgend jaar is Bapak 32 jaar in functie.

Allerlei namen passeren de revue, kwaliteiten die een nieuwe president moet hebben, en diverse scenario's van hoe een machtswisseling in zijn werk zal gaan. In het kantoor van de moslimorganisatie Nahdlatul Ulama (NU) aan de stinkend drukke Cikini Raya in Jakarta bladdert de verf van de muren, maar dat zegt niets over de invloed van Abdurrachman Wahid, de voorzitter van de NU. De organisatie telt naar eigen zeggen 30 miljoen leden.

VERVOLG OP PAGINA 2

HET DENKEN IS ER VERVOLG VAN PAGINA 1

Gus Dur, zoals iedereen hem hier noemt, schetst drie mogelijkheden voor een wisseling van de wacht aan de top. De eerste is dat Soeharto volgend jaar voor een zevende ambtsperiode van vijf jaar gaat, maar zich stukje bij beetje terugtrekt uit de actieve politiek. Daarvoor wil hij een sterke vice-president naast zich, die hij bovendien volledig kan vertrouwen. Dat levert een probleem op: mensen met beide kwaliteiten zijn niet te vinden.

In het tweede scenario vertrekt Soeharto halverwege zijn volgende termijn, in het jaar 2000. De vice-president volgt hem op en kiest Tutut, de dochter van Soeharto, naast zich als plaatsvervanger. Hier zou de man naast Soeharto politiek niet sterk hoeven zijn, maar wel vertrouwd.

In de derde variant wordt Pak Harto gedwongen afstand te doen van zijn troon in 1998. Volgens Wahid kunnen er dan twee dingen gebeuren. De vorige vice-president, Sudharmono, wordt staatshoofd, danwel Tri Sutrisno, de huidige vice. Of, variant 3B: Soeharto manipuleert de zaak en weet Tutut op de hoogste post te krijgen met als ruggensteun landmachtbevelhebber Hartono.

Dezelfde namen circuleren bij anderen. Maar Amien Rais, van de concurrerende en ongeveer even grote moslimorganisatie Muhammadiyah, wil absoluut niets weten van Tutut. Hij fulmineert tegen de actie van Gus Dur om de presidentsdochter aan lokale islamitische leiders te presenteren als 'kandidaat-leider' van het land, zoals vorige week nog in Bantul bij Yogya. “Er zijn vragen over haar karakter”, zegt Rais in het instituut van moslim-intellectuelen in Yogyakarta. Hij doelt op de stank van corruptie die om haar heen hangt. De voorzitter van Muhammadiyah opteert voor minister van technologie Habibie, een bekwaam man en goed moslim.

Over een vierde scenario wil NU-voorman Wahid niet praten: iemand neemt met geweld de macht over. “Een coup komt altijd onverwacht, dus het heeft geen zin daarop te focussen”, zegt hij gedecideerd. “Van belang is nu dat er een soepele machtsoverdracht plaatsvindt.”

Vrijwel niemand in Indonesië wil rekenen met een herhaling van '65, toen Soekarno opzij werd gezet en een bloedbad volgde met naar schatting een half miljoen doden. Misschien wordt de gedachte aan zo'n gewelddadige machtswisseling ook wel weggedrukt. Tenslotte is dit enorm uitgestrekte land, met twee tijdzones en 200 miljoen inwoners van zoveel verschillende etnische groepen en een diversiteit aan religieuze achtergrond, licht ontvlambaar. Dat is de afgelopen maanden gebleken bij diverse rellen op Java en Borneo, waarbij vele doden vielen. Een verlangen naar stabiliteit is daarom begrijpelijk. Maar dat maakt het tegelijkertijd zo makkelijk voor het regime de status quo te handhaven: elke zweem naar verandering kan de kop worden ingedrukt, omdat niemand herrie wil.

De laatste jaren is er niettemin een discussie gaande over hervormingen, van het politieke en juridische stelsel, het bestrijden van corruptie en respect voor mensenrechten. Die gedachtenwisselingen spelen zich niet alleen meer af binnen de traditionele oppositie van studenten, professoren en mensenrechtenactivisten, aangevuld met wat oud-generaals die nog wel eens wat leuks wilden zeggen. Het speelt veel breder. Zakenlieden doen mee, jongere officieren (die na de revolutie in '45 geboren zijn), en zelfs in regeringspartij Golkar praten 'progressieven' erover.

En er worden verrassende studies gedaan. Zo heeft zowel het ministerie van binnenlandse zaken als de door de regering gesponsorde denktank Lipi zich vorig jaar in opdracht van Soeharto gebogen over een 'fair en op gelijkheid gebaseerd' kiesstelsel. Lipi kwam met het voorstel de strakke regeling van de verkiezingen - waardoor regeringspartij Golkar altijd wint - op te geven, ook buiten de verkiezingstijd politieke activiteit toe te laten aan andere partijen dan Golkar, en ook meer politieke groeperingen toe te staan.

Weliswaar zou Indonesië volgens deze ideeën niet van vandaag op morgen een parlementaire democratie krijgen zoals wij die kennen - in beide studies is sprake van een geleidelijk proces over een periode van tien jaar - maar kern was de dominante rol van Golkar af te schaffen en ook de militaire vertegenwoordiging in het parlement. Daarmee zou een begin worden gemaakt met het opgeven van de 'dwifungsi', de dubbele rol (sociaal-politiek en militair) die het leger vervult en de strijdkrachten tot de dominante factor in de samenleving maakt.

De studies verdwenen in de la van kabinetschef Moerdiono, zo weet het goed ingelichte weekblad Far Eastern Economic Review te melden. Maar toch: “Het denken is er en de praktijk zal dan volgen”, is de overtuiging van dr. Hari Tjan Silalahi, van het studiecentrum CSIS in Jakarta.

In de kantoortoren boven het extravagant dure Cakra Chiandri hotel, waar de gemiddelde Indonesiër zich geen kop koffie kan veroorloven, is de vice-voorzitter van de nationale mensenrechtencommissie Komnas Ham te vinden. Marzuki Darusman was parlementariër voor regeringspartij Golkar. In '93 werd hem gevraagd zitting te nemen in de door Soeharto opgezette mensenrechtenclub. Niemand had daar veel verwachtingen van, maar vriend en vijand verbazen zich over de onafhankelijke koers van de commissie, ook al kan ze dan slechts signaleren en mag ze zelf geen actieve rol spelen in kwesties. Opmerkelijk was bijvoorbeeld het rapport over de rellen in Jakarta rond de afzetting van PDI-leidster Megawati, vorige zomer, en de rol van de autoriteiten als een van de aanstichters.

Darusman vindt dat het roer om moet in Indonesië. “Als je echt mensenrechten wilt garanderen, zullen er institutionele veranderingen moeten komen. Een echt parlement met meerdere politieke partijen, echte rechters, een vrije pers.” Maar hij ziet geen beweging die een dergelijke omslag in gang kan zetten. “Er is geen duidelijk strategie en geen onafhankelijke intellectuele kracht. Het probleem van de opvolging van Soeharto is maar één moeilijke kwestie in dit land.”

Hij gelooft niet dat Golkar al zo ver is om de weg vrij te maken voor ingrijpende veranderingen. “Het probleem is psychologisch van aard. Neem de verkiezingen van 29 mei. Die zijn cruciaal voor hen. Ze moeten winnen. Maar als ze dat doen, zal iedereen zeggen dat ze de zaak hebben gemanipuleerd, omdat ze niet kunnen winnen met de huidige onvrede in het land. Verliezen ze, dan zijn de rapen gaar. Want zij kunnen zich niet voorstellen dat het goed is als een regeringspartij eens een keer klop krijgt.”

In het hoofdkantoor van Golkar is ir. Rully Chairul Azwar een en al glimlach. “Hoe bedoelt u, het zou misschien goed zijn als de Golkar wat kleiner wordt en ruimte maakt voor andere partijen?” Is hij aangesteld als hoofd van de afdeling voor het winnen van de verkiezingen voor Golkar of niet? “Het huidige systeem is goed”, vervolgt hij, “zolang wij daarbinnen opereren en de wet niet overtreden, is er geen probleem. Wij kunnen niet beslissen welk deel van de stemmen wij krijgen. Als wij overtuigen, worden wij de grootste.” Haalde de partij in '92 'slechts' 68 procent, Rully wil de dalende trend ombuigen en mikt op minstens 70,02 procent, een wat gek percentage, maar dat heeft te maken met de 'wetenschappelijke benadering' van Golkar. Vorige week was er opwinding over mogelijke fraude in kiesdistrict Bengkulu op Sumatra, waar ir. Rully voor uitkomt. Een briefje van een Golkarfunctionaris was onderschept met daarop alvast de stemmenpercentages voor de drie partijen, plus zelfs het aantal ongeldige (blanco) stemmen. Laster, aldus een verklaring van de Golkar-afdeling voor het winnen van de verkiezingen, het ging om prognoses.

De oude historicus prof. Ong Hok Ham is een cynicus. Hij ziet geen verandering komen. Te veel mensen in Indonesië hebben volgens hem belang bij het in stand houden van de huidige toestand. Meer openheid? Hij ziet meer repressie. Als voorbeelden noemt hij het optreden tegen Megawati en de illegale Volkspartij (PRD), van Budiman Sujatmiko. Die laatste is verantwoordelijk gesteld voor de rellen van vorig jaar in Jakarta rond de afzetting van PDI-leidster Megawati, en nu weer voor het geweld in de verkiezingscampagnes. Ong Hok Ham rekent met een geweldsexplosie na de stembusgang, een periode van krachtsvertoon, een voorgevecht om de macht. “Wij verkeren in grote onzekerheid”, zegt Gus Dur. “Er is nog geen duidelijke traject naar de toekomst uitgekristalliseerd. Wij moeten op de tast verder, en zo uitvinden welk scenario zich zal afspelen”, meent de vrijwel volledig blinde moslimleider.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden