Het debat

Het is geen geintje. Afgevaardigden van de Assemblée nationale, het Franse parlement, gaan vandaag een heus debat voeren over Kuifje. Kort voor het einde van deze eeuw willen de tintinophiles antwoord hebben op de vraag: “Is hij nu rechts, of is hij nu links?”

Hans Masselink CO:

President Charles de Gaulle zei het al: 'Kuifje is mijn enige rivaal'. De keurige leeftijdloze jongeman die altijd correct gekleed door het leven gaat, zich nooit overgeeft aan overmatig drankgebruik, zich niet laat verleiden door dames en het best bevriend is met zijn hondje Bobbie, heeft onbedoeld altijd veel Franse politici beroerd. De gekuifde Belgische stripfiguur, die als journalist avonturen beleeft in de gehele wereld, is tot op heden een ongrijpbaar personage. Fascist, revolutionair, homo, padvinder, anti-semiet, anarchist, anti-communist, liberaal, vrouwenhater, dierenbeul, het zijn stempels die op Kuifje oftewel Tintin, zoals hij oorspronkelijk in de Franstalige strips heet, zijn gedrukt.

Ruim zeventig jaar na zijn geboorte op 10 januari 1929 in de strip Les aventures de Tintin, reporter au pays des Soviets in het katholiek Belgisch blad Le petit Vingtième, buigen zestig parlementariërs van rechts en links zich in een van de zijzalen van de Assemblée nationale, het parlementsgebouw in Parijs over de controversiële Kuifje. De socialistische afgevaardigden Jean-Marie Bockel en Yann Galut zullen ongetwijfeld bij hoog en laag aanvoeren dat Kuifje een socialist is. De Gaulle zag hem immers niet voor niets als zijn rivaal. En in 'Kuifje en de Picaro's' strijdt de jonge held immers aan de zijde van de linkse guerrillabeweging tegen de dictatuur.

En de gaullist Didier Quentin en centrist André Santini zullen met het tegenargument komen dat hij al in zijn eerste boek (Kuifje in de Sovjet-Unie) een fervent anti-communist is en dat hij zich later in de Belgische Congo (Kuifje in Afrika) gedraagt als een ouderwetse koloniaal die zich paternalistisch opstelt tegenover met dikke lipen getekende negertjes.

De Fransen denken nog graag in de versleten termen rechts of links. Maar de levensstijl van Kuifje valt waarschijnlijk niet onder een van beide noemers. Als socialist zou hij een salonsocialist zijn die zich in kasteel Molensloot laat bedienen door een butler en altijd over een onbeperkt inkomen kan beschikken. En als rechtse jongeling hecht hij beslist niet aan conservatieve gezinsidealen. Hij leeft samen met de alcoholist kapitein Haddock. Wellicht zou Kuifje in het huidige Europa een samenlevingscontract, een homohuwelijk - een hot item in de Franse politiek - hebben gesloten met de vloekende en tierende zeeman.

Stof genoeg voor een pittig debat, een discussie die volgens de voorzitter van de Franse parlementaire Tintin-fanclub, Dominique Bussereau, zeker niet tot een eensluidende conclusie zal leiden. Bussereau, zelf aanhanger van de centristische Démocratie Libérale (DL), ziet het debat als een 'knipoog' naar de politiek. Kuifje staat erin model voor de ideale Europese jongere. “En Dupond en Dupont (Janssen en Jansen) wellicht voor de Europese politie,” zegt hij spottend via de telefoon.

De geachte Franse afgevaardigden zullen het niet nalaten om het gedachtegoed van Hergé, de geestelijk vader van de stripheld, erbij te betrekken. Immers, Georges Rémi collaboreerde in de Tweede Wereldoorlog met de nazi's en had vrienden in anti-semitische kringen.

Het debat, hoe speels ook, heeft een serieuze ondertoon. Het is niet voor niets dat het conservatieve dagblad Le Figaro zijn Suppl¿ement Litt¿eraire van afgelopen zaterdag vrijwel volledig wijdt aan Tintin onder de titel: Tintin: Les visages d'un mythe (Kuifje: de gezichten van een mythe). Vijftien 'grootheden', zeg maar de fine fleur van Frankrijk, wagen zich in de bijlage aan een oordeel over Kuifje.

Lid van de Académie Française Jean-Marie Rouart trekt vergelijkingen met de grote literatuur, ziet Kuifje als een verre neef van Ernest Hemingway en Joseph Roth en vergelijkt de afwezigheid van vrouwen - op de opera-diva Bianca Castafiora na - met Jack London en Melville. En Alain Peyrefitte, schrijver en columnist en eveneens lid van de Académie Française, meent dat Kuifje laat zien hoe de eerlijkheid, de trouw, de slimheid in dienst van de eenvoudige moraal kunnen triomferen over de valkuilen waarin een mens terecht kan komen.

Politiek commentator Alain Duhamel noemt Kuifje een 'onbewuste voorloper van de libertaire liberalen'. In zijn ogen speelt zich in ieder album het individualisme, het eigen initiatief, de gewoonte om slechts op jezelf te vertrouwen een hoofdrol. Daarnaast toont Tintin zich een mensenrechtenactivist en een'mens behept met groot mededogen. Maar volgens Duhamel zou Kuifje van geen enkele partij lid zijn. Politici worden in de stripboeken belachelijk gemaakt en hij trapt aan tegen instituties en de gevestigde orde. Alleen in Kuifje in de Sovjet-Unie toont de stripheld zijn politieke aard en is hij een overtuigd anti-communist, die een op de grond liggende bolsjewiek nog het liefst een schop zou nageven en uitmaakt voor schoft, met een instemmend commentaar van hondje Bobbie ('De bandiet, ik zal hem nog een lesje leren'). Kuifje hangt ergens tussen de sociaal-democraten, de milieupartijen en de sociaal-liberalen, is zelfs een beetje 'Tony Blair-achtig', vindt Duhamel.

Het fameus academielid Hélène Carrère d'Encausse, kenner van Rusland, prijst Kuifje de hemel in. Het eerste boek is meer dan een stripboek. Zij noemt het een 'sterk politiek document' geschreven net voordat Stalin tot zijn vernietigende collectivisatie overgaat. “Hergé was zijn tijd ver vooruit. Het ongeluk van een volk telde meer dan de illusies en de blindheid van de intellectuelen. Hij behoorde tot die kleine groep heldere geesten die de waarheid wilde zeggen.”

Hergé zelf nam afstand van zijn eerste stripboek, liet het na de eerste Franse uitgave niet meer uitkomen. Pas ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Kuifje, ver na de dood van Hergé op 3 maart 1983, besloot uitgever Casterman het album opnieuw uit te brengen.

De Franse communisten hebben altijd schande gesproken van Hergé's eersteling. Partijdagblad L'Humanité betitelde de strip in 1981 als een 'grove anti-sovjet-aanklacht'. Pas in december vorig jaar riep het officiële weekblad van de PCF L'Humanité Hebdo op tot rehabilitatie van het album en drukte delen van de strip af. Maar tegelijkertijd handhaafde het blad zijn mening dat Kuifje een 'agent van het imperialisme' was en blijft. Wat weer begin januari voor de trotskist Alain Krivine aanleiding was om in Le Figaro deze communistische mea culpa affligeant, deze beklagenswaardige schuldbekentenis, te beschimpen. Zelf bekende hij ruiterlijk dat het album hem nu minder shockeerde dan in de tijd dat hijzelf nog een 'kleine stalinist' was.

Klein leed, maar stof genoeg voor tafelpraat. En voor het debat in de Assemblée vandaag. Hergé's aanklacht tegen Stalin voor de oorlog ging gepaard met een grote liefde voor nazi-Duitsland, in die tijd veel voorkomend in België. Hergé was als kind een gepassioneerd lid van de streng katholieke padvindersbeweging. En hij werkte bij het drukkersbedrijf van zijn geestelijk vader abbé Norbert Wallez, die leiding gaf aan een rooms-katholieke groepering die heulde met de extreem-rechtse Action Française en het gedachtegoed van Benito Mussolini. Via Wallez raakte Hergé bevriend met Léon Degrelle, de leider van de fascistische organisatie Rex. Degrelle was een man gekleed in een bruine plusfours en met een kuifje op zijn hoofd. Hij beweerde later, toen hij zijn toevlucht had genomen tot het Spanje van Franco, dat hij model heeft gestaan voor Kuifje.

In de oorlog tekende Hergé zijn Kuifje-strip in de Waalse krant Le Soir, een krant die met de nazi's sympathiseerde. In 1944 werd hij bij de bevrijding van Brussel als nazi-collaborateur gearresteerd en later weer vrijgelaten. Hergé kuiste na de oorlog de bestaande albums. In 'De Geheimzinnige Ster' waren de wetenschappers afkomstig uit de 'asmogendheden' of neutrale landen. De Amerikanen waren bad guys. In latere edities kwamen deze slechteriken uit de fictieve staat San Theodoros. De rijke financier Blumensteun, die met zijn grote neus doet denken aan de nazi-karikaturen van joden, gaf Hergé een andere naam. Hij noemde hem Bohlwinkel, naar de 'bollewinkel', de Brusselse snoepjeswinkel. Wat Hergé niet besefte was dat ook dit tot boze reacties leidde van joden met de naam Bohlwinkel.

De Kuifjeboeken werden steeds correcter. Een neushoorn die in 'Kuifje in Afrika' nog met een dynamietpatroon tot ontploffing werd gebracht werd voor de tere Scandinavische zieltjes en later voor alle lezers vervangen door een neushoorn die op de vlucht slaat. Kuifje ging zich niet meer te buiten aan brute bravour, maar werd steeds meer de brave weldoener, de padvinder die zijn uiterste best doet voor de akela.

Kees Kousemaker drijft al meer dan dertig jaar de Amsterdamse stripwinkel Lambiek. Er hangt een prachtig portret van 'Sikje', een zeventigjarige Kuifje wiens kuivende haarlok tot een sik is verworden. Kousemaker relativeert al die 'zinloze debatten' om Kuifje. De strips werden volgens hem naar de 'tijdgeest' getekend. Hergé was anti-semitisch en had nazi-sympathieën zoals veel Belgische striptekenaars in die vooroorlogse tijd dat hadden. “Kuifje was een beetje de jonge NSB'er”, zegt Kousemaker schertsend. Nee, vervolgt hij, Kuifje was en is meer de brave padvinder waarmee kinderen zich kunnen identificeren, die recht door zee gaat in een verloederende wereld, zich staande houdt tussen de vloekende alcoholist Haddock, de hardhorende professor Zonnebloem, de hysterische diva Castafiori, de flaterende Janssen en Jansen.

De eeuwige Kuifje-fans verzamelen zich volgens Kousemaker als ex-hbs'ers nog steeds in hun ouderwetse regenjassen, ze zijn blijven steken in hun generatie, vonden in de Kuifje-boeken geen ander persoon om zich mee te identificeren. Kousemaker: “Fans van de Hollandse Tom Poes hebben er geen enkele moeite mee om zich later tot een Heer Bommel te ontpoppen, maar de Kuifjes onder ons zullen nooit een kapitein Haddock worden.”

Kuifje heeft volgens Kousemakers visie de functie om orde te scheppen in een chaotische wereld. Wellicht zijn de Franse politici daarom zo geïnteresseerd in het fenomeen Tintin. Beide kampen, links en rechts, zoeken iemand die orde kan brengen in een sfeer van corruptie, de sfeer waarin de Cressons, de Mitterrands, de Juppés en wat dies meer zij, konden en kunnen gedijen. De Fransen zijn op zoek naar de onkreukbare politicus die zich kan handhaven tussen de Haddocks, de Tournesols, de Castafiori's, de Duponds en Duponts, iemand die met zijn hondje Milou de woeste wereld weerstaat en zich te goed doet aan een glaasje prik. Kortom, een politicus die De Gaulle destijds als rivaal gevreesd zou hebben. En die zoektocht wordt vandaag in het Franse parlement voortgezet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden