Het dal van Bram Peper

Drek, noemt Bram Peper de beschuldiging dat hij misbruik zou hebben gemaakt van gemeenschapsgelden. De beschuldigingen gaan terug op een duistere periode in Pepers burgemeesterschap.

Eind jaren '80 ging het niet goed met Bram Peper. Zijn toch al bedenkelijke reputatie van 'horkerige' burgemeester, die de studeerkamer ogenschijnlijk prevaleerde boven de noden van de Rotterdammers, kwam verder onder druk te staan door overmatig alcoholgebruik. Peper raakte in het stadhuis, maar ook daarbuiten, in een isolement.

Zelfs tijdens persconferenties schuwde Peper de drank niet. De journalisten aan de verplichte jus d'orange of koffie, de burgemeester met een whisky in de hand. Dat was het beeld, zonder dat ook maar een journalist ooit de moed had dit te melden. Zonder dat een raadslid of wethouder de lef had Pepers' probleem, dat zeker van invloed was op zijn bestuurlijk functioneren, bespreekbaar te maken.

In 1990 bestond Rotterdam 650 jaar en wie anders dan Peper fungeerde als ceremoniemeester. Het feest mislukte finaal en de burgemeester werd hiervoor verantwoordelijk gehouden. In die tijd al kende hij, ongenietbaar als hij kon zijn in de omgang met derden, meer vijanden dan vrienden. Met harde hand verwijderde hij medewerkers uit zijn directe omgeving en rekende hij af met criticasters als de hoogleraar Pim Fortuyn, die hij een 'ongeleid projectiel' noemde. Met dank aan zijn intellectuele gaven hield hij zich daarenboven eenvoudig staande in de gemeenteraad. Geen raadslid, dat in het debat ook maar enigszins partij was voor Peper.

Dodelijk vermoeid door een combinatie van drank, werk en een huwelijkscrisis stortte de burgemeester in 1990 tijdens een handelsmissie in Latijns-Amerika in. Mentaal en fysiek zat Peper volledig aan de grond. Wekenlang vertoefde hij vervolgens in vrijwel complete afzondering, in een Rotterdams ziekenhuis, waar hij - met succes - de drank afzwoor.

Als herboren keerde hij terug op het stadhuis. Hij leerde Neelie Kroes kennen, met wie hij ook huwde. Tot ieders verbazing trokken beiden de oude wijken in, onaangekondigd en bij voorkeur op de zaterdagmiddag. Peper voelde zich sterker dan ooit, hij straalde eindelijk het elan uit dat van een burgemeester van Rotterdam wordt verwacht en werd milder. Zei hij tijdens zijn donkere periode dat de junks desnoods 'uit de stad zouden worden gejaagd', daarna kwam hij met tal van ideeën om deze verslaafden een menswaardig bestaan te gunnen. Hij bracht die ideeën in de praktijk en liet zich hierbij voeden door praktijkmensen als Annie Verdoold, de actievoerster uit Spangen en dominee Hans Visser, met wie hij na jaren van ruzie vrede sloot.

Peper rekende in zijn laatste jaren als burgemeester af met zijn verleden. Maar hij vergat wellicht dat anderen nog een rekening met hem te vereffenen hebben. Hij is sinds vorig jaar zomer minister van binnenlandse zaken. De mensen die nog een appeltje hebben te schillen met Peper herinneren zich hem als exponent van een normloze stadhuiscultuur, eind jaren '80. Hautain, bot en bovenal onberekenbaar.

Zij beschuldigen Peper, voornamelijk anoniem, van misbruik van gemeenschapsgelden. Onder meer luxe cadeaus, sieraden, huishoudelijke boodschappen zouden zijn aangeschaft op kosten van Rotterdam. Peper weerspreekt de aantijgingen: ,,Onzin, drek'', meent hij.

Over Peper doen al jaren verhalen de ronde. Er is veel roddel en achterklap. Tachtig procent van al die geruchten is onzin, zegt een vooraanstaand PvdA'er in Rotterdam. Twintig procent van de verhalen over de burgemeester die een loopje neemt met de regels kunnen dus waar zijn. Maar de verwijten over nutteloze dienstreizen en etentjes zijn nauwelijks te bewijzen.

Een voormalig ambtenaar meldt dat Peper eind jaren tachtig en begin jaren negentig regelmatig op het stadhuis bleef dineren. Soms had hij bezoek. Ook zijn hofhouding moest dan blijven wachten tot hij klaar was. De ex-medewerker van de burgemeester zegt echter nooit iets gemerkt te hebben van extravagante uitgaven door Peper. ,,Peper was geen man voor feesten en partijen.''

De burgemeester zat eind jaren tachtig in een dal en stond vrijwel alleen. Bram Peper was soms deel van de PvdA-regenten cultuur, maar stond er minstens zo vaak buiten. Hij was eigenzinnig en zocht soms ook zijn heil buiten de heersende socialistische smaldeel. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Anderzijds waren het zijn partijgenoten, die hem voortdurend in bescherming namen en hem - zij het met een scheef oog - zijn gang lieten gaan.

Tot ver in de jaren tachtig was de Partij van de Arbeid in Rotterdam de dominante factor in de politiek. Dat bracht een sterke arrogantie en een besloten cultuur met zich mee. Het reilen en zeilen van Rotterdam werd door de PvdA'ers in onderling overleg afgedaan. Andere partijen werden genegeerd, niet bij besluiten betrokken.

De beslotenheid bevorderde een schimmig declaratiebeleid van het stadsbestuur. Ook Bram Peper kwam in deze traditie terecht. ,,Er waren nooit vragen over een dienstreis van de burgemeester. Dat was not done. Rotterdam was wereldhaven nummer één en dat rechtvaardigde een lustig reisgedrag. Er werd eerste klas met KLM gevlogen, vanzelfsprekend. Discussie daarover bestond toen niet. Nu geldt de regel dat politici en ambtenaren geen giften die meer dan 50 gulden waard zijn mogen aannemen. Dat had je toen niet. Geen raadslid haalde het in zijn hoofd om aan de orde te stellen of de uitgaven van de burgemeester wel verantwoord en doelmatig waren. Daar werd niet over gesproken'', vertelt een ingewijde.

Intern riep Peper vaak dat uitgaven van de burgemeester per definitie in het belang zijn van de gemeente. Rotterdam kende jarenlang een oncontroleerbaar declaratiesysteem. In 1992 meldde de gemeentelijke accountantsdienst, niet voor het eerst, dat niet was na te gaan waaraan burgemeester en wethouders en ook sommige diensten bepaalde bedragen hadden uitgegeven. De gemeenteraad besloot daarop declaratieformulieren in te voeren en ook anderszins de normen voor het afleggen van verantwoording en controle strakker aan te halen.

,,Ik heb mij er altijd over verbaasd dat in 1992 geen commotie is ontstaan over de gebrekkige verantwoording door de burgemeester en de wethouders'', meldt een Rotterdams politicus. ,,Bij de accountantsverslagen zat regelmatig een managementletter met het verzoek verbeteringen aan te brengen. Daar gebeurde nooit wat mee.''

Ook lager personeel werd aangestoken door de nonchalante cultuur. Het ontaardde in forse bijverdiensten voor bodes en keukenpersoneel. Zij zouden op privéfeesten drank van de gemeente hebben geschonken en de nieuwe burgemeester Ivo Opstelten liet een onderzoek instellen. Toen de bodes eenmaal tegen de lamp waren gelopen, moest het politiek bestuur tegen het licht worden gehouden: ,,Ze pakken de bodes, dat pikt men niet. De indruk wordt gewekt dat degene die de flessen wijn in de auto laadt moet boeten, en degene die ze opdrinkt niet'', verklaart een PvdA'er.

De commissie voor onderzoek van de rekening laat een extern bureau nagaan of de uitgaven van de burgemeester en de wethouders in de afgelopen tien jaar 'rechtmatig en doelmatig' waren. Het resultaat daarvan wordt in februari verwacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden